Jeroen de Boer
18 december 2025, 11:00

3 jonge energietechbedrijven slaan met warmtebatterijen een brug tussen duurzame stroom en industriële warmte

Er is veel aandacht voor ondernemingen die door netcongestie op wachtlijsten staan voor een grotere aansluiting op het elektriciteitsnet. Daarbij raakt vaak ondergesneeuwd dat warmte een veel groter deel uitmaakt van het energieverbruik van de Nederlandse industrie dan stroom. Dat schept kansen voor innovatieve bedrijven die oplossingen bieden op het gebied van power-to-heat.

industrie warmte vraag stroom verduurzaming hernieuwbare energie netcongestie Productie in een glasfabriek. | Credits: Getty Images

Brood bakken, papier produceren of stoffen scheiden voor de productie van medicijnen. Voor al die processen is warmte nodig. Het is dan ook niet vreemd dat een groot deel van de energievraag van de Nederlandse industrie uit warmte bestaat.

Bij de eindvraag naar energie van de industrie heeft warmte in Nederland een aandeel van bijna 100 terawattuur op jaarbasis. Dat is ongeveer drie keer zoveel als de vraag naar elektriciteit van de industrie, blijkt uit berekeningen van Energie Beheer Nederland op basis van cijfers van het CBS.

Een fors deel van de industriële warmte wordt verkregen door het verbranden van aardgas, waarbij CO2 vrijkomt. Om daar iets aan te doen, kun je bij het verduurzamen van de warmtevraag van de industrie aan verschillende knoppen draaien.

Vanuit energetisch oogpunt is de meest efficiënte aanpak om eerst te kijken naar optimalisatie van bestaande processen, waardoor per eenheid gecreëerde warmte minder input aan energie nodig is. Daarnaast moet restwarmte zo veel mogelijk worden hergebruikt, omdat je restwarmte vaak met relatief weinig extra energie naar gewenste (hogere) temperaturen kunt opwaarderen.

Uiteindelijk wil je aardgas bij verduurzaming wel zo veel mogelijk vervangen als energiebron. Daarbij wordt steeds nadrukkelijker gekeken naar het omzetten van hernieuwbare elektriciteit in warmte, bijvoorbeeld via e-heaters of e-boilers. Dat betekent wel dat er extra vraag naar elektriciteit ontstaat. Hernieuwbare energiebronnen zoals zon en wind kunnen die vraag in principe opvangen, maar zorgen voor een schommelend aanbod, terwijl industriële processen om een constante toevoer van warmte vragen.

Bedrijven die meer duurzame stroom willen gebruiken, hebben ook uitdagingen die te maken hebben met netcongestie. Netbeheerders zijn bezorgd dat gebruikers op piekmomenten gelijktijdig heel veel stroom vragen, wat voor overbelasting van het elektriciteitsnet kan zorgen. Bedrijven kunnen er daardoor sinds enkele jaren niet meer op rekenen dat ze standaard een grotere netaansluiting krijgen.

Hernieuwbare elektriciteit omzetten in warmte

Een deel van de oplossing kan gevonden worden door lokaal hernieuwbare energie op te wekken en direct in te zetten voor bedrijfsprocessen. Voor de industrie geldt dan nog steeds dat er behoefte is aan een stabiele toevoer van warmte, wat kan botsen met het variabele aanbod van hernieuwbare energie.

Om dat probleem op te lossen zijn zogenoemde warmtebatterijen onmisbaar. Die kunnen, nadat elektriciteit is omgezet in warmte, de warmte voor langere tijd vasthouden en op een later moment weer afgeven. Warmtebatterijen vormen zo een buffer tussen het schommelende aanbod van wind- en zonnestroom en de behoefte van de industrie aan een stabiele warmte-aanvoer.

Dat levert ook voordelen op bij het aanpakken van problemen rond netcongestie. Op momenten met een te hoog aanbod van zonne- en/of windstroom kunnen industriële bedrijven de overtollige stroom afnemen, omzetten in warmte en opslaan in een warmtebatterij voor later gebruik.

