André Oerlemans
05 december 2025, 12:00

Hoe 22 miljoen aan carbon credits plasticrecyclingbedrijven kan redden

Bedrijven, boeren en bomen krijgen er al geld voor, en straks misschien ook plasticrecyclingbedrijven. Als de Nederlandse overheid voor 22 miljoen aan koolstofcertificaten (carbon credits) koopt van plasticrecyclers, kan dat een einde maken aan de golf van faillissementen in de sector. Tegelijk kan op die manier 390.000 ton aan CO2-uitstoot bespaard worden.

plasticrecycling De verkoop van carbon credits kan voor plasticrecyclingbedrijven een nieuw verdienmodel zijn. | Credits: Getty Images

Dat blijkt uit onderzoek dat Invest-NL heeft laten doen. Als plasticrecyclingbedrijven geld krijgen voor de CO2-uitstoot die ze vermijden, dan levert dat hen extra inkomsten op. Die kunnen het verschil maken tussen failliet gaan en doorwerken.

Kan deze oplossing de zieltogende Nederlandse plasticrecyclingsector redden? Staatssecretaris Thierry Aartsen (OV en Milieu) ziet er vooralsnog weinig brood in, zegt hij desgevraagd per mail tegen Change Inc. Hij hoopt dat er in EU-verband snel maatregelen worden genomen om de sector te steunen. Onder meer door een extra heffing voor goedkope Chinese plastics.

Steun hard nodig

Die steun is hard nodig. Het ene na het andere plasticrecyclingbedrijf gaat failliet vanwege de oneerlijke concurrentie met goedkoop fossiel plastic uit China, dat de markt overspoelt.

Nu de politiek vooralsnog niet op korte termijn met subsidies of andere financiële steun komt, zocht nationale financierings- en ontwikkelingsinstelling Invest-NL naar een andere manier om innovatieve bedrijven in de sector te helpen. ‘We zien meerdere partijen omvallen. Dus was de vraag hoe we de markt kunnen helpen en de plasticrecyclers kunnen ondersteunen’, zegt Xandra Weinbeck, senior business development manager bij Invest-NL.

Ecosysteem in stand houden

Dat de sector overleeft is belangrijk, omdat Nederland in 2050 een circulaire economie wil hebben. Daarin wordt al het afval hergebruikt, dus ook plastic. In 2030 wil de overheid het gebruik van primaire grondstoffen al met 50 procent hebben verminderd. Ook de EU wil hergebruik en recycling bevorderen. Onder meer door in 2030 30 procent gerecycled materiaal in plastic verpakkingen verplicht te stellen en door de toekomstige Circulair Economy Act.

De vraag is alleen of Nederland of Europa straks nog plasticrecyclingcapaciteit hebben, of dat al het recyclaat ook uit China komt. Dat gevaar ziet ook Invest-NL. ‘We moeten zorgen dat ons ecosysteem niet wegvalt, zodat er wel een infrastructuur is voor recycling. We zijn in Nederland goed in recyclen. Het zou zonde zijn als dat wegvalt. Dan staan we in 2030 niet meer op de kaart met waar we eigenlijk goed in zijn’, zegt Weinbeck.

Plasticrecycling voorkomt CO2-uitstoot

Daarom onderzocht Invest-NL of koolstofcertificaten, carbon credits, een aanvullend verdienmodel kunnen zijn voor verliesgevende recyclingbedrijven. Eén zo’n credit of certificaat staat voor een ton bespaarde CO2-uitstoot. Die carbon credits worden verkocht op een vrijwillige koolstofmarkt, meestal door bedrijven die er hun uitstoot mee willen compenseren.

Er zijn twee soorten: certificaten voor het verwijderen van CO2 uit de atmosfeer, bijvoorbeeld door een boom te planten of door CO2 uit de lucht te halen (CCS). En credits voor het voorkomen dat er CO2 de lucht in komt, bijvoorbeeld door hernieuwbare energie op te wekken of ontbossing te stoppen. Maar ook door plastic te recyclen.

