Jeroen de Boer
14 januari 2026, 15:00

Energie-expert Peter Molengraaf over elektrificatie en netcongestie: 'Stroomnet is fysiek niet vol, alleen op papier'

Netcongestie is in Nederland nauw verbonden met de uitdagingen rond elektrificatie van het energiesysteem. Change Inc. sprak met energie-expert Peter Molengraaf over verschillende oplossingen om het stroomnet te ontlasten. ‘Nederland start vanuit een achterstandspositie bij het elektrificeren van de maatschappij.’

elektrificatie netcongestie oplossingen Nederland Peter Molengraaf | Credits: Getty Images

‘Nederland is één van de weinige Europese landen waar voor elk huis en elk gebouw gasleidingen zijn aangelegd, terwijl we relatief weinig elektriciteitskabels hebben. Vijftien jaar geleden was al te voorzien: als je op grotere schaal elektrificeert, ga je netcongestie krijgen.’

Verbazing over de actuele problemen met het Nederlandse stroomnet zul je niet snel bespeuren bij Peter Molengraaf. Er zijn maar weinig energie-experts in Nederland die scherper zicht hebben op de sterke en zwakke punten van ons energiesysteem dan de voormalige ceo van netbeheerder Alliander (2009-2017) en divisiedirecteur bij energiebedrijf Nuon (2005-2008), het huidige Vattenfall Nederland.

Sinds vier jaar is Molengraaf boegbeeld van de topsector Energie, waarvoor hij jaarlijks advies uitbrengt aan het kabinet. Daarnaast is hij onder meer investeerder in groene energiebedrijven en voorzitter van brancheorganisatie Holland Solar. Alle reden voor Change Inc. om bij de energieveteraan te polsen hoe hij aankijkt tegen de uitdagingen rond netcongestie.

Netcongestie: dringen om capaciteit op het elektriciteitsnet

In 2025 groeiden wachtlijsten voor nieuwe of grotere netaansluitingen tot meer dan 14.000 aanvragen van bedrijven. Vanwege piekmomenten bij de vraag naar en het aanbod van stroom die sterker uiteenlopen, is het minder makkelijk om te garanderen dat het elektriciteitsnet altijd in balans blijft. Netbeheerders beperken daarom de toegang tot het net voor nieuwe aanvragers.

Onderliggend speelt hierbij aan de ene kant de structurele stijging van de stroomvraag door de opmars van onder meer warmtepompen en elektrische auto’s. Daartegenover staat een groter aandeel van wind- en zonne-energie in de elektriciteitsmix, wat zorgt voor meer schommelingen in het aanbod.

‘Vergeleken met andere landen, die de afgelopen honderd jaar veel zwaardere elektriciteitsnetten hebben aangelegd, start Nederland vanuit een achterstandspositie bij het elektrificeren van de maatschappij’, benadrukt Molengraaf. ‘De volumeontwikkelingen gaan sneller dan het tempo waarmee je extra kabels kunt leggen voor verzwaring en uitbreiding van het net. Dat kwam meer dan tien jaar geleden al naar voren in modelsimulaties en is daarna ook gebleken in de praktijk.’

Energiespecialist Peter Molengraaf is onder meer boegbeeld voor de topsector Energie. Foto Credit: Peter Molengraaf.

Waarom is er niet eerder extra geïnvesteerd in het elektriciteitsnet?

‘Netbeheerders hebben jarenlang moeten opereren in een concurrentiemodel waarbij het er vooral om ging wie tegen de laagste kosten een adequate dienstverlening kon waarborgen. Alles was gericht op optimalisatie.

Als je dan extra wilde investeren met een langere tijdshorizon voor ogen, werd dat volgens toenmalige benchmarks gekwalificeerd als inefficiënt. Daar zat niet echt een vooruitblikkend element in. De meningen waren verdeeld tussen voorstanders van investeringen in extra capaciteit en degenen die aandrongen op zo laag mogelijke kosten voor de maatschappij op kortere termijn. Daar moesten netbeheerders een middenweg in zien te vinden.’

