Redacteur Maaike
Maaike Kooijman
24 december 2025, 07:34

Nieuwsupdate: EU verscherpt regels voor import plastic en geen nieuwe uitzondering op Europese mestregels

Om de plasticrecyclingindustrie te beschermen introduceert de Europese Commissie vanaf 2026 een pakket maatregelen. Verder in het nieuws: grootste biologische groentekweker van Nederland failliet en Google koopt energiebedrijf voor stroom voor datacenters.

Plastic Plasticrecyclers hebben veel last van concurrentie met buitenlands plastic. | Credits: Getty Images

EU verscherpt regels voor import plastic

Alsof Europese plasticverwerkers het nog niet zwaar genoeg hadden, wordt goedkoop plastic uit het buitenland vaak ten onrechte als gerecycled materiaal verkocht. Dat ondermijnt Europese recyclers, die in 2025 fors capaciteit verloren door oneerlijke concurrentie en hoge energiekosten. Om de eigen industrie te beschermen introduceert de Europese Commissie vanaf 2026 een pakket maatregelen, meldt De Telegraaf.

Het gaat onder meer om strengere documentatievereisten rond importplastic en audits bij recyclingfabrieken wereldwijd. Ook kijkt de Europese Commissie wat nodig is om een gelijk speelveld te bieden aan alle plasticrecyclers in de EU. Nederland vroeg samen met vijf andere landen om ingrijpen. Staatssecretaris Thierry Aartsen is blij met de ‘broodnodige stap’. ‘Als er nu geen actie komt, vallen er nog meer bedrijven om.’

Lees ook: Hoe 22 miljoen aan carbon credits plasticrecyclingbedrijven kan redden

Nederlandse boeren moeten zich aan Europese mestregels gaan houden

Nederlandse boeren mochten jarenlang tientallen kilo’s meer dierlijke mest uitrijden dan andere boeren in Europa. Maar aan die uitzonderingspositie komt in 2026 een einde. Demissionair landbouwminister Wiersma had een nieuwe zogenoemde derogatie aangevraagd, maar de Eurocommissaris heeft dat verzoek afgewezen, schrijft Nu.nl. De afwijzing heeft met name te maken met de slechte waterkwaliteit in Nederland. Mest is daarnaast één van de belangrijkste bronnen van stikstofverbinding ammoniak.

De kans is groot dat er een mestoverschot ontstaat door het stopzetten van de derogatie. Boeren kunnen hun overtollige mest wel laten afvoeren, maar dat is enorm duur geworden. Vooral voor kleine boerenbedrijven kan dat een rib uit het lijf betekenen.

Lees ook: Hoe kippenmest van Kipster benut wordt voor volkorenbrood

Grootste biologische groentekweker van Nederland failliet

Het zat eraan te komen: Jongerius uit Houten, de grootste biologische groentekwekerij van Nederland, is door de rechtbank Midden-Nederland failliet verklaard. Het bedrijf stopte een maand geleden abrupt met zijn activiteiten, waarmee dertig medewerkers zonder loon kwamen te zitten. Curator Marco Guit onderzoekt nu of een loongarantieregeling mogelijk is en of er mogelijkheden zijn voor een doorstart.

De oorzaak van het faillissement blijft volgens NOS onduidelijk. De sector maakt zich zorgen. Jongerius was een cruciale toeleverancier voor biologische tuinders en de capaciteit om het verlies op te vangen is beperkt, al zegt de voorzitter van ketenorganisatie Bionext wel dat enkele andere kwekers hun productie kunnen opschalen.

Lees ook: Biologische landbouw heeft explosieve groei nodig: ‘Aanbod kan niet stijgen als de vraag achterblijft’

Bedrijf dat zeeproducten uit reststromen maakt moet stoppen

Het bedrijf Seaburger stopt ermee. Dat maakt oprichter Rem van den Bosch bekend op LinkedIn. Seaburger maakt zowel dierlijke als plantaardige producten met reststromen uit zee die anders ongebruikt blijven, zoals ondermaatse mosselen, invasieve soorten en zeekraal.

‘Maar onbekend maakt onbemind’, schrijft Van den Bosch. ‘De realiteit van de markt bleek weerbarstig. Sommige ondernemers verkochten er geweldig mee, anderen nauwelijks. Ik heb fouten gemaakt, er was tegenwind, en dit had ook veel impact op mijn gezin. De komende tijd staat in het teken van afronden en herstellen.’

