André Oerlemans
17 september 2025, 14:00

Kabinet schuift problemen plasticrecycling voor zich uit: ‘Ons wordt gewoon de nek omgedraaid’

De noodkreten uit de plastic recyclingbranche worden luider. Ook de groene chemie slaat nu alarm. Op verzoek van het kabinet kwam de hele sector samen en presenteerde een pakket oplossingen. De reactie kwam met Prinsjesdag en die luidt: we gaan het onderzoeken, maar als we iets doen, dan op Europees niveau. Ondertussen wordt de sector de nek omgedraaid.

Staatssecretaris Aartsen wil nog geen concrete maatregelen nemen om de noodlijdende recyclingbedrijven te helpen, maar onderzoekt stappen op Europees niveau. Staatssecretaris Aartsen wil nog geen concrete maatregelen nemen om de noodlijdende recyclingbedrijven te helpen, maar onderzoekt stappen op Europees niveau. | Credits: Ministerie IenW/Getty Images

Het probleem is zo langzamerhand wel bekend. Door de concurrentie met goedkoop nieuw plastic uit China en de VS, gemaakt van olie, dat op de Europese markt wordt gedumpt, wordt gerecycled plastic te duur en gaan plasticrecyclingbedrijven failliet. De teller staat al op vijftien. De sector slaat sinds anderhalf jaar alarm, maar tot nu toe was het kabinet doof voor alle noodkreten. Op verzoek van het kabinet ging in mei dit jaar de hele chemie-, afval- en recyclingbranche gezamenlijk in overleg rond een zogeheten plastictafel. Op 1 juli kwam die met een rapport vol aanbevelingen.

De belangrijkste aanbevelingen samengevat: grote merken als Unilever en Coca-Cola beloven meer gerecycled plastic te gaan gebruiken in hun verpakkingen. Overheden wordt gevraagd meer producten met gerecycled plastic in te kopen. Via een circulaire hefboom moeten producten zwaarder belast worden als er meer fossiel plastic in zit. En er is een subsidieregeling nodig om de hoge kosten van recyclingbedrijven te verlagen.

Bedrijven in heel Europa failliet

Ondertussen presenteerde de branche de afgelopen maanden een nieuw rapport over de noodlijdende recyclingsector, onder meer met input van Invest-NL en Verpact. De conclusie: zonder maatregelen, zoals kostenverlaging, importheffingen en een subsidie op de onrendabele top, gaan nog meer bedrijven failliet en verdwijnt de sector uit Nederland. Het probleem speelt inmiddels in heel Europa. Sinds 2023 is er al 600.000 ton aan recyclingcapaciteit uit de EU verdwenen door faillissementen en sluitingen. ‘Eind 2025 is dat opgelopen tot een miljoen’, zegt Marcel Alberts van recyclingbedrijf Healix.

Hij organiseerde eind augustus een zogeheten hackathon onder de titel ‘surviving circularity’, waar zeventig experts zich bogen over mogelijke oplossingen. ‘De conclusie was: als je duurder bent dan virgin plastic kun je het op dit moment op je buik schrijven’, zegt Alberts. ‘Van het demissionaire kabinet hoeven we niet veel te verwachten, maar toch moet de politiek doorpakken. We moeten in Europa voorkomen dat hier goedkoop plastic wordt gedumpt.’

Die prijzen liggen volgens hem soms honderden euro’s per ton lager dan het gerecycled plastic (PP) dat Healix verkoopt. ‘De concurrentie met virgin PP is kansloos. We draaien nog steeds, maar ik zie het zwaar in. Klanten pakken niet door, maar schalen eerder af’, zegt hij. Hij heeft zijn hoop gezet op zogeheten contracts for difference, waarbij de overheid de onrendabele top, het verschil tussen de productieprijs en de marktprijs van gerecycled plastic, betaalt. ‘Dat zou een goede oplossing zijn’, zegt Alberts. Spoiler: met die oplossing kwam het kabinet niet op Prinsjesdag.

