Redacteur Maaike
Maaike Kooijman
20 oktober 2025, 15:00

World Food Prize-winnaar Lawrence Haddad: 'Je kunt klimaat en gezondheid niet los van elkaar zien'

Als de ‘voedselmensen’ en de ‘klimaatmensen’ met elkaar optrekken, levert dat een win-winsituatie op. Dat stelt Lawrence Haddad, directeur van de Global Alliance for Improved Nutrition. ‘Als we het klimaatprobleem willen aanpakken, kunnen we simpelweg niet om voeding heen.’

GAIN-directeur Lawrence Haddad GAIN-directeur Lawrence Haddad: 'Systeemdenken is uit de mode.' | Credits: GAIN

‘Het gaat niet snel genoeg.’ Lawrence Haddad heeft zojuist het podium beklommen op de World Food Day, en moet duidelijk iets kwijt. ‘Ik vlieg de hele wereld over, zit vijf minuten in een panel, iedereen is blij en dan gaan we weer naar huis. Er ontstaat geen gevoel van urgentie. Maar we kunnen het onszelf niet veroorloven om ons comfortabel te voelen met het huidige tempo van verandering. Er gaan mensen dóód omdat we te langzaam gaan.’

Haddad kan het weten. Hij houdt zich al decennia bezig met voeding, specifiek ondervoeding, wereldwijd. Ondanks die inzet ‘gaan bijna alle indicatoren de verkeerde kant op’, zegt hij tijdens World Food Day.

Lawrence Haddad is sinds 2016 de directeur van de Global Alliance for Improved Nutrition (GAIN). GAIN is in 2002 opgericht tijdens een speciale bijeenkomst van de VN en zet zich onder meer in voor de beschikbaarheid van gezond en duurzaam voedsel wereldwijd. De non-profit organisatie heeft kantoren in Nederland, het VK en de VS, maar ook in Bangladesh, India, Indonesië, Kenia, Oeganda, Ethiopië, Benin, Nigeria, Mozambique en Tanzania.

Na een opleiding Food Science and Economics schreef Haddad een proefschrift aan het Food Research Institute van de universiteit van Stanford. In de carrière die daarop volgde stond hij onder meer aan het hoofd van de afdeling Food Consumption and Nutrition bij het International Food Policy Research Institute en was hij directeur van het Institute of Development Studies. Ook was hij hoofdauteur van het Global Nutrition Report en betrokken bij de voedselsysteem-top van de VN.

In 2018 ontving Haddad de World Food Prize voor zijn werk. In het Verenigd Koninkrijk is hij ook Companion of the Order of St Michael and St George.

Change Inc. spreekt Lawrence Haddad over zijn inzet voor een gezonder en duurzamer voedselsysteem. We nemen plaats in de enige vrije ruimte die we op het congres kunnen vinden. Het blijkt de VIP-kamer te zijn. ‘Er staat hier zelfs cola’, zegt Haddad verwonderd. Hij houdt het bij water – gevalletje practice what you preach.

Bij ondervoeding denken mensen vooral aan arme landen. In 2024 hebben zo’n 673 miljoen mensen honger geleden, schat de VN. Waarom is ondervoeding ook in westerse landen relevant? 

‘Ondervoeding (de Engelse term malnutrition is wellicht passender, red.) is breder dan alleen honger. Het kan ook een tekort aan voedingsstoffen betekenen waardoor je lichaam ongezond is. In dat licht wordt elk land geplaagd door ondervoeding. Het ziet er alleen anders uit. In Afrika zijn het kleine, dunne kinderen. In rijke landen is het eerder overgewicht.

Wereldwijd heeft ruim 8 procent van de mensen honger, maar liefst 30 procent komt voedingsstoffen tekort. In de top 10 van risicofactoren voor ziekte is zeker de helft gerelateerd aan voeding. Óók in westerse landen. Denk aan een hoge bloeddruk, een hoog cholesterolgehalte in het bloed of diabetes type 2.’

Wat heeft dat met het klimaat te maken?

