Het klinkt tegenstrijdig, weet Ira van Eelen. Waar de media schrijven over kweekvleesbedrijven die moeten stoppen door financiële problemen, is zij juist optimistisch. ‘We hebben er nog nooit zo goed voor gestaan’, claimt ze zelfs.
Van Eelen is bestuurslid van de stichting Cellulaire Agricultuur Nederland (CAN). Ze is de dochter van Willem van Eelen, die wordt gezien als de grondlegger van kweekvleestechnologie. Hij gaf al in de jaren ’90 opdracht voor een rapport over de mogelijkheid om kweekvlees te maken en op de markt te brengen. Het zou nog twintig jaar duren tot de Nederlandse wetenschapper Mark Post de eerste kweekvleesburger zou introduceren in Londen. Dat gebeurde in 2013.
Post werd co-founder van kweekvleesbedrijf Mosa Meat. Vrijwel direct na het nieuws over het stoppen van Meatable maakte Mosa Meat juist bekend 15 miljoen euro aan nieuwe financiering te hebben opgehaald. Marketingdirecteur Tim van de Rijdt is zich bewust van die tegenstrijdigheid en wijst op het moeilijke investeringsklimaat.
Naast Mosa Meat zijn er wereldwijd nog ongeveer 150 andere bedrijven die zich bezighouden met kweekvlees. Volgens Van Eelen is het – hoe onfortuinlijk ook – niet gek dat die pioneers het niet allemaal redden.’Elke nieuwe biotechontwikkeling kent winnaars en verliezers. Ze zeggen dat ongeveer 10 procent van de pioneers omvalt. Daar zit kweekvlees nog lang niet aan.’
‘Vooral de eerste generatie bedrijven heeft echt zelf het wiel moeten uitvinden’, vervolgt Van Eelen. ‘Zonder specifiek geschikte apparatuur en met weinig fundamenteel onderzoek. Tel daarbij op dat geld ophalen in deze periode lastig is en dat er veel concurrentie is. Als je dan ook nog ongeduldige investeerders hebt, heb je als bedrijf gewoon pech.’

Ira van Eelen tijdens een proeverij van kweekvlees. | Credits: Mosa Meat
Kostprijs kweekvlees spectaculair gedaald
Die ongeduldige investeerders zijn een belangrijke factor, want de tijdlijnen van kweekvlees zijn lang. Kweekvlees wordt gezien als ‘novel food’ op de Europese markt. Voor verkoop ervan moet dus een goedkeuring worden verkregen van de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid. Dat kost jaren en is nog geen enkel bedrijf gelukt.
Dat is lastig, want in de tijd dat de aanvraag loopt kunnen bedrijven het product niet doorontwikkelen. Maar dat betekent niet dat er helemaal geen ontwikkelingen zijn – integendeel. Kijk bijvoorbeeld naar de kosten. De burger die Post in 2013 introduceerde, kostte liefst een kwart miljoen per ons. Tien jaar later was dat nog maar 30 tot 40 euro per kilo. Mosa Meat claimt zelf een kostenreductie van 99,999 procent.
Die kostendaling komt met name door de kostprijs van het medium dat de kweekvleescellen van voedingsstoffen voorziet, legt Van Eelen uit. ‘Eerder kostte dat duizenden euro’s per liter, nu is het nog maar zo’n 50 cent. We komen er steeds meer achter dat we goedkoper gemaakte voedingsmiddelen kunnen gebruiken.’
Niet alleen de lagere kosten, maar vooral het wereldwijde onderzoek maakt dat Van Eelen optimistisch is. Zulk fundamenteel onderzoek helpt niet alleen de techniek vooruit, maar de ontwikkelingen aan universiteiten zorgen er ook voor dat de toekomstige medewerkers in biotech een goede basis hebben, daar waar zij eerst door bedrijven zelf moesten worden opgeleid.
Geld voor kweekvlees in Nederland
Het onderzoek wordt in Nederland deels gefinancierd door het Nationaal Groeifonds van het kabinet. Dat kende in 2023 liefst 60 miljoen euro toe aan het programma Cellulaire Agricultuur, waaronder ook kweekvlees valt. Het programma richt zich de komende jaren op opleiding, kennis en het beschikbaar stellen van opschalingsfaciliteiten voor bedrijven. Stichting CAN is coördinator, naast het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.
Die investering maakt dat ‘je het ontwikkelen van kweekvlees, waar je dat ook op de markt wilt brengen, nog steeds het beste in Nederland kunt doen’, zegt Van Eelen. Ze wijst ook op de lancering van twee open-access opschalingsfaciliteiten afgelopen januari. De faciliteit Cultivate at scale in Maastricht, een onafhankelijke spin-out van Mosa Meat, is specifiek gericht op celkweek-bioprocessen.
Opschalen kost tijd
Genoeg positieve ontwikkelingen dus, al blijft de vraag hoelang het nog duurt voor kweekvlees algemeen beschikbaar wordt. Meatable wilde zijn kweekvlees eind 2023 al in Singapore introduceren, maar dat werd steeds uitgesteld, schrijft de Volkskrant. Verwachten we een te hoog tempo? Van Eelen: ‘In Singapore, het eerste land dat kweekvleesproducten op de markt toeliet, werden ze plotseling overspoeld door aanvragen uit de hele wereld. Die kunnen ze niet zomaar achter elkaar goedkeuren. Maar het gebeurt nog steeds. Het Franse PARIMA is daar laatst bijvoorbeeld goedgekeurd.’
Ook in de Verenigde Staten, Australië en Israël mag al wel kweekvlees van bepaalde merken worden verkocht. Mosa Meat verwacht als eerste juist toestemming van het Verenigd Koninkrijk.
Maar dat er een goedkeuring is, betekent dat nog niet dat het product ook meteen verkocht kan worden. Pas na zo’n goedkeuring kunnen bedrijven immers opschalen. Van Eelen: ‘Er zijn meerdere bedrijven die nu uitvogelen hoe ze dat kunnen doen. Dat gaat nog even duren.’
In Europa zijn we nog een stap minder ver, al mogen er in Nederland wel proeverijen voor kweekvlees worden gehouden. Van Eelens stichting RespectFarms bouwt ondertussen vast aan schaalbare modellen voor boeren die kweekvlees willen gaan produceren. De eerste ‘kweekvleesboerderij‘ ter wereld is er al, en wel in het Zuid-Hollandse Schipluiden. Op het erf van melkveehouder Corné van Leeuwen wordt voor het eerst getest hoe kweekvleesproductie kan passen binnen een bestaande melkveehouderij.
Van Eelen is er blij mee. Het proces dat haar vader in gang zette, wordt steeds tastbaarder. ‘Kweekvlees is één van de oplossingen voor een wereld met minder uitstoot van broeikasgasssen, maar ook een wereld waarin we anders omgaan met dieren dan we nu doen. En het is nog lekker ook.’




