Redacteur Maaike
Maaike Kooijman
20 januari 2026, 15:00

Boerenzoon en veganist Wouter Waayer: 'Vegetariërs bleken geen zielige mensen die snel doodgingen'

Als kind is Wouter Waayer gewend dat de vleeskalveren van zijn vader na een paar maanden ‘verdwijnen’. Inmiddels is hij overtuigd veganist. Met zijn video’s én een documentaire wil hij het voedselsysteem veranderen.

Wouter Waayer 'Een boerenzoon die vier vleeskalveren overkoopt van zijn vader is precies het soort symboolpolitiek dat we nodig hebben.' | Credits: Manon Dijkman

Op een woensdagochtend halverwege januari zet Wouter Waayer een Instagram Reels over de crowdfunding online. Aan het einde van de dag heeft hij genoeg geld ingezameld om vier jonge stieren – Liesje, Herman, Pino en Bos – over te kopen van zijn vader. Nu gaan ze niet naar de slacht, hoopt hij ze onder te brengen in een zogenoemd rusthuis voor koeien.

‘Ik heb enorm zitten janken’, zegt Waayer. ‘Ik ben ook nog nooit ergens zo zenuwachtig voor geweest. Op 5 februari worden de vier stieren een jaar oud. Daarna kan hun vlees niet meer verkocht worden als kalfsvlees, en dus levert het veel minder op. Dus ik moest vóór die tijd het geld bij elkaar halen om te voorkomen dat ze alsnog naar de slacht zouden gaan voor de hogere prijs.’

Boerenzoon wordt veganist

Waayer koopt de stieren van zijn vader Jan. Op zijn boerderij in het Twentse Geesteren verzorgt hij vleeskalveren tot het moment dat ze geslacht worden. Boerenzoon Wouter is als kind niet anders gewend. ‘Ik kreeg een ‘knuffelkoe’ toen ik een jaar of zes was. Liesje noemde ik hem. Na vijf maanden was Liesjes hok leeg. Ik had toen nog niet in de gaten dat hij naar de slacht was.’

Pas als Waayer op zijn zesentwintigste uit huis gaat, is er voor hem genoeg afstand en ruimte om na te denken over of het allemaal wel echt zo normaal is. ‘Dieren opsluiten in kleine en donkere hokken, hun kinderen weghalen, ze na een kort leven de dood in jagen. Er was me altijd verteld dat dat nu eenmaal zo gaat. Maar dat doe je toch ook niet met huisdieren? We hebben een scheidslijn gemaakt tussen productiedieren en huisdieren, maar die bestaat in feite helemaal niet.’

Hij koopt een vleesvervanger, die hij verrassend lekker vindt. Steeds vaker. ‘Er ontstond steeds meer weerzin tegen vlees. Toen ik een keer bij mijn ouders kwam, waar het geraamte van een haan uit de soeppan stak, dacht ik: dit doe ik niet meer. Het zag er verschrikkelijk uit. Als je het beste met dieren voorhebt, is geen vlees eten de enige optie. Vegetariërs bleken bovendien helemaal geen zielige mensen die snel doodgingen, zoals ik vroeger altijd dacht.’

Symboolpolitiek nodig voor verandering bio-industrie

In de NPO-documentaire Liesjes hok was leeg van regisseur Nick Boshuijer bouwt Waayer wederom een speciale band op met enkele koeien van zijn vader. Aan het einde van de docu, als alle andere kalveren naar de slacht zijn gebracht, blijken Liesje en zijn vrienden achtergebleven te zijn. Met de crowdfunding heeft Waayer hen nu kunnen redden.

Symboolpolitiek? Ja, geeft de vegan opiniemaker toe op Instagram. Maar: ‘Liesje is misschien wel de bekendste stier van Nederland. Hij is uitgegroeid tot een symbool tegen de bio-industrie, die een hoop mensen laat nadenken over de keuzes op hun bord. Een boerenzoon die vier vleeskalveren overkoopt van zijn vader, omdat hij in hun ogen keek en zag dat dit niet slechts productiedieren zijn, is precies het soort symboolpolitiek dat we nodig hebben om daadwerkelijke verandering voor elkaar te krijgen.’

‘De veehouderij is onhoudbaar’

Om die daadwerkelijke verandering gaat het hem uiteindelijk allemaal. ‘Sommigen denken dat ik een hekel aan boeren heb’, zegt Waayer. ‘Maar ik ben zelf een boer! Ik zie mijn ouders ook niet als dierenbeulen. Zij doen wat zij denken dat goed is. Nee, het gaat me om het systeem. De veehouderij is onhoudbaar.’

