Het is al een tijdje een toverwoord in de strijd tegen netcongestie: lokale energiehubs van bedrijven die onderling elektriciteit uitwisselen om zo het beroep op het stroomnet te beperken. De praktijk blijkt weerbarstiger dan mooie ideeën op papier, maar op bedrijvenpark Pannenweg II in de Limburgse gemeente Nederweert gebeurt iets bijzonders.
Woensdag tekende Energie HandelsPlatform Pannenweg (EHP-P), een besloten vennootschap waarin ondernemers van het bedrijvenpark samenwerken op het gebied van energie, de eerste zogenoemde groepstransportovereenkomst met de regionale netbeheerder Enexis.
Grootverbruikers op het park doen hiermee afstand van hun individuele overeenkomsten met Enexis en ruilen deze in voor een gezamenlijke overeenkomst voor het gecontracteerde vermogen. Het idee is dat deze collectieve overeenkomst door slimme onderlinge afstemming van piekgebruik per saldo gunstiger uitvalt.
De groepsovereenkomst is het hoogtepunt van drie jaar pionieren, waarbij de Limburgse ondernemers flink wat obstakels moesten overwinnen. Het inrichten van een decentrale energiehub bleek veel meer voeten in de aarde te hebben dan aanvankelijk gedacht.
Tijdens het evenement De Top van Onderop zetten manager Wim Schilders van Energie Handelsplatform Pannenweg, accountmanager Joop de Boer van energieleverancier OM Nieuwe Energie en strategisch relatiemanager Antonie de Haas van netbeheerder Enexis uiteen wat de uitdagingen waren en hoe men er uiteindelijk uit is gekomen.

Manager Wim Schilders van Energie Handelsplatform Pannenweg. | Credits: www.detopvanonderop.nl
Energiehub opzetten met geld, kennis en ‘een Wim’
In 2022 gingen de ondernemers van bedrijvenpark Pannenweg II zelf aan de slag om zonnepanelen op de daken van bedrijven te plaatsen en een manier te vinden om stroom te delen. Daarbij waren drie zaken van belang.
Nummer één: geld. Een voordeel van het Limburgse bedrijvenpark is dat alle 107 bedrijven die er zijn gevestigd ook leden zijn van de vereniging Parkmanagement Pannenweg. Daarvoor dragen ze verplicht contributie af. ‘Daarmee was er een financiële basis om dingen te doen’, legt Schilders uit. Een tweede geldstroom ter ondersteuning van de energieplannen werd geregeld via een subsidie Hernieuwbare Energietransitie (HER+).
Dan was er de kwestie van kennis en communicatie over energiesystemen en het opzetten van een structuur om zelf opgewekte zonnestroom te delen. Schilders: ‘Ondernemers willen meedoen als een collectieve oplossing ze niet met hogere kosten opzadelt. Het moest marktconform. De technische keuzes waar je voor komt te staan vragen wel om speciale expertise die vaak extern moet worden betrokken. Het terugkoppelen van keuzes en resultaten in de communicatie met de ondernemers bleek een enorme uitdaging, omdat het zulke specialistische materie is.’
Voor de technische uitwerking werd energie-adviesbureau RethinkZero aangetrokken. Energieleverancier OM Nieuwe Energie verzorgde een energiehandelsplatform om gezamenlijk elektriciteit te kunnen verhandelen.
De derde onmisbare schakel betrof een kartrekