André Oerlemans
29 oktober 2025, 15:00

Boeren die bouwmateriaal voor huizen telen krijgen miljoenen betaald in carbon credits

Boeren die natuurlijke grondstoffen telen voor de bouw, zoals hennep, vlas, stro of olifantsgras, leggen daarin CO2 vast. Het Nationaal Groenfonds gaat hen hier opnieuw voor betalen door voor 2,5 miljoen euro aan koolstofcertificaten (carbon credits) van ze te kopen.

Boeren die olifantsgras telen, kregen hiervoor dit jaar ruim twee ton aan carbon credits betaald. Boeren die olifantsgras telen, kregen hiervoor dit jaar ruim twee ton aan carbon credits betaald. | Credits: Getty Images

De aankoop geeft boeren die volgend jaar vezelgewassen voor biobased bouwen willen gaan telen een financiële garantie. ‘De regeling is bedoeld om de teelt van gevelgewassen te stimuleren. Door deze carbon credits nu op voorhand op te kopen proberen we de markt te ontwikkelen. Over twee tot zes jaar gaan we die carbon credits weer verkopen. Op die manier nemen wij het marktrisico’, stelde investment manager Sonja van der Eijk van het Nationaal Groenfonds tijdens het jaarlijkse congres van WeGrow, het platform voor biobased bouwen. Het fonds koopt de koolstofcertificaten namens het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN), dat er 2,5 miljoen euro voor beschikbaar stelt. Eind november wordt de nieuwe aanbesteding geopend, al benadrukte Van der Eijk dat dit nog onder voorbehoud is van ministeriële goedkeuring.

Eerste pilot een succes

Het idee is simpel. Een boom, maar ook vezelgewassen zoals hennep, olifantsgras, vlas of stro, slaan tijdens de groei CO2 op. Als je die als bouwmateriaal gebruikt in een huis of ander gebouw, dan wordt die CO2 decennialang opgeslagen en vastgehouden. Daarmee verdwijnt CO2 uit de atmosfeer en wordt de opwarming van de aarde afgeremd.

Overal ter wereld worden carbon credits voor CO2-reductie en -opslag verkocht, die bedrijven kunnen doorverkopen of verhandelen. Bijvoorbeeld via het Europese handelssysteem ETS. Eén certificaat staat voor één ton gereduceerde CO2-uitstoot. Voor de bouw en voor boeren die natuurlijke grondstoffen verbouwen is het fenomeen nieuw, al begon Ballast Nedam er al in 2023 een experiment mee.

In de bouw heten ze officieel construction stored carbon credits. Eind 2024 startte het Nationaal Groenfonds de eerste aanbesteding voor dit soort certificaten binnen de Pilot Stimulering Vezelteelten, kort daarna gevolgd door een tweede inschrijfronde. Uit een evaluatie die het ministerie van LVVN daarna liet doen bleek dat met deze methode de aanplanting van vezelgewassen wordt gestimuleerd.

In totaal schreven zich 82 bedrijven en telers in, die samen 1,2 miljoen euro aan koolstofcertificaten kregen uitgekeerd. Hiervoor verbouwden ze ruim 1.100 hectare aan natuurlijke grondstoffen voor de bouw. Op twee derde van de akkers werd hennep verbouwd, op de rest stro, olifantsgras, wilgen, mammoetgras, bamboe en Paulownia-bomen.

Bouw verbruikt 60 procent van grondstoffen

De bouwsector stoot 40 procent van alle CO2-uitstoot op aarde uit, met name door het gebruik van cement. Ook verbruikt de sector inmiddels 60 procent van alle grondstoffen. Bouwen met natuurlijke grondstoffen kan die CO2-uitstoot fors verlagen en het grondstoffengebruik terugdringen. Volgens de Nationale Aanpak Biobased Bouwen moet in 2030 30 procent van alle nieuwbouwwoningen met minimaal 30 procent aan biobased bouwmaterialen zijn gebouwd.

Ook verwerkers bouwmateriaal kunnen meedoen

De pilotfase voor het kopen van koolstofcertificaten is volgens Van der Eijck nu voorbij. Dit jaar kunnen niet alleen telers zich aanmelden, maar ook bedrijven en fabrieken die hun vezelgewassen verwerken tot bouwmateriaal. Per koolstofcertificaat kunnen zij tussen de 95 en 110 euro krijgen. De goedkoopste aanbieder wint de aanbesteding.

