Jeroen de Boer
15 december 2025, 11:00

Netcongestie oplossen door energie slimmer te gebruiken: technisch kan het, maar het beleid loopt achter

Voor het aanpakken van netcongestie is uitbreiding en verzwaring van het elektriciteitsnet niet de enige oplossing. Door stroomverbruik slimmer te verdelen kan op korte termijn al veel winst worden geboekt. Twee marktexperts geven aan dat technologie geen belemmering meer vormt, maar trage besluitvorming over beleid wel.

slim laden netcongestie def | Credits: Unsplash.com / Smart-me AG/ Bewerking Change Inc.

Het Nederlandse stroomnet loopt vol, met inmiddels een wachtlijst van ruim 14.000 bedrijven die nieuwe of grotere bestaande aansluitingen willen. Landelijke netbeheerders werken hard aan versterking van het elektriciteitsnet, maar dat neemt jaren in beslag en kost naar verwachting in totaal 195 miljard euro tot 2040.

Kan slimmer omgaan met het verbruik van elektriciteit in de tussentijd ook verlichting bieden? Change Inc. sprak met twee experts die veel kansen zien. Dat vergt wel een flexibele houding en bereidheid om te innoveren bij overheden, netbeheerders en ondernemingen.

Van centraal gestuurd stroomnet naar lokale opwek en verbruik

Het klassieke stroomnet is ingericht op een centrale opwek van stroom door een beperkt aantal grote elektriciteitscentrales. Distributie gebeurt via een getrapt systeem van een landelijk hoogspanningsnet, regionale middenspanningsnetten en laagspanningsnetten in de buurt van afnemers.

Door de opmars van hernieuwbare energie uit zon en wind is dat systeem aan het kantelen. Stroom wordt tegenwoordig op vele plekken lokaal opgewekt, waarbij particulieren en bedrijven naast afnemer ook producent zijn geworden. Plaatselijk opgewekte stroom wordt deels plaatselijk verbruikt, maar ook uitgewisseld met het net. Dat brengt grote uitdagingen mee op momenten van onbalans tussen vraag en aanbod.

Ceo Koen Mulders van Currentt. | Credits: Currentt

‘Fysisch moet wat er op een bepaald moment op het net wordt gezet, er ook op hetzelfde moment worden afgehaald. Het probleem is dat het steeds lastiger wordt om de variatie in vraag en aanbod op lokaal niveau te balanceren met een stroomnet dat is bedacht voor een systeem met centrale sturing’, zegt ceo Koen Mulders van energietechbedrijf Currentt. Met een geïntegreerd, lokaal energiemanagementsysteem voor mkb-bedrijven en particulieren won Currentt afgelopen november een award bij de Innovatie Top 100 van de Kamer van Koophandel.

Netbeheerders hebben een pad uitgestippeld voor uitbreiding en verzwaring van het stroomnet voor de langere termijn, maar intussen zijn er ook andere routes denkbaar om problemen rond netcongestie aan te pakken, stelt energiestrateeg en businessdeveloper Kees Jan ’t Mannetje van industrieel techconcern ABB. De Zwitserse multinational levert in Nederland onder meer elektrotechnische apparatuur voor de installatiebranche in combinatie met energiemanagementsystemen, maar ook grotere apparatuur als generatoren voor de industrie.

Business Developer Kees Jan ‘t Mannetje van ABB. | Credits: ABB

‘De markt heeft al technologische oplossingen die toegepast kunnen worden om netcongestie aan te pakken. Het gaat er vooral om dat de werelden van overheidsbeleid en netbeheerders en die van de technologiebranche, met organisaties zoals Techniek Nederland en FEDET, dichter bij elkaar komen. Als iedereen een beetje van z’n eigen eilandje afstapt, is er veel meer mogelijk dan je op het eerste gezicht zou denken’, zegt ’t Mannetje.

Netcongestie: tijdsprobleem bij verdeling energieverbruik

Netcongestie heeft niet te maken met een absoluut tekort aan capaciteit op het stroomnet. Het gaat om specifieke momenten waarop er hetzij extreem veel vraag, hetzij extreem veel aanbod is, waardoor er problematische pieken ontstaan.