Hij wijst erop dat veehouderij veel land, water en voer kost, terwijl de dieren relatief weinig opleveren. ‘Als we een groeiende wereldbevolking willen voeden, moet dat echt anders. Bovendien: we kunnen kweekvlees straks veel goedkoper maken dan ander vlees. En de Vegan Cowboys maken plantaardige caseïne. Ondertussen wordt vlees steeds duurder. De veehouderij is financieel straks helemaal geen interessante optie meer.’

Andere opties voor boeren

Systeemverandering is ook beter voor de boeren, denkt Waayer. ‘Zij worden nu weggeconcurreerd door die eeuwige schaalvergroting. Je hebt een enorm bedrijf nodig om een klein beetje geld te verdienen.’ Ook zijn vader kan niet rondkomen van de kalverhouderij. Hij heeft ook een bedrijf dat onder meer luchtreinigers voor stallen verkoopt. Maar er zijn ook opties die boeren wel lucratief maken, zegt Waayer. ‘Kijk naar Bart en Tom van De Nieuwe Melkboer, die zelf soja verbouwen voor zuivelvervangers. Of naar boeren die materialen telen voor biobased bouw.’

Het grote probleem: ‘Boeren gaan uit zichzelf niet veranderen. Dat kost veel te veel geld. Daar moet de overheid echt een rol in pakken. Die uitkoopregeling is doodzonde. Dat is gewoon kapitaal- en kennisvernietiging. Je zou dat ook kunnen gebruiken om die bedrijven te helpen naar een duurzaam verdienmodel over te gaan.’

‘Mensen luisteren naar me’

Waayer probeert zijn ideeën aan de man te brengen met aansprekende video’s op Instagram. Influencer noemt hij zichzelf niet, liever gaat hij door het leven als opiniemaker. En dat werkt: hij krijgt vaak reacties van mensen die door hem geïnspireerd worden om minder vlees te eten. ‘Zelfs mijn moeder krijgt steeds meer weerstand tegen vlees.’

Maar negatieve reacties krijgt hij ook. Veel zelfs: ‘mensen eten nu eenmaal vlees’; ‘100 procent dat hij hier en daar een lekker biefstukkie pakt’; en soms zelfs ‘ik schiet je neer’. Zijn ouders vragen zelfs aan hem of hij niet gewoon kan stoppen. Ze krijgen te veel commentaar van de buren.

Maar stoppen doet hij niet. ‘Toen ik veganist werd, wist ik: ik moet hier iets mee. Juist omdat ik op een boerderij ben opgegroeid, spreek ik mensen aan die anders niet zo snel naar een veganist zouden luisteren. Tja, ze kunnen moeilijk zeggen dat ik niet weet hoe het zit. Ik ben ervan overtuigd dat ik met mijn verhaal iets heel goeds voor de dieren kan betekenen.’

Bovendien is de band met zijn ouders en broer Chiel, ondanks hun uiteenlopende wereldbeelden, goed. In Liesjes hok was leeg gaat Waayer ook met hen in gesprek. Chiel, die de boerderij van zijn ouders wil overnemen, snapt niet waarom zijn broer een stukje biefstuk zou weigeren. Maar ze zitten ook te geinen aan de keukentafel. ‘Een positief geluid in tijden van polarisatie’, denkt Waayer.

Crowdfunding

Dat Waayer de kalveren heeft kunnen kopen, betekent niet dat de crowdfunding al gesloten is. De stieren moeten immers ook nog ergens heen. ‘Ik zou ze het liefst met z’n vieren in de achtertuin zetten’, grijnst Waayer. Serieuzer: ‘Maar ik kan ze niet het leven geven dat ze verdienen. Een rusthuis kan dat wel. Ik wil mijn verantwoordelijkheid nemen. Financieel bijdragen aan hun kosten en bijvoorbeeld meehelpen op de plek waar ze terechtkomen.’

Meer lezen over het voedselsysteem van de toekomst? In de nieuwsbrief Kweekvlees & Kool schrijft Change Inc.-redacteur Maaike Kooijman over nieuwe ontwikkelingen en interessante updates. Schrijf je hier in.