Bij de telers gaat het om gewassen die ze in 2026 gaan verbouwen. De verwerkers kunnen certificaten verkopen voor bouwmaterialen die ze nog niet hebben geproduceerd en waarvoor ze nog geen machines hebben. Zij moeten een bedrijfs- en een financieringsplan indienen, op basis waarvan het fonds beslist. Volgens onderzoek van de Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB) telt Nederland binnen vier jaar negen fabrieken waar vezelgewassen worden verwerkt tot bouwmaterialen.

De aanbesteding opent in november en sluit in januari, waarna de boeren eind die maand horen hoeveel certificaten ze mogen verkopen. Daarna willen ministerie en Groenfonds hier nog drie jaar mee doorgaan. ‘We kopen nu de credits voor gewassen die in 2026 in de grond gaan’, zegt Van der Eijk. ‘Het is de bedoeling dat we dit nog drie jaar herhalen. Daarna bekijkt het ministerie waar marktstimulering het hardst nodig is.’

Lees ook:

Changemaker Rodney Nikkels (Chocolatemakers): 'Als wij duurzame chocolade kunnen maken, kan een groot merk dat ook'

Bijna twintig jaar geleden zette je de stichting Green Development (nu Progreso Foundation) op. Hoe werd je (ook) ondernemer?'Met Profundo wilden we in eerste instantie de koffieketen versterken. Boeren een leefbaar loon geven, en toegang tot de markt. Dat heeft zich uitgebreid naar cacao.Al snel merkte ik dat de cacaoketen veel traditioneler is dan de koffieketen. Specialty coffee gaf producenten de kans zich te onderscheiden. Cacao is veel meer een bulkindustrie. Het was heel lastig om in die keten een betere prijs voor boeren te bewerkstelligen.De kaarten in de chocolade-industrie zijn redelijk geschud. Er zijn enkele multinationals die een heel groot deel van de markt in handen hebben. Zij geven weinig om een goede relatie met boerenorganisaties. Als ze maar cacao geleverd krijgen. Een eigen chocolademerk opzetten was de enige manier om dat te doorbreken. Dat werd Chocolatemakers.Met Chocolatemakers wilden we niet zomaar minder slechte chocolade maken, maar echt góede. Voor boeren en de natuur. Niet vernietigen, maar herstellen.'Wat maakt chocolade goed?'Cacao is een prachtig product. Het groeit van nature in de schaduw van het Amazone-regenwoud. Het is eigenlijk een productief bos - een beetje zoals een voedselbos. Dat vind ik als tropisch landbouwer natuurlijk mooi.Maar een vruchtbare plantage onderhouden vergt werk en investeringen. Daar hebben boeren vaak geen geld voor door de lage prijzen van cacao. En dus dragen ze geen zorg voor hun eigen bodem, maar worden er stukken bos platgebrand zodat de cacao kan groeien met de voedingsstoffen uit die bodem. Zo ontstaat een cyclus van ontbossing.Betaal je de boer goed, dan gaat dat dus zowel armoede als ontbossing tegen. Wij hebben direct contact met boerencoöperaties in onder meer Colombia, Peru en de Dominicaanse Republiek. Een deel van de cacaobonen komt per zeilschip naar Nederland. Niet alles, helaas, daarvoor is zeilvrachtverkeer nog te onvoorspelbaar. Je wilt niet zonder bonen komen te zitten.Onze fabriek draait daarnaast volledig op zonne-energie. Dat verlaagt de CO2-emissies enorm. Chocolade heeft normaal gezien ongeveer dezelfde voetafdruk als rundvlees. Onder meer het malen en verbranden maakt dat het tot de zeer intensieve industrie behoort.'Hoe bevalt het om ook ondernemer te zijn?'Het is natuurlijk makkelijk om vanaf de zijlijn kritiek te hebben op de keten. Nu kan niemand ons meer verwijten dat we niet snappen hoe moeilijk het in de praktijk is. Als wij als klein bedrijf eerlijke en duurzame chocolade kunnen maken, kan een groot bedrijf dat ook. Het is een kwestie van keuzes maken.Ik geniet ook van de band met klanten. Die heb je als stichting-eigenaar natuurlijk niet. Wij kunnen doen wat we doen doordat consumenten onze producten kopen.Natuurlijk is ondernemen ook een uitdaging. Deels logistiek: je moet de groei kunnen bijbenen met nieuwe infrastructuur. Maar ook persoonlijk. Ik wil niet de oprichter zijn die het bedrijf uiteindelijk in de weg staat omdat hij niks uit handen kan geven. Je leert jezelf goed kennen.'Lukt het jullie een beetje om de chocolademarkt te verstoren? Er is veel concurrentie, lijkt me. 'Wij hebben dat nooit zo ervaren. Het helpt dat de trends in ons voordeel zijn. Er is echt vraag naar puurder, eerlijker en gezonder. En mensen zijn bereid daarvoor te betalen. Heel goedkope chocolade heeft een hoge kostprijs. Uiteindelijk gaan we die betalen. Al is het maar in karmapunten.We proberen onze chocolade wel altijd betaalbaar te houden, zodat het ook je daily chocolate kan zijn. Dat is mogelijk doordat we vrijwel de hele keten onder één dak hebben. Normaal gaat er geld naar de boer, het bedrijf dat cacaomassa maakt, de chocoladeproducent, degene die verpakt... Wij krijgen de bonen binnen en doen de rest allemaal zelf in onze fabriek in Amsterdam. Dat bespaart veel marges in de keten.'Dat vergt ook veel investeringen neem ik aan?'Chocolatemakers is een financieel gezond bedrijf. Alle winst gaat naar investeringen, niet naar aandeelhouders. Veel bedrijven willen niet in duurzaamheid investeren, omdat dat hun winstmarges op korte termijn onder druk zet. Maar wie nu al investeert, komt later als winnaar uit de bus.'Waarom produceren jullie geen chocolade in de landen waar de cacao vandaan komt?'We hebben ook een fabriek opgezet in Zuid-Amerika. Daar vindt een deel van de verwerking van cacaobonen plaats. Maar de importtarieven van de EU zijn een grote uitdaging. Voor spelers van andere continenten is het heel moeilijk om hier de markt te betreden. Fabrieken aan de andere kant van de oceaan zijn dus vooral nuttig voor de regionale markt daar.'Chocolatemakers heeft inmiddels een trouwe schare fans. Toch hebben jullie vorige week een nieuw merk gelanceerd: Claro.'Met Chocolatemakers hebben we ons vooral op de biologische markt gericht, bijvoorbeeld voor verkoop via Ekoplaza en Odin. Met Claro, dat een andere uitstraling heeft, willen we een breder publiek aanspreken. De repen zijn al te koop bij Albert Heijn.Claro is daarnaast verbonden aan een specifiek project in Colombia, waar we inheemse boeren ondersteunen bij regeneratieve boslandbouw. Dat legt CO2 vast en herstelt biodiversiteit.'Hoe zien de volgende stappen voor Chocolatemakers eruit?'We focussen nu vooral op het in de markt zetten van Claro. Daarbij willen we ons landherstelprogramma uitbreiden. We vinden het belangrijk om boeren een goed businessmodel te geven. Dat maakt ook dat het beroep aantrekkelijk wordt voor hun kinderen. Als je in een agrarisch gebied wordt geboren, betekent dat allang niet meer dat je daar ook blijft.'Met wie zou je nog graag samenwerken?'Vooral aan de verkoopkant hebben we nog veel plannen. De stap richting gewone retail maakt veel meer samenwerkingen mogelijk.' Changemaker van het Jaar 2025 Op 27 november reikt Change Inc. de Changemaker van het Jaar Awards uit aan de duurzaamheidsaanjagers die er dit jaar bovenuit sprongen. Er is ook een publieksprijs! Stem dus hier op jouw favoriete Changemaker.Lees ook:Changemaker Dionne Ewen (Ahrend): 'Als je net zo goede kwaliteit levert, hoef je een product niet per se als duurzaam te framen' Changemaker Jeroen van den Oetelaar (DAF) ziet glansrol voor elektrische trucks: 'Wie erin rijdt, ziet dat dit de toekomst is' Changemaker Steef Fleur (Billie Wonder): 'Hoop dat we wegwerpluiers over tien jaar net zo zien als sigaretten nu'