Teun Schröder
11 november 2024, 12:37

Gevolgen klimaatverandering op extreem weer veel scherper duidelijk dankzij nieuwe simulatie

Wetenschappers van het Alfred Wegener Instituut hebben een nieuw simulatiemodel ontwikkeld waarmee het verband tussen klimaatverandering en weersextremen nog beter vastgesteld kan worden. Zo laat hun analyse zien dat storm Boris in Midden-Europa in een wereld zonder klimaatopwarming 9 procent minder regen zou hebben gebracht.

Getty Images 2171144974 De rivier Bela in Tsjechië tijdens de zware regenval die midden september in het gebied viel. | Credits: Gabriel Kuchta/Getty Images

‘Weersextremen in alle hevigheden hebben altijd al voorgekomen, ongeacht klimaatverandering’. Het is een redenering die maar wat graag gebruikt wordt door klimaatsceptici als er weer eens een natuurramp heeft plaatsgevonden. Ondanks dat het internationale klimaatpanel IPCC steeds uitgesprokener is over de relatie tussen weersextremen en klimaatverandering, blijft het voor wetenschappers lastig precies te beoordelen hoe temperatuurstijgingen weersomstandigheden beïnvloeden. Eén van de problemen is dat dergelijke conclusies pas weken na een storm, overstroming of extreem hoge temperaturen adequaat berekend kunnen worden.

Wat als?

Daar lijkt verandering in te komen, dankzij een nieuw model van het gerenommeerde Duitse Alfred Wegener Instituut (AWI) dat onderzoek doet naar de gevolgen van klimaatverandering. Het instituut ontwikkelde een nieuwe rekenmethode, genaamd de ‘storyline-benadering’. “In essentie passen we het ‘wat als-principe’ toe”, zegt
Dr. Antonio Sánchez-Benítez, een van de auteurs van het onderzoek. “Hoe zou een bepaalde catastrofe eruitzien in een wereld zonder klimaatverandering? En wat zou er gebeurd zijn in een klimaat dat nog warmer was? Door de hypothetische scenario’s te vergelijken met de realiteit, kunnen we heel duidelijk de vingerafdrukken van klimaatverandering identificeren. Niet alleen voor extreme weergebeurtenissen, maar ook voor het dagelijkse weer.”

Storm Boris als testcase

Als testcase bestudeerden de onderzoekers de gevolgen van storm Boris die in september voor extreme regenval en overstromingen zorgde in Midden-Europa. Bij de storm kwamen 27 mensen om het leven en grote delen van Duitsland, Polen en Tsjechië kwamen onder water te staan. AWI-experts concluderen dat er in het scenario waarin er geen sprake is van klimaatopwarming, storm Boris 9 procent minder regen zou hebben gebracht. In werkelijkheid kon de storm namelijk op zijn weg van de oostelijke Middellandse Zee en de Zwarte Zee naar Midden-Europa aan kracht winnen, omdat het water ongeveer twee graden Celsius warmer was dan op pre-industrieel niveau. Dit betekent dat er een overeenkomstig hoger percentage waterdamp in de lucht boven het gebied was. Hoewel 9 procent misschien niet als veel klinkt, kunnen enkele percentages al het verschil maken of iets uitloopt op een ramp of niet. Een procentpunt meer of minder bepaalt namelijk of een dam, rivier, of rioolsysteem het water aankan, of juist overstroomt.

Realtime-weerdata

Anders dan andere weermodellen, maken de AWI-simulaties gebruik van realtime weerdata die het ophaalt bij weerinstituten wereldwijd. “We hebben het systeem inmiddels zo geautomatiseerd dat er dagelijks analyses van het huidige weer worden uitgevoerd op de supercomputer van het Duitse Klimaat Rekencentrum (DKRZ)”, zegt
hoofdauteur Marylou Athanase. “De gegevens worden vervolgens overgebracht naar een online tool die op de servers van het AWI draait en voor iedereen vrij toegankelijk is. De analyses worden uitgevoerd met een vertraging van drie dagen ten opzichte van ‘real-time’, waarna ze online beschikbaar zijn. Hierdoor kunnen geïnteresseerde gebruikers op elk moment inloggen om het ‘Klimaatveranderingssignaal van de Dag’ te zien voor weersextremen en dagelijks weer, wereldwijd en bijna real-time.”

