Niet alleen energiebesparing en verduurzaming van gebouwen, ook circulair bouwen is een manier om de milieu-impact van vastgoed te verminderen en de waarde ervan te verhogen. ‘Wie nu circulair begint, heeft een voorsprong in de toekomst’, stellen Geert Dirkse, business analist bouw en circulariteit bij Rabo Real Estate Finance, en zijn collega Maurits Hilwig, business developer innovatie en proptech bij dezelfde bank.
In 2030 helft nieuwbouw circulair gebouwd
In de Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB) heeft de overheid vastgelegd dat in 2030 ministens 30 procent van alle nieuwbouwwoningen voor 30 procent gebouwd worden met biobased materialen als hout en vezelgewassen. Tijdens bouw- en vastgoedbeurs Provada deden acht van de tien grootste projectontwikkelaars in Nederland daar een schepje bovenop door te beloven dat doel al in 2028 te gaan halen. Volgens de twee experts van de Rabobank zou zo’n doel ook voor circulair bouwen moeten gelden. ‘In 2030 kan 50 procent van de nieuwbouwwoningen voor minimaal 50 procent bestaan uit gebruikte en/of biobased materialen’, stelt Dirkse. ‘De bestaande gebouwenvoorraad is de grootste voorraad met bouwmaterialen. Waarom zouden we dan eerst met nieuwe materialen beginnen?’
Rentekorting voor circulair vastgoed
Nu al geven banken als ABN AMRO en Rabobank 0,15 procent korting op de hypotheekrente als woningen energielabel A of hoger hebben. Ook verstrekken diverse banken groene leningen met een lagere rente voor duurzame vastgoedprojecten of gebouwen. Die moeten dan wel een groenverklaring van de overheid krijgen. Die gunstige financieringsvoorwaarden zouden volgens de twee ook moeten gaan gelden voor circulaire projecten en gebouwen. ‘We geven nu een rentekorting bij een duurzaam pand. Dat moet op termijn ook mogelijk zijn als je circulair gezien hoog scoort’, zegt Hilwig. ‘Daarvoor hebben we informatie nodig om de cruciale vraag te beantwoorden of onze klanten al zover zijn. Pas als we die data hebben kunnen we er als bank een oordeel over geven. Maar als zij die stappen hebben gezet, wil ik heel graag met onze directeuren bespreken of we daar een rentekorting tegenover kunnen zetten.’
Nog heel wat te doen aan circulair bouwen
Nederland wil in 2050 een volledig circulaire bouweconomie hebben. Dat betekent dat alle gebruikte bouwmaterialen volledig hergebruikt of hoogwaardig gerecycled worden en er geen afval meer is op de sloop- of bouwplaats. In 2030 moet het gebruik van primaire bouwmaterialen al gehalveerd zijn ten opzichte van 2016 en moet circulair ontwerpen de gangbare praktijk zijn voor de Nederlandse bouwsector. De EU wil dat in 2030 al 70 procent van alle bouw- en sloopafval gerecycled wordt.
Maar in zijn recente Integrale Circulaire Economie Rapportage (ICER) stelt het Planbureau voor de Leefomgeving dat de urgentie om efficiënt met grondstoffen om te gaan ontbreekt in Nederland. In dit tempo zal het doel van 2030 niet gehaald worden. De auditor van de Europese Green Deal concludeerde in zijn laatste rapport dat het gebruik van circulaire materialen tussen 2015 en 2021 met slechts 0,4 procent is gegroeid. ‘Er is dus nog wat te doen. Er zijn zelfs landen die achteruit gaan’, zegt Hilwig.
Waarde geschat op 360 miljard
Wat betekent circulair bouwen precies? Dat begint bij het gebruik van andere materialen en grondstoffen. Omdat beton en cement wereldwijd verantwoordelijk zijn voor 8 procent van alle CO2-uitstoot, is het noodzakelijk over te stappen op hout en biobased grondstoffen als hennep, olifantsgras of andere vezelgewassen die juist CO2 opslaan. Die kunnen ook beter hergebruikt worden.
De bouwsector moet zijn materialen sowieso met minder energie produceren. De eerste stap naar circulariteit is het toepassen van gebruikte materialen in gebouwen. ‘Het is belangrijk dat we grondstoffen zo hoogwaardig mogelijk hergebruiken’, stelt Dirkse. Hilwig: ‘Er zit nog zoveel waarde in de materialen in gebouwen die we op dit moment niet benutten. McKinsey heeft laatst berekend dat dit wereldwijd 360 miljard dollar kan opleveren.’