‘In algemene zin zijn een paar dingen van belang’, zegt Mulders van Currentt. ‘Als je de opwek en het verbruik lokaal beter op elkaar afstemt, is dat gunstig voor de totale balans. Wat daarbij helpt is een betere afstemming achter de meter, bijvoorbeeld door meer direct verbruik van zonne-energie door eigenaren van zonnepanelen. Met betere afstemming bij het laden van elektrische auto’s, of verwarming met een warmtepomp of e-boiler, ontlast je het net ook.’

Het gaat dus vooral om een slimmere verdeling van het verbruik en de opwek van stroom over de tijd. Als daar efficiënter mee wordt omgesprongen, schept dat binnen de bestaande infrastructuur mogelijkheden om problemen met netcongestie te verminderen, beaamt ook ’t Mannetje van ABB. ‘Vanuit het rapport Schakelen naar de toekomst dat eerder dit jaar uitkwam, zijn schattingen gemaakt waaruit blijkt dat je met onder meer beter meten, een slimmere verdeling van het elektriciteitsverbruik en de interactie tussen stroom- en warmteverbruik 3,5 miljard tot 22,5 miljard zou kunnen besparen op de geraamde kosten van 107 miljard euro voor uitbreiding van het elektriciteitsnet op land.’

Afstemming dag- en seizoenspieken bij vraag en aanbod stroom

Een deel van de problemen rond netcongestie zit in de verdeling van de lokale opwek en het verbruik van stroom gedurende de dag. Zonnepanelen leveren relatief veel stroom in de middaguren, terwijl er voor woningen een duidelijke avondpiek is bij het verbruik van stroom voor koken, het laden van elektrische auto’s en de inzet van warmtepompen.

Daarnaast zijn er ook uitdagingen met de seizoensbalans: er is een hoog aanbod van zonne-energie in de zomermaanden, terwijl warmtepompen de meeste stroom verbruiken in de winter. Per saldo wordt er relatief veel zonnestroom teruggeleverd aan het net, wat betekent dat bijvoorbeeld huishoudens gemiddeld genomen maar zo’n 30 procent van de stroom die ze opwekken, ook zelf verbruiken.

‘Met slimmere afstemming via bijvoorbeeld het laden van elektrische auto’s of opslag in thuisbatterijen voor later verbruik, kun je het eigen verbruik verhogen’, zegt Mulders van Currentt. ‘Als er dan nog steeds een overschot dreigt te ontstaan, is een volgende stap dat je de hoeveelheid elektriciteit die zonnepanelen opwekken op piekmomenten automatisch verlaagt naar wat er op dat moment aan gebruik nodig is. Zonder dat overtollige aanbod voorkom je terugleveren en de daarbij behorende kosten.’

In het voorjaar en najaar valt er volgens Mulders ook nog het nodige te optimaliseren: ‘Je kunt in koelere maanden aan het begin van de middag, als de zon schijnt, de warmtepomp zo aansturen dat die iets meer warmte levert. Vervolgens kun je later op de dag, als er minder zon is, de warmtepomp lager zetten. Door de eerdere temperatuurverhoging is het tapwater al verwarmd en hoeft de warmtepomp later minder hard te werken om het huis op temperatuur te houden.’

Er is steeds meer afstemming nodig tussen verschillende energiebronnen. Foto Credits: Seagul/ Pixabay.

Geen grotere aansluiting nodig door beter energiemanagement

Slimmer energiemanagement wordt steeds belangrijker om problemen op te lossen. Dat geldt zeker ook voor bedrijven die er niet meer zeker van kunnen zijn, dat ze een grotere aansluiting krijgen bij de netbeheerder en in de wachtrij belanden. Daar valt soms met een beetje creativiteit best een uitweg voor te vinden.