Invest-NL liet dat laatste onderzoeken door ORCA, expert in klimaatcompensatie, dat helpt bij de certificering en de verkoop van carbon credits. Daaruit blijkt dat per kilo gerecycled plastic – afhankelijk van de soort – 2,6 tot 4,6 kilo CO2-uitstoot wordt bespaard in vergelijking met fossiel plastic dat na gebruik wordt verbrand. Recycling kan de CO2-uitstoot per kilogram plastic in Nederland in 2030 met 50 procent verminderen, bleek uit eerder onderzoek van CE Delft. ‘Hiermee kun je heel effectief uitstoot voorkomen. En voorkomen is beter dan genezen’, zegt medeoprichter Harmen Otten van ORCA.

Er zijn al diverse plasticrecyclingbedrijven die hun vermeden CO2-uitstoot willen verkopen als carbon credits. Van Werven in Biddinghuizen begon daar in 2024 als eerste mee.

Carbon credits hadden faillissement voorkomen

Om uit te rekenen of de verkoop van carbon credits bedrijven financieel kan helpen onderzocht ORCA een concrete case. Die van Umincorp, een innovatieve recycler van huishoudelijk plastic afval die begin 2024 failliet ging. Het bedrijf was al heel ver met het certificeren van carbon credits.

De vraag is of die een faillissement hadden kunnen voorkomen. ‘Ja, ik denk het wel’, zegt voormalig directeur Arjen Wittekoek. ‘Ik was toen bezig nieuwe investeerders te zoeken. Als ik de carbon credits had gehad en iemand had ze willen kopen, dan had dat 1,5 miljoen euro gescheeld. Dat had investeerders over de streep kunnen trekken.’

Dat bedrag had Umincorp volgens het onderzoek ruimschoots kunnen verdienen als het 75 procent van zijn carbon credits – gelijk aan 30.000 ton bespaarde CO2-uitstoot – voor 75 euro per credit had kunnen verkopen. Maar dat bedrag zou volgens ORCA nu niet realistisch zijn. De markt voor dit soort certificaten is nog jong en de prijs is laag, gemiddeld zo’n 26 euro per ton CO2. Van de 130.000 beschikbare carbon credits van Nederlandse projecten zijn er slechts 20.000 verkocht.

En dan is er nog een addertje onder het gras. Een project krijgt alleen een certificaat voor CO2-besparing als het additioneel is. Dus alleen als het een extra bijdrage levert aan CO2-reductie. ‘Dus als je nu al plastic aan het recyclen bent, zoals PreZero of Veolia, dan kun je geen carbon credits aanvragen. Startups kunnen dat wel’, zegt Wittekoek.

Het faillissement van plastic recycler Umincorp had voorkomen kunnen worden als het bedrijf carbon credits had kunnen verkopen. | Credits: Umincorp

Het faillissement van plasticrecycler Umincorp had voorkomen kunnen worden als het bedrijf carbon credits had kunnen verkopen. | Credits: Umincorp

Systeem van biobased bouwboeren kopiëren

Omdat de vraag en de tarieven nog laag zijn, is het volgens Invest-NL en ORCA belangrijk dat de overheid het voortouw neemt. Die kan als voorfinancier tijdelijk certificaten kopen van de recyclers. Dat doet ze ook al bij boeren die vezelgewassen telen voor biobased bouwen. Na een succesvolle pilot koopt het Nationaal Groenfonds volgend jaar namens het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) voor 2,5 miljoen aan carbon credits voor de CO2 die de boeren opslaan in hennep, vlas, stro of olifantsgras. En dat voor een prijs tussen de 75 en 90 euro per opgeslagen ton CO2.

Een vergelijkbaar systeem kan worden ingezet voor carbon credits uit plasticrecycling, stelt het onderzoek. Bijvoorbeeld via Nationaal Groeifondsprogramma Circular Plastics NL (CPNL), dat 220 miljoen euro subsidie krijgt. Voor een bedrag van 22 miljoen euro zou de overheid 390.000 carbon credits kunnen kopen, en dus 390.000 ton CO2-uitstoot kunnen besparen.

‘Het is een exacte kopie van de pilot biobased bouwen’, zegt Otten. ‘Het bedrag is hoger, maar ook de impact aan CO2-besparing. Die 390.000 ton is giga.’

Staatssecretaris niet enthousiast

Staatssecretaris Thierry Aartsen, die erover gaat, ziet er vooralsnog weinig heil in. Volgens hem is samen met het ministerie van Klimaat en Groene Groei eerder naar carbon credits gekeken om plasticrecyclers te helpen. De conclusie was dat die niet heel effectief zijn. ‘Op dit moment lijkt er niet heel veel vraag te zijn in de markt voor het kopen van carbon credits. Als de overheid optreedt als koper, moet dat waarschijnlijk meerjarig gebeuren en daarvoor is veel budget nodig’, zegt zijn woordvoerster.