De afgelopen drie jaar is het opeens heel hard gegaan met de wachtlijsten voor netaansluitingen. In 2022 hadden regionale netbeheerders minder dan 700 aanvragen van bedrijven, in 2025 waren dat er meer dan 14.000. Waar komt die snelle stijging vandaan?

‘Als er eenmaal een wachtrij is, geeft dat een signaal aan bedrijven dat een netaansluiting een schaars goed is geworden. Iedereen die een plan heeft waar een grotere of nieuwe netaansluiting voor nodig is, gaat zich dan melden. Vanuit bedrijven bekeken is dat gewoon een vorm van risicomanagement.

Er zijn ook ontwikkelaars die redeneren: als ik een aansluiting wil voor een nieuw batterijpark en mijn slaagkans is tien procent, maar ik heb verschillende bv’s om een aanvraag in te dienen, hoe vergroot ik dan mijn kansen? Dat kun je vrij simpel uitrekenen.

Daarmee is niet gezegd dat er geen reële problemen zijn voor bedrijven die al investeringen hebben gedaan en nu opeens geen capaciteit voor een grotere netaansluiting kunnen krijgen. Maar voor een deel gaat het om toekomstige vraag en daar kan enig opportunisme bij zitten.’

Een deel van de oplossing wordt gezocht in energiehubs, waarin bedrijven samenwerken door hun elektriciteitsgebruik onderling af te stemmen en lokaal opgewekte energie direct te verbruiken. 

‘De uitdaging met energiehubs is niet technisch van aard. Er zijn bijvoorbeeld geen technische obstakels om het gecontracteerde vermogen van een groep bedrijven te bundelen in een collectief contract met de netbeheerder. Dit gaat echt over organisatorische vernieuwing.

Ondernemers die vaak min of meer toevallig op één bedrijfsterrein zitten, moeten onderling tot overeenstemming komen. Bij groepscontracten met de netbeheerder krijg je dan discussies over het inleveren van individuele transportcapaciteit door ondernemers. Het is behoorlijk ingewikkeld om dat in een vorm te gieten die past voor zowel ondernemers als de netbeheerder. Dat is een kwestie van zoeken naar nieuwe manieren van samenwerken en zoiets kost tijd.’

Op individueel niveau wordt er voor bedrijven ook gekeken naar flexibele contracten voor netaansluitingen, met bijvoorbeeld gebruiksrestricties op piekmomenten. Toezichthouder ACM uitte enkele maanden geleden kritiek op het trage tempo waarin netbeheerders dit soort contracten uitrollen. Is dat terecht?

‘Het hangt ervan af waar je voorrang aan wilt geven. Als de toezichthouder vindt dat het sneller moet met flexcontracten, dan kan dat gevolgen hebben voor andere taken rond netuitbreiding. Voor netbeheerders gaat het om nieuwe contractvormen, waarvoor ze organisatorische capaciteit en kennis moeten opbouwen. In de praktijk levert dat ook wachtlijsten op, want gegeven de middelen en budgetten die ze hebben, moeten netbeheerders keuzes maken en prioriteren.’

In de formatie hebben D66 en CDA voorgesteld om een crisiswet voor netcongestie in te voeren om vergunningsprocedures en uitvoeringtrajecten voor netuitbreiding te versnellen. Wat zijn hier de grootste knelpunten?

‘Er is veel onderzoek gedaan naar de vraag waarom het zolang duurt om vergunningen rond te krijgen. De knelpunten blijken vooral te zitten bij de beschikbaarheid van gekwalificeerde mensen om aanvragen te behandelen. Kennis is schaars en de doorlooptijd van verschillende stappen duurt lang. Expertteams die gemeenten en provincies helpen om veel voorkomende vragen en antwoorden af te handelen, kunnen dan nuttig zijn.

Tegelijk blijft ruimte schaars in Nederland en moeten er lastige keuzes worden gemaakt. Wat daarbij vooral helpt is een langetermijnaanpak. Als je vroegtijdig schetsen maakt van toekomstige tracés, kan dat worden ingebed in plannen voor ruimtelijke ordening en gebiedsontwikkeling. Je moet dus eigenlijk nu duidelijk maken hoe zoiets er in 2040 uitziet. Er is te weinig van dit soort planning geweest de afgelopen jaren, maar dat begint weer te komen.