In Nederland zijn inmiddels enkele partijen actief met zogenoemde power-to-heat-oplossingen, waarbij vaak jonge bedrijven het voortouw nemen bij het verduurzamen van de warmtevraag van de industrie, inclusief het aanpakken van netcongestie. Hieronder komen drie voorbeelden aan bod: Suncom Energy, Energynest en Good Heat.

Suncom: verduurzaming warmtevraag bij snoepfabrikant

Energietechbedrijf Suncom Energy van ondernemer Henk Arntz richt zich in Nederland en Spanje met power-to-heat op de warmtevraag van bedrijven die proceswarmte gebruiken op temperaturen tussen de 100 en 475 graden Celsius.

Ceo Henk Arntz van Suncom Energy. | Credits: Suncom Energy.

Suncom levert geïntegreerde installaties, met combinaties van zonnepanelen, modules die zonnestroom omzetten naar warmte, zonnespiegels die warmte genereren (geconcentreerde thermische zonne-energie), warmtebatterijen en boilers. De netaansluiting van klanten wordt hier ook bij betrokken, bijvoorbeeld om overtollige windstroom van het net af te nemen.

Afgelopen maand meldde Suncom de komst van drie nieuwe klanten in Nederland, waaronder snoepfabrikant Confiserie Napoleon uit Zeeland. ‘Die heeft voor zijn processen stoom nodig op een temperatuur van ongeveer 170 graden, om suiker en glucose vloeibaar te maken. Onze Sunfleet zorgt ervoor dat duurzame energiebronnen in bijna 30 procent van de warmtebehoefte van Napoleon kunnen voorzien en in eenderde van het stroomverbruik’, legt Arntz uit.

Confiserie Napoleon kan mede dankzij een zogenoemde DEI+-subsidie voor innovatieve energie- en klimaatprojecten stappen zetten om zijn energieverbruik te verduurzamen. Die subsidie dekt een deel van de kapitaalinvestering.

Nederland kent daarnaast ook de SDE++ -regeling. Dat is een exploitatiesubsidie voor duurzame energieprojecten. Het gaat om een prijssubsidie, waarbij de zogenoemde onrendabele top van onder meer hernieuwbare elektriciteit wordt vergoed op momenten dat marktprijzen van hernieuwbare energie hoger zijn dan die van fossiele alternatieven.

Arntz wijst erop dat de SDE++-regeling prima werkt voor grote bedrijven die hun warmtevraag willen verduurzamen, maar niet voor middelgrote en kleine ondernemingen. ‘Deze regeling is momenteel beperkt tot grote bedrijven met een netaansluiting van minimaal 3 megawatt. Dat is in bijvoorbeeld de voedingsmiddelenindustrie een beperkte groep die ongeveer 10 procent van het aardgasverbruik van deze branche voor zijn rekening neemt.’

Een veel grotere groep bedrijven in de voedingsmiddelenindustrie heeft een netaansluiting tussen de 170 kilowatt en 3 megawatt en is goed voor 90 procent van het aardgasverbruik van die branche, zegt Arntz. ‘Na de chemie is de voedingsmiddelenindustrie de grootste sector binnen de industrie, waarbij bedrijven vaak regionaal verspreid zijn. Als je voor die groep een aparte categorie creëert binnen de SDE++-regeling, kun je de warmtevraag veel effectiever verduurzamen.’

Suncom werkt intussen ook met een alternatief model, waarbij het bedrijf van Arntz zelf de kapitaalinvestering voor de opwek van hernieuwbare energie en de warmtebatterijen financiert. De klant betaalt alleen voor het afnemen van warmte, op basis van langetermijncontracten. ‘Dat doen we in Spanje met chipsfabrikant Patatas Fritas Maribel. In Nederland zijn we hierover in gesprek met drie verschillende partijen’, zegt Arntz.

Energynest: robuuste warmtebatterij van beton

Het Noorse bedrijf Energynest is in een aantal Europese landen actief met projecten waarbij modulaire warmtebatterijen worden geleverd aan industriële klanten. De ThermalBattery werkt met thermische olie of stoom, die (na elektrische opwarming) op hogere temperaturen langs een speciaal soort beton wordt geleid dat de warmte opneemt. Bij de omkering van het proces geeft het hete beton warmte af, zodat die ingezet kan worden voor industriële processen.