Met dit project wil AWI mensen helpen beter te begrijpen hoe klimaatverandering ons dagelijks weer en extreme weersituaties beïnvloedt. Ook kan deze informatie direct gebruikt worden door journalisten en nieuwsmedia als ze over het weersextremen berichten.

Lees ook:

Van afgedankt hout tot nieuwe meubels: deze drie bedrijven slaan de handen ineen

In een circulaire economie kun je beargumenteren dat een productieketen geen begin of eind heeft. Het gehele proces – van weggooien tot verkopen – is namelijk onderdeel van dezelfde cirkel. Toch zul je ergens moeten beginnen met het beschrijven van de circulaire verwerkingsketen van hout. In dit geval begint die bij afvalverwerkingsbedrijf en producent van nieuwe grondstoffen PreZero. Het bedrijf zamelt afgedankt hout in, legt Paul Valster uit, verantwoordelijk voor de houtketen bij PreZero Nederland. “Het gaat dan om hout dat al eerder een toepassing heeft gehad, en nu als afzonderlijke afvalstroom wordt aangeboden of door ons wordt gesorteerd uit het bouw- en sloopafval of bedrijfsafval. Maar ook het hout dat door de burgers wordt aangeboden bij de gemeentelijke milieustraten.” Houtkwaliteit Al het hout dat PreZero inzamelt, sorteert het bedrijf vervolgens op verschillende plekken in Nederland. Dit hout wordt ingedeeld in verschillende categorieën, van A, B tot C. A-hout is onbehandeld en niet geverfd, denk aan pallets. B-hout betreft behandeld hout, zoals geverfd hout, laminaten en spaanplaat. C-hout is behandeld met chemische stoffen, zoals schuttinghout en spoorbielzen. Dit hout wordt gekenmerkt als gevaarlijk afval. C-hout is niet geschikt voor hergebruik. Maar A en B hout kunnen nog heel goed opnieuw gebruikt worden. “A- en B-hout wordt vervolgens gecontroleerd op verontreinigingen zoals metalen en kunststoffen”, zegt Valster. “Vervolgens wordt het hout twee keer geshredderd, zodat er eerst grote en daarna kleinere fracties van worden gemaakt. Met behulp van magneten kunnen we dan tot slot nog oude spijkers en bijvoorbeeld achtergebleven hang en sluitwerk verwijderen. Het eindproduct, houten spaanders, gaat vervolgens als grondstof naar spaanplaatfabrikanten.” Altholzverordnung (afvalhoutverordening) En dat is waar het Duitse Pfleiderer om de hoek komt kijken, een grote producent van houten plaatmateriaal voor de bouw- en meubelsector. “Voor ons is het heel belangrijk dat de houtspaanders die wij van PreZero krijgen superschoon zijn”, vertelt Frank Geerts, directeur van de Benelux-divisie van Pfleiderer. “In Duitsland zijn ze daar heel streng op. In de Altholzverordnung staat precies waar gerecycled hout aan moet voldoen voordat je het mag hergebruiken. Bevat een lading spaanders namelijk nog chemicaliën of zware metalen, dan voldoen onze platen niet aan de hiervoor gestelde strenge kwaliteitseisen. Daarom doen wij zelf ook altijd nog een reinigingsstap.” Nadat de houtspaanders grondig gereinigd zijn, maakt Pfleiderer er weer nieuwe spaanplaten van, die meubelmakers en bouwbedrijven kunnen gebruiken voor nieuwe toepassingen. Nieuwe houten meubels Eén van die fabrikanten en sinds kort een belangrijke schakel in deze houtketen is Smeulders Interieur Groep. Deze interieurbouwer nam al langer plaatmateriaal af van Pfleiderer. Maar sinds de zomer is het bedrijf ook partner van PreZero die het volledig afvalbeheer overziet. Dat betekent bijvoorbeeld dat het hout dat ontstaat uit zaagverlies door PreZero wordt opgehaald en gerecycled. Eenmaal schoongemaakt en verwerkt tot