Nederland heeft op zich wel een lange traditie op dit vlak. Er bestaat bjvoorbeeld een kaartje uit 1915 van het beoogde Rijkswegennet, toen auto’s nieuw waren en we nog helemaal niet wisten hoe dat zich zou ontwikkelen. Heel veel wegen zijn uiteindelijk op de plekken gekomen die in dat kaartje waren ingetekend. Het werkte als een self-fulfilling-prophecy.’

Op korte termijn wordt ook gekeken naar slimme, datagedreven oplossingen om de bestaande capaciteit van het stroomnet efficiënter te gebruiken. Welke potentie ligt er op dat gebied?

‘Daar liggen zeker mogelijkheden, maar je moet dat wel in proportie zien. Om het eenvoudig te maken: stel, je gaat uit van de huidige netwerkcapaciteit, waarvan de theoretische bezetting 100 procent is. Gemiddeld wordt het net voor 40 tot 50 procent gebruikt.

Door slim te sturen en te optimaliseren kun je richting de 100 procent bezetting, maar tegelijk weten we dat de structurele groei van het elektriciteitsgebruik ervoor zorgt dat de capaciteit naar 200 of 300 procent moet. Daarvoor schieten efficiëntieslagen tekort. Het is goed om zoveel mogelijk uit de bestaande netcapaciteit te halen, maar je zult ook moeten uitbreiden en dat is een langtermijnopgave.’

In sommige Europese landen is het al langer gebruikelijk dat er bij een dreigende piekbelasting van het stroomnet wordt ingegrepen vanuit netbeheerders en elektriciteitsbedrijven door de capaciteit van afnemers tijdelijk te limiteren. Moet Nederland daar ook mee aan de slag?

‘Echt geëlektrificeerde landen zoals Frankrijk en Finland, die voor de warmtevraag in de winter geen gasinfrastructuur hebben zoals we in Nederland kennen, werken met sturingsmechanismen voor de piekvraag.

Als er in Nederland steeds meer warmtepompen komen ter vervanging van cv-ketels, krijg je in de winter een heel sterke gelijktijdigheid van de stroomvraag gedurende bepaalde momenten van de dag. Er zijn geen mechanismen ingebouwd om dat te reguleren. Daar moet inderdaad naar gekeken worden.’

Voormalig coördinator netcongestie Ben Voorhorst stelde onlangs samen met Leendert Florusse voor om onder meer de tariefdifferentiatie voor kleinverbruikers sterker te baseren op de grootte van de aansluiting.

‘Dat ging niet zozeer om de fysieke grootte van de aansluiting, maar om de piek die je mag trekken. Het idee is dat je bijvoorbeeld met een aansluiting van 3 x 25 ampère minder betaalt als je een beperking van de capaciteit tot 5,5 kilowatt accepteert in de namiddag en vroege avond. Wil je altijd beschikking hebben over de volledige capaciteit van de aansluiting, dan betaal je meer.

Dat is anders dan een prijsdifferentiatie op basis van tijdsblokken, want dan heb je nog steeds de keuze om het net op piekmomenten tegen een hogere prijs te gebruiken, waardoor de netbeheerder minder grip heeft op het piekverbruik.

Het bredere punt is dat we als maatschappij een nieuwe balans moeten zien te vinden bij het gebruik van elektriciteit, waarbij je een onderscheid kunt maken tussen ongebruikte capaciteit, reservecapaciteit en nieuwe capaciteit. Voor het eerste is efficiëntere benutting van de aanwezige capaciteit van belang, voor het laatste uitbreiding. Daarnaast moeten we misschien bereid zijn om wat minder reserves aan te houden.’

Betekent dat ook meer risico accepteren wat betreft de stabiliteit van de stroomvoorziening?

‘Op sommige plekken zit er heel veel voorzichtigheid in het systeem. Aan de ene kant is dat een groot goed, want er is heel weinig stroomuitval en storingen duren meestal kort. We zijn in Nederland onbezorgd geraakt over de permanente beschikbaarheid van elektriciteit. Dat beschouwen we als een gegeven.