’t Mannetje van ABB vertelt over een ondernemer met een stroomaansluiting van 3 x 80 ampère, die een aanvraag bij de netbeheerder had lopen voor uitbreiding naar een grotere aansluiting. ‘Toen zijn we met die ondernemer kritisch gaan kijken naar de primaire bedrijfsprocessen, met de vraag: waar wil je altijd elektriciteit voor hebben? Dat bleken de machines in de werkplaats te zijn’.

Het was mogelijk om de machines prioriteit te geven binnen de bestaande aansluiting. ’t Mannetje: ‘Dat betekende wel dat andere verbruiksinstallaties, zoals warmtepompen, ventilatiesystemen en laadpalen op bepaalde momenten achtergesteld zouden worden om binnen het gecontracteerde vermogen te blijven. Inmiddels heeft de ondernemer al een jaar zonder problemen op de bestaande kleinere aansluiting gedraaid, simpelweg door een stukje data-inzicht en een aangepaste basisprogrammering in het energiemanagementsysteem.’

De ondernemer, die oorspronkelijk een grotere aansluiting van 200 ampère nodig zou hebben, heeft door deze aanpassingen eigenlijk een stukje flexibiliteit heeft gecreëerd voor het net. ‘t Mannetje wijst erop dat het vooralsnog echter niet mogelijk is om op dit niveau afspraken te maken over flexibele transportcontracten met netbeheerders. ‘Ik snap dat netbeheerders risicomijdend zijn, maar je kunt veel meer doen met de kennis en ervaring van de technische branche om netcongestie te beperken. Voor een flink deel van de 14.000 bedrijven die op de wachtlijst staan voor een grotere netaansluiting, zijn er waarschijnlijk goede oplossingen te verzinnen.’

Slimmere afstemming energieverbruik achter de meter

Voor particulieren en bedrijven geldt dat ze individueel steeds vaker te maken hebben met een veelheid aan elektrische apparaten die om onderlinge afstemming vragen. Zonnepanelen, een warmtepomp, een elektrische auto en steeds vaker ook een thuisbatterij. De vraag daarbij is hoe die apparaten onderling optimaal stroom kunnen uitwisselen en op welke momenten het al dan niet gunstig is om een beroep te doen op het net, voor zowel de afname als teruggave van elektriciteit.

Gebruikers kunnen besparen op hun energiekosten door slimmer gebruik te maken van de eigen zonne-energie en gunstige prijsmomenten, bijvoorbeeld met een dynamisch energiecontract. De inzet van soft- en hardware die verschillende prijs- en verbruiksprikkels op elkaar afstemt, is daarbij onvermijdelijk. Hoe beter de coördinatie tussen opwek en verbruik van stroom achter de meter, des te kleiner de kans dat individuele huishoudens en bedrijven zorgen voor piekbelasting bij de uitwisseling van stroom met het net.

‘Voor individuele gebruikers zoals mkb-bedrijven en particulieren is het complex en tijdrovend om zelf in de gaten te houden hoeveel stroom ze met verschillende apparaten afnemen of opwekken, welk beroep ze doen op het net en hoe je omgaat met uiteenlopende prijsprikkels. Daarvoor heb je geautomatiseerde systemen nodig’, geeft Mulders van Currentt aan.

‘Wij hebben ervoor gekozen om eerst naar die markt te kijken, met hard- en software die je achter de meter (in de meterkast) plaatst om daar te optimaliseren. Dat is iets waar alle gebruikers mee aan de slag kunnen, ongeacht of ze al dan niet in de wachtrij staan voor een grotere aansluiting van de netbeheerder.’

Coördinatie tussen groepen verbruikers op lokaal niveau

Betere afstemming van opwek en verbruik op individueel niveau achter de meter is één ding. Dat laat onverlet dat de omslag van een centraal naar een decentraal systeem van elektriciteitsvoorziening ook vraagt om betere afstemming tussen groepen van stroomverbruikers en -producenten. ‘De techniek om verschillende energiemanagementsystemen met elkaar te laten praten is eigenlijk niet meer de belemmering’, zegt Mulders van Currentt. ‘De traagheid zit meer in de regelgeving, het maken van afspraken tussen bedrijven en de coördinatie met netbeheerders.’

