Hoe ziet het toekomstige verdienvermogen van Nederland eruit? Dat is de vraag die het demissionair kabinet Schoof dit najaar aan Peter Wennink stelde. De topfunctionaris kreeg de opdracht om een onafhankelijk advies uit te brengen over dat onderwerp.
De aanbeveling van Wennink om ons land uit verschillende crises te helpen is duidelijk: de economie moet groeien. De komende tien jaar moet bijna 200 miljard euro geïnvesteerd worden in een aantal cruciale sectoren, zoals digitalisering, veiligheid, biotechnologie en energie- en klimaattechnologie.
Met name de uitdagingen op het overvolle elektriciteitsnet, de kwakkelende industrie en het vergunningsmoeras van de stikstofregels moeten zo snel mogelijk aangepakt worden, aldus Wennink. Zijn voorstel: los netcongestie op met investeringen in het stroomnet en slimmer gebruik van energie, en voer zogenoemde contracts-for-difference in om de ontwikkeling van duurzame energie zoals wind op zee te stimuleren.
De industrie moet geholpen worden door de elektriciteitsprijzen voor grootverbruikers te verlagen. Volgens Wennink stelt dat bedrijven ook in staat te verduurzamen. Ook adviseert de oud-ASML-topman het kabinet om een Nationaal Energieplan te ontwikkelen voor strategisch belangrijke sectoren. En Nederland moet onmiddellijk een juridisch verantwoorde reductiestrategie voor stikstof invoeren. Dat vereist ‘moeilijke keuzes’, aldus Wennink, zoals het vaststellen van verplichte doelen en een toereikend budget voor de herstructurering van de landbouwsector.
Pragmatisch met klimaatdoelen omgaan, niet dogmatisch
De problemen en mogelijke uitwegen die Wennink presenteert zijn niet nieuw. Vrijwel alle punten kwamen al voorbij in het tussenverslag in de formatie dat Rob Jetten en Henri Bontenbal begin december presenteerden. De partijleiders deden destijds ook al een beroep op de adviezen van Wennink. En voor een oplossing voor de stikstofcrisis verwijst Wennink in de basis naar het rapport van Johan Remkes uit 2022.
Hoewel Wennink benadrukt dat we de klimaatdoelen moeten halen, stelt hij ook dat Nederland hierin pragmatisch moet zijn, niet dogmatisch. Daarbij is een tijdelijke verhoging van onze CO2-uitstoot zelfs geoorloofd als dat bijvoorbeeld een stabieler en betaalbaarder elektriciteitsnet oplevert. Want alleen met een robuust energiesysteem kan Nederland de klimaatdoelen halen én economisch competitief blijven. Meer investeringen kunnen ons een weg uit de crises bieden, is de gedachte van Wennink.
‘Rapport Wennink gaat uit van status quo’
Maar met die gedachte is niet iedereen het eens. ‘Het rapport gaat uit van de status quo’, stelt Hans Stegeman, hoofdeconoom bij Triodos Bank. ‘Bedrijven worden ontzien, huishoudens dragen 63 procent van de toekomstige lasten en inkomensgroepen worden niet apart bekeken, terwijl groei historisch vooral bij de top terechtkomt.’
Stegeman benadrukt dat het rapport verstandige aanbevelingen bevat, maar dat het een problematische kijk op verdienvermogen heeft. ‘De aanname dat 1,5 tot 2 procent economische groei noodzakelijk is, wordt gepresenteerd als economische onvermijdelijkheid. Die conclusie rust echter op aannames over wie de lasten draagt en wie profiteert van groei.’
Ook Ankie van Wersch, ceo van Future Up (het voormalige MVO Nederland), ziet een ‘fundamentele blinde vlek’. ‘Het rapport zet zwaar in op economische groei, maar geeft weinig aandacht aan de grenzen van natuur en samenleving. Er zijn geen garanties om CO2-targets te halen of een volledig circulaire economie in 2050 te bereiken. Maar voor de houdbaarheid van onze economie op lange termijn zijn natuur en maatschappij onmisbaar. In de politieke vervolgstappen zouden bedrijven die hieraan bijdragen dan ook prioriteit moeten krijgen.’
‘Pak vervuilers harder aan’
Volgens Marjolein Demmers, directeur-bestuurder van Natuur & Milieu, trapt Wennink in ‘dezelfde oude economie-val’. ‘Ja, er is schaarste, dus er moeten keuzen gemaakt worden. Maar nu moet groei van het bedrijfsleven voorrang krijgen op het milieu, zodat dat later goedgemaakt kan worden door verduurzaming?’
Demmers zegt dat groei niet als ‘generiek heilig’ kan worden gezien. Volgens haar moet eerst onderscheid gemaakt worden tussen waardevolle en schadelijke activiteiten. ‘Vooral voor schone, fossielvrije en circulaire ondernemers is er perspectief. Daar is steun nodig, omdat er nog geen duurzaam level playing field is. Verstandiger is het om daarin te investeren en ruimte te maken. Door de grootste vervuilers niet te steunen maar juist hard aan te pakken.’
Investeringen als symptoombestrijding
Het rapport van Wennink wijst onmiskenbaar in een aantal juiste richtingen, maar blijft steken waar het spannend wordt. Wennink durft niet te benoemen welke sectoren Nederland strategisch wil behouden en van welke vervuilende activiteiten we afscheid moeten nemen. Daarmee blijft groei het hoogste doel, in de hoop dat de klimaatdoelen als bijvangst worden gehaald.
Critici leggen de vinger op die zere plek. Het rapport gaat uit van het bestaande systeem, ontziet bedrijven, schuift lasten door en negeert de ecologische en sociale grenzen waarbinnen de economie moet opereren. Zolang het onderliggende systeem niet verandert, blijven investeringen vooral symptoombestrijding. De kernvraag is nu welke harde keuzes een nieuw kabinet durft te maken en of het daarbij breekt met het economische model dat ons juist in deze klimaatcrisis heeft gebracht.




