‘Het gaat niet snel genoeg.’ Lawrence Haddad heeft zojuist het podium beklommen op de World Food Day, en moet duidelijk iets kwijt. ‘Ik vlieg de hele wereld over, zit vijf minuten in een panel, iedereen is blij en dan gaan we weer naar huis. Er ontstaat geen gevoel van urgentie. Maar we kunnen het onszelf niet veroorloven om ons comfortabel te voelen met het huidige tempo van verandering. Er gaan mensen dóód omdat we te langzaam gaan.’
Haddad kan het weten. Hij houdt zich al decennia bezig met voeding, specifiek ondervoeding, wereldwijd. Ondanks die inzet ‘gaan bijna alle indicatoren de verkeerde kant op’, zegt hij tijdens World Food Day.
Lawrence Haddad is sinds 2016 de directeur van de Global Alliance for Improved Nutrition (GAIN). GAIN is in 2002 opgericht tijdens een speciale bijeenkomst van de VN en zet zich onder meer in voor de beschikbaarheid van gezond en duurzaam voedsel wereldwijd. De non-profit organisatie heeft kantoren in Nederland, het VK en de VS, maar ook in Bangladesh, India, Indonesië, Kenia, Oeganda, Ethiopië, Benin, Nigeria, Mozambique en Tanzania.
Na een opleiding Food Science and Economics schreef Haddad een proefschrift aan het Food Research Institute van de universiteit van Stanford. In de carrière die daarop volgde stond hij onder meer aan het hoofd van de afdeling Food Consumption and Nutrition bij het International Food Policy Research Institute en was hij directeur van het Institute of Development Studies. Ook was hij hoofdauteur van het Global Nutrition Report en betrokken bij de voedselsysteem-top van de VN.
In 2018 ontving Haddad de World Food Prize voor zijn werk. In het Verenigd Koninkrijk is hij ook Companion of the Order of St Michael and St George.
Change Inc. spreekt Lawrence Haddad over zijn inzet voor een gezonder en duurzamer voedselsysteem. We nemen plaats in de enige vrije ruimte die we op het congres kunnen vinden. Het blijkt de VIP-kamer te zijn. ‘Er staat hier zelfs cola’, zegt Haddad verwonderd. Hij houdt het bij water – gevalletje practice what you preach.
Bij ondervoeding denken mensen vooral aan arme landen. In 2024 hebben zo’n 673 miljoen mensen honger geleden, schat de VN. Waarom is ondervoeding ook in westerse landen relevant?
‘Ondervoeding (de Engelse term malnutrition is wellicht passender, red.) is breder dan alleen honger. Het kan ook een tekort aan voedingsstoffen betekenen waardoor je lichaam ongezond is. In dat licht wordt elk land geplaagd door ondervoeding. Het ziet er alleen anders uit. In Afrika zijn het kleine, dunne kinderen. In rijke landen is het eerder overgewicht.
Wereldwijd heeft ruim 8 procent van de mensen honger, maar liefst 30 procent komt voedingsstoffen tekort. In de top 10 van risicofactoren voor ziekte is zeker de helft gerelateerd aan voeding. Óók in westerse landen. Denk aan een hoge bloeddruk, een hoog cholesterolgehalte in het bloed of diabetes type 2.’
Wat heeft dat met het klimaat te maken?
‘De voedselindustrie is goed voor zo’n 30 procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. Als we het klimaatprobleem willen aanpakken, kunnen we simpelweg niet om voeding heen. En gezond en duurzaam voedsel gaan vaak hand in hand. Zo zijn gezonde producten vaker onbewerkt, wat uitstoot scheelt die gepaard gaat met de verwerking en verpakking. Daarbij is een gezond dieet een gevarieerd dieet, wat ook goed is voor de bodemkwaliteit en biodiversiteit. Ook plantaardig is gezond én duurzaam. Tegelijk is gezond voedsel het meest kwetsbaar voor klimaatverandering.
Nu worden die dingen vaak los van elkaar gezien. Er is een ministerie van volksgezondheid en een ministerie van landbouw. En dan ook nog van financiën, buitenlandse zaken… Terwijl het voedselsysteem door al die categorieën loopt. Het gaat om meer dan de boeren, het gaat echt om farm to fork.
