Roy op het Veld
Roy op het Veld
31 oktober 2025, 13:30

De Nobelprijs voor de economie kan Jetten en Bontenbal door de energietransitie gidsen

De Nobelprijs voor de economie ging dit jaar naar drie onderzoekers die uitleggen hoe innovatie economische groei aandrijft. Dat klinkt abstract, maar hun werk bevat inzichten waar de Nederlandse politiek na de verkiezingen lering uit kan trekken, schrijft columnist Roy op het Veld.

Roy op het Veld

De verkiezingen zitten erop. D66 boekte een enorme overwinning, en ook het CDA won veel zetels. Minstens twee derde van de nieuwe Tweede Kamer wil tenminste de bestaande klimaat- en energiedoelen halen, inventariseerde de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) in een reactie.

Het goede nieuws is dat D66-leider Rob Jetten in het recente verleden als minister voor Klimaat en Energie heeft laten zien dat hij idealen kan omzetten naar pragmatisch beleid. Ook CDA-aanvoerder Henri Bontenbal is een erkende autoriteit als het gaat om energie- en klimaatbeleid.

Jetten en Bontenbal zullen een hoofdrol spelen in de formatie die komen gaat. Ze hebben mijn advies waarschijnlijk niet nodig, maar ik zou ze toch aanraden om zich even te verdiepen in de winnaars van de Nobelprijs voor de economie. Joel Mokyr van Northwestern University kreeg de helft van de prijs; Philippe Aghion en Peter Howitt delen de andere helft. Het is belangrijk om bij hun werk stil te staan, want het verklaart niet alleen waarom Europa industrialiseerde en China niet, maar ook waarom de energietransitie meer vraagt dan goedkope zonnepanelen alleen.

Creatieve destructie

Mokyr is een zeldzame vogel: econoom én historicus. Hij schreef leesbare boeken die volgens The Economist ‘zelfs voor leken toegankelijk zijn’. Zijn kernvraag: waarom bleef de wereldeconomie duizenden jaren stilstaan om rond 1750 plotseling te groeien?

Het antwoord: een culturele omslag in Europa. Wetenschappelijke experimenten werden geaccepteerd en ontdekkingen gecommercialiseerd. Instituties als de Royal Society brachten wetenschap en praktijk bij elkaar. Maar cruciaal was dat Europese regeringen accepteerden dat oude bedrijven konden verdwijnen om plaats te maken voor nieuwe. Die creatieve destructie vormt de basis van economische vooruitgang.

In China was het anders. Heersers daar vreesden vrije denkers en hielden hen buiten de deur. Daardoor kwam kennis niet tot wasdom, laat staan dat er sprake was van innovatie en economische ontwikkeling. De Europese politieke versnippering bleek een voordeel: er waren veel kleine staten, waardoor wetenschappers eenvoudig konden vluchten als het in hun eigen land te heet onder de voeten werd.

Vraagcreatie

Aghion en Howitt voegen een essentieel element toe. Creatieve destructie werkt namelijk alleen als er vraag is. Bedrijven investeren pas in innovatie als ze verwachten dat er afnemers zijn voor hun nieuwe producten. Als er geen vraag is, volgen er ook geen investeringen. En als er niet wordt geïnvesteerd, is er geen innovatie, veroudert de bestaande economische structuur, om uiteindelijk af te sterven. Dat is in een notendop de situatie van de Nederlandse en de Europese industrie op dit moment.

Als er publieke belangen in het geding zijn, zoals verduurzaming en CO2-reductie, dan rechtvaardigt dat tijdelijke overheidsinterventie. Subsidies en normeringen kunnen de vraag naar cleantech aanwakkeren. Het mes snijdt aan twee kanten. Een doorbraak in batterijtechnologie helpt bijvoorbeeld niet alleen de ontwikkelaar, maar ook fabrikanten van elektrische auto’s, en natuurlijk de consument die van een grotere actieradius profiteert.