‘De voedselindustrie is goed voor zo’n 30 procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. Als we het klimaatprobleem willen aanpakken, kunnen we simpelweg niet om voeding heen. En gezond en duurzaam voedsel gaan vaak hand in hand. Zo zijn gezonde producten vaker onbewerkt, wat uitstoot scheelt die gepaard gaat met de verwerking en verpakking. Daarbij is een gezond dieet een gevarieerd dieet, wat ook goed is voor de bodemkwaliteit en biodiversiteit. Ook plantaardig is gezond én duurzaam. Tegelijk is gezond voedsel het meest kwetsbaar voor klimaatverandering.

Nu worden die dingen vaak los van elkaar gezien. Er is een ministerie van volksgezondheid en een ministerie van landbouw. En dan ook nog van financiën, buitenlandse zaken… Terwijl het voedselsysteem door al die categorieën loopt. Het gaat om meer dan de boeren, het gaat echt om farm to fork.

Áls er al samenwerking is tussen verschillende sectoren, wordt dat vaak snel wegbezuinigd uit angst voor overlap of het verlies van de controle. Systeemdenken is uit de mode. Mensen focussen liever op één ding, maar systeemdenken betekent helemaal niet dat je alles tegelijk moet doen. Het houdt simpelweg in dat je met een brede blik kijkt naar alle mogelijke oplossingen, en vervolgens prioriteit geeft aan die dingen die over de hele linie het meeste effect hebben.’

De brug tussen voeding en klimaat

Haddad vindt de rol van voedelsystemen onderbelicht in het klimaatdebat. Al is dat niet zo gek, legt hij uit. ‘De energie- en transportsector is veel overzichtelijker. Het zijn vaak enkele grote spelers die het grootste deel van de sector beheersen. Kijk je naar voeding, dan kom je op miljoenen boeren. Dat is moeilijker inzichtelijk te krijgen.’

Hoe maken we het voedselsysteem overzichtelijker?

‘Het helpt al om inzichtelijk te maken waar het geld heengaat. Zoals gezegd is het voedselsysteem heel breed. Overheden hebben daardoor vaak geen idee hoeveel geld ze er nou aan besteden en op welke manieren. GAIN wil hen helpen dat inzichtelijker te maken in een soort dashboard.

Op een vergelijkbare manier is het belangrijk om inzichtelijk te maken hoe huidig beleid aansluit bij de doelstellingen. We maken een soort stoplicht, waarmee overheden bijvoorbeeld kunnen zien of hun klimaat-, transport- of handelsbeleid voldoet aan hun doelstellingen voor volksgezondheid.

Die concrete begeleiding is belangrijk voor mij. Je kunt wel over grote vergezichten blijven praten, maar juist de kleine dingen kosten tijd. De realiteit kost tijd. Als voorzitter van mijn appartementencomplex in het VK heb ik er al een halfjaar over gedaan om de afvalinzameling en -ophaal goed te regelen. Ik bedoel maar.’

Welke rol speelt voedselverspilling in dit plaatje?

‘Voedselverspilling is enorm moeilijk aan te pakken. Het vindt overal in de keten plaats: eten gaat verloren in de vorm van zaden, bij de oogst, het transport, de opslag, de retail. Dat maakt het enorm onoverzichtelijk. Er is echt een systemische interventie nodig om dat op te lossen.

Wat als er voor voedselverspilling eenzelfde soort markt zou bestaan als voor carbon credits? Dat bedrijven die voedsel verspillen dat moeten compenseren door te investeren in initiatieven die het oplossen. Ik heb dit nooit iemand horen zeggen, maar misschien werkt het wel heel goed.’

Tijdens COP27 lanceerden GAIN, de World Health Organization en Food and Agriculture Organization van de VN het Initiative on Climate Action and Nutrition (I-CAN). Is er sindsdien iets veranderd?

‘Met I-CAN willen we bereiken dat zo veel mogelijk landen klimaat opnemen in hun voedingsplannen, en voeding in hun NDC’s (Nationally Determined Contributions, ofwel nationale plannen om de uitstoot van broeikasgassen te verlagen, red.). Tijdens onze analyse in 2023 bleek dat 40 procent van de NDC’s voeding noemde, al was dat aandeel voor voedselzekerheid wel hoger. Voor COP30 zijn we met een nieuwe analyse bezig. Er lijkt wat verbetering te zijn, hoewel de sectoren nog steeds ver uit elkaar liggen.