Directeur projectontwikkeling Carlijn Lahaye van EnergyNest. | Credits: EnergyNest.

‘Het systeem kan proceswarmte leveren in de vorm van stoom, thermische olie of hete lucht op temperaturen tussen de 120 graden en 320 graden. Daarmee kun je de voedselindustrie, de chemie, de papierindustrie en een groot deel van de maakindustrie bedienen’, zegt directeur projectontwikkeling Carlijn Lahaye.

‘De grondstoffen voor het speciale beton van de warmtebatterij zijn ruim voorradig in Europa. Voordeel is ook dat je een zeer robuust systeem hebt, omdat er geen degradatie optreedt van het beton bij veelvuldig gebruik, zoals je wel hebt bij elektrochemische batterijen. Bovendien is de efficiëntie met ongeveer 95 procent zeer hoog’, aldus Lahaye.

Afhankelijk van de behoefte van klanten kan Energynest alleen de warmtebatterij leveren of zorgen voor een volledige gebruiksklare opstelling, inclusief warmtewisselaars en e-heaters.

De scale-up heeft onder meer installaties gebouwd in Noorwegen, bij kunstmestproducent Yara, en in Duitsland, bij industriebedrijf Leonhard Kurz.

‘In Nederland zijn we in gesprek met een aantal partijen en er is veel interesse’, vertelt Lahaye. ‘Tegelijk merk je dat problemen rond netcongestie van invloed zijn op dit soort trajecten, omdat bedrijven bijvoorbeeld nog geen afspraken hebben kunnen maken over een flexibele netaansluiting waarbij ze op piekmomenten overtollige hernieuwbare energie van het net afnemen. Als daar schot in komt, zal dat de markt zeker een impuls geven. Helemaal als ook de stijging van nettarieven wordt gedempt, zoals het rapport van Peter Wennink adviseert.’

Volgens Lahaye is het doorgaans mogelijk om 30 procent tot 70 procent van de warmtevraag van industriële bedrijven te verduurzamen met een combinatie van warmtebatterijen en hernieuwbare energie, tegen kosten die lager zijn dan proceswarmte op basis van aardgas. ‘Het verschilt enigszins per klant en het land waar de fabriek staat.’

De minimuminvestering voor de warmtebatterij van Energynest is een miljoen euro, waarbij de terugverdientijd tussen de vier en negen jaar ligt. Lahaye: ‘Dat hangt ook af van kostenvoordelen die gerelateerd zijn aan de schaalgrootte van een operatie.’

Ook Energynest heeft een alternatief model waarbij het bedrijf de investering voor de warmtebatterij en aanvullende systemen financiert, en met de klant een langetermijnovereenkomst afsluit op basis van winstdeling.

Good Heat: duurzame warmte als dienst

Een relatief jonge speler in het rijtje van power-to-heat-bedrijven is Good Heat, een Nederlands startup die recent kapitaal ophaalde bij internationale investeerders, waaronder Understory Ventures, Investible en 2100VC. Good Heat richt zich volledig op een model waarbij industriële bedrijven duurzame warmte afnemen als dienst in plaats van zelf te investeren in technologie of installaties.

Ceo Bauke van Gent van Good Heat. | Credits: Good Heat.

‘Wij verkopen duurzame warmte, goedkoper dan het fossiele alternatief, en nemen zowel technologie, financiering als het operationele risico uit handen van industriële bedrijven,’ legt ceo Bauke van Gent uit. Good Heat heeft al een project lopen met een industriële klant in Australië en is bezig met het verkennen van de Nederlandse markt.

‘Bij investeringen in warmtebatterijen vormt de initiële kapitaalinvestering voor veel bedrijven de grootste drempel, terwijl de operationele kosten relatief laag zijn. Bij aardgas is dat precies andersom. Daarom neemt Good Heat zowel de technologiekeuze, de financiering als het management voor zijn rekening, zodat klanten zich volledig kunnen richten op hun kernactiviteiten,’ zegt Van Gent.