Lees ook:

Boudewijn Siemons (Havenbedrijf Rotterdam): 'Geopolitiek en economisch hebben we wel wat huiswerk te doen'

'Ik kan echt iedereen aanraden om de Tweede Maasvlakte een keer te bezoeken. Dan krijg je meer gevoel voor de omvang van wat er in de haven gebeurt. Alles is daar groot.’ Ceo Boudewijn Siemons is zichtbaar trots als hij op het hoofdkantoor van Havenbedrijf Rotterdam vertelt over de ontwikkelingen in de grootste haven van Europa. Uiteraard met een magnifiek uitzicht op de haven en stad vanaf de Wilhelminakade.Toch zijn de uitdagingen niet gering: de energietransitie en de noodzaak tot verduurzaming van het industriële cluster vragen om een ongekende transformatie van de economie in de Rotterdamse haven. Helemaal nu geopolitieke ontwikkelingen ervoor zorgen dat grondstoffen en industriële toeleveringsketens onverbloemd als machtsmiddel worden ingezet door grootmachten als China en de Verenigde Staten.We spraken met Siemons over de rol van verduurzaming in de Rotterdamse haven en hoe die nauw samenhangt met een weerbare economie.De Rotterdamse industrie heeft een behoorlijk roerig jaar achter de rug. Hoe kijk je terug op 2025?‘Er waren een aantal serieuze, soms donkere wolken, maar het is niet alleen maar negatief. Er zijn ook opstekers, zoals de plannen van Blue Circle Olefins voor een nieuwe circulaire fabriek en het besluit van Air Liquide om een grote elektrolyser voor groene waterstof te bouwen. Daarnaast heeft het Porthos-project voor CO2-opslag onder de Noordzee serieuze vorderingen gemaakt en zijn er definitieve beslissingen genomen voor de aanleg van walstroomfaciliteiten bij de grote containerterminals.Tegelijk zie je dat een aantal fabrieken de hekken sluit. Dat een bedrijf als LyondellBasell stopt met de fabriek voor propyleenoxiden en styreenmonomeren is ernstig, want het gaat om één van de modernste fabrieken ter wereld voor basischemie. Toch kan het bedrijf de businesscase niet rondkrijgen. Dat ligt deels aan de hoge energieprijzen, maar ook aan goedkope alternatieven uit China en andere landen in Oost-Azië. We hebben in geopolitieke en economische zin wel wat huiswerk te doen in dit deel van de wereld om te zorgen dat bepaalde industrie hier blijft.’Waarom is dat zo belangrijk?‘Je wilt een zekere strategische autonomie behouden door in Europa onze eigen basisgrondstoffen te blijven produceren. Anders komt de rest van wat er hier aan industriële productie plaatsvindt ook onder druk te staan.Vanuit het oogpunt van verduurzaming is eveneens het belangrijk dat Europa een eigen basisindustrie heeft. Het ETS-systeem (Emissions Trading System, red.) voor CO2-heffingen van de EU geeft sterke prikkels om te verduurzamen. Als fabrieken verdwijnen naar andere plekken op de wereld, heb je veel minder grip op de emissievoetafdruk van de industrie.Soms leeft het idee dat oude industrie moet verdwijnen en dat er iets nieuws voor in de plaats moet komen, maar dat is geen circulaire gedachte. Je wilt zoveel mogelijk van wat er is ombouwen naar duurzame productieketens. En dat moet hier gebeuren.’ Interviewserie Horizon – Hoe versnellen we de duurzame transitie en welke barrières staan in de weg? In de interviewserie Horizon spreekt Change Inc. met ceo’s die aan de frontlinie staan van verandering. Over de dilemma’s die ze tegenkomen, de afwegingen die ze maken en de kansen die ze zien om hun sector én bedrijf duurzamer te maken. Vind je het belangrijk om dat, als gezicht van de Rotterdamse haven, persoonlijk uit te dragen?‘Zeker, want verduurzaming maakt voor mij ook deel uit van de noodzaak om weerbaarder te worden in bredere zin. Dan kom je automatisch uit bij het belang van energie. Als we daarmee doorgaan op de oude voet, maken we een slechtere plek van de wereld. Het energiesysteem moet dus veranderen. Dat kan ook als we ons in Nederland richten op onder meer de ontwikkeling van windenergie op zee, waterstof en circulaire grondstofketens voor de industrie.’Voor windenergie ontwikkelt het Havenbedrijf een nieuwe terminal van 45 hectare op de Maasvlakte voor de offshore-industrie. Hoe staat met de interesse daarvoor? Er zijn recent behoorlijk wat strubbelingen bij de aanbesteding van nieuwe windparken.