De Nederlandse bouwsector mocht vanaf 2023 in totaal nog 47 miljoen ton CO2 uitstoten om binnen de Nederlandse doelstelling van het Klimaatakkoord van Parijs te blijven. Dat stelt dat de aarde maximaal 1,5 graad mag opwarmen. Het zogeheten CO2-budget is bijna op, want in 2027 is de Nederlandse bouw naar verwachting door het budget van 47 miljoen ton uitstoot heen.
In 2032 overschrijdt de bouw met zijn CO2-uitstoot scenario’s om binnen een opwarmingsniveau van 1,7 graad te blijven. Tenminste, als we zo doorgaan. Bouwen met natuurlijke grondstoffen als hout en vezelgewassen als hennep, vlas, stro of olifantsgras kan die CO2-uitstoot fors verlagen.
Zijn er straks genoeg biobased bouwmaterialen?
Wat is daar voor nodig? Boeren die vezelgewassen verbouwen, fabrieken die deze gewassen verwerken tot bouwproducten, aannemers die gaan bouwen met biobased bouwmaterialen en projectontwikkelaars, beleggers en woningbouwcorporaties die hen hiertoe opdracht geven. Dat heet in jargon een keten vormen.
Sinds de Nederlandse overheid twee jaar geleden de Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB) startte en hiervoor 200 miljoen subsidie beschikbaar stelde, gaat het hard. Er worden inmiddels tienduizenden woningen gebouwd en geïsoleerd met natuurlijke materialen.
De grote vraag is nu: kunnen bouwers over vijf jaar genoeg natuurlijke grondstoffen kopen van Nederlandse boeren om voldoende biobased woningen te kunnen bouwen? Daar draaide het om tijdens het jaarlijkse congres van WeGrow, het platform over biobased bouwen en verbouwen. Via de Benchmark Biobased Bouwen schetsten WeGrow en kennisinstituut Duurzaam Gebouwd de stand van zaken.
Boeren willen wel
Laten we beginnen met de boeren. Volgens de nationale aanpak zouden in 2030 op 50.000 hectare landbouwgrond, dus 100.000 voetbalvelden, gewassen voor de bouw geteeld moeten worden. In 2035 al 150.000 hectare. Eind 2024 gebeurde dat op 7.500 hectare. Daar werd vooral hennep en vlas geteeld. ‘De bereidwilligheid om de gewassen te gaan telen is er, maar we zijn er nog niet’, zegt Lars Hillewaere, business developer carbon farming bij LTO Bedrijven. ‘Wij zien dat heel veel boeren dit nu al gaan doen, terwijl ze nog geen zekerheid hebben over de afzet’.
Nu komen nog veel natuurlijke bouwmaterialen uit het buitenland. ‘Als LTO willen we die niet uit het buitenland halen, maar die teelten zijn vaak al een stuk verder dan in Nederland. We kunnen dus leren van de landen om ons heen en kennis en materialen uit het buitenland halen, zolang het aanbod uit Nederland klein is’, zegt Hillewaere.
Limburg deelt kennis
Qua teelt lopen de provincies Drenthe en Groningen (hennep) en Zeeland en Flevoland (vlas) voorop. Volgens projectleider duurzame landbouw Patrick Lemmens van de Limburgse Land- en Tuinbouwbond (LLTB) moeten Nederlandse telers gestimuleerd worden om te veranderen. ‘We hebben het hier over biobased. Misschien moet daar ook een keer dutch-based achter komen’, zegt hij. ‘Laten we niet alleen voeding produceren voor onze monden, maar ook voor de kennis en innovatie in ons land.’
Om telers te stimuleren over te stappen op nieuwe gewassen heeft de bond het platform nieuwe teelten Limburg opgezet. Dat werkt samen met de Wageningen University, grote bedrijven en hogescholen. Het geeft demonstraties, doet onderzoek en laat boeren onderling kennisdelen. ‘Ondanks de politieke tegenwind is de teelt van vezelgewassen echt aan de gang en niet meer te stoppen’, zegt Lemmens.
Negen nieuwe fabrieken voor biobased bouwmaterialen
Die vezelgewassen van de boeren moeten in fabrieken verwerkt worden tot bouwmaterialen, bijvoorbeeld houtskeletten, plaat- en isolatiemateriaal, composieten voor daken en gevels. Zo komt er een nieuwe in Drachten: Greeninclusive. Die maakt bouwmaterialen van hennep. Drie nieuwe fabrieken worden binnen nu en twee jaar gebouwd en nog eens vijf over twee tot vier jaar.
‘Dan praten we over een bouwproduct dat uit een Nederlandse fabriek komt en lokaal geteeld is. Dan heb je het over bedragen van 20 tot 60 miljoen euro. Dat heb je niet zomaar gebouwd. Toch zijn er genoeg ondernemers die hiervoor hun nek uitsteken’, zegt Bart van den Heuvel van Building Balance, dat het NABB uitvoert.

Tijdens het WeGrow-congres bespraken boeren en bouwers de stand van zaken op het gebied van biobased bouwen. | Credits: André Oerlemans
Fabriek voor 7.000 hectare hennep
Een van de voorlopers hierin is Dun Agro, dat inmiddels 1.500 hectare hennep verbouwt en die vezels onder meer verwerkt tot producten voor de bouw. ‘Wij hopen binnen twee jaar een productielocatie op gang te hebben voor 7.000 hectare hennep. Daar gaan we onder meer 500.000 kubieke meter isolatiemateriaal van produceren’, zegt oprichter en eigenaar Albert Dun.
Om die fabriek van de grond te krijgen moeten twee bottlenecks overwonnen worden: de financiering en een afzetmarkt. Lees: bouwers moeten die producten kopen, waardoor banken bereid zijn een lening te verstrekken. Nu is biobased bouwen alleen bij nieuwbouw qua prijs concurrerend. Bij verduurzaming van bestaande bouw nog niet. Eventueel kan de overheid bijspringen met een MEER-subsidie.
Dun Agro heeft net als andere verwerkers veel intentieovereenkomsten met afnemers gesloten, zogeheten letters of intent (LOI). ‘We hebben nu drie echte afnamecontracten, waardoor we van start kunnen. Met alleen LOI’s kun je geen fabrieken bouwen’, zegt Dun.
Slechts 1,2 procent woningen biobased
In 2030 zouden 30 procent van de nieuwbouwwoningen in Nederland met minimaal 30 procent biobased materiaal gebouwd moeten worden. Volgens de benchmark is dat nu bij 1,2 procent van de nieuwbouwwoningen gedaan. Oost-Nederland is koploper met 2,35 procent. Aan aannemers, projectontwikkelaars, corporaties en beleggers de taak om dit percentage op te krikken. Tijdens bouw- en vastgoedbeurs Provada spraken acht toonaangevende ontwikkelaars dit jaar af om al in 2028 bij minstens 30 procent van hun nieuwbouwprojecten minimaal 30 procent biobased materialen te gaan gebruiken.
Eentje daarvan was Heijmans. De ontwikkelaar opende eind 2023 in Heerenveen een fabriek waar kant-en-klare houtskeletbouw-woningen uitrollen. ‘Daar proberen we zoveel mogelijk beton te vervangen door hout en gebruiken we cellulose en vlas als isolatiematerialen’, zegt Robert Koolen, directeur strategie & beleid bij Heijmans. De bouwer teelt al vlas op eigen gronden.
Om biobased bouwen te kunnen versnellen is het volgens hem belangrijk dat materialen getest en goedgekeurd zijn. ‘Want als het fout gaat moeten we een woning afbreken of openhalen. Dat geeft enorme kosten en daar hebben we geen ruimte voor”, zegt Koolen.
Er zijn al veel onderzoeken en testen gedaan met biobased materialen, maar er is meer certificering nodig en ook een berekening van de CO2-reductie. ‘Dat komt langzaam maar zeker op gang, maar dat is nu slechts voor een paar producten het geval’, zegt directeur Ronald Schilt van adviesbureau Merosch.
Bouw verbruikt 60 procent van grondstoffen
De bouwsector stoot 40 procent van alle CO2-uitstoot op aarde uit, met name door het gebruik van cement. Ook verbruikt de sector inmiddels 60 procent van alle grondstoffen. Bouwen met natuurlijke grondstoffen kan die CO2-uitstoot fors verlagen en het grondstoffengebruik terugdringen. Je kunt met biobased bouwen zelfs CO2 uit de lucht halen en voor langere tijd opslaan in het materiaal.
De Nationale Aanpak Biobased Bouwen wil de markt voor biogrondstoffen in de bouw opschalen en gaat uit van het inmiddels bekende 30-30-30-doel. In 2030 moet 30 procent van alle nieuwbouwwoningen met minimaal 30 procent aan biobased bouwmaterialen zijn gebouwd. Maar het plan behelst meer dan dat. Bij het isoleren van bestaande woningen moet ook minstens 30 procent uit natuurlijke grondstoffen bestaan. 10 procent van de geluidsschermen, verkeersborden en vangrails op wegen moet over vijf jaar biobased zijn en 15 procent van het bitumen in asfalt. Van het beton in de grond-, weg- en waterbouw moet 30 procent verrijkt zijn met natuurlijke grondstoffen. En 5000 nieuwe fiets- en voetgangersbruggen moeten in 2030 zijn verrijkt met bio-composiet.
Geen commitments maar contracten
Volgens Bart van den Heuvel van Building Balance zijn die doelen haalbaar. ‘We zijn de pilotfase voorbij. De olietanker is niet meer te stoppen’, zegt hij. Volgens hem is biobased bouwen sociaal gezien al bijna gangbaar en geaccepteerd en technisch gezien haalbaar en betaalbaar. Zijn organisatie ijvert ervoor dat zoveel mogelijk van de geteelde vezelgewassen voor de bouw uit Nederland komen.
Daarvoor hebben boeren de zekerheid nodig dat die gewassen ook gekocht worden door de bouwsector. ‘We hebben inmiddels ruim 300 commitments van architecten, aannemers, woningbouwcorporaties, beleggers en ontwikkelaars die gaan voor dat pad naar 30-30-30. Maar een commitment is makkelijk te tekenen. Waar je wat aan hebt, is een afnameovereenkomst, waar prijs en volume in staan. Daar krijg je de industrie mee op gang. We zetten nu echt druk op die partijen om van een commitment een contract te maken. Dat helpt om de keten op te schalen. Alleen op die manier bouw je iets blijvends”, zegt Van den Heuvel.

Volgens Bart van den Heuvel van Building Balance loopt Nederland voor op zijn doelen. | Credits: André Oerlemans
Nederland loopt voor op doelen
Volgens Van den Heuvel gaan de ontwikkelingen sneller dan verwacht. In het huidige tempo worden er in 2026 al 15.000 tot 17.000 nieuwbouwwoningen met minimaal 30 procent biobased materialen gebouwd, blijkt uit de rapportage van Building Balance.
Bij renovatie worden er volgend jaar meer dan 10.000 woningen biobased geïsoleerd met stro, vlas of hennep, vooral in het dak. ‘Dan hebben we het over serieuze volumes. Het is leuk dat we vooruit lopen op onze doelen, maar pas als we over een kritiek punt heen zijn, is het iets blijvends”, zegt Van den Heuvel.