spaanplaat door Pfleiderer, kan dit hout weer door Smeulders gebruikt worden voor keukens, tafels en kasten. “Spaanplaat is een ondergewaardeerd product”, zegt Frank van der Krabben, operationeel inkoper bij Smeulders. Volgens van der Krabben heeft spaanplaat onterecht een negatieve naam. “Dat komt omdat het materiaal vroeger werd geassocieerd met formaldehyde. Mensen kregen daar hoofdpijn van.” Daardoor won MDF – gemaakt van geperst en verlijmde houtvezels - de laatste jaren aan populariteit. Maar door de samenstelling is MDF moeilijk te recyclen en rest er weinig anders dan de verbrandingsoven. Ondertussen zijn de veiligheidsvoorschriften rond spaanplaten veel strenger geworden, zodat van gezondheidsrisico’s geen sprake meer is. “Als meubelmaker zijn we erg afhankelijk van de keuzes van de architect”, zegt Van de Krabben. “Die is gewend geraakt aan MDF, terwijl spaanplaat inmiddels een heel goed materiaal is geworden. Wij werken er het liefst mee en het is beter voor het milieu. Die kennis proberen we te delen met architecten.” En met succes: van al het hout waar Smeulders mee werkt, is zo’n 80 procent inmiddels spaanplaat. De overige 20 procent is MDF. Prijs vs. duurzaamheid Maar de houtketen voor spaanplaten kent nog steeds uitdagingen. “Prijs blijft een issue in de bouw”, zegt Geerts. “Onze spaanplaat met organische proteïnelijm is nog steeds een euro duurder dan een standaard plaat. Als een architect duizenden vierkante meters voorschrijft, leidt dat dus wel tot hogere kosten. Aan de andere kant maakt die euro minder uit als het hout onderdeel is van een veel groter project. Maar het is lastig nu de bouwhandel het moeilijk heeft.” Toch is Geerts ook voorzichtig optimistisch. “Je ziet dat de jonge generatie toch duurzamere verwachtingen heeft. Ik denk dat we over tien jaar een stuk verder zijn.” Meer beleid nodig Van der Krabben ziet voor Smeulders juist mooie kansen als meubilair aan het eind van de levensduur in losse onderdelen uit elkaar gehaald kan worden. “Niet lijmen, maar juist werken met losmaakbare verbindingen. Op die manier kunnen we materiaal makkelijker hergebruiken. In het beste geval hoeft het dan niet eens meer naar een spaanplaatfabriek. We zien steeds meer van dat soort ontwikkelingen, maar het is iets van de lange adem.” “De enige manier om de houtketen verder te sluiten, is door de verdienmodellen van alle ketenpartners op elkaar aan te sluiten”, valt Valster bij. “Dat vraagt om openheid van alle betrokken partijen, zodat we wederzijdse belangen en behoeftes samen kunnen invullen. Je zult moeten investeren in circulariteit en dat kost geld. Ik vind het nog steeds schrijnend om te zien dat mooi afvalhout wordt verbrand, simpelweg omdat het de goedkoopste manier is om ervan af te komen. Deels komt dat door subsidies zoals de SDE++, waarmee overheden financiële compensatie verstrekken voor het opwekken van zogenaamde groene energie. Hout verbranden dat nog goed is, moeten niet alleen wij als marktpartijen zien te voorkomen; het vraagt ook om beleid op Europees niveau. De grens van grondstoffen stopt niet bij Nederland.”Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner PreZero. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.Lees ook: Nieuwe wind langs oude molens: hoe Vattenfall zijn windparken circulair wil makenEen bibliotheek vol kennis over circulaire materialen zoals urine, haar en algenMet deelplatform Peerby pleit Daan Weddepohl voor minder isolatie en meer ‘samenhankelijkheid’