Sector de nek omgedraaid

Zijn het tot nu toe vooral de kleinere recyclingbedrijven die failliet gaan. De komende jaren hangen er ook donkere wolken boven de grote spelers, zoals Renewi, Attero of PreZero. Dat zit zo: het kabinet wil afvalverbrandingsovens zwaarder belasten voor een jaarlijks bedrag van 567 miljoen euro in 2030. Recyclingbedrijven voeren 40 procent van het plasticafval af naar die ovens omdat het onbruikbaar is. Daar moeten ze fors meer voor gaan betalen. De Vereniging Afvalbedrijven heeft PWC laten onderzoeken wat die belastingmaatregelen betekenen voor de sector. De conclusie luidt: de maatregelen werken averechts, leiden tot minder recycling, tot meer export van afval en het verlies van banen en innovatie. De lobby om de maatregelen van tafel te krijgen strandde en dus staat de verhoogde heffing op Prinsjesdag toch in de begroting en gaan de belastingmaatregelen door.

‘We zijn daar zeer teleurgesteld over’, zegt woordvoerder van Vereniging Afvalbedrijven Jeroen Stein. ‘Dit leidt tot meer export, waardoor we onze grondstoffen voor recycling kwijtraken. Ook verliezen we klimaattechnologie en zit de circulaire economie met de gebakken peren. Nederland behoort nog tot de Europese top qua recycling, maar ons wordt nu gewoon de nek omgedraaid.’

Voorzitter Bart van Leemput van de Vereniging Afvalbedrijven waarschuwde vorige week tevergeefs voor de desastreuse gevolgen van de belastingmaatregelen voor de recyclingsector. | credits Vereniging Afvalbedrijven

Voorzitter Bart van Leemput van de Vereniging Afvalbedrijven waarschuwde vorige week tevergeefs voor de desastreuse gevolgen van de belastingmaatregelen voor de recyclingsector. | credits Vereniging Afvalbedrijven

Ook groene chemie in de problemen

Ondertussen luidt ook de groene chemie de noodklok. Die bedrijven maken plastics en andere chemische producten van plantaardige grondstoffen (biobased) en reststromen. Ook zij kunnen niet concurreren met goedkope fossiele olie, waardoor bedrijven failliet gaan. In juni viel het doek voor Natuchem, een bedrijf dat ammoniumsulfaat uit het afvalwater van stallen, veehouderijen en industrie haalde om weer te verwerken in mest of brandblussers. In juli presenteerde het platform Groene Chemie Nieuwe Economie (GCNE) een rapport, waaruit blijkt dat er een investeringsfonds nodig is, anders kunnen de startups niet opschalen.

‘Het is een heel moeilijk jaar voor de groene chemie. Het investeringsklimaat blijft moeilijk. Alle bedrijven die hebben opgeschaald zitten nu in de problemen. Een aantal is of gaat zelfs failliet. Eigenlijk moeten ze drie, vier of vijf jaar wachten tot het tij gekeerd is’, zegt Angelique Erkenbosch, programmaleider Financiering en Venture Development bij GCNE. ‘We zeggen tegen startups: zorg dat je in leven blijft met wat je nu doet en probeer op een andere manier geld te verdienen. Maar als er dan niets gebeurt, zegt de overheid: zie je wel: er gebeurt niets. Dat is een kip-ei-discussie. Daarom heeft de sector een investeringsfonds nodig. Je hebt investeerders met diepere zakken nodig om de hele keten aan de gang te krijgen. Die zijn er nu niet. Als Nederland deze industrie wil hebben zal de overheid een duit in het zakje moeten doen. Dat zie je in omliggende landen wel gebeuren.’

Circulaire hefboom alleen op Europees niveau

Alle ogen waren met Prinsjesdag gericht op het kabinet. Komt het met oplossingen die de circulaire sector gaat redden? Nee, dus. De problemen in de groene chemie werden nergens genoemd. De plastictafel kreeg wel een antwoord op zijn aanbevelingen. Maar uit een brief met bijlagen die minister Sophie Hermans (VVD) van Klimaat en Groene Groei (KGG) naar de Tweede Kamer stuurde blijkt dat het kabinet die aanbevelingen vooral gaat ‘onderzoeken’. Onder meer de voorstellen om als overheid meer producten met gerecycled plastic in te kopen en een subsidie voor recyclingbedrijven voor hun onrendabele top (opex) en dure investeringen (capex). De circulaire hefboom voor meer heffingen op fossiel plastic wordt onderzocht, maar die gaat Nederland niet zelf invoeren, benadrukte staatssecretaris Thierry Aartsen (VVD) van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) vorige week tijdens een Kamerdebat over de circulaire economie en de uitkomsten van de plastictafel. ‘Een supergoed idee, maar dat is echt onderdeel van een Europese aanpak. Het lijkt me niet verstandig als ieder landje dat op zijn eigen manier gaat doen’, zei Aartsen.