Good Heat werkt met een model waarbij aan de inkoopkant langetermijncontracten voor bijvoorbeeld de levering van windenergie worden afgesloten, en met klanten voor vergelijkbare perioden een prijs voor de levering van warmte wordt afgesproken. Van Gent: ‘Dat maakt dit type projecten aantrekkelijk voor langetermijnkapitaal, zoals pensioenfondsen en andere infrastructuurinvesteerders, zeker als het om grootschalige installaties gaat. Daarover zijn we met een aantal partijen in gesprek.’

Van Gent is ervan overtuigd dat Europa hiermee voor een ongekende transitie staat. ‘Europa heeft nu al de goedkoopste elektronen uit zon en wind, maar de aansluiting op de industriële vraag levert een timingsprobleem op, met netcongestie als gevolg. Door hernieuwbare elektriciteit om te zetten in opgeslagen warmte, geven we de industrie toegang tot warmte die goedkoper is dan gas én dragen we bij aan het oplossen van netcongestie,’ aldus Van Gent.

Lees ook:

Nieuwsupdate: Vraag naar steenkool gaat dalen en Gasunie tekent voor waterstofinfrastructuur

Mondiale vraag naar steenkool daalt komende jaren licht De wereldwijde vraag naar steenkool bereikt dit jaar haar hoogtepunt, maar gaat de komende jaren licht dalen, verwacht het Internationaal Energieagentschap (IEA). De IEA publiceerde woensdag het nieuwe rapport Coal 2025. Daarin zegt de westerse denktank te verwachten dat de vraag naar steenkool dit jaar met een half procent stijgt, maar de komende vijf jaar met ongeveer 3 procent daalt.De IEA legt uit dat de groeiende vraag naar elektriciteit ook de vraag naar steenkool kan opdrijven. Tegelijkertijd concurreert de fossiele brandstof steeds meer met hernieuwbare energie en kernenergie. Ook komt er meer vloeibaar aardgas (LNG) op de markt. Het energieagentschap spreekt dan ook van 'onzekerheden die een wezenlijke invloed kunnen hebben' op de werkelijke ontwikkelingen.Lees ook: Mondiale investeringen in duurzame energie versnellen, terwijl fossiel voor het eerst in 4 jaar daalt Gasunie en Duits Thyssengas tekenen voor waterstofinfrastructuur Er wordt al langer gesproken over een waterstofverbinding tussen Nederland en Duitsland. Met het tekenen van een overeenkomst tussen de Nederlandse Gasunie-dochter Hynetwork, het Duitse Thyssengas H2 en Gasunie Deutschland lijkt die verbinding er dan ook echt te komen. De bedrijven willen samen een grensoverschrijdende waterstofinfrastructuur ontwikkelen tussen Nederland en Duitsland, melden ze in een persbericht.De verbinding zal grotendeels gevormd worden door bestaande aardgasleidingen die worden omgebouwd voor waterstoftransport. Gasunie-directeur waterstoftransport Helmie Botter benadrukt dat de gemaakte afspraken niet alleen waterstoftransport van en naar Duitsland mogelijk maken, maar ook anticiperen op een toekomstige verbinding met Denemarken.Lees ook: Groene waterstof voorbij de hype: ‘We zijn inmiddels terug op aarde, maar de belofte is nog steeds groot’ Spanje bouwt netwerk van 'klimaatschuilplaatsen' Spanje wil voor volgende zomer 'klimaatschuilplaatsen' inrichten, meldt de NOS. Schuilplaatsen in openbare gebouwen moeten verkoeling bieden tijdens de steeds hetere Spaanse zomers. Afgelopen augustus liepen temperaturen op tot meer dan 45 graden Celsius. 