Lees ook: Meatable en andere pionier stoppen, maar kweekvlees blijft veelbelovend

Google koopt energiebedrijf voor stroom voor datacenters

Alphabet, het moederbedrijf van Google, neemt het Amerikaanse energiebedrijf Intersect Power over. De kosten: omgerekend zo’n 4,3 miljard euro, schrijft de Volkskrant. Het gaat om één van de grootste overnames van Alphabet in de afgelopen jaren. Toezichthouders moeten nog wel met de overname akkoord gaan.

Alphabet wil zich hiermee verzekeren van voldoende elektriciteit voor zijn energieslurpende datacenters, waarvan er door de opkomst van generatieve AI steeds meer zijn. Door de overname kan het bedrijf energiecentrales en datacenters tegelijk zelf ontwikkelen. Het goede nieuws: Intersect Power is een ontwikkelaar van grootschalige zonne- en windparken. Nieuwe datacenters mogen dan veel energie gaan verbruiken, maar die zal dus wel (grotendeels) groen zijn.

Lees ook: Het AI-dilemma: Energievraag datacenters verdriedubbelt, kan ons energienet dat aan?

Supermarkten willen herkenbare namen voor vleesvervangers behouden

Nederlandse supermarkten pleiten voor behoud van vleesnamen voor vegetarische producten als burgers, worst en schnitzels. De EU heeft het besluit over het verbod op vleesnamen voor plantaardige alternatieven weliswaar uitgesteld, maar het voorstel ligt nog steeds op tafel. Volgens het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL), de brancheorganisatie van supermarkten en foodservicebedrijven, zijn herkenbare namen echter essentieel om de voedseltransitie in Nederland en Europa te versnellen.

‘Het voorgestelde verbod is onnodig, schiet zijn doel voorbij en kan de eiwittransitie vertragen’, zegt Latoya Balogun, manager duurzame ketens & voedingsmiddelen bij het CBL. ‘Consumenten begrijpen deze termen goed en raken er niet door in verwarring. Integendeel: bekende productnamen maken het makkelijker om plantaardige alternatieven in het dagelijks eetpatroon te integreren.’ Ze benadrukt dat Nederlandse retailers nauwelijks klachten ontvangen over verwarring bij consumenten.

Lees ook: Brussel saboteert zijn eigen concurrentiekracht met de vegaburger-wet

Ook in de media:

  • Juridische horrormaand Tata Steel zet ook gesprekken over groene subsidie onder druk (FD)
  • Trump dreigt klimaatinstituut van wereldbelang te ontmantelen, wetenschappers reageren geschokt (de Volkskrant)
  • EU compenseert meer energie-intensieve industriën voor kosten emissieregels (Reuters)
  • EcoLog bouwt verder aan ontwikkeling importterminal voor vloeibare waterstof (Duurzaam ondernemen)
  • Arthur Petersen: ‘De BBB noemde mijn stikstofonderzoek een doorbraak. Dat was het niet’ (FD)
  • Nederland installeert tot 2030 jaarlijks 2 à 3 gigawattpiek zonnepanelen (Solar Magazine)
  • Eerste vrouw bij een oil major wacht een uiterst zware klus (FD)
  • Zure bes op de kersttafel biedt oplossing tegen klimaatverandering en bodemdaling (AD)

Hoogleraar energie en duurzaamheid Gert Jan Kramer: 'Nederland moet knoppen zo zetten dat concurrentienadeel verdwijnt'