Wat betreft de inzet van slimme apparaten betekent dit dat er coördinatie moet zijn tussen energiemanagementsystemen, bijvoorbeeld als ondernemingen op een bedrijvenpark een decentrale energiehub willen vormen om onderling stroom uit te wisselen. Een niveau hoger gaat het om afstemming van het verbruik en de opwek van elektriciteit op regionaal niveau, waar netbeheerders een belangrijke rol spelen.

Inmiddels worden in laatstgenoemd verband de eerste stappen gezet om voor grootverbruikers op bedrijventerreinen zogenoemde groepstransportcontracten af te sluiten met regionale netbeheerders, maar in de praktijk blijken daar vaak nog veel haken en ogen aan te zitten, geeft ’t Mannetje van ABB aan. ‘Aangezien kleinverbruikers sowieso niet mee kunnen doen aan groepstransportcontracten, kun je op bedrijventerreinen vaak sneller stappen zetten als je begint met een analyse die in kaart brengt waar de grootste elektriciteitsvraag zit. Dat zit vaak bij elektrische mobiliteit. Als je vervolgens bepaalt hoe je een laadinfrastructuur collectief op de juiste manier in een bedrijvenpark kunt integreren, valt er vaak al veel te winnen.’

Experimenten met sturing van stroombalans op regionaal niveau

Intussen wordt er op regionaal niveau geëxperimenteerd met bijvoorbeeld collectieve aansturing van warmtepompen. Zo zijn er de afgelopen twee jaar bij een project in Drenthe, waar onder meer de regionale netbeheerder Enexis bij betrokken was, honderd hybride warmtepompen van huishoudens in een woonwijk twee seizoenen lang op afstand aangestuurd. Daarbij werd rekening gehouden met comfortinstellingen, slimmemeterdata en beschikbare capaciteit op het net. Dit leverde een reductie van 10 tot 25 procent op van de avondpiek bij het stroomverbruik.

Het beïnvloeden van groepen apparaten die voor piekvraag op het net zorgen, kan met het invoeren van zogenoemde tijdgebonden nettarieven voor huishoudens en bedrijven, of via differentiatie van nettarieven op basis van de grootte van aansluitingen. Op piekmomenten wordt gebruikmaken van het net dan bijvoorbeeld duurder en tijdens daluren goedkoper. Dat gaat echter nog niet zover als directe aansturing op afstand, zoals bij de proef in Drenthe.

Dat laatste is technisch geen probleem meer, benadrukt ’t Mannetje. ‘Er zijn in Nederland al minstens twee pilots geweest die vergelijkbaar zijn met de proef met warmtepompen in Drenthe, met precies dezelfde uitkomsten. Als je echt vindt dat dit urgent is, ga je er gewoon mee aan de slag en zorg je dat dit soort technologie wordt geïmplementeerd en dat er bijbehorende regelgeving komt.’

Aansturing op afstand door netbeheerder in Duitsland (en Nederland?)

In Duitsland is dat al gebeurd. Daar is in de energiewet vastgelegd dat de netbeheerder het recht heeft om in te grijpen als er een blackout dreigt. ’t Mannetje: ‘Dat betekent dat consumenten bij de aanschaf van bijvoorbeeld een laadpaal, thuisbatterij of warmtepomp de verplichting hebben om een energiemanagementsysteem te installeren dat de netbeheerder de mogelijkheid geeft om in noodgevallen te interveniëren. Dat heeft dan geen gevolgen voor standaardapparaten zoals de vriezer en de koelkast, maar wel voor apparaten met een hoog stroomverbruik, zoals warmtepompen en laadpalen.’

Mogelijk gaat het in Nederland ook die kant op. Afgelopen week publiceerden TNO, het ministerie van Klimaat en Groene Groei en de Topsector Energie het rapport Actieagenda Digitalisering Energiesysteem. Daarin wordt een aanzet gegeven voor een betere afstemming van energiemanagementsystemen achter én voor de meter. Eén van de aanbevelingen daarbij is: ‘Ontwikkel een netbeschermingsmechanisme waarmee netbeheerders (near) realtime controle krijgen over flexibiliteit in noodsituaties.’ Op dat vlak kunnen we dus leren van buurland Duitsland.