Áls er al samenwerking is tussen verschillende sectoren, wordt dat vaak snel wegbezuinigd uit angst voor overlap of het verlies van de controle. Systeemdenken is uit de mode. Mensen focussen liever op één ding, maar systeemdenken betekent helemaal niet dat je alles tegelijk moet doen. Het houdt simpelweg in dat je met een brede blik kijkt naar alle mogelijke oplossingen, en vervolgens prioriteit geeft aan die dingen die over de hele linie het meeste effect hebben.’
De brug tussen voeding en klimaat
Haddad vindt de rol van voedelsystemen onderbelicht in het klimaatdebat. Al is dat niet zo gek, legt hij uit. ‘De energie- en transportsector is veel overzichtelijker. Het zijn vaak enkele grote spelers die het grootste deel van de sector beheersen. Kijk je naar voeding, dan kom je op miljoenen boeren. Dat is moeilijker inzichtelijk te krijgen.’
Hoe maken we het voedselsysteem overzichtelijker?
‘Het helpt al om inzichtelijk te maken waar het geld heengaat. Zoals gezegd is het voedselsysteem heel breed. Overheden hebben daardoor vaak geen idee hoeveel geld ze er nou aan besteden en op welke manieren. GAIN wil hen helpen dat inzichtelijker te maken in een soort dashboard.
Op een vergelijkbare manier is het belangrijk om inzichtelijk te maken hoe huidig beleid aansluit bij de doelstellingen. We maken een soort stoplicht, waarmee overheden bijvoorbeeld kunnen zien of hun klimaat-, transport- of handelsbeleid voldoet aan hun doelstellingen voor volksgezondheid.
Die concrete begeleiding is belangrijk voor mij. Je kunt wel over grote vergezichten blijven praten, maar juist de kleine dingen kosten tijd. De realiteit kost tijd. Als voorzitter van mijn appartementencomplex in het VK heb ik er al een halfjaar over gedaan om de afvalinzameling en -ophaal goed te regelen. Ik bedoel maar.’
Welke rol speelt voedselverspilling in dit plaatje?
‘Voedselverspilling is enorm moeilijk aan te pakken. Het vindt overal in de keten plaats: eten gaat verloren in de vorm van zaden, bij de oogst, het transport, de opslag, de retail. Dat maakt het enorm onoverzichtelijk. Er is echt een systemische interventie nodig om dat op te lossen.
Wat als er voor voedselverspilling eenzelfde soort markt zou bestaan als voor carbon credits? Dat bedrijven die voedsel verspillen dat moeten compenseren door te investeren in initiatieven die het oplossen. Ik heb dit nooit iemand horen zeggen, maar misschien werkt het wel heel goed.’
Tijdens COP27 lanceerden GAIN, de World Health Organization en Food and Agriculture Organization van de VN het Initiative on Climate Action and Nutrition (I-CAN). Is er sindsdien iets veranderd?
‘Met I-CAN willen we bereiken dat zo veel mogelijk landen klimaat opnemen in hun voedingsplannen, en voeding in hun NDC’s (Nationally Determined Contributions, ofwel nationale plannen om de uitstoot van broeikasgassen te verlagen, red.). Tijdens onze analyse in 2023 bleek dat 40 procent van de NDC’s voeding noemde, al was dat aandeel voor voedselzekerheid wel hoger. Voor COP30 zijn we met een nieuwe analyse bezig. Er lijkt wat verbetering te zijn, hoewel de sectoren nog steeds ver uit elkaar liggen.
Alle landen hebben er iets aan om te investeren in een gezond voedselsysteem. Niet alleen omdat ze verantwoordelijk zijn voor de volksgezondheid, ook omdat het simpelweg ziektekosten bespaart. Daarbij zijn werkende mensen die voldoende voedingsstoffen binnenkrijgen over het algemeen productiever. GAIN werkt veel samen met bedrijven. Die zien ons niet als goed doel, maar als iets waar zij ook van profiteren.
Ook de voedselbedrijven zouden geïnteresseerd moeten zijn in gezonde voeding. Je ziet dat de vraag naar gezonde voeding langzaam doorsijpelt in alle lagen van de samenleving. Het is een groeiende markt en kan commerciële voordelen opleveren. Daarbij komt er vroeg of laat meer regulering. In het VK wordt één plus één gratis nu bijvoorbeeld al verboden voor fastfood.’
Gezond en duurzaam gaan hand in hand
Genoeg voordelen van gezond en duurzaam voedsel, zou je zeggen. Toch heeft het een enorm imagoprobleem. Waar komt dat door? ‘Reclame voor gezond voedsel is vaak heel saai’, valt Haddad op. ‘Dan zie je een foto van vijf stuks groente en twee stuks fruit met de boodschap dat het goed voor je is. Ja, daar gaat niemand voor vallen.’
