André Oerlemans
22 november 2024, 09:30

Wereldprimeur: Nederlandse bedrijven halen CO2 uit de lucht met behulp van windenergie

CO2 uit de lucht halen kost veel elektriciteit. Het Amsterdamse bedrijf Return Carbon bouwt daarom in de Amerikaanse staat Texas samen met partners het eerste Direct Air Capture (DAC)-project ter wereld dat voor 100 procent op windenergie draait.

Return carbon Project Concho in Texas gebruikt stroom van windmolens om CO2 uit de lucht te halen. | Credits: Return Carbon

Project Concho wordt gebouwd in Tom Green County. In de eerste fase tot 2030 kan de installatie 50.000 ton CO2 per jaar afvangen uit de atmosfeer. Na 2030 moet het complex opgeschaald worden naar een capaciteit van 500.000 ton per jaar. De afgevangen CO2 wordt ter plaatse opgeslagen.

Grote afzuigkasten

Het project is een samenwerking van vier partijen. Ontwikkelings- en investeringsmaatschappij Return Carbon zorgt voor het geld. De Amerikaanse partner Verified Carbon is gespecialiseerd in het afvangen, opslaan en weer verkopen van CO2. Het Amsterdamse Skytree levert de gepatenteerde DAC-technologie. In Texas komen rijen vol Skytree Stratus-units te staan. Dat zijn 6 meter hoge, 9 meter diepe en 4 meter brede afzuigkasten die onder meer bestaan uit compressoren, vacuümpompen, koelmachines, sensoren en een buffertank.

Windenergie

Elke eenheid kan per dag 1.250 kilo CO2 uit de atmosfeer halen. Door meerdere Stratus-units naast elkaar te zetten kan het systeem zo groot worden opgeschaald als nodig is. Klein probleem: de Stratus gebruikt 2,5 tot 3 kilowattuur stroom per afgevangen kilo CO2. Dat is waar de vierde partner voor nodig is, de Spaanse ontwikkelaar van windparken Greenalia. Dat bedrijf bouwt in de buurt windpark Blue Hills. Dat bestaat uit 46 windturbines die samen 303 megawatt groene stroom kunnen opwekken. Project Concho neemt de windenergie af op momenten dat er veel productie en weinig vraag naar is, dus als de prijzen laag zijn. Zo kunnen de installaties op 100 procent relatief goedkope groene stroom draaien, een belangrijke voorwaarde voor DAC-technologie.

Groeiende markt

Om de klimaatdoelen van het Parijs-akkoord te halen moet de wereld niet alleen stoppen met CO2 uitstoten, uiterlijk in 2050, maar ook reeds uitgestoten CO2 uit de atmosfeer halen. Dat noemen we negatieve emissies. Dat kan door bomen te planten, die CO2 opnemen en vastleggen, maar ook door het gas direct uit de lucht te halen. Dat heet Direct Air Capture (DAC). De afgevangen koolstof kan dan worden opgeslagen in lege olie- en gasvelden, in kassen worden gespoten om gewassen sneller te laten groeien of worden gebruikt voor andere toepassingen. Bijvoorbeeld voor het maken van plastic, biobrandstoffen of als bouwstof voor stenen en bouwmaterialen. Omdat elke afgevangen ton CO2 geld waard is in de vorm van koolstof credits, zien experts een groeiende markt voor DAC.

Commercieel toepasbaar

“Project Concho is een belangrijke stap in de opschaling van DAC”, zegt directeur Martijn Verwoerd van Return Carbon. “Dit project sluit perfect aan bij onze gezamenlijke missie om klimaatverandering tegen te gaan door nieuwe technologieën op schaal commercieel toepasbaar te maken.” Als Project Concho een succes is, willen de partijen in de toekomst vaker gaan samenwerken in nieuwe DAC-projecten. “Project Concho is een unieke samenwerking die de deur opent naar nog ambitieuzere koolstofverwijderingsprojecten”, zegt Elena Nikonova, vicepresident Noord-Amerika van Skytree. “DAC opschalen is essentieel om kosten te verlagen en impact te vergroten.”