Innovatie en energietransitie aanjagen

Maar — en dat is cruciaal — die overheidsbemoeienis werkt alleen als nieuwe bedrijven daadwerkelijk ruimte krijgen. Het is volgens de Nobelprijswinnaars essentieel dat overheden zorgen voor regelgeving die innovatie aanjaagt in plaats van tegenhoudt.

Dat klinkt eenvoudig, maar is weerbarstig. Vergunningsprocedures voor windparken duren jaren. Bezwaren tegen zonneparken stapelen zich op. Netbeheerders kunnen de stroom van nieuwe installaties niet verwerken. De winnaars van de Nobelprijs laten zien dat economische transitie vraagt om creatieve destructie én om vraagcreatie. Daarvoor zijn regulering en overheidsinvesteringen nodig. Niet het één of het ander, maar beide tegelijk — met nadruk op tegelijk.

De energietransitie is dus niet alleen een technisch vraagstuk dat vanzelf wordt opgelost zodra technologie goedkoop genoeg is. Het is een proces dat de juiste institutionele voorwaarden vraagt. Voorwaarden die Europa in de achttiende eeuw al had. De vraag is of Jetten en Bontenbal ze nu opnieuw kunnen creëren.

Kennis delen helpt onderhoudsbedrijven in vastgoed te verduurzamen

Bij de bouw van nieuwe woningen of kantoren gelden allerlei regels en eisen om ze groener, energiezuiniger en circulair te maken. De BENG eist dat ze bijna energieneutraal zijn en binnenkort zelfs helemaal (ENG). Bij een vergunningsaanvraag is de MilieuPrestatie Gebouwen (MPG) verplicht. Daarnaast heb je allerlei eisen en keurmerken als de BREEAM, GPR (Gemeentelijke Prestatie Richtlijn) of R-Ladders die een warmtepomp, warmtenet of zonnepanelen voorschrijven of het gebruik van gerecycled bouwmateriaal belonen.Maar in het onderhoud van bestaand vastgoed zijn die regels er niet. Schilders, timmerlieden, loodgieters, klusbedrijven, bouwvakkers; als ze niet met nieuwbouw bezig zijn hoeven ze nauwelijks duurzamer of meer circulair te werken. Hoe kunnen we dat onderhoud ook verduurzamen? Oftewel: hoe kunnen de schilder en de timmerman ook groener werken? Daarover ging het webinar dat Change Inc. samen met Koninklijke Van Wijhe Verf hierover op 28 oktober organiseerde. De belangrijkste lessen en conclusies samengevat in tien vragen en antwoorden: 1: Waarom is er in het onderhoud zo weinig aandacht voor duurzaamheid? ‘Omdat er geen wet- en regelgeving voor is. Het hoeft niet’, zegt tafelgast Anita van der Brugge, consultant circulaire economie bij Circle Line en werkzaam voor verschillende vastgoed- en onderhoudsbedrijven.‘Het is relatief onbekend’, zegt Marlies van Wijhe, al 25 jaar ceo van duurzame verfproducent Van Wijhe. ‘Wat ook meespeelt is dat door heel veel mensen en ook de politiek verduurzaming bijna een op een wordt gecombineerd met energie. De rest komt niet ter sprake, dus denken mensen er veel minder over na.’Volgens Matthijs Hulsbosch, manager vastgoed en duurzaamheid bij woonstichting ‘Thuis, maakt onbekend onbemind en blijven mensen het liefst doen wat ze altijd al deden. ‘Het vraagt om iets te doorbreken en iets anders doen. Daarom leggen ze in het onderhoud de link naar verduurzaming niet’, zegt hij. ‘Ook is er voor onderhoud nog weinig wet- en regelgeving.’ 