Hoe maken we gezonde voeding dan wel aantrekkelijk voor mensen?
‘De private sector doet dat geniaal. Ik zag in New York ooit een billboard met daarop een foto van een extra dunne pretzel met chocolade en de tekst: You can never be too thin. Zo koppelen ze hun product aan wat de consument belangrijk vindt: dun zijn. Je wordt natuurlijk niet echt dun van pretzel met chocolade, maar het is superslim.
In Kenia hebben we daar een voorbeeld aan genomen. Bekende Kenianen werden op de foto gezet met gezond voedsel, met daarbij de tekst: These foods made me. Daarmee impliceer je dat mensen die dat voedsel eten op hun idolen kunnen gaan lijken.’
Hoe komen we volgens u tot een ideaal voedselsysteem?
‘Het belangrijkste is een verandering van mindset bij de leiders in agrifood. Mensen beschouwen dingen te vaak als een probleem in plaats van een kans.
Het kan ook anders. Kijk naar Ethiopië. Dat land is één van de eerste dat klimaateffecten heeft meegenomen in de landelijke voedingsvoorschriften. Eerst kregen ze veel kritiek van bedrijven. Die wilden natuurlijk niet dat mensen die effecten te weten zouden komen. Maar de regering hield vast aan de plannen. Die boden bedrijven immers ook een kans om hun producten op een nieuwe manier in de markt te zetten. Klimaatvriendelijker produceren levert nu competitief voordeel op.
Overheden hebben heel veel macht, ook op manieren die ze zich niet altijd realiseren. Zij kunnen het voor bedrijven aantrekkelijker maken om gezonder en duurzamer te worden. Dat hoeft niet eens met verplichtingen of heffingen te zijn. Je kunt ook denken aan een belastingkorting voor bedrijven die het goede doen.
Het is daarnaast belangrijk dat de werking van voedselsystemen in het curriculum op universiteiten komt. In Wageningen is dat zo, maar lang niet overal. Dat is geen quick fix, maar het is wel belangrijk. Dat zijn de mensen die over tien, twintig jaar de staat van dienst uitmaken.’
Zijn er quick fixes? Hoe komen we sneller waar we willen zijn?
‘GAIN werkt nu aan een food system accelerator. Tot 2030 willen we zeker vijftig overheden helpen om hun ambities om te zetten in concrete plannen. Vaak heeft het al jaren gekost om die ambities op papier te zetten, en dan duurt het nog veel langer voor die worden omgezet in actieprogramma’s en investeringen. Dat moet echt sneller.’
Onverwachte samenwerkingen
Het thema van het World Food Day-evenement is ‘partnerships that feed the future’. Haddad is uitgenodigd door het Netherlands Food Partnership, dat in Nederland ook samenwerkt met GAIN.
Welke rol spelen samenwerkingen om het voedselsysteem te verbeteren?
‘GAIN is geen grote organisatie, dus samenwerkingen zijn voor ons cruciaal. We besteden veel tijd aan het uitzoeken van de goede partners. Het werk moet een beetje overlappen, maar niet té veel. En natuurlijk moeten we dezelfde waarden hebben.
Alle samenwerkingen zijn belangrijk, maar ik hecht vooral waarde aan de onverwachte samenwerkingen. In Ethiopië heeft het ministerie bijvoorbeeld een samenwerking gesloten met een groep journalisten. De overheid kan de journalisten veel vertellen over wat voedselsystemen zijn en hoe ze werken, terwijl de journalisten meer weten over hoe je dat in begrijpelijke taal kunt opschrijven.
Het helpt ook enorm als het recht op gezonde voeding in de wet is verankerd, bijvoorbeeld als onderdeel van de arbeidsomstandigheden. Samenwerkingen met advocaten kunnen helpen om kansen daarvoor in kaart te brengen en het goed te framen.’
Wat is uw hoop voor COP30?
‘Dat is duidelijk: ik hoop op veel meer aandacht voor voeding. De deur staat inmiddels wagenwijd open, maar te veel mensen verwachten nog drijfzand als ze daar doorheen stappen. Terwijl goede voeding wat mij betreft de brug is tussen eten en het klimaat. Samenwerking tussen de voedsel- en klimaatmensen is echt een win-win.’