Alle landen hebben er iets aan om te investeren in een gezond voedselsysteem. Niet alleen omdat ze verantwoordelijk zijn voor de volksgezondheid, ook omdat het simpelweg ziektekosten bespaart. Daarbij zijn werkende mensen die voldoende voedingsstoffen binnenkrijgen over het algemeen productiever. GAIN werkt veel samen met bedrijven. Die zien ons niet als goed doel, maar als iets waar zij ook van profiteren.

Ook de voedselbedrijven zouden geïnteresseerd moeten zijn in gezonde voeding. Je ziet dat de vraag naar gezonde voeding langzaam doorsijpelt in alle lagen van de samenleving. Het is een groeiende markt en kan commerciële voordelen opleveren. Daarbij komt er vroeg of laat meer regulering. In het VK wordt één plus één gratis nu bijvoorbeeld al verboden voor fastfood.’

Gezond en duurzaam gaan hand in hand

Genoeg voordelen van gezond en duurzaam voedsel, zou je zeggen. Toch heeft het een enorm imagoprobleem. Waar komt dat door? ‘Reclame voor gezond voedsel is vaak heel saai’, valt Haddad op. ‘Dan zie je een foto van vijf stuks groente en twee stuks fruit met de boodschap dat het goed voor je is. Ja, daar gaat niemand voor vallen.’

Hoe maken we gezonde voeding dan wel aantrekkelijk voor mensen?

‘De private sector doet dat geniaal. Ik zag in New York ooit een billboard met daarop een foto van een extra dunne pretzel met chocolade en de tekst: You can never be too thin. Zo koppelen ze hun product aan wat de consument belangrijk vindt: dun zijn. Je wordt natuurlijk niet echt dun van pretzel met chocolade, maar het is superslim.

In Kenia hebben we daar een voorbeeld aan genomen. Bekende Kenianen werden op de foto gezet met gezond voedsel, met daarbij de tekst: These foods made me. Daarmee impliceer je dat mensen die dat voedsel eten op hun idolen kunnen gaan lijken.’

Hoe komen we volgens u tot een ideaal voedselsysteem? 

‘Het belangrijkste is een verandering van mindset bij de leiders in agrifood. Mensen beschouwen dingen te vaak als een probleem in plaats van een kans.

Het kan ook anders. Kijk naar Ethiopië. Dat land is één van de eerste dat klimaateffecten heeft meegenomen in de landelijke voedingsvoorschriften. Eerst kregen ze veel kritiek van bedrijven. Die wilden natuurlijk niet dat mensen die effecten te weten zouden komen. Maar de regering hield vast aan de plannen. Die boden bedrijven immers ook een kans om hun producten op een nieuwe manier in de markt te zetten. Klimaatvriendelijker produceren levert nu competitief voordeel op.

Overheden hebben heel veel macht, ook op manieren die ze zich niet altijd realiseren. Zij kunnen het voor bedrijven aantrekkelijker maken om gezonder en duurzamer te worden. Dat hoeft niet eens met verplichtingen of heffingen te zijn. Je kunt ook denken aan een belastingkorting voor bedrijven die het goede doen.

Het is daarnaast belangrijk dat de werking van voedselsystemen in het curriculum op universiteiten komt. In Wageningen is dat zo, maar lang niet overal. Dat is geen quick fix, maar het is wel belangrijk. Dat zijn de mensen die over tien, twintig jaar de staat van dienst uitmaken.’

Zijn er quick fixes? Hoe komen we sneller waar we willen zijn?

‘GAIN werkt nu aan een food system accelerator. Tot 2030 willen we zeker vijftig overheden helpen om hun ambities om te zetten in concrete plannen. Vaak heeft het al jaren gekost om die ambities op papier te zetten, en dan duurt het nog veel langer voor die worden omgezet in actieprogramma’s en investeringen. Dat moet echt sneller.’

Onverwachte samenwerkingen

Het thema van het World Food Day-evenement is ‘partnerships that feed the future’. Haddad is uitgenodigd door het Netherlands Food Partnership, dat in Nederland ook samenwerkt met GAIN.

Welke rol spelen samenwerkingen om het voedselsysteem te verbeteren?

‘GAIN is geen grote organisatie, dus samenwerkingen zijn voor ons cruciaal. We besteden veel tijd aan het uitzoeken van de goede partners. Het werk moet een beetje overlappen, maar niet té veel. En natuurlijk moeten we dezelfde waarden hebben.