2: Waar praten we eigenlijk over bij duurzaam onderhoud? Over verf, dakbedekking of isolatie met biobased- of minder schadelijke producten, over minder afval op de bouwplaats, over repareren in plaats van vervangen of over het gebruik van tweedehands materialen. ‘Voor vrijwel elk product is een beter product op de markt. Vaak zijn er biobased of circulaire alternatieven. Zo is het vervangen van glas een van de grootste uitstoters. Daar zijn tegenwoordig circulaire alternatieven voor op de markt’, zegt Van der Brugge. ‘Elk bedrijf moet dit voor zichzelf uitzoeken. Omdat er geen blauwdruk voor is, pakt iedereen het op een andere manier aan.’Corporatie ‘Thuis beheert in en rond Eindhoven 11.000 woningen. Samen met andere corporaties en de gemeente heeft de woonstichting een duurzaamheidspact opgericht. Dat richt zich op vier thema’s: kwaliteit van leven, energie en CO2-reductie, duurzame materialen & gesloten kringlopen en de natuurlijke stad, uitgaande van de filosofie van The Natural Step. Die thema’s zitten in het hele beleid en werkwijze verweven, van inkoop tot aanbestedingen. ‘Daardoor gaat iedereen erover nadenken”, zegt Hulsbosch. Zelf wil ‘Thuis in 2050 niet alleen energie-, maar ook ecologisch neutraal zijn. 3: Wat is voor bedrijven en organisaties de grootste drempel om onderhoud te verduurzamen? Die vraag werd in een poll aan alle deelnemers van het webinar gesteld. De meesten (44 procent) antwoorden: een gebrek aan kennis. Daarna volgen het gebrek aan verplichte regels (32 procent) en het gebrek aan vraag vanuit klanten en opdrachtgevers (21 procent). 4: Hoe belangrijk is kennisdeling? Ook verfproducent Van Wijhe merkte in gesprekken met vastgoedbezitters, corporaties, klanten en leveranciers dat ze soms weinig van duurzaamheid weten, terwijl het bedrijf daar zelf al jaren in voorop loopt. Daarom heeft Van Wijhe Verf besloten die kennis te gaan delen. Dat concept heet ‘Blikken op de Toekomst’ en is een nieuwe dienst: duurzaamheid als een service. Via vier verfblikken gaat het bedrijf het gesprek aan met klanten en relaties. ‘Je gaat dan die drempel over en gaat het onbekende met elkaar bespreken. Zo kun je mensen enthousiast maken’, zegt Marlies van Wijhe.Ook Hulsbosch vindt kennisdeling in de keten belangrijk. In de metropoolregio Eindhoven hebben dertien corporaties en vijftien installateurs samenwerkingsafspraken gemaakt voor een volledig circulair installatieproces. ‘Daarin zijn we met elkaar aan het ontdekken en het zoeken en dat delen we dan weer met andere regio’s en corporaties. Dat is heel waardevol. We moeten wel kennis delen, want alleen kun je dit nooit uitvinden’, zegt hij. 5: Wat vragen opdrachtgevers van onderhoudsbedrijven als het gaat om duurzaamheid? Woonstichting ‘Thuis vraagt bijvoorbeeld aan sloopbedrijven en aannemers om circulair te werken, dus alles te hergebruiken. Aan schildersbedrijven dat ze over een paar jaar alleen met biobased verf werken. ‘Dan komen er een heleboel beren op de weg, maar gaan we samen kijken hoe we die weg kunnen krijgen. Ik heb geleerd dat hier een gezonde dosis realisme bij hoort’, zegt Hulsbosch. ‘Het is heel erg vragen, uitdagen en er boven op zitten.’Toch is de corporatie duidelijk in zijn eisen. Onderhoudsbedrijven die weigeren om duurzamer te gaan werken worden in de toekomst niet meer ingeschakeld. ‘We snappen dat ze niet meteen om kunnen, maar als partners echt zeggen dat ze het niet omarmen, dan zijn ze voor ons straks geen onderhoudspartij’, zegt hij.Kijk hier het webinar terug:https://www.youtube.com/watch?v=rEuLWqE0pwQ6: Biobased verf eisen, bestaat dat al dan? Ja, er zijn verven die voor een deel gemaakt zijn met plantaardige grondstoffen. Bijna 100 procent biobased verven kunnen schilders nog niet kopen of gebruiken. Van Wijhe heeft er daar op kleine schaal twee van ontwikkeld: een 99 procent fossielvrije muurverf voor binnen - de Flower Power - en een verf voor buiten die voor 70 procent uit hernieuwbaar biobased materiaal bestaat: de Biomotion70. Dat zijn zogeheten concept paints, een soort verf van de toekomst. Die worden momenteel getest door schilders, onder meer bij een van de bedrijven waar Van der Brugge voor werkt. ‘De adoptie door de schilders is een belangrijke stap voor het succes richting de markt. Zo ontvangen we echt hun feedback’, zegt ze.Voor een productie op grotere schaal is het gebrek aan grondstoffen een probleem. ‘Er moeten nieuwe grondstoffen komen, maar die grondstoffentransitie gaat veel te langzaam’, zegt Van Wijhe. Daarom heeft de verfproducent in 2020 een innovatie-bv opgericht om die zelf te gaan maken.Ook eisen opdrachtgevers verf zonder microplastics, omdat die teruggevonden worden in  oceanen, vissen en zelfs het bloed van de mens. Zo’n verf bestaat nog niet. Van Wijhe staat op het punt er een te lanceren die vrij is van primaire microplastic. Dat houdt in dat er geen microplastics in de verf zelf zitten. De plasticdeeltjes ontstaan pas als de verf van de muur afkomt, maar zijn afbreekbaar in de natuur. ‘Het staat allemaal in de kinderschoenen en dat maakt het best ingewikkeld’, zegt Van Wijhe. ‘Het is de kunst om een verf te ontwikkelen die zijn beschermende werking doet, maar daarna prima weg te gooien is.’ 7: Wat telt het zwaarst bij de aanbestedingen van onderhoud: duurzaamheid of prijs? Soms is duurzaam onderhoud duurder dan traditioneel onderhoud, al hoeft dat niet altijd zo te zijn. Groene bedrijven die duurder zijn en meedingen op aanbesteding verliezen dan vaak op prijs, klagen deelnemers aan het webinar.Van der Brugge komt dat vaak tegen. ‘Er wordt wel beoordeeld op duurzaamheid, maar de prijslijst is leidend’, zegt ze.Hulsbosch herkent dat ook, maar pleit voor verandering. ‘Als je alleen op prijs aanbesteedt, krijgt je dit. Maar als je andere onderdelen belangrijker maakt, dan krijg je andere scores. Je moet duurzaamheid onderdeel maken van de uitvraag en er punten aan toekennen in de weging. Als je alleen op prijs aanbesteedt ga je deze stap niet maken’, zegt hij.Hij geeft wel toe dat kosten een belangrijk aspect zijn voor corporaties. ‘Soms maak je keuzes om een tandje minder te doen. Soms telt duurzaamheid of circulariteit voor 60 procent, soms voor 50 procent en soms voor 40 procent mee, maar je telt het wel mee.’Volgens Van Wijhe gaat het bij de meeste aanbestedingen van overheden nog altijd over de prijs, terwijl die juist duurzaam onderhoud zouden kunnen aanjagen. ‘Ze willen het wel, maar op een of andere manier gebeurt het niet’, zegt ze.Bedrijven kunnen er ook voor kiezen de hogere kosten voor duurzaamheid zelf te dragen. Een mooi voorbeeld daarvan is de verfemmer van gerecycled plastic van Van Wijhe. Die emmer van nieuw (virgin) fossiel plastic laten maken is goedkoper. ‘Maar wij vinden dit zo belangrijk dat we toch op deze manier onze producten verpakken en dus gaan voor een wat duurdere emmer. Onze afnemers merken daar niets van’, zegt Van Wijhe. 