Menno de Boer 26 juni 2025, 15:00

Consumenten willen duurzamere boodschappen, nu de supermarkten nog

Een grote groep consumenten let bij het maken van aankoopkeuzes steeds meer op de duurzaamheid van producten. En hoewel dat misschien niet meteen als een revolutie klinkt, kan die ontwikkeling een grote impact hebben. Capgemini ziet daar dan ook mooie kansen voor retailers en fabrikanten. “Er ligt momenteel een voedingsbodem voor een grote gedragsverandering onder consumenten.”

duurzame boodschappen Kees Jacobs en Maaike Slagter (Capgemini): ‘Er liggen momenteel mooie kansen voor retailers’

Naast informatie over wat er allemaal in een product zit en wat je er mee kunt doen, willen steeds meer consumenten nu ook graag weten wat de milieu-impact is van de productie en de verpakking. 61% van de consumenten waardeert het als dit via een QR-code inzichtelijk is. Gaat het om voedingsmiddelen? Dan is er gedetailleerde informatie over de voedingsscores gewenst, vooral bij Gen Z en millennials. En als de retailer en fabrikant daarbij ook nog een goed verhaal hebben over wat ze concreet doen om voedselverspilling te voorkomen, scoren ze daarmee extra loyaliteitspunten bij 67% van hun klanten.

Frustratie over het aanbod

De hedendaagse consument houdt zich dus meer bezig met zaken als duurzaamheid en gezondheid. En dat komt ook duidelijk naar voren in een rapport dat Capgemini onlangs publiceerde. “Er ligt momenteel een voedingsbodem voor een grote gedragsverandering onder consumenten. En retailers en fabrikanten kunnen een positieve rol spelen in die ontwikkeling”, benadrukt Kees Jacobs, Vice-President Global Consumer Products & Retail bij Capgemini. “Maar er is nog wel een weg te gaan. Zo liggen er nog altijd opvallend veel ongezonde producten in de supermarkt. Als consument moet je vaak moeite doen om gezonde of duurzame alternatieven te vinden. Het aanbod sluit dus nog niet goed aan bij de vraag van een groeiende groep consumenten. Dit houdt de gedragsverandering tegen en leidt tot frustratie.”

Hoger prijskaartje

Het gaat niet simpelweg om een mismatch tussen vraag en aanbod. Er is meer aan de hand. Duurzamer en gezonder betekent in de praktijk maar al te vaak dat er ook een hoger prijskaartje aan zo’n product hangt. En hoewel steeds meer consumenten bereid zijn om een meerprijs te betalen, wordt het een ander verhaal als het prijsverschil de vijf procent overstijgt. Dan haken veel potentiële kopers af.

Consumenten over de streep trekken

Als er een grotere vraag naar duurzame producten ontstaat en het aanbod op dat vlak groeit, zal de productieprijs dalen. Dat biedt vervolgens mogelijkheden om tot lagere verkoopprijzen te komen die helpen om consumenten over de streep te trekken. Dus waarom zetten supermarkten nu al niet massaal in op een grootschalige verduurzaming van hun assortiment? “Dat heeft alles te maken met het tempo van gedragsverandering bij consumenten tot nu toe. Zoiets kost nu eenmaal tijd”, benadrukt Jacobs. “Je kunt niet van het ene op het andere moment de switch maken. Zo heb je ook investeringsruimte nodig om te innoveren, maar paradoxaal genoeg moet het daarvoor benodigde geld op dit moment voor een groot deel met de huidige producten worden verdiend. Maar er is wel iets aan het veranderen: zo zien we dat het groei- en verdienmodel van zowel retailers en fabrikanten snel kantelt. Ze beginnen zich meer en meer op duurzame en gezonde producten te richten. En dat geldt zowel voor A-merken als voor huismerken, waarbij retailers zelf pro-actief stappen zetten.”

Sneller stappen zetten met huismerken

En ja, die A-merken houden de consumententrends uiteraard ook goed in de gaten. En zij proberen wel degelijk in te spelen op de groeiende vraag naar duurzamere en gezondere producten. Dat dit nog niet zo snel gaat, heeft voor een deel te maken met de grote en complexe organisaties die achter A-merken zitten. Maar als het gaat om de productie van hun huismerken, is dat een ander verhaal, weet Maaike Slagter, Director Retail & Consumer Products bij Capgemini Invent. “Daar bevinden retailers zich namelijk wel in de positie om kritischer naar de duurzaamheidsdoelstellingen te kijken, op dat vlak meteen actie te ondernemen en dus sneller stappen in de goede richting te zetten.”