Alle samenwerkingen zijn belangrijk, maar ik hecht vooral waarde aan de onverwachte samenwerkingen. In Ethiopië heeft het ministerie bijvoorbeeld een samenwerking gesloten met een groep journalisten. De overheid kan de journalisten veel vertellen over wat voedselsystemen zijn en hoe ze werken, terwijl de journalisten meer weten over hoe je dat in begrijpelijke taal kunt opschrijven.

Het helpt ook enorm als het recht op gezonde voeding in de wet is verankerd, bijvoorbeeld als onderdeel van de arbeidsomstandigheden. Samenwerkingen met advocaten kunnen helpen om kansen daarvoor in kaart te brengen en het goed te framen.’

Wat is uw hoop voor COP30?

‘Dat is duidelijk: ik hoop op veel meer aandacht voor voeding. De deur staat inmiddels wagenwijd open, maar te veel mensen verwachten nog drijfzand als ze daar doorheen stappen. Terwijl goede voeding wat mij betreft de brug is tussen eten en het klimaat. Samenwerking tussen de voedsel- en klimaatmensen is echt een win-win.’

Lees ook:

ImpactFest: inspiratie voor ondernemers, kansen voor financiers

In 2015 was ImpactFest nog een kleinschalig evenement. Bedoeld voor idealistische startup-founders met grote dromen. Inmiddels is het uitgegroeid tot een internationaal trefpunt voor iedereen die werkt aan de impacteconomie. Van ondernemers tot investeerders, beleidsmakers en vertegenwoordigers van maatschappelijke initiatieven. De sfeer is energiek, bijna festivalachtig. Maar achter de schermen draait het om serieuze zaken: het vinden van kapitaal, partners én nieuwe groeikansen. Echte ontmoeting 'Het mooie van ImpactFest is dat het hele ecosysteem samenkomt', zegt Merijn ten Thije. Hij is Impact Investing Principal bij DOEN Ventures, de investeringspoot van Stichting DOEN, en bestuurslid van de Netherlands Advisory Board on impact investing (NAB). 'Het is een dag waarop ondernemers inspiratie opdoen en financiers nieuwe kansrijke bedrijven ontdekken. Zie ImpactFest dus niet enkel als een conferentie, het is een katalysator voor samenwerking.' Via matchmaking, speeddates en pitchsessies ontstaat er volgens hem iets wat op papier moeilijk te organiseren is: echte ontmoeting.Het gaat om ondernemers die met hun bedrijf niet alleen winst willen maken, maar vooral een positieve impact op de wereld willen hebben. Ze richten zich op maatschappelijke of ecologische doelen - duurzaamheid, sociale gelijkheid of gezondheid - en combineren dat met een gezond verdienmodel. 'Veel van deze founders zijn voor hun groei afhankelijk van externe financiering. Dan is het cruciaal dat je met nieuwe investeerders in contact kunt komen en ImpactFest faciliteert dat.'[caption id="attachment_167135" align="alignnone" width="1000"] Merijn ten Thije, Impact Investing Principal bij DOEN Ventures[/caption] Een startfase vol uitdagingen Wie in Nederland een impactonderneming start, merkt al snel dat idealen alleen niet genoeg zijn. De financieringsmarkt is uitdagend, zeker voor bedrijven in de prille fase van hun bestaan. 'Er is nog steeds geld in de markt', zegt Ten Thije. 'We zien alleen dat fondsen voornamelijk investeren in hun bestaande portfolio’s en in latere fases. Daardoor is er minder ruimte voor nieuwe initiatieven.'Met name de financiering voor dat eerste gat - de sprong van idee naar product - blijkt ingewikkeld. Er zijn niet veel risicodragende investeerders die in deze fase toehappen. En dat terwijl de vraag de laatste jaren juist toeneemt. 'In deze fase zijn veel impactondernemers afhankelijk van partijen zoals Stichting DOEN, de Rabobank Foundation of andere impact gedreven stichtingen en fondsen. Informal investors kunnen in deze fase ook belangrijk zijn. Het draait dan niet alleen om geld, het gaat ook om kennis en geduld.’Ook gaat het volgens hem nog wel eens mis in de overgang naar vervolginvesteringen. Ondernemers die dringend cash nodig hebben om door te gaan, staan dan met hun rug tegen de muur bij het opstellen van de voorwaarden. Kennis, netwerk en inspiratie Ondernemers die op 30 oktober naar ImpactFest gaan, zullen merken dat ze niet de enigen zijn die worstelen met financiering, regelgeving en groei. 