8: Hoe krijg je schilders, corporaties, klanten, bewoners en medewerkers mee in de duurzame transitie? Hoe buig je weerstand om in nieuwsgierigheid en betrokkenheid? Volgens het drietal reageren medewerkers vaak enthousiast en is duurzaamheid juist een reden om ergens te gaan werken. Als het over bewoners gaat adviseert Hulsbosch om niet al te veel aandacht aan duurzaamheid te besteden. ‘Met traditionele materialen vervangen we gewoon iets en nu zouden we alles moeten benoemen? Als je een auto koopt krijgt je toch ook niet te horen welke motorolie er wordt gebruikt en welk schroefje. Soms maak je met teveel aandacht van iets wat heel gewoon iets heel bijzonders’, zegt hij.Maar wat doe je met kleine schilders-, timmer- en andere onderhoudsbedrijven in het MKB waarvan de eigenaren en medewerkers al op leeftijd zijn en die denken: het zal mijn tijd wel duren? Hulsbosch denkt dat je ook met die mensen het gesprek aan moet gaan. ‘Dan valt zelfs bij de grootste tegenstanders toch snel het kwartje van: we kunnen eigenlijk niet meer doorgaan zoals we het deden. We zijn nu ook bezig met een biobased isolatiemateriaal. Je wilt niet weten hoeveel de timmermannen hierover aan het mopperen waren. Het stoft bijvoorbeeld te veel. Daar luister je naar en dan vraag je ze hoe dat is te voorkomen. Dan maak je de mopperaar deelgenoot van de oplossing.’ 9: Hoe belangrijk zijn aanjagers en changemakers binnen het bedrijf of organisatie? Iedereen kent ze wel. Die zeurders of drammers die alles in het bedrijf of de organisatie groener en duurzamer willen maken. Toch zijn de experts ervan overtuigd dat die aanjagers heel belangrijk zijn. ‘Dat verschilt van organisatie tot organisatie. Het mooiste is als de transitie niet bij één persoon of één afdeling ligt, maar breed gedragen wordt”, zegt Van der Brugge.Bij de deelnemers aan het webinar lopen er genoeg van dit soort changemakers rond. In een poll geeft 52 procent aan dat zelfs het hele bedrijf bezig is met een duurzame transitie. Bij 29 procent is het hele team aanjager en bij 10 procent is dat één persoon of niemand. 10: Hoe begin je als onderhoudsbedrijf met duurzaam vastgoedonderhoud? Met een visie, stelt Hulsbosch. ‘Je kunt pas beginnen als je weet waar je naartoe wilt, dus dat moet je in kaart brengen. Als je weet waar je staat kun je plannen maken om stappen te gaan maken. Je kunt niet alles ineens, dus ga je prioriteren. Een kleine eerste stap kan zijn om je kennis te vergroten. Ga eens kijken wat er allemaal al is.’Van Wijhe adviseert om eens de quickscan van B-corp te doen. ‘Dan ben je verrast over wat je allemaal al doet, word je enthousiast en ga je er actiever mee aan de gang. Maak dan een stappenplan. Je moet de tijd pakken. Je kunt niet vandaag beginnen en morgen klaar zijn’, zegt ze.Van der Brugge: ‘Wat heel mooi is, is om gewoon eens te beginnen met het testen van producten. Ga eens bij één project met een andere verf aan de slag, bij ander met circulair glas en bij weer een ander complex het dak isoleren met biobased inblaasmateriaal. We gebruiken bij onderhoud ook veel wegwerpartikelen: kwasten, handschoenen, afdekfolie. Daar zijn ook betere keuzes voor. Zo hebben we testen gedaan met bio-katoenen werkhandschoenen. Die zweten niet en zitten veel lekkerder. Dan hopen we dat ze minder snel worden weggegooid, maar langer worden gebruikt. Dat zijn kleine stappen waarmee je de beweging in gang zet.’ Lees ook:‘Familiebedrijven helpen Nederland verduurzamen; gebruik ze dan ook’ ‘Niets wordt meer zoals het was, accepteer dat nou maar’ Van Wijhe ontwikkelt hoog biobased buitenverf met afbreekbaar oplosmiddel die nog niet bestaat in de wereld Hoe word je een B Corp? Marlies van Wijhe vertelt: "Het helpt je om steeds beter te worden"Dit artikel is gemaakt in samenwerking met onze partner Koninklijke Van Wijhe Verf. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.