Bij de sloop van gebouwen worden herbruikbare materialen steeds vaker gered en opgeslagen voor hergebruik. Credits: Adobe stock
Circulariteit van vastgoed meten
Volgens Dirkse kan een gebouw met circulaire bouwmaterialen net zoveel of zelfs meer waarde hebben dan een gebouw met uitsluitend nieuwe materialen. Toch is de precieze waarde van circulaire gebouwen en dito bouwmethoden op dit moment niet bekend. Daarom gaat de Rabobank onderzoek doen om die waarde te kunnen meten. Daarbij gaat de bank niet zelf het wiel opnieuw uitvinden, maar gebruik maken van allerlei bestaande labels en meetmethoden. Dat varieert van de Milieuprestatie Gebouwen (MPG) en de Building Circularity Index (BCI) tot de Circulariteits Prestatie Gebouwen (CPG) of de Carbon Risk Real Estate Monitor (CRREM). ‘We gaan kijken wat we hieruit kunnen leren om onze portefeuille te meten op circulariteit’, zegt Dirkse.
Als de bank in gesprek gaat met projectontwikkelaars en vastgoedeigenaren over circulariteit, krijgen ze straks vier vragen voorgelegd om te bekijken hoe ver ze daarmee zijn en hoe ze dat echt vorm gaan geven. Bijvoorbeeld of er al een levenscyclusanalyse (LCA) is opgesteld van een gebouw of project. Oftewel: wat ga je in de eindfase met het gebouw doen? Ga je het hout na 75 jaar verbranden of hergebruiken? ‘Verbranden heeft een hele negatieve impact op de score. Daarom wordt er nu overal gesproken over het toepassen van hout aan het eind van de levenscyclus. In Amsterdam zijn er heel goede voorbeelden dat hout zelfs na 500 jaar nog hergebruikt kan worden’, zegt Dirkse.
Het graf bestaat niet meer
Een andere vraag gaat over de bekende R-ladder, die de mate van circulariteit aangeeft. Daarbij staat hergebruik hoger op de ladder dan recycling. ‘Het recyclingpercentage in de Nederlandse bouw ligt ergens rond de 96 procent, maar de vraag is niet hoeveel procent we recyclen, maar hoe hoogwaardig we recyclen’, zegt Dirkse. ‘Als we bijvoorbeeld betonpuin als fundering gebruiken is daar veel meer uit te halen dan met het terugwinnen van het zand en het grint.’
Een derde vraag gaat over het mining potentieel van gebouwen. Welke hoogwaardige producten zitten er bij sloop nog in en waarvoor kun je die inzetten? Dat kan vastgelegd worden in een materialen paspoort. ‘We maken van een gebouw een LCA van wieg tot het graf, maar het graf bestaat niet meer’, zegt Hilwig.
Herbruikbare bouwmaterialen verzameld en opgeslagen
Om daadwerkelijk circulair te kunnen bouwen moeten sloop, verbouw en nieuwbouw zo gelijktijdig mogelijk plaatsvinden. Ook is opslag van materialen nodig, zodat die in een later stadium hergebruikt kunnen worden. Dura Vermeer heeft bijvoorbeeld in de haven van ‘s-Gravendeel een reusachtig terrein ingericht waar dit soort materialen verzameld worden: de Urban Miner-hub. In Dordrecht zijn aannemers, sloopbedrijven en andere partijen daarvoor een zogeheten circulaire bouwhub begonnen. Daar worden herbruikbare bouwmaterialen ingeleverd, zo nodig gerepareerd en schoongemaakt en later weer aan aannemers geleverd. Dat varieert van houten balken tot wc-potten, van kozijnen tot aluminium profielen. Zo krijgen die materialen een tweede leven.
Volgens Dirkse is ook certificering nodig, om te garanderen dat de gebruikte materialen veilig toegepast kunnen worden. ‘Technisch is het heel makkelijk om gebruikte bouwmaterialen toe te passen, maar dan wel met een passende certificering. Want niemand is zo bang als een constructeur die twee stevige balken voorschrijft en er daarna op wordt aangesproken dat er ergens een haarscheurtje in zit’, zegt hij.
Lees ook:
- Circulair bouwen te duur? Niet als je er anders naar kijkt
- Recycling en hergebruik van bouw- en sloopafval is een enorme kans voor de circulaire economie
- Circle Economy: ‘Slechts 8 procent van gebruikte bouwmaterialen is circulair’
- In dit circulaire mini-dorp gaat de Nederlandse bedrijfstop de nieuwe economie uitvinden