Bedrijven moeten op eigen benen staan

In de begroting van zijn ministerie van IenW wordt nog eens benadrukt dat Nederlandse recyclingbedrijven onder druk staan. Daarom wil het kabinet de bedrijven in 2026 helpen door aan te sturen op Europese regelgeving die de dumppraktijken van goedkoop plastic uit China gaat aanpakken, zodat recyclingbedrijven weer eerlijk kunnen concurreren.

Tijdens het debat in de Kamer benadrukte Aartsen het belang van hergebruik van grondstoffen, maar stelde dat ondernemers daar wel zelf winst mee moeten maken en zelfstandig op economische benen moeten kunnen staan. ‘Daar hoort een Europees gelijk speelveld bij. Wij kunnen subsidies maken wat we willen, maar als de Nederlandse markt overspoeld wordt met goedkoop, vaak niet duurzaam plastic uit China, dan raakt dat het hart van onze industrie. Dat vind ik een zorgelijke ontwikkeling. Daarom moeten we met Europa samen het gesprek aangaan. Accepteren we dat China hier met goedkoop plastic onze economie sloopt of gaan we als Europa samen voorwaarts? Wat mij betreft het laatste’, zei Aartsen.

Lees ook:

Changemaker Lars Langhout (NoPalm): 'Alternatief voor palmolie werkt nu op industriële schaal'