Netbeheerders zijn gewend om uitgegeven capaciteit die deels als reserve dient, mee te nemen in hun berekeningen. Op papier zit het net daardoor vol, maar er is geen fysiek probleem.

Als je iets meer risico neemt door wat reservecapaciteit in te leveren, wil dat niet zeggen dat er meteen een grotere kans is dat de stroom morgen uitvalt. Het kan wel betekenen dat bijvoorbeeld de levensduur van kabels korter wordt, omdat er wat vaker overbelasting is. Dan gaat een kabel niet 55 jaar, maar een paar jaar minder mee.

De vraag is hoe zwaar je daaraan wilt tillen, gegeven de uitdagingen rond elektrificatie. Zo’n kortere levensduur heeft een economische prijs, maar zou ook meteen ruimte scheppen om iets te doen met congestieverlichting.’

Lees ook:

Robert Keus wil milieu-impact van AI transparant maken met GreenPT: 'We gebruiken AI te veel voor simpele dingen'

Kunstmatige intelligentie, weet Robert Keus, is een weinig transparante wereld. Niet alleen als het over privacy gaat, maar ook wat betreft duurzaamheid – of het gebrek daaraan. 'Mensen proberen het energieverbruik van ChatGPT in te schatten. Dat kan gewoon niet. Daarvoor heb je echt toegang nodig tot de ruwe data van de chips.'Keus is vastbesloten die wereld te veranderen. 'Ik ben niet tegen AI, maar de gebruiker moet wel weten wat het werkelijk kost.' 'De groenste AI-provider ter wereld' In 2005 richtte Keus Brthrs Agency op. Voorheen vooral bouwer van websites en apps, maar inmiddels kloppen de meeste klanten aan voor AI-oplossingen op maat. Toch bleek het team niet overál een antwoord op te hebben. Als klanten wilden weten hoeveel energie of water hun AI-opdrachten verbruikten, of waar hun data precies stond, moest het bedrijf ze een antwoord schuldig blijven.Dat moest anders, vond Keus. Daarbij wilde hij zelf nu ook weleens weten hoe het precies met de impact van AI-modellen zat. De omslag kwam ongeveer een jaar geleden, met de lancering van het Chinese opensource-model Deepseek. 'Vanaf toen zijn opensource-modellen beter en beter geworden. Die bleken ook goed inzetbaar voor onze vraagstukken. Vanuit daar hebben we doorontwikkeld. We wilden de groenste én transparantste AI-provider ter wereld worden.' Inzicht in stroomverbruik en CO2-uitstoot Het bieden van transparantie is in elk geval gelukt. GreenPT is het enige bedrijf dat per AI-chatgesprek aangeeft hoeveel (kilo)wattuur het heeft gekost en hoeveel gram CO2-equivalent. Het energieverbruik klopt vrij precies; met een heleboel tests op de eigen infrastructuur heeft het team uitgezocht hoeveel zogenoemde tokens het uitvoeren van elke actie kost. Hoe meer tokens, hoe meer energie. (Het checken van deze tekst op spelfouten kost 1,57 wattuur, zie ik later).Die data zijn bekend doordat GreenPT toegang heeft tot de data van de eigen chips. Eigen servers heeft het bedrijf echter niet. Voorheen draaide het zijn modellen op de servers van Leafcloud. Dat opereert volledig in Nederland, gebruikt alleen groene stroom en zet restwarmte in om water te verwarmen voor zwembaden en douches.Inmiddels is GreenPT dusdanig gegroeid dat het moest overstappen op servers in een datacenter van het Franse bedrijf Scaleway. Ook dat gebruikt grotendeels groene stroom. Het kleine deel dat uit kernenergie komt, wordt op een andere manier gecompenseerd. Keus: 'Daarom is het op papier 100 procent duurzame energie.' Het datacenter verbruikt bovendien een minimale hoeveelheid water door gebruik te maken van luchtkoeling.Mede doordat GreenPT niet het enige bedrijf is dat gebruikmaakt van de servers in het datacenter, is de weergegeven CO2-uitstoot per chatgesprek nu nog een schatting. Met een extern bedrijf rekent GreenPT nu uit hoeveel broeikasgassen het datacenter per uur uitstoot en wat dat betekent voor individuele AI-opdrachten. De CO2-uitstoot is weliswaar laag door het gebruik van hernieuwbare energie, maar volgens Keus is het een illusie om te denken dat een groot datacenter nu al helemaal uitstootvrij kan zijn. Tips voor energiebesparing bij gebruik van AI Op basis van die inzichten kunnen gebruikers volgens Keus 'een rationele keuze maken' om AI wel of niet in te zetten op bepaalde momenten en voor bepaalde taken. 