'In sommige zomers zal er geen sprake meer zijn van hittegolven, maar van een aanhoudende hitteperiode van juni tot en met augustus. Dat is het nieuwe normaal', zei de Spaanse premier Sanchez.De schuilplaatsen maken onderdeel uit van een groter plan voor klimaatmaatregelen, die nog wel moeten worden goedgekeurd door het Spaanse parlement.Lees ook: Werken zonnepanelen minder goed bij een hittegolf? Nederlandse industrie roept politiek op om energieprijzen te verlagen De Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie (VNCI) heeft een petitie aangeboden aan de Tweede Kamer namens de coalitie Basisindustrie. Daarin roepen de industriepartijen de politiek op om de energieprijs in Nederland gelijk te trekken met die in buurlanden. De groothandelsprijzen zijn gelijk, maar door onder meer transportkosten en belastingen is de energierekening in Nederland veel hoger, schrijft BNR.Dat maakt stroom voor de zware industrie 'tientallen miljoenen euro's per jaar' duurder, zegt Jorn van der Meer van Nobian tegen het ondernemersplatform. 'En we zien dat het verschil met Duitsland steeds groter wordt.'Lees ook: Nieuwe circulaire chemiefabriek van ruim 500 miljoen euro kan geplaagde Rotterdamse industrie opsteker geven Energievraag stijgt veel sneller dan duurzaam aanbod Als provincies hun plannen voor de uitbreiding van industrie, havens en datacenters doorzetten, stijgt de elektriciteitsvraag de komende jaren in sommige regio’s met wel 400 procent. En dat is veel meer dan we duurzaam kunnen opwekken. Dat concludeert onderzoeksbureau CE Delft in zijn nieuwe rapport Omgaan met provinciale schaarste. Het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van stichting De Natuur en Milieufederaties.Om de groeiende vraag bij te benen zou de capaciteit voor duurzame energieopwek op land moeten vertienvoudigen, berekende CE Delft. Dat roept belangrijke vragen op over hoe we onze schaarse ruimte willen inrichten. Stichting De Natuur en Milieufederaties pleit voor een rem op de groeiende energievraag. 'Anders hebben we straks wel uitgebreide industriegebieden en datacenters, maar geen ruimte meer voor woningen, natuur of toekomstbestendige bedrijvigheid.'Lees ook: Het AI-dilemma: Energievraag datacenters verdriedubbelt, kan ons energienet dat aan? Terugleverkosten zonnestroom zijn 'niet onredelijk' Als huishoudens met zonnepanelen stroom leveren aan het net, moeten ze daar sinds enige jaren vaak voor betalen. Over die terugleverkosten is veel onvrede. Maar de kosten zijn 'niet onredelijk' in vergelijking met de kosten die leveranciers maken, stelt de Autoriteit Consument & Markt (ACM) op basis van eigen onderzoek. Wel ziet de ACM dat er veel verschil is tussen contracten. De toezichthouder pleit voor het in rekening brengen van terugleverkosten per hoeveelheid teruggeleverde stroom.De Vereniging Eigen Huis (VEH) is het niet eens met de conclusie van de ACM. 'Het is onacceptabel dat consumenten moeten gaan betalen voor zonnestroom die ze zelf opwekken. Dit zou desastreuze gevolgen hebben, niet alleen in financiële zin voor huishoudens, maar ook voor de energietransitie', zegt directeur Cindy Kremer in een reactie. VEH vindt dat de politiek wettelijk moet vastleggen dat de terugleverkosten niet hoger mogen zijn dan de terugleververgoeding.Lees ook: Nederlanders gaan massaal wassen, strijken en opladen als hun stroom in het weekend gratis is Ook in de media:Zwijgpact bewindspersonen maakt Kamer niet veel wijzer over mestruzie in kabinet (de Volkskrant) Duizelingwekkende cijfers: 'AI-systemen verbruiken tussen de 313 en 765 miljard liter water per jaar' (AD) Nederland riskeert 31 miljard euro schade door afhankelijkheid van fossiele brandstoffen (De Telegraaf) Den Bosch zit verstopt: 363 wachtenden in de rij voor stroom (Trouw) Met een elektrische auto voor de deur gaan mensen meer rijden, en ook dat heeft nadelen (BNR) EU breidt grensheffing voor goederen met hoge CO2-impact uit naar auto-onderdelen en wasmachines (Reuters) Eijsden-Margraten kan rechten voor de natuur niet in wet verankeren (Trouw) Europa kan in 2030 alle EV-batterijen maken die het nodig heeft (edie)