Palmolie dient als basis voor tal van consumentenproducten, van tandpasta tot margarine en zeep. Het gaat om een wereldmarkt van omgerekend ruim 60 miljard euro per jaar. Scaleup NoPalm Ingredients heeft een fermentatietechnologie ontwikkeld om op basis van agrarische reststromen duurzame alternatieven te bieden voor palmolie.Een nieuwe, strategische samenwerking met Belgische zuivelcoöperatie Milcobel, die door de fusie met FrieslandCampina een grote internationale speler wordt, maakt het mogelijk om forse hoeveelheden van een restproduct van kaas te verwerken. Ceo Lars Langhout vertelt over de route naar grootschalige productie van duurzame vetten en oliën.De ambitie van NoPalm is om een leider te worden in circulaire alternatieven voor palmolie. Hoe verhoudt zich dat tot de enorme bestaande palmoliemarkt?‘Onze ambitie is in eerste instantie om een alternatief te bieden voor de groei van de markt van palmolie, die wordt geschat op zo’n 4 procent per jaar. Als je dat weet te beperken, voorkom je ontbossing als gevolg van de aanleg van nieuwe palmolieplantages. We concurreren in eerste instantie dus niet met de bestaande markt voor palmolie. Als je alleen naar de verwachte groei daarvan kijkt, heb je het bij alternatieven over een potentiële markt van honderden miljoenen euro’s per jaar.’NoPalm stelt fors lagere emissies van CO2 te kunnen realiseren vergeleken met het gebruik van palmolie. Waar ligt dat aan?‘De lifecycle assessment die we hebben laten doen, laat een besparing van 99 procent op landgebruik en 90 procent op CO2-emissies zien. Voor de CO2-uitstoot gaat het in gebruik nemen van nieuwe palmolieplantages gepaard met ontbossing en dat zorgt voor nieuwe emissies. Daarnaast wordt palmolie met speciale chemicaliën verder bewerkt tot zogenoemde ‘specialty fats’. Voor de productie daarvan zijn chemicaliën nodig, die zelf ook een flinke CO2-voetafdruk hebben. Wij gebruiken niet-genetisch gemodificeerde gisten als biologische fabriek om reststromen om te zetten in vetten en oliën, wat per saldo een veel lagere CO2-voetafdruk oplevert.’ Hoe belangrijk is de nieuwe samenwerking met een groot zuivelbedrijf als Milcobel?‘In 2028 willen we samen met Milcobel de eerste commerciële fabriek realiseren. Dat is een enorme stap die laat ziet dat het businessmodel van co-locatie de toekomst is. Dit betekent dat je de oliën en vetten ter plekke produceert bij leveranciers van reststromen. Toen we dat idee eerder voorlegden aan derden, vroeg men zich af of het zou werken. Dit laat zien dat er behoefte is aan zo’n oplossing, omdat het een win-win is voor beide partijen.’Welke plannen liggen er om de productie op te schalen met nieuwe fabrieken?‘De commerciële fabriek zal een jaarproductie tussen de 6.000 en 9.000 ton hebben. Met zo’n commerciële fabriek kunnen we echt winstgevend draaien, waarbij we op prijs en kwaliteit concurreren met palmolie.Belangrijk voor de vergelijking is dat we met het vergistingsproces direct speciaalvetten kunnen produceren. Palmolie is een basisgrondstof die eerst chemisch bewerkt moet worden tot zogenoemde 'specialty fats'. Waar ruwe palmolie momenteel iets meer dan een euro per kilo kost, zijn speciaalvetten een paar euro per kilo waard. Ons product zit dus iets hoger in de keten.’Hoe willen jullie dit financieren?'We zijn nu bezig met een nieuwe financieringsronde voor een demonstratiefabriek in Ede die we dit jaar verwachten rond te hebben. Daar is Milcobel niet bij betrokken. De financiers bestaan uit durf- en impactinvesteerders.Voor de commerciële fabriek die we in 2028 in gebruik willen nemen, doen we met Milcobel een haalbaarheidsstudie. Die fabriek gaat waarschijnlijk enkele tientallen miljoenen euro's kosten. De meeste fabrieken in dit speelveld zijn duurder en kosten tussen de 100 miljoen en 150 miljoen euro. De opzet van ons productiesysteem brengt kostenvoordelen mee, zoals minder dure apparatuur en een relatief laag energieverbruik. Omdat we kiezen voor co-locatie met leveranciers van grondstoffen is het ook makkelijker om te beginnen met kleinere fabrieken en dan verder op te schalen.'Wat was je de grootste uitdaging tot nog toe met NoPalm?'Als je met een nieuw bedrijf begint, zijn er ontzettend veel uitdagingen. In de beginfase hadden we bijvoorbeeld vier aparte locaties voor vier stappen in het productieproces. Dat is suboptimaal en brengt extra logistieke uitdagingen mee. Het is dan vervelend als er een batch mislukt die je een paar honderdduizend euro kost. Inmiddels is aangetoond dat het gehele proces op industriële schaal werkt en met een demonstratiefabriek heb je dit soort coördinatieproblemen niet meer. Je kunt dan aantonen dat de productiviteit verbetert en investeerders laten zien dat je inschattingen realistisch zijn.'Er waren al samenwerkingen met Unilever en Colgate-Palmolive en nu komt daar een grote, internationale zuivelcoöperatie bij. Wat voor partij ontbreekt nog in het rijtje van partners?‘We hebben inderdaad klanten bij makers consumentenproducten en met Milcobel nu ook een goede partner voor de levering van grondstoffen. Het belangrijkste om verder te kunnen opschalen is de financiering van kapitaalinvesteringen. We zijn geen corporate met diepe zakken. Je kunt dan kijken naar durfinvesteerders om eigen vermogen te verschaffen, maar voor nieuwe fabrieken heb je ook schuldfinanciering nodig en dat is bij grote kapitaalinvesteringen vaak lastiger met venture capital.Als een gevestigd bedrijf bijvoorbeeld van een demonstratiefabriek naar een commerciële operatie gaat, stapt men naar de bank. Voor een jonge scaleup zoals wij is dat veel lastiger: de bank ziet me al aankomen. De overheid zou dat eigenlijk makkelijker moeten maken, bijvoorbeeld door garanties te geven op een deel van de leningen. Dat kan echt een katalysator zijn als je duurzame transities wilt versnellen.' Lees ook:Changemaker Siward Zomer (Energie Samen): 'Als burgers hun energievoorziening lokaal regelen, krijg je de eerlijkste verdeling' Changemaker Tom Peeters (Crisp): 'De klassieke supermarkt is hopeloos inefficiënt' Changemaker Stephanie de Heer (WBCSD): 'Je bereikt alleen systeemverandering als je iedereen aan tafel hebt'