‘We merken dat er genoeg belangstelling is. De trend is dat wind op zee verder ontwikkeld gaat worden, dus je moet verder kijken dan de dagkoersen van het moment.Daarnaast speelt mee dat we in een fase komen waarbij bestaande windparken het einde van hun economische levensduur naderen en ontmanteld moeten worden. Op die plekken kunnen er vervolgens nieuwe windparken komen, met windturbines die inmiddels een stuk groter zijn dan twintig jaar geleden. Ik heb er daarom alle vertrouwen in dat er voldoende bedrijvigheid komt voor de offshore windindustrie.’Voor de basisindustrie in Rotterdam zijn er intussen de nodige uitdagingen, waaronder relatief hoge energieprijzen.‘Dat is een containerbegrip. In de praktijk heb je het over prijzen van elektriciteit en aardgas, maar ook de netwerktarieven.De verzwaring van het elektriciteitsnet wordt in Nederland wat betreft de lasten voor gebruikers op een andere manier bekostigd dan in de omringende landen. Het gevolg is dat bedrijven in Nederland te maken hebben met hoge netwerktarieven en dus voor elektriciteit fors meer betalen dan in Duitsland, ongeacht de prijs van de elektriciteit zelf. Dat is een rem op de energietransitie en moet absoluut anders.’Hoe wil de Rotterdamse haven zich in dit verband positioneren binnen het zogenoemde ARRRA-cluster van Antwerpen, Rotterdam en het Rijn-Roergebied?‘Binnen Europa moet er een gelijk speelveld zijn, daarna mogen klanten zelf beslissen. Als Rotterdam de logische optie is voor bedrijven kunnen ze daarvoor kiezen. Maar als Antwerpen meer voor de hand ligt, is dat ook goed.Het doel van de Rotterdamse haven is niet meer om de grootste te zijn, wel om de beste en meest duurzame voorzieningen te bieden. We concurreren met andere havens waar het moet en werken samen waar het kan.’Is er overleg met havens in België en Duitsland over een gezamenlijke visie op verduurzaming van industriële clusters in Noordwest-Europa?‘Ja, daar zijn we actief over in gesprek met collega’s in bijvoorbeeld Antwerpen en Duisburg. Dat laatste is de grootste binnenhaven van Europa en een belangrijke achterlandhaven voor Rotterdam. We gaan ook gezamenlijk met de havenbedrijven van Rotterdam en Antwerpen naar Berlijn om daar met de regering en politieke partijen te praten.In de driehoek Rotterdam-Antwerpen-Ruhrgebied zit 40 procent van de Europese petrochemie. Dat moet allemaal verduurzamen en weerbaarder worden. Die 40 procent is heel sterk met elkaar verknoopt. Je kunt niet als afzonderlijke landen een strategie ontwikkelen voor verduurzaming. Dat moeten we samen doen om Noordwest-Europa concurrerend te houden.Er worden op dit gebied al stappen gezet, onder meer met de Delta Rhine Corridor die waterstof via pijpleidingen naar het Ruhrgebied moet brengen. Omgekeerd kan er dan vanuit Duitsland CO2 naar Rotterdam worden vervoerd voor opslag onder de Noordzee.’De CO2-uitstoot van het industriële cluster in Rotterdam bedraagt ongeveer 20 miljoen ton op jaarbasis. In 2030 moet dat gehalveerd zijn tot iets minder dan 10 miljoen ton. Wat is daarvoor nodig?‘Er zijn grofweg drie dingen die daarvoor de komende vijf jaar moeten gebeuren. Om te beginnen is het belangrijk is dat de resterende kolencentrales in de Rotterdamse regio worden gesloten. Daarmee kun je ruim de helft van de benodigde uitstootdaling realiseren.Verder moet het grote CO2-opslagproject Aramis gaat draaien op minimaal hetzelfde volume aan CO2-opslag als het Porthos-project, dat naar verwachting dit jaar operationeel wordt. En tot slot is er een bepaalde hoeveelheid waterstof nodig, die als CO2-arm alternatief in de haven gebruikt kan gaan worden om de lokale emissies te reduceren. Andere ontwikkelingen zijn relatief klein of hebben pas na 2030 impact.In principe kan dit allemaal gerealiseerd worden als er een paar grote investeringsbeslissingen vallen, maar dat moet wel meezitten. Daarvoor wordt 2026 een heel bepalend jaar.’ Eerdere interviews uit de Horizon-serie:Onno Dwars (Ballast Nedam Development): 'Ik word gelukkig van mensen die ergens tegen zijn' Willemien Terpstra (Gasunie): ‘Zonder moleculen redden we het niet met de energietransitie’ Sander Pleij (Ayvens Nederland): ‘We zullen niet zomaar accepteren dat iemand zegt: doe mij nog maar een rondje diesel’