'Dat gevoel van herkenning is belangrijk', zegt Ten Thije. 'Het motiveert ze om door te gaan. Je ziet anderen die net als jij proberen om een systeem te veranderen en dat geeft energie.' Die kruisbestuiving geldt overigens ook voor investeerders. Een van de opvallendste onderdelen van het programma noemt hij het reverse pitching event, waarbij investeerders zichzelf presenteren aan ondernemers. 'Dat zorgt voor een gelijkwaardiger gesprek, want normaal gesproken is het andersom.'Het thema van deze editie - Under Pressure, Brace for Impact - komt in ieder geval niet zomaar uit de lucht vallen. Volgens Ten Thije staat de impactbeweging op een kruispunt. 'De wereld verandert razendsnel. We zien geopolitieke spanningen, schaarste aan grondstoffen en de opkomst van AI. Al die ontwikkelingen verschuiven de focus van investeerders. Waar duurzaamheid jarenlang bovenaan stond, zie je dat dit nu niet meer overal vanzelfsprekend is.' Wil je ook naar ImpactFest op 30 oktober? Speciaal voor Change Inc. mogen we 20% korting aanbieden (25x geldig) op jouw ticket. Vul hier de volgende code in tijdens het afrekenen: 25IFPartnerTicket20Tussen idealisme en investeerbaarheid Tegelijk is het begrip impact volgens hem aan slijtage onderhevig. 'Het wordt te vaak als marketinglabel gebruikt. Daarom is het belangrijk dat we scherp blijven. Wat bedoelen we echt met impact? Hoe zorg je dat het niet een bijzaak is, maar de kern van je bedrijf?'. Dat zal wel altijd in combinatie moeten zijn met inspelen op (of creëren van) marktvraag. Impact zou onderdeel moeten zijn van je succesvolle bedrijfsmodel.DOEN probeert innovatieve nieuwe structuren te ondersteunen, zoals steward ownership. Dat is een bedrijfsstructuur waarbij de missie altijd boven winstmaximalisatie staat en zeggenschap niet gekoppeld is aan je de investering die is gedaan. Tijdens ImpactFest organiseert DOEN Ventures met NAB / Co-Financing the Future een sessie over dit model. 'We willen laten zien dat je met de juiste eigendomsstructuur zowel rendement als maatschappelijke waarde kunt creëren.'En dat is precies waar ImpactFest om draait: de brug tussen idealisme en investeerbaarheid. 'Voor ondernemers is het dé plek om kapitaal en kennis te vinden', zegt Ten Thije. 'En voor investeerders om geïnspireerd te raken en elkaar te versterken. Want alleen samen kunnen we de transities versnellen die de wereld nu nodig heeft.' Wat DOEN zoekt in impact DOEN Ventures investeert al dertig jaar in initiatieven en fondsen die bijdragen aan een duurzamere en socialere economie. Niet vanuit winstbejag, maar om transities te versnellen. De investeringsmiddelen komen van de deelnemers van de Postcode Loterij. Ze worden ingezet met een impact-first benadering en in een zogenaamde evergreen-structuur zodat opbrengsten via het fonds weer opnieuw in impactvolle initiatieven geïnvesteerd worden. Naast de investeringstak DOEN Ventures, kunnen ze via Stichting DOEN ook subsidies verstrekken aan projecten zonder direct verdienmodel, zoals landschapsherstel. Maar vaak zijn het juist vroegfase-ondernemingen die commercieel kunnen groeien. Denk aan bedrijven als Seepje, Fairphone, Wilderland, CholocateMakers en recent nog Food For Skin. 'Seepje kwam ooit in een heel vroege fase bij ons', aldus Ten Thije. 'Wij konden helpen met financiering, maar ook via onze connectie met de Postcode Loterij. Zo kwamen hun producten in prijspakketten terecht, wat voor hen direct omzet en zichtbaarheid opleverde. Voor deelnemers was het bovendien een inspiratie om duurzamere productkeuzes te maken.'