André Oerlemans
24 januari 2024, 11:00

Drama voor Nederlandse plasticrecycling: Umincorp failliet en andere bedrijven in nood

Nederland een circulaire economie, waar gerecycled plastic wordt gebruikt om weer nieuw plastic van te maken? Vergeet het maar. Umincorp, expert in duurzame plasticrecycling, is failliet en andere recyclebedrijven staat het water aan de lippen. “Dit is gewoon een drama.” Hoe lost Nederland dit op? In elk geval hebben zich al heel wat kopers gemeld voor Umincorp.

Umincorp opening fabriek Rotterdam 3 Eind 2022 opende Umincorp zijn geavanceerde recyclingfabriek in Rotterdam. | Credits: Umincorp

De Urban Mining Corp Operations BV, kortweg Umincorp, haalt onder meer het plastic uit het huisvuil van de vier grote steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht en maakt daar kleine granulaatkorrels van. Die gebruiken producenten als grondstof voor plastic.

Beste jaar ooit

“Operationeel gezien was 2023 ons beste jaar ooit”, zegt algemeen directeur Arjen Wittekoek. Eind 2022 opende het recyclingbedrijf een nieuwe hightech fabriek in Rotterdam, die van het moeilijkst recyclebare plastic uit huisvuil weer korrels voor nieuw plastic kan maken: rPET. Vorig jaar zomer nam het de rest van de aandelen over van Plastic Recycling Amsterdam (PRA), waar Umincorp al voor de helft eigenaar van was. Daardoor had het bedrijf de hele recyclingketen van plastic in eigen beheer, van scheiding tot nieuwe grondstof. Naast supermarkten als Albert Heijn haalde het ook cosmeticabedrijven binnen als klant.

Failliet door goedkope olie

Toch ligt de fabriek in Rotterdam sinds vorig jaar stil en is het bedrijf onlangs failliet verklaard. Financieel gezien was 2023 namelijk het slechtste jaar ooit. Belangrijkste oorzaak: de lage marktprijzen van plastic dat in China en de VS van goedkope olie wordt gemaakt: de fossiele plastics. Daar valt door recyclingbedrijven niet tegen te concurreren. Zij kunnen door allerlei kostenstijgingen hun prijzen niet verlagen. Maar volgens Wittekoek is er meer aan de hand. De tarieven
die producenten en grote merken voor hun plastic producten afdragen aan het Afvalfonds Verpakkingen – geld dat naar de recyclingbedrijven gaat – zijn volgens hem veel te laag. “Daar zou zeker 20 cent per kilo bij moeten. Nu ligt dat tarief ongeveer op 1,20 euro. Anders is er in deze markt geen rendabel businessmodel mogelijk”, zegt hij. “Daarom zie je dat veel recyclingbedrijven hun capaciteit hebben teruggeschroefd”

Golf van faillissementen

Want niet alleen Umincorp stond al langere tijd het water aan de lippen, ook branchegenoten hebben het zwaar. “Ik spreek nu heel veel recyclebedrijven die ook rode cijfers draaien en het niet lang meer volhouden”, vertelt Wittekoek. De Vereniging Afvalbedrijven ziet dat ook. Als de marktomstandigheden niet verbeteren verwacht de branchevereniging dat meer recyclebedrijven failliet gaan, laat woordvoerder Jeroen Stein weten. Dan zal het meeste plastic afval weer gewoon in de verbrandingsovens verdwijnen.

Fabriek stilgelegd

Voor recyclebedrijven als Umincorp speelt nog een ander probleem. De EU ziet gerecycled plastic nog vaak als afval. Daarom mag het bijvoorbeeld niet gebruikt worden in verpakkingen voor voedsel. De regels daarvoor zijn in 2022 aangescherpt. Alleen als het recyclaat voor 95 procent van plastic afval komt dat van tevoren is gescheiden en niet in de vuilniszak is beland, mag het voor plastic voor voedsel worden gebruikt. Maar Umincorp gebruikt juist plastic dat pas later in het huisvuil wordt gescheiden. Dat recyclaat wordt bijvoorbeeld door Albert Heijn gebruikt in voedselbakjes. “Dat mag niet meer”, zegt Wittekoek. “We hebben dus in Rotterdam een heel dure fabriek voor de voedingsindustrie gebouwd die we hierdoor vorig jaar hebben moeten sluiten.” Voordeel bij een nadeel: deze zogeheten Umincorp Polymers-fabriek is nog niet failliet, maar heeft uitstel van betaling gekregen, en kan door een koper in zijn geheel worden overgenomen.

Kijk hier hoe de voedselbakjes van Albert Heijn van gerecycled plastic worden gemaakt:

Bijmengverplichting te laat

Het faillissement van Umincorp en de dreigende faillissementen van andere recyclingbedrijven slaan een enorm gat in de duurzame ambities van Nederland om in 2050 circulair te zijn. Dan moet al het afval hergebruikt worden als grondstof. Op weg daar naartoe wil het kabinet al in 2030 de helft minder primaire grondstoffen, zoals olie, gebruiken. Vorig jaar april scherpte het kabinet de regels voor het gebruik van gerecycled plastic verder aan. Vanaf 2027 moeten plasticproducenten gerecycled plastic of biobased plastic gaan gebruiken door de zogeheten bijmengverplichting. In 2030 moet dat al 25 tot 30 procent zijn. Nu is dat nog 9 procent. In plastic drankflessen moet in 2025 al 25 procent recyclaat zitten en in 2030 al 30 procent. Nederland loopt hiermee voorop in de EU, maar volgens Wittekoek komt de bijmengverplichting te laat. “We moeten vanaf 2025 al 5 procent verplicht stellen en dat percentage daarna elk jaar met 5 procent verhogen”, zegt hij.

Veel media-aandacht

Wat de directeur wel positief vindt is dat grote media aandacht hebben besteed aan het faillissement en de penibele situatie in de plastic recyclingbranche. NRC, Volkskrant, Het Parool, Quote
en NU.nl
brachten grote verhalen en 1Vandaag wijdde er een reportage aan. Organisaties op het gebied van duurzaamheid en recycling reageren geschokt op het faillissement. CEO Rinke Zonneveld van duurzame financierings- en ontwikkelingsinstelling Invest-NL stelt op LinkedIn
dat Nederland zo wegdrijft van zijn circulaire doelstellingen. “Als er nu geen politieke oplossing komt, dan zullen in 2027 vrees ik de meeste plasticrecycleaars niet meer actief zijn”, waarschuwt hij.

Overheid moet ingrijpen

Ook Groene Chemie Nieuwe Economie (GCNE) vindt dat de overheid moet ingrijpen. Het platform wil de duurzame transitie naar een duurzame, fossielvrije en circulaire chemie versnellen, onder andere door groene innovaties en start-ups te ondersteunen. “Dit faillissement is echt heel erg. Het is gewoon een drama”, zegt voorzitter Arnold Stokking. “We zijn allemaal bezig met een transitie waarvan we geloven dat die er komt. Maar als we dat aan de markt overlaten, komt die transitie er niet. Als je de bijmengverplichting niet of veel te laat invoert, komt die transitie er niet. We pompen nu veel geld in universitair onderzoek, maar zonder bedrijven als Umincorp gebeurt er niets. Om de doelstellingen te halen moeten we juist opschalen. Daar is beleid voor nodig. Innovaties, financiering en beleid moeten hand in hand gaan.”

1 miljard euro nodig

Het platform heeft eerder een brief
aan informateur Plasterk gestuurd. Daarin vraagt het om een zogeheten Circular Deal voor de chemische industrie. Om de chemische- en kunststofindustrie te laten overstappen van fossiele grondstoffen naar duurzame alternatieven zijn miljoenen tonnen gerecycled plastic, duurzame biomassa en koolstof uit CO2 nodig. Dat vereist nieuwe regelgeving en een investeringsfonds van 1 miljard euro.

Plastic afval wordt straks niet meer gerecycled en verdwijnt weer in de verbrandingsoven | Credit: Umincorp

Tekort aan recyclecapaciteit

Directeur Marc Spekreijse van Circular Plastics NL (CPNL) vreest voor de verwerkingscapaciteit van gerecycled plastic nu Umincorp failliet is en andere bedrijven ook dreigen om te vallen. “Dit is een zorgwekkende en vervelende ontwikkeling”, zegt hij. “Er gaat recyclecapaciteit verloren, terwijl we nu al een tekort hebben.” In het geval van Umincorp verdwijnt een van de technologisch meest geavanceerde plastic afvalverwerkers van Nederland.

Volgens Spekreijse worden inkopers nog te weinig gestimuleerd om duurzamer, gerecycled plastic te kopen en kiezen ze daarom voor goedkoop nieuw plastic. Hogere prijzen voor fossiel en hogere kortingen en subsidies voor recyclaat zouden voor een eerlijker speelveld kunnen zorgen. “Maar dat moet je wel op Europees niveau regelen”, zegt hij.

Geld uit Groeifonds

CPNL heeft in 2022 een subsidie van 220 miljoen euro toegezegd gekregen uit het Nationaal Groeifonds. Die is bedoeld om knelpunten in de plasticrecycling op te lossen. Mag die subsidie gebruikt worden om de recyclingbranche te redden? “De vraag is of dat kan en mag”, zegt Spekreijse. “Dit is ook een bottleneck die we moeten oplossen. Wij vinden dat we dit kunnen en moeten doen, maar dan is de vraag: hoe dan?” Hij denkt bijvoorbeeld aan een soort voorraadfonds dat recyclingbedrijven een overbruggingskrediet geeft door voorraden op te kopen en die weer op de markt te brengen als de prijzen voor gerecycled plastic stijgen. Hierover is hij al met verschillende organisaties in gesprek.

Doorstart gloort

Ondertussen werkt Umincorp samen met curator Martijn Janssen aan een doorstart. Vooral de patenten voor de geavanceerde technologie en innovaties zijn volgens Wittekoek veel waard. “We onderzoeken de mogelijkheden van een doorstart”, zegt Janssen. “Er hebben zich al behoorlijk wat partijen bij mij gemeld die interesse hebben in een overname.”

Lees ook:

Changemaker Chantal Schrijver (EIB): 'We investeren alleen in bedrijven die duurzaam én innovatief zijn'

Hoe houdt de EIB zich bezig met duurzaamheid? “Veel mensen weten het niet, maar de EIB is de grootste multilaterale bank ter wereld. Groter nog dan de Wereldbank. Wij financieren projecten en bedrijven die in lijn zijn met de beleidsdoelen van de Europese Unie. De EIB is geen beleidsmaker, maar implementeert beleid. Dus als de EU besluit om in te zetten op het klimaat, dan bewegen wij in dezelfde richting. We hebben een heel breed palet aan producten. We kunnen publieke, semipublieke, private bedrijven en banken financieren, maar ook start- en scale-ups. En we doen aan projectfinanciering. De EIB haalt zijn geld van de kapitaalmarkt, maar tegen heel gunstige voorwaarden. We hebben namelijk een triple A rating (een waardering om de kredietwaardigheid van een instelling of land te rangschikken; triple A is de hoogste score met dus het laagste beleggingsrisico, red.). Die gunstige voorwaarden kunnen wij doorzetten naar de beste bedrijven en projecten van Europa.” Heb je een voorbeeld van zo’n bedrijf of project? “Wij hebben bijvoorbeeld afgelopen jaar in Battolyser geïnvesteerd, een combinatie van een batterij en een elektrolyser om waterstof te maken. Een ander mooi voorbeeld is In Ovo, een spin-off van de Universiteit Leiden die een technologie bedacht heeft om de kuikenslacht te verminderen.” Wat drijft jou als persoon om je in te zetten voor het klimaat? “Het is voor mij eigenlijk een heel makkelijke strijd. Want ik heb gewoon het beest van de EIB achter mij, dat in 2019 een klimaatstrategie heeft vastgesteld. Ik hoef dus zelf geen strategie neer te zetten, want ik word al gesteund door een grotere organisatie die dat ook wil. Ik sta er wel heel erg achter, en mijn collega’s ook. We spreken allemaal een beetje dezelfde taal. We vinden dezelfde dingen belangrijk. Daarom is het voor mij ook makkelijk om tegen bepaalde bedrijven te zeggen: sorry, dit past niet binnen onze strategie. Het is heel fijn dat mijn persoonlijke waardes op het gebied van duurzaamheid worden gesteund op hoger niveau.” Die drijvende kracht van de EU, zie je daar met het nieuwe politieke landschap verandering in komen? “Nu nog niet, maar ik verwacht het wel. Als je specifiek kijkt naar Nederland is het maar de vraag wat er bijvoorbeeld met een Nationaal Groeifonds gaat gebeuren. Het is een groot probleem als dat zou verdwijnen, want dan valt er een groot gat in de financiering die bedrijven nodig hebben. Bedrijven die essentieel zijn voor de transitie.” Al wordt ook vaak gezegd: op klimaatgebied dendert die Europese trein gewoon door. “Dat klopt, maar dat kan ook van tijdelijke duur zijn. Binnenkort zijn er namelijk Europese verkiezingen. Dus wat er de afgelopen twaalf maanden in de lidstaten is gebeurd, zullen we ongetwijfeld gaan terugzien in die verkiezingen. Ik denk wel dat we in Europa het punt voorbij zijn dat je nog kunt zeggen: klimaat is niet meer belangrijk.” Moet je wel eens anderen overtuigen van jullie strategie? “Het is meer dat ik anderen moet overtuigen dat wij een speciaal soort bank zijn. Veel mensen denken dat we net zo handelen als elke andere bank. Maar wij investeren bijvoorbeeld sinds 2019 niet meer in fossiele brandstoffen. Dat durven sommige andere banken nog niet aan. En we investeren alleen in bedrijven die duurzaam én innovatief zijn. De zoveelste leverancier van laadpalen, bijvoorbeeld, dat gaan wij dus gewoon niet doen.” Tegen welke obstakels loop je daarbij wel eens aan? “Tegen het ecosysteem van financiering in de EU. In Nederland gaat de ondernemer van loketje naar loketje, en krijgt dan steeds relatief kleine bedragen. In Amerika krijgt dezelfde ondernemer vanaf dag één een grote pot geld mee van een investeerder die in hem of haar gelooft en zegt: doe er maar wat mee. In Europa zijn we veel meer risico-avers. We willen alles stapje voor stapje doen, en je moet jezelf als ondernemer heel erg bewijzen. Als we dat anders doen, kunnen we een grotere bijdrage leveren.” “Ook vind ik het van bepaalde sectoren jammer dat we daar als EIB niet in investeren. Een voorbeeld is kweekvlees. De EIB heeft het beleid: er is momenteel nog geen Europese regelgeving voor, dus dan gaan wij er niet in investeren. Maar al mijn collega’s houden de kweekvleesbedrijven wel in de gaten. Want het moment dat de regelgeving er is, willen wij meteen inspringen. Ik vind het zonde dat we dat niet nu al kunnen doen, zoals Singapore en de Verenigde Staten. Want kweekvlees is wel echt onderdeel van de toekomst. Ik zou het mooi vinden als dat de komende jaren wat meer tractie krijgt.” Is er iets waar je spijt van hebt? “We zijn als EIB best terughoudend met onze investeringen. Dat komt omdat die triple A erg belangrijk is voor ons businessmodel, maar ook omdat we verantwoordelijkheid dragen voor alle 27 lidstaten. We kunnen geen cowboypraktijken gaan uithalen. Maar tegelijk wil ik ondernemers wel hoop geven dat we ze van financiering kunnen voorzien. Als dan na een lang proces van due diligence blijkt dat een onderneming te risicovol is en we er als EIB toch niet in gaan investeren, dan heb ik daar moeite mee. Dan denk ik: we hadden van tevoren iets minder enthousiast moeten zijn en iets beter de verwachtingen moeten managen.” Met welke partij zou je nog eens willen samenwerken? “Ik zou meer met de regionale ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) willen doen. Die zijn in ons land vrij klein, maar in bijvoorbeeld Frankrijk zijn ze veel groter. Ook is in Nederland vastgelegd dat ze meestal alleen met eigen vermogen mogen investeren en zelf geen vreemd vermogen mogen aantrekken. Vergelijkbare instellingen in andere landen kunnen met vreemd vermogen van de EIB gefinancierd worden. Ik zou dat ook graag in Nederland zo zien. Helaas kunnen de ROM’s dat niet zelf beslissen, dat moet de politiek doen. Maar ik denk dat er bij hen heel veel waarde zit. De ROM’s kunnen bijvoorbeeld goed het mkb dienen. Als ik Nederland vergelijk met de rest van Europa, kunnen we dat echt beter doen.” Bekijk ook deze Changemakers: Changemaker Quirine de Weerd (Lidl): ‘Verandering moet niet alleen vanuit de consument komen’Changemaker Marianne van Leeuwen: 'Als je verduurzaming elitair maakt, dan gaat het nooit lukken'Changemaker Thaddeus Anim-Somuah: 'We moeten allemaal meedoen. Be the change!'De Changemaker-serie wordt mede mogelijk gemaakt door Vattenfall en Vlerick Business School.