Lees ook:

Van puzzelstukjes naar totaalbeeld: dé sleutel tot transitieversnelling

[caption id="attachment_170869" align="alignright" width="282"] Han van der Vleuten, WSP[/caption]De druk op de Nederlandse leefomgeving is als nooit tevoren. Woningbouw concurreert met natuurherstel, netbeheerders worstelen met volle energienetten, waterbeheerders anticiperen op extreem weer en infrastructuur vraagt om urgente renovatie. Het zijn vraagstukken die elkaar raken, versterken en soms blokkeren. In deze ingewikkelde context positioneert WSP in Nederland zich steeds nadrukkelijker als hét strategisch advies- en ingenieursbureau. Of - om in de woorden van algemeen directeur Han van der Vleuten te blijven - als een partner die niet pas wordt ingeschakeld wanneer de schop de grond in gaat, maar al bij de eerste contouren van een vraagstuk. Ingenieurs die strategisch meedenken Van der Vleuten leidt WSP in Nederland sinds 2024. Zijn missie? Een holistische, toekomstgerichte aanpak verankeren in een sector die traditioneel vooral uitvoerend is geweest. 'Als een advies- en ingenieursbureau pas in een later stadium wordt gevraagd om één puzzelstukje op te lossen, is het eigenlijk al te laat. Daarvoor zijn de vraagstukken te groot, te verweven en te urgent. Vroegtijdige betrokkenheid bepaalt tegenwoordig of je überhaupt tot de juiste oplossingen kunt komen.' Dit vraagt om ingenieurs die strategisch meedenken, die meer doen dan ontwerpen en specialistische studies uitvoeren. Maar volgens Van der Vleuten moet dan ook de definitie van het vak op de schop. Hij ziet zijn rol - en die van zijn organisatie - als een kennispartner die het grotere geheel begrijpt en fundamenteel bijdraagt aan oplossingen. Wat de échte puzzel is 'Voorheen werden advies- en ingenieursbureaus vooral gevraagd om één - of een beperkt aantal - nicheproblemen op te lossen', legt hij uit. 'Maar tegenwoordig draait alles om het totaalbeeld. Hoe eerder je bij een opdrachtgever aan tafel zit, hoe beter je begrijpt wat de échte puzzel is. Dit gaat over spelende belangen, de kaders en de maatschappelijke impact. Pas dan kun je waarde toevoegen die veel verder gaat dan het technische deel. Als we vanaf de start meedenken, kunnen we richting geven. Zowel technisch als strategisch.'Deze houding vertaalt zich binnen WSP onder andere in het principe Future Ready. Dat is een proactieve werkwijze en onderdeel van het bedrijfs-DNA. 'In elke offerte en projectopgave kijken we vooruit: welke toekomstige ontwikkelingen kunnen impact hebben op het project? En welke maatregelen zorgen dat we daarop voorbereid zijn?', aldus Van der Vleuten. Als voorbeelden noemt hij natuurinclusief inrichten en circulair ontwerpen. 'Dit delen we met onze opdrachtgevers, ook als die hier niet expliciet om vraagt. We zeggen dus niet alleen: dit is de opdracht. We zeggen ook: en dit komt er waarschijnlijk aan, laten we dat nu al meenemen. Zo leveren we extra meerwaarde en voorkomen we problemen in een later stadium.' Grote uitdagingen vragen om integrale blik De kracht van zo'n holistische benadering wordt duidelijk zichtbaar in een urgent thema als waterveiligheid. De overstromingen in Limburg van 2022 waren voor Nederland een harde wake-upcall. Traditionele maatregelen zoals dijken verhogen en keringen aanpassen zijn geen garantie meer voor droge voeten. 