Lees ook:

Europese CFO's vinden euro's nog altijd belangrijker dan duurzaamheid

Voor het onderzoek vroeg Deloitte ruim duizend Europese CFO’s naar hun kijk op de huidige economische situatie, de focus op duurzaamheid en de rol van kunstmatige intelligentie in hun bedrijf. De resultaten laten zien dat het thema duurzaamheid nog altijd het onderspit delft binnen bedrijven. Duurzaamheid geen prioriteit Juist in een tijd waarin het van belang is dat bedrijven hun bedrijfsvoering verduurzamen, blijkt dat CFO’s met name bezig zijn met financiële successen en het groeien van hun bedrijf. Uit de analyse van Deloitte blijkt dat 73 procent van de ondervraagde CFO’s ‘organische groei’ en kostenbesparingen als hoge prioriteit beschouwt. Organische groei wordt door 42 procent van de CFO’s zelfs als hoogste prioriteit aangestipt, en kostenbesparingen door 33 procent van de ondervraagden. Dit staat in schril contrast met het thema duurzaamheid, wat door maar 48 procent van de CFO’s als prioriteit wordt gezien, en door slechts 17 procent als hoogste prioriteit. Dit is een daling ten opzichte van de vorige enquête van Deloitte, toen 68 procent duurzaamheid nog als prioriteit kenmerkte. Ook het gedrag van CEO's speelt een grote rol, zo blijkt. Die zouden hun CFO’s voornamelijk traditionele commerciële doelstellingen meegeven. 40 procent van de CEO’s geeft aan ‘waardecreatie’ belangrijk te vinden, en 22 procent stuurt aan op kostenbesparingen. Daarmee zijn dat de twee vaakst genoemde prioriteiten. Slechts 7 procent van CEO’s zou de CFO aansporen om duurzaamheid mee te nemen in zijn of haar overwegingen. ‘Moetje’ of waardecreatie? Deloitte geeft aan dat er hoofdzakelijk twee manieren zijn hoe er door CFO’s naar duurzaamheid wordt gekeken. Enerzijds als ‘moetje’, waarbij de doelstelling is om te voldoen aan duurzaamheidswetgeving. Een voorbeeld daarvan is de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD), de rapportageverplichting die geldt voor Europese bedrijven. Anderzijds zien sommige CFO’s duurzaamheid juist als kans om financiële waarde te creëren voor hun bedrijf. 66 procent van de ondervraagde CFO’s geeft aan op die manier naar duurzaamheid te kijken, een lichte stijging ten opzichte van de vorige analyse. Dat zou een win-winsituatie kunnen opleveren voor zowel bedrijven als het klimaat. Door de financiële potentie van een duurzaam beleid te herkennen, kunnen bedrijven blijven inzetten op waardecreatie en tegelijk een bedrijfsvoering hanteren die het milieu geen (of minder) schade berokkent. Volgens Werner Schouten, directeur van de Impact Economy Foundation, heeft de CFO daarbij een sleutelrol in handen. Die kan sturen op duurzame beslissingen en aan aandeelhouders laten zien wat het maatschappelijke en financiële rendement van die beslissing is. “Het begint allemaal met transparantie”, zei Schouten in een eerder interview met Change Inc. “Ik zou zeggen, begin daar gewoon mee. Maak de maatschappelijke impact van je investeringsbeslissingen transparant. Nu geven we aandeelhouders niet eens de kans om te kijken naar het maatschappelijke rendement van hun investeringen, omdat CFO’s hen die informatie niet geven. Als bedrijven zouden laten zien wat een duurzamere investering doet voor de samenleving en wat de organisatie daar zelf op de lange termijn voor terugkrijgt, dan helpt dat de aandeelhouders om uit die kortetermijnkramp te komen. Dat gesprek voeren we nog veel te weinig. En als die kramp echt blijft bestaan, moet je als bedrijf misschien strategische veranderingen in je aandeelhouders gaan maken. Er zijn genoeg grote pensioenfondsen die brede welvaart steeds belangrijker vinden.” Lees ook: Bénédicte Ficq: ‘Ik trek het niet om te doen alsof het niet allang vijf over twaalf is’Hoe Move to Impact op geheel eigen wijze bedrijven helpt met CSRD: ‘Het is al complex genoeg als je weet hoe het moet’Arbeidsmarkt komt groene vaardigheden tekort: soft skills cruciaal om duurzaamheidsdoelen te halen