Nieuwe promotiemogelijkheden

Wat ook zou helpen, is als retailers en fabrikanten hun duurzame producten nadrukkelijker onder de aandacht brengen. Grotere promotie-inspanningen dus. En ook op dat vlak is er de laatste jaren het nodige veranderd. Zo zijn sociale media een nog grotere rol gaan spelen bij aankoopbeslissingen en moet de invloed van influencers al helemaal niet worden onderschat. En gaan consumenten op zoek naar aanbevelingen voor producten of diensten? Dan laten ze de traditionele zoekmachines vaak links liggen en wenden ze zich al snel tot een generatieve AI, zoals ChatGPT. “Ook voor supermarkten en andere retailers is het zaak om optimaal gebruik te maken van de mogelijkheden van AI”, geeft Slagter aan. “De ontwikkelingen op dat vlak gaan echt razendsnel. Dat werd me afgelopen januari ook duidelijk tijdens mijn bezoek aan de NRF in New York, de grootste retail-beurs in de wereld. Ik geloof niet dat ik daar een stand heb gezien waar geen AI-toepassing werd getoond.”

Menselijker

Naast het verkoopverhaal is het bij duurzame producten belangrijk om goed in te spelen op de informatiebehoefte van de consument. Zij willen niet alleen informatie over de ingrediënten en voedingswaarden, maar willen ook weten hoe een product en de verpakking tot stand zijn gekomen. “Transparante communicatie is heel belangrijk”, benadrukt Slagter. “Leg duidelijk uit hoe en waarom de producten en services duurzamer en gezond zijn. En straal dat uit in alles wat je doet: in je winkelpresentatie, schapindeling, promoties en prijzen. Zorg daarbij voor relevante en persoonlijke informatie, zowel op de fysieke producten en promotiematerialen als in digitale uitingen. Dat wekt vertrouwen. Consumenten zien dan dat je in ieder geval je best doet, maar dat er soms praktische bezwaren zijn die ervoor zorgen dat dingen minder snel gaan dan je zou willen. Als je daar eerlijk over bent, maakt dat je alleen maar menselijker.”

Ingesleten gewoontes doorbreken

Mensen zijn gewoontedieren. Dat is, volgens Jacobs, ook zeker iets om rekening mee te houden bij de introductie van duurzamere en gezondere producten. “Het kost tijd om consumentengedrag te veranderen, want vaak zijn dat ingesleten gewoontes. Dus als mensen ervoor kiezen om iets anders te kopen dan wat ze gewend zijn, moet je ervoor zorgen dat zo’n koopervaring flawless verloopt.”

Ook daar ligt dus nog een uitdaging. Maar als retailers en fabrikanten al het voorgaande oppakken en daarbij de nodige steun krijgen van de overheid, kunnen ze op verschillende vlakken een mooie voortgang boeken. En dan zouden we in Nederland weleens verrassend snel een tipping point kunnen bereiken, waarbij er een kritische massa ontstaat die ervoor kan zorgen dat duurzame en gezonde producten hier echt mainstream worden.

Inzichten uit recent Capgemini-onderzoek:
• Het aandeel consumenten dat bereid is meer dan 5% voor duurzame producten te betalen, is de afgelopen twee jaar gestaag gedaald. Het aantal dat zegt minder dan deze 5% (maar wel wat extra) te willen betalen, is flink gestegen.
• Transparantie over duurzaamheid en CO2-impact is belangrijk: 61% waardeert het als deze informatie via een QR-code beschikbaar is.
• Voedingswaarden via een nutri-score spelen een belangrijke rol: voor 62% van de Nederlandse consumenten, en zelfs bij 76% van de millennials en 71% van Gen Z.
• 67% van de consumenten vindt het belangrijk dat retailers actief voedselverspilling tegengaan.
• Een kwart van de millennials is overgestapt op het meestal kopen van plantaardig vlees. En 54% van de Nederlandse consumenten kijkt bewust naar plantaardige alternatieven

Lees ook:

 

Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner Capgemini. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.