'Waterveiligheid gaat niet alleen over dijken. Het gaat ook over waar water naartoe kan uitwijken. Dat raakt bewoners, boeren, infrastructuur en natuur. Je praat dan ineens met veel meer partijen, vanuit uiteenlopende perspectieven. Hieruit blijkt maar weer dat je echt een integrale blik nodig hebt.'Ook in de energietransitie is die benadering volgens hem essentieel. Netcongestie is inmiddels één van de grootste dealbreakers bij het verduurzamen van onze maatschappij. Van der Vleuten noemt de versnippering van verantwoordelijkheden als een van de belangrijkste oorzaken. 'Het ontwerp, de uitvoering en levering van componenten liggen vaak bij verschillende partijen, met losse contracten en verschillende doelstellingen. Dat is enorm gevoelig voor vertraging. We moeten af van de estafettevorm-aanpak waar iedereen alleen zijn eigen stukje doet. Versnelling bereik je door inspraak- en vergunningstrajecten te stroomlijnen, parallel te plannen en processen te standaardiseren én digitaliseren. Verder gaat het erom dat je al heel snel de samenwerking zoekt met partijen die uiteindelijk gaan bouwen.' De realiteit: schaarste, regels en een volle agenda De uitdagingen zijn, zoals gezegd, heel groot. Van der Vleuten is dan ook realistisch over de remmende factoren waarmee partijen uit de bouw en infra te maken hebben. Veel projecten vertragen als gevolg van stikstofregels, biodiversiteitseisen of lange vergunningsprocedures. 'We zijn een land van polderen. Iedereen heeft belangen, rechten en meningen. Dat is goed, maar soms moeten we accepteren dat versnellen alleen lukt als je ook bereid bent om duidelijke keuzes te maken.' Een ander knelpunt is regelgeving die innovatieve oplossingen soms frustreert. Van der Vleuten noemt een voorbeeld. Zo kunnen landeigenaren oriënterend onderzoek op hun perceel verbieden, waardoor planvorming maanden vertraging oploopt. 'Dat wordt nu waarschijnlijk aangepast, maar het toont hoe groot de impact van regels op de praktijk is.'Advies- en ingenieursbureaus hebben hun handen vol aan complexe vraagstukken. 'Bij WSP werken mensen die graag ondernemend denken en handelen’, aldus Van der Vleuten. ‘Voor ons is het van groot belang dat collega’s daadwerkelijk het werk doen waarvoor ze het vak zijn ingestapt. Ik wil dat ze de ruimte voelen om eigenaarschap en initiatief te nemen in projecten. Zo bepalen we samen de koers, pakken we complexe uitdagingen aan en creëren we oplossingen die het verschil maken.' Dwars door disciplines heen kijken Ondanks de enorme maatschappelijke opgaven blijft Van der Vleuten optimistisch. 'De kennis en technologie zijn er. Wat we nu nodig hebben, is samenwerking, vroegtijdige sturing en de bereidheid om systemen aan te passen. Dan kunnen we echt verschil maken.' De toekomstige ontwikkeling van het bedrijf sluit in ieder geval aan op de grote vragen van deze tijd. De recente overname van Ricardo, gespecialiseerd in rail- en rolling-stock-systemen, is daar een voorbeeld van.Ook ziet Van der Vleuten een groeiende rol voor zijn bureau binnen de defensieopgave, als het gaat om huisvesting en infrastructuur bijvoorbeeld. Waterketens, waaronder drinkwatervoorziening en grootschalige vernieuwing van infrastructuur, zijn onderwerpen waar WSP al veel langer mee bezig is. 'Al deze opgaven zijn te groot om sectoraal te denken. De toekomst vraagt om dwars door disciplines heen kijken en dat is dan ook precies waar wij ons op richten.' Lees ookZo worden steden koeler en groener terwijl stroomnet vol zit en er woningen bij moeten Zo wordt de dijk tussen Moerdijk en Drimmelen sterk en toekomstbestendig Bouwen met organische materialen toekomstmuziek? Niet als het aan dit bouwbedrijf ligtDit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner WSP Nederland. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.