'Als je taken op de achtergrond wilt laten uitvoeren, wil je dat natuurlijk het liefst doen op momenten dat de CO2-uitstoot zo laag mogelijk is. Maar het gaat ook om wát we doen. Mijn dochter van twaalf vraagt regelmatig of ze iets aan "chat" mag vragen. Voor zulke simpele dingen gebruiken we AI veel te veel. Maar voor andere dingen, zoals coderen of onderzoek doen, kan het juist heel handig zijn.'Om energie te besparen neemt het bedrijf ook andere maatregelen. Zo heeft het gekozen voor modellen die relatief weinig rekenkracht gebruiken, maar wel goede resultaten leveren. Enkele modellen 'delen' hun hardware om energie te besparen.Daarnaast geeft GreenPT gebruikers tips om hun energieverbruik te verlagen. Keus: 'Dat gaat bijvoorbeeld over de lengte van chatgesprekken. Veel mensen weten niet dat bij een nieuwe vraag ook de rest van het gesprek keer op keer in het model wordt gestopt. Als je een vraag stelt over een ander onderwerp, is dat nergens voor nodig en kun je beter een nieuw gesprek starten.'Bij GreenPT kunnen gebruikers kiezen voor GreenL (language) of GreenR (reasoning). Het eerste voor bijvoorbeeld vertalen of samenvatten, het tweede voor ingewikkeldere cognitieve taken. Er is ook een speech-to-text-optie. Milieueffect van trainen modellen en chipproductie De voetafdruk tijdens de gebruiksfase is één, maar de productie van de servers en chips en het trainen van modellen hebben ook veel impact.Op de website van GreenPT staat dat er tijdens de initiële training van de modellen – in dit geval die van Mistral en OpenAI – geen groene energie is gebruikt. Keus: 'De live inference was fase één van onze berekeningen. We gaan nu fase twee in, waarin we meer willen kijken naar productiekosten en landgebruik. Dat staat zeker op de planning, maar heeft wel wat meer voeten in de aarde.' Geen concurrentie met OpenAI Na een positieve test met bestaande klanten ging GreenPT in september 2025 live. Inmiddels heeft het ongeveer 500 betalende klanten, plus 25 contracten met bedrijven. Het klantenbestand groeit volgens Keus met ruim 50 procent per maand. Maar concurreren met OpenAI kan GreenPT voorlopig nodig niet.Die concurrentie ambieert het trouwens ook niet, zegt de oprichter. Liever richt hij zich op missiegedreven bedrijven die niet negatief tegenover AI staan, maar wel willen weten wat dat voor hun privacy en ecologische voetafdruk betekent. Ook vanuit de culturele sector is er veel aandacht voor zijn service; hij is nationaal en internationaal met meerdere grote musea in gesprek.Daarmee hoopt Keus ook de rest van de sector te inspireren. Hoe meer bedrijven transparant zijn, hoe gemakkelijker het voor anderen is om dat ook te worden, denkt hij. 'Ik heb niet de illusie dat onze prestaties morgen ineens de standaard worden, maar denk wel dat ze een discussie op gang brengen. We kunnen de deur naar verandering in elk geval op een kier zetten.' Lees ook:Het AI-dilemma: Energievraag datacenters verdriedubbelt, kan ons energienet dat aan? Het AI-dilemma: Met efficiënte AI-modellen en chips slurpt kunstmatige intelligentie een stuk minder energie Het AI-dilemma: Met groene stroom en een nuttig doel voor restwarmte worden datacenters duurzamer