In 2025 kreeg Nederland flink wat tegenvallers te verwerken van industriebedrijven die groene projecten afbliezen. In Rotterdam zagen Shell en BP af van de bouw van biobrandstoffabrieken, plasticrecyclingbedrijven hadden het zwaar en pogingen van het kabinet-Schoof om met grote CO2-uitstoters maatwerkafspraken te maken over verduurzaming liepen veelal vast.Tegelijkertijd lijkt het besef doorgebroken dat een fundamenteel andere aanpak bij de verduurzaming van de industrie nodig is. ‘Als je kijkt naar de aard van de problemen en de feitelijke ontwikkelingen, dan is duidelijk dat dit niet makkelijk door de markt wordt opgelost’, zegt Gert Jan Kramer, hoogleraar verduurzaming van energiesystemen aan de Universiteit van Utrecht. Zonder regierol van de overheid wordt groene transitie lastig Decennialang was industriebeleid in Nederland min of meer taboe bij beleidsmakers die vertrouwden op de zelfsturende mechanismen van de markt. Door een opeenstapeling van hoofdpijndossiers (netcongestie, problemen met de uitbouw van windenergie op zee, achterblijvende elektrificatie van de industrie) is het sentiment echter langzaam aan het veranderen. Zonder een duidelijke regierol van de overheid wordt het lastig voor Nederland om een hoog welvaartsniveau vast te houden én de omslag te maken naar een duurzame, circulaire economie.Het deze maand verschenen rapport van oud-ASML topman Peter Wennink straalt onmiskenbaar uit dat Nederland een gerichte investeringsagenda nodig heeft – al waren de reacties op de duurzame invulling daarvan vrij gemengd. Duidelijk is in ieder geval dat de overheid scherpe strategische keuzes moet maken.Afgelopen oktober gaf Kramer met de denktank Sustainable Industry Lab (SIL) een voorschot op het soort keuzes waar een nieuw kabinet zich over moet buigen met een eigen rapport: Hulp bij Systeempijn. Daarin wordt vrij gedetailleerd geanalyseerd wat de randvoorwaarden zijn voor een duurzame transitie van de Nederlandse basisindustrie. Optimisme over verduurzaming industrie na Klimaatakkoorden van Parijs Kramer volgt het reilen en zeilen van de industrie al meer dan drie decennia. Na zijn promotie in de natuurkunde werkte hij tussen 1988 en 2016 als onderzoeker voor Shell, waar hij onder meer betrokken was bij de energiescenario’s van het olie- en gasconcern. Ook was hij vanaf 2010 elf jaar lang hoogleraar duurzame energie in Leiden. In die periode maakte Kramer mee hoe de Klimaatakkoorden van Parijs in 2015 een in zijn woorden ‘niet te onderschatten signaal’ gaven aan een brede groep van multinationals: zorg voor een strategie waarmee je in 2050 CO2-neutraal bent.‘Dat bracht in internationale boardrooms de discussie op gang over de invulling van een routekaart: wat gaan we doen?’, schetst Kramer. Voor de basisindustrie betekende het dat bedrijven moesten gaan experimenteren met nieuwe fabrieken om bijvoorbeeld biobrandstoffen te maken of de productie van plastics te verduurzamen.‘Rond 2020 was de vraag waar je dan de eerste proeffabrieken ging bouwen. Het lag voor de hand om dat te doen op een continent waar de politieke en maatschappelijke steun het grootst is’, zegt Kramer. ‘Europa stond er op dat moment heel goed op. En binnen Europa ook Nederland. Er was politiek gezien een gunstig momentum voor de duurzaamheidsagenda, onder meer met de investeringen in wind op zee.’ Terugslag door corona, gascrisis en Trump Op de golf van optimisme in de eerste vijf jaar na het sluiten van de Klimaatakkoorden van Parijs volgde vrij abrupt een drievoudige terugslag: de coronacrisis zorgde vanaf 2020 voor serieuze economische tegenwind, de oorlog in Oekraïne leidde in 2022 tot een mondiale gascrisis die vooral Europa hard raakte, en de herverkiezing van Donald Trump zette eind 2024 de mondiale consensus over klimaatbeleid onder druk.