‘Carbon credits zijn voor plasticrecycling beperkt toepasbaar. Dat verlaagt de waarde en vergroot het financiële risico, omdat plasticrecycling al bij veel toepassingen gestimuleerd wordt en deels verplicht is. De additionaliteit van carbon credits is dan moeilijk te bepalen. De opzet van het systeem vraagt veel inspanning van bedrijven en lijkt dus niet toekomstbestendig.’

Oproep voor steun EU

De staatssecretaris deed in november nog een oproep in Brussel voor meer steun aan plasticrecyclers. Samen met collega’s uit andere lidstaten pleitte hij voor meer gerecycled en bioplastic in producten die in de EU worden verkocht om zo de vraag te verhogen. Regels voor het gebruik van recyclaat moeten versoepeld worden en dumping van goedkoop plastic uit China moet voorkomen worden, vindt hij. ‘We moeten onze eigen ondernemers en industrie beschermen. We hebben hier een schat aan grondstoffen die we kunnen hergebruiken en die willen we niet verloren laten gaan’, zei hij daar.

Wanneer er steun uit de EU komt voor de sector, is nog onduidelijk, geeft Aartsen toe. ‘De Europese Commissie heeft laten doorschemeren met voorstellen te komen vóór de Kerst, maar concrete maatregelen en definitieve timing zijn nog niet definitief bekend’, zegt zijn woordvoerster. ‘Gezien de problematiek zijn er geen quick fixes, maar het is in ieder geval al een goed teken dat het scherp op het netvlies staat.’

Ondertussen onderzoekt het kabinet de voorgestelde maatregelen uit de zogeheten plastictafel, waar de hele plastic- en afvalsector aanschoof. In zijn Kamerbrief zegt Aartsen onder meer een subsidie op investeringen (CAPEX) en operationele kosten (OPEX) te verkennen, net als de invoering van een circulaire hefboom. Daarbij worden buitenlandse producten (lees: uit China) meer belast naarmate er meer nieuw fossiel plastic in zit. Voor het kerstreces krijgt de Tweede Kamer hierover nadere informatie.

Staatssecretaris Thierry Aartsen riep in Brussel op tot Europese steun voor de plastic recyclers. | Credits: Martijn Beekman / RVD

Staatssecretaris Thierry Aartsen riep in Brussel op tot Europese steun voor de plasticrecyclers. | Credits: Martijn Beekman / RVD

Veel animo onder bedrijven

Invest-NL gelooft wel in het systeem van carbon credits. ‘We hebben veel positieve reacties gekregen op het onderzoek en zijn door veel partijen benaderd. Er zijn diverse plasticrecyclingbedrijven die willen onderzoeken of ze dit kunnen inzetten’, zegt Weinbeck. ‘Omdat het een jonge markt is, zou het heel goed werken als meerdere plasticrecyclers gaan samenwerken om een methodiek te ontwikkelen.’

Een andere aanbeveling van het onderzoek is dat de overheid tijdelijk als koper en voorfinancier moet optreden. ‘Als de overheid garant staat, werkt dat als een gigantisch vliegwiel’, zegt Otten van ORCA.

Ook Wittekoek, met Obbotec nog steeds actief in de plasticrecycling, is er positief over. ‘Er moet nog een hoop gebeuren, maar het lijkt een goed systeem’, zegt hij. ‘Ik geloof absoluut dat hier iets in zit. Het is heel concreet, het gaat over CO2 en het is gecertificeerd.’

Lees ook:

Deze 5 Nederlandse mega-energieprojecten krijgen bijzondere status van de EU

De initiatieven op de lijst van de Commissie krijgen een aparte status vanwege een gemeenschappelijk belang. Hierbij gaat het om uitbreidingen van het stroomnet, elektriciteitsverbindingen tussen verschillende laden en waterstof- en CO2-corridors. Alle projecten komen onder bepaalde voorwaarden in aanmerking voor een Europese subsidiepot. Deze Nederlandse projecten worden door de EU als cruciaal gezien. 1. Stroomverbinding LionLink tussen Verenigd Koninkrijk en Nederland De uitbreiding van grensoverschrijdende verbindingen tussen de stroomnetten van Europese landen is van groot belang voor het inpassen van de groei van groene stroom in het energiesysteem. Een van de ambities is om de elektriciteitsnetten van Nederland en het Verenigd Koninkrijk met elkaar te verbinden. Dit project heet LionLink en wordt onder andere overzien door Tennet.Met een capaciteit van 2 gigawatt levert LionLink genoeg energie voor bijvoorbeeld de Provincie Zeeland. Door in te spelen op de verschillende tijdzones en energiemix van Nederland en het VK moet het met LionLink mogelijk worden om pieken en dalen in energieproductie op te vangen. 2. Offshore Hybrid Interconnector tussen Duitsland en Nederland Een andere belangrijke stroomconnectie die gelegd moet worden is de interconnector tussen offshore windparken van Duitsland en Nederland in de Noordzee. Deze connectie is onderdeel van een veel groter plan om ook de offshore windparken van België en Denemarken met elkaar te verbinden. TenneT speelt een grote rol bij deze ambitie. De vier landen willen in 2030 65 gigawatt en in 2050 150 gigawatt aan offshore vermogen met elkaar verbinden.[caption id="attachment_170263" align="aligncenter" width="739"] Netwerk van offshore windparken in de Noordzee. Credit: TenneT[/caption] 3. Hyperlink hydrogen connector tussen Duitsland en Nederland Naast windenergie willen Duitsland en Nederland ook een waterstofverbinding aanleggen. Gasunie werk op dit moment aan een waterstofpijpleiding van zo’n 1.000 kilometer. Dit betekent voornamelijk dat bestaande aardgasleidingen worden omgebouwd en ‘waterstof-ready’ worden gemaakt.Pijpleidingen Hyperlink 1 en 2 moeten de verbinding leggen tussen waterstof die in de Noordzee voor de Nederlandse kust wordt opgewekt en de industriegebieden in Hamburg, Bremen en Salzgitter. Deze verbinding moet uiterlijk in 2029 gebouwd zijn. Gasunie Deutschland wil uiteindelijk een pijpleidingnetwerk van 4.700 kilometer aanleggen die Nederland, Duitsland en Tsjechië met elkaar verbinden. 4. National Hydrogen Backbone Het plan voor een waterstofnetwerk die Nederlandse industriegebieden aan elkaar verbindt, staat bekend als de waterstofbackbone of H2 backbone. Dit project, dat wederom overzien wordt door Gasunie bestaat uit een pijpleidingnetwerk die de industrieën van bijvoorbeeld Zeeland, Rotterdam, Den Helder, Groningen en Limburg aan elkaar verbindt.Het idee is dat (groene) waterstof via de kustplaatsen aan land komt via offshore wind, dan wel import. Hierna kan het via het bestaande aardgasnetwerk getransporteerd worden binnen Nederland en uiteindelijk ook naar België en Duitsland. Dit netwerk moet uiteindelijk in 2033 klaar zijn.[caption id="attachment_170247" align="aligncenter" width="1024"] National Hydrogen Backbone. Credit: Gasunie[/caption] 5. Delta Rijn Corridor – waterstof en CO2 De Delta Rijn Corridor is een netwerk van ondergronds buisleidingen tussen Rotterdam en de Duitse Grens bij Venlo. Met dit netwerk wordt het mogelijk om zowel waterstof als CO2 te transporteren. De waterstofleiding wordt aangelegd tussen Rotterdam en Boxtel. Bij Boxtel sluit de waterstofleiding aan op een ander deel van het landelijke waterstofnetwerk waardoor ook een verbinding ontstaat met Duitsland en naar Limburg.De CO2-leiding in de Delta Rhine Corridor is een essentiële verbinding tussen de Duitse industrie en de opslagvelden in de Noordzee van Aramis, het grote broertje van CO2-opslag project Porthos. Waar Porthos jaarlijks 2,5 miljoen ton CO2 wil opslaan, mikt Aramis op jaarlijks 22 miljoen ton CO2 in lege gasvelden. Lees ook:Dit moeten Nederland en 10 andere EU-landen doen voor een sterker Europees stroomnet Dankzij stroom van de buren is in Europa drie keer een blackout voorkomen: hoe zit dat? Netcongestie aanpakken: 11.000 voetbalvelden aan extra ruimte nodig voor landelijk stroomnet