 

 

Wie circulair bouwt hoeft straks minder rente te betalen

Niet alleen energiebesparing en verduurzaming van gebouwen, ook circulair bouwen is een manier om de milieu-impact van vastgoed te verminderen en de waarde ervan te verhogen. ‘Wie nu circulair begint, heeft een voorsprong in de toekomst’, stellen Geert Dirkse, business analist bouw en circulariteit bij Rabo Real Estate Finance, en zijn collega Maurits Hilwig, business developer innovatie en proptech bij dezelfde bank. In 2030 helft nieuwbouw circulair gebouwd In de Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB) heeft de overheid vastgelegd dat in 2030 ministens 30 procent van alle nieuwbouwwoningen voor 30 procent gebouwd worden met biobased materialen als hout en vezelgewassen. Tijdens bouw- en vastgoedbeurs Provada deden acht van de tien grootste projectontwikkelaars in Nederland daar een schepje bovenop door te beloven dat doel al in 2028 te gaan halen. Volgens de twee experts van de Rabobank zou zo’n doel ook voor circulair bouwen moeten gelden. ‘In 2030 kan 50 procent van de nieuwbouwwoningen voor minimaal 50 procent bestaan uit gebruikte en/of biobased materialen’, stelt Dirkse. ‘De bestaande gebouwenvoorraad is de grootste voorraad met bouwmaterialen. Waarom zouden we dan eerst met nieuwe materialen beginnen?’ Rentekorting voor circulair vastgoed Nu al geven banken als ABN AMRO en Rabobank 0,15 procent korting op de hypotheekrente als woningen energielabel A of hoger hebben. Ook verstrekken diverse banken groene leningen met een lagere rente voor duurzame vastgoedprojecten of gebouwen. Die moeten dan wel een groenverklaring van de overheid krijgen. Die gunstige financieringsvoorwaarden zouden volgens de twee ook moeten gaan gelden voor circulaire projecten en gebouwen. ‘We geven nu een rentekorting bij een duurzaam pand. Dat moet op termijn ook mogelijk zijn als je circulair gezien hoog scoort’, zegt Hilwig. ‘Daarvoor hebben we informatie nodig om de cruciale vraag te beantwoorden of onze klanten al zover zijn. Pas als we die data hebben kunnen we er als bank een oordeel over geven. Maar als zij die stappen hebben gezet, wil ik heel graag met onze directeuren bespreken of we daar een rentekorting tegenover kunnen zetten.’ Nog heel wat te doen aan circulair bouwen Nederland wil in 2050 een volledig circulaire bouweconomie hebben. Dat betekent dat alle gebruikte bouwmaterialen volledig hergebruikt of hoogwaardig gerecycled worden en er geen afval meer is op de sloop- of bouwplaats. In 2030 moet het gebruik van primaire bouwmaterialen al gehalveerd zijn ten opzichte van 2016 en moet circulair ontwerpen de gangbare praktijk zijn voor de Nederlandse bouwsector. De EU wil dat in 2030 al 70 procent van alle bouw- en sloopafval gerecycled wordt.Maar in zijn recente Integrale Circulaire Economie Rapportage (ICER) stelt het Planbureau voor de Leefomgeving dat de urgentie om efficiënt met grondstoffen om te gaan ontbreekt in Nederland. In dit tempo zal het doel van 2030 niet gehaald worden. De auditor van de Europese Green Deal concludeerde in zijn laatste rapport dat het gebruik van circulaire materialen tussen 2015 en 2021 met slechts 0,4 procent is gegroeid. ‘Er is dus nog wat te doen. Er zijn zelfs landen die achteruit gaan’, zegt Hilwig. Waarde geschat op 360 miljard Wat betekent circulair bouwen precies? Dat begint bij het gebruik van andere materialen en grondstoffen. Omdat beton en cement wereldwijd verantwoordelijk zijn voor 8 procent van alle CO2-uitstoot, is het noodzakelijk over te stappen op hout en biobased grondstoffen als hennep, olifantsgras of andere vezelgewassen die juist CO2 opslaan. Die kunnen ook beter hergebruikt worden.De bouwsector moet zijn materialen sowieso met minder energie produceren. De eerste stap naar circulariteit is het toepassen van gebruikte materialen in gebouwen. ‘Het is belangrijk dat we grondstoffen zo hoogwaardig mogelijk hergebruiken’, stelt Dirkse. Hilwig: ‘Er zit nog zoveel waarde in de materialen in gebouwen die we op dit moment niet benutten. McKinsey heeft laatst berekend dat dit wereldwijd 360 miljard dollar kan opleveren.’Bij de sloop van gebouwen worden herbruikbare materialen steeds vaker gered en opgeslagen voor hergebruik. Credits: Adobe stock Circulariteit van vastgoed meten Volgens Dirkse kan een gebouw met circulaire bouwmaterialen net zoveel of zelfs meer waarde hebben dan een gebouw met uitsluitend nieuwe materialen. Toch is de precieze waarde van circulaire gebouwen en dito bouwmethoden op dit moment niet bekend. Daarom gaat de Rabobank onderzoek doen om die waarde te kunnen meten. Daarbij gaat de bank niet zelf het wiel opnieuw uitvinden, maar gebruik maken van allerlei bestaande labels en meetmethoden. Dat varieert van de Milieuprestatie Gebouwen (MPG) en de Building Circularity Index (BCI) tot de Circulariteits Prestatie Gebouwen (CPG) of de Carbon Risk Real Estate Monitor (CRREM). ‘We gaan kijken wat we hieruit kunnen leren om onze portefeuille te meten op circulariteit’, zegt Dirkse.Als de bank in gesprek gaat met projectontwikkelaars en vastgoedeigenaren over circulariteit, krijgen ze straks vier vragen voorgelegd om te bekijken hoe ver ze daarmee zijn en hoe ze dat echt vorm gaan geven. Bijvoorbeeld of er al een levenscyclusanalyse (LCA) is opgesteld van een gebouw of project. Oftewel: wat ga je in de eindfase met het gebouw doen? Ga je het hout na 75 jaar verbranden of hergebruiken? ‘Verbranden heeft een hele negatieve impact op de score. Daarom wordt er nu overal gesproken over het toepassen van hout aan het eind van de levenscyclus. In Amsterdam zijn er heel goede voorbeelden dat hout zelfs na 500 jaar nog hergebruikt kan worden’, zegt Dirkse. Het graf bestaat niet meer Een andere vraag gaat over de bekende R-ladder, die de mate van circulariteit aangeeft. Daarbij staat hergebruik hoger op de ladder dan recycling. ‘Het recyclingpercentage in de Nederlandse bouw ligt ergens rond de 96 procent, maar de vraag is niet hoeveel procent we recyclen, maar hoe hoogwaardig we recyclen’, zegt Dirkse. ‘Als we bijvoorbeeld betonpuin als fundering gebruiken is daar veel meer uit te halen dan met het terugwinnen van het zand en het grint.’Een derde vraag gaat over het mining potentieel van gebouwen. Welke hoogwaardige producten zitten er bij sloop nog in en waarvoor kun je die inzetten? Dat kan vastgelegd worden in een materialen paspoort. ‘We maken van een gebouw een LCA van wieg tot het graf, maar het graf bestaat niet meer’, zegt Hilwig. Herbruikbare bouwmaterialen verzameld en opgeslagen Om daadwerkelijk circulair te kunnen bouwen moeten sloop, verbouw en nieuwbouw zo gelijktijdig mogelijk plaatsvinden. Ook is opslag van materialen nodig, zodat die in een later stadium hergebruikt kunnen worden. Dura Vermeer heeft bijvoorbeeld in de haven van ‘s-Gravendeel een reusachtig terrein ingericht waar dit soort materialen verzameld worden: de Urban Miner-hub. In Dordrecht zijn aannemers, sloopbedrijven en andere partijen daarvoor een zogeheten circulaire bouwhub begonnen. Daar worden herbruikbare bouwmaterialen ingeleverd, zo nodig gerepareerd en schoongemaakt en later weer aan aannemers geleverd. Dat varieert van houten balken tot wc-potten, van kozijnen tot aluminium profielen. Zo krijgen die materialen een tweede leven.Volgens Dirkse is ook certificering nodig, om te garanderen dat de gebruikte materialen veilig toegepast kunnen worden. ‘Technisch is het heel makkelijk om gebruikte bouwmaterialen toe te passen, maar dan wel met een passende certificering. Want niemand is zo bang als een constructeur die twee stevige balken voorschrijft en er daarna op wordt aangesproken dat er ergens een haarscheurtje in zit’, zegt hij. Lees ook:Circulair bouwen te duur? Niet als je er anders naar kijkt Recycling en hergebruik van bouw- en sloopafval is een enorme kans voor de circulaire economie Circle Economy: ‘Slechts 8 procent van gebruikte bouwmaterialen is circulair’ In dit circulaire mini-dorp gaat de Nederlandse bedrijfstop de nieuwe economie uitvinden