‘Bij elkaar zorgde dat voor een flinke verslechtering van de vooruitzichten voor de industrie in Europa’, zegt Kramer. ‘Het ongelukkige is dat Nederland juist in deze periode zijn eigen concurrentiepositie binnen Europa heeft verzwakt met een nationale CO2-heffing en extra energieheffingen voor de industrie.’Door deze samenloop van omstandigheden wordt Nederland volgens Kramer momenteel relatief hard geraakt door beslissingen van multinationals over bezuinigingen in Europa. ‘Vanuit het perspectief van die bedrijven is het logisch om bij het schrappen van een nieuwe fabriek of het sluiten van een bestaande productielocatie te kijken naar het land waar alle knoppen de verkeerde kant op zijn gezet. Er is dus een urgente noodzaak om die knoppen weer zo te draaien dat we in ieder geval geen concurrentienadeel voor onszelf creëren binnen Europa.’Intussen zijn de redenen om te versnellen met de energietransitie en verduurzaming van de industrie alleen maar urgenter geworden, mede door de geopolitieke spanningen in de wereld. Kramer: ‘Zeker sinds de oorlog in Oekraïne en de gascrisis zijn de argumenten om snel door te gaan met vergroening heel sterk. De grote uitdaging is nu om doelen te stellen voor het tempo van verduurzaming die precies goed zijn: niet te slap, maar ook niet onrealistisch hoog, zoals enkele jaren geleden het geval was met de verwachtingen rond groene waterstof.’Het rapport 'Hulp bij Systeempijn' is afgelopen oktober aangeboden aan VVD-minister Sophie Hermans van Klimaat, met enkele ‘stoutmoedige ideeën’ die een grotere rol van de staat impliceren. Hoe is dat gevallen?‘Er is in Den Haag inmiddels een besef dat de verduurzaming van de basisindustrie vastloopt vanwege een systeem dat niet is toegerust op de eisen van de toekomst. In het rapport hebben we willen schetsen wat er onderliggend speelt, met als belangrijk discussiepunt: zijn de gesignaleerde problemen oplosbaar als de overheid de zeer bescheiden rol blijft spelen die ze in de afgelopen decennia heeft gehad?Mijn indruk is dat we richting een consensus gaan over een grotere betrokkenheid van de overheid. Over de precieze invulling van die nieuwe rol kun je nog discussiëren, maar ik heb niet de indruk dat veel politieke partijen daar nog principieel tegen zijn – zelfs de VVD niet.’Eén van de stellingen in het SIL-rapport is dat de spectaculaire opmars van hernieuwbare energie bij de opwekking van elektriciteit geen blauwdruk biedt voor verduurzaming van de industrie. Hoe komt dat?‘De opschaling van energie uit zon en wind in de afgelopen twintig jaar is geweldig als je kijkt naar de kostendaling van zonnepanelen en windmolens. Voor volledige verduurzaming van het energiesysteem is echter veel meer nodig dan alleen goedkope zonnepanelen. Er zijn allerlei systeemkosten, zoals de noodzaak tot verzwaring van elektriciteitsnetten en grootschalige beschikbaarheid van groene waterstof om bijvoorbeeld de chemiesector te verduurzamen.We zijn nu op een punt gekomen dat je voor elk zonnepaneel of elke windmolen die je erbij plaatst, ook een extra stroomkabel en een batterij nodig hebt voor de netbalans, plus een elektrolyzer voor de productie van groene waterstof. Dat brengt allemaal additionele kosten met zich mee.Specifiek voor de chemie geldt dat alternatieve procestechnologie op basis van biologische reststromen en circulair hergebruik duurder is dan olie als bron van koolstoffen. Biomassa en afval zijn nu eenmaal een slechter uitgangspunt om brandstof en chemicaliën van te maken dan aardolie.Als we álle plastic zouden willen recyclen, zou je met de huidige stand van de techniek in het meest gunstige geval de helft van de koolstof in gerecycled plastic terugkrijgen. Wat dat betreft loopt de koolstoftransitie zo’n twintig jaar achter op de elektriciteitstransitie die we hebben gezien met zon en wind.'Is dat de reden dat het SIL-rapport geen private businesscase ziet voor een groene basisindustrie als de overheid niet bereid is om, vooral op het gebied van kapitaalinvesteringen, risico’s over te nemen?‘Het woord privaat is hier belangrijk. Er is wel een maatschappelijke businesscase wanneer externaliteiten mondiaal beprijsd zouden zijn. Maar bij afwezigheid daarvan moet elk project en iedere markt door specifiek overheidsbeleid worden ondersteund. De overheid moet de markt dus "maken". Elk procent groen product moet gemandateerd worden. En dan is de vraag ieder jaar hoeveel procent meer groen product je verplicht kunt invoeren, want die mandaatvraag en de productie moeten steeds gelijk opgaan.'Wordt het dan niet lastig voor bedrijven om investeringsbeslissingen te nemen voor de lange termijn?‘Het probleem met regelingen voor bijvoorbeeld bijmengpercentages is dat die gevoelig zijn voor tussentijdse aanpassingen. Of het nu gaat over duurzame vliegtuigbrandstof of over circulair plastic, het maakt voor producenten enorm veel uit of de politiek besluit dat een bijmengpercentage over vijf jaar 8 procent is of toch 5 procent. Zoiets heeft grote gevolgen voor de benuttingsgraad van fabrieken en schept risico’s voor langetermijninvesteringen. Dat geldt eens te meer als het gaat over fabrieken die met nieuwe technologie werken. Dan is het de eerste jaren onzeker of en hoeveel die nieuwe fabriek zal produceren.Bedrijven zijn vaak wel bereid om het technische risico op zich te nemen met de bouw van zo’n innovatieve fabriek. Maar als daar ook nog een beleidsrisico bijkomt over de gemandateerde afzet, wordt het heel lastig om kapitaalinvesteringen te doen die in de honderden miljoenen euro’s lopen. Op het moment dat de overheid voor zo’n eerste circulaire fabriek via een publiek gefinancierde market maker afnamegaranties biedt, geeft dat bedrijven veel meer zekerheid over de initiële investering.’Het idee achter het Europese CO2-emissiehandelssysteem is dat de overheid de industrie in principe voldoende stimuleert om te verduurzamen door elk jaar minder emissierechten te veilen. CO2-intensieve productie wordt daarmee steeds duurder. Waarom is een aanvullende rol voor de overheid dan nog nodig?‘Het Europese ETS-systeem is gebaseerd op een doel van nul emissies, zonder plan over hoe je daar moet komen. Daarbij zijn er twee uitkomsten mogelijk: een industrie met nul uitstoot, of nul uitstoot met nul industrie. Wat je momenteel ziet, is dat de dreiging van boetes vanuit het ETS-systeem de businesscase voor de transitie naar een circulair model niet rond maakt voor de basisindustrie.Het is goed om te beseffen dat het economisch ook rationeel kan zijn om niets te doen. Als er geen businesscase is en je moet je huidige fabriek over vijftien jaar sluiten, dan ga je afbouwen.’Het EU-rapport van Mario Draghi en het rapport Wennink bevatten allebei een oproep tot een investeringsagenda met scherpe keuzes. Wat kan dat betekenen voor bijvoorbeeld de positie van Tata Steel in Nederland en het chemiecluster in Rotterdam?‘Idealiter bekijk je dit soort dingen op Europees niveau vanuit een portfolioperspectief. De discussie over staal is in Nederland altijd lastig, omdat het de facto over één bedrijf gaat.Voor Europa moet je denk ik constateren dat de staalindustrie vooral sterk verbonden is met de auto-industrie. Als je auto’s maakt, wil je het daarvoor benodigde staal niet van de andere kant van de wereld halen, maar dichtbij produceren. Bij strategische beslissingen over de auto-industrie zijn Duitsland en Frankijk in the lead. Dan ligt het ook voor de hand dat je die landen de discussie over de Europese staalbehoefte laat aanvoeren.Voor de petrochemie zit dat anders. Daar maakt het ARRRA-cluster van Rotterdam, Antwerpen en de Rijn-Ruhr-regio 40 procent van de Europese productie uit. Binnen dat cluster is Nederland de aantrekkelijkste locatie. Het zou prachtig zijn als Nederland het voortouw neemt bij het vormgeven van de duurzame toekomst van deze strategisch belangrijke sector, om te beginnen door samen met België en Duitsland een plan te maken.’Als het aan formatiepartners D66 en CDA ligt, helpt de overheid de industrie onder meer door energiekosten te verlagen. Biedt dat hoop voor de basisindustrie?‘De erkenning dat de overheid een actieve rol kan spelen is positief. Tegelijk lijkt het erop dat we, om het in medische termen uit te drukken, te maken hebben met een patiënt die pijnstillers neemt, maar nog niet naar de dokter is geweest met de vraag: is er ook een medicijn dat de ziekte verhelpt? Die stap moet in politieke zin nog worden gezet.’ Lees ook:5 vragen over het EU-plan van € 1.200 miljard voor Europese energienetten Rob Jetten en Henri Bontenbal tonen ambitie met klimaat, energie en stikstof: dit willen ze doen Diederik Samsom: 'We zijn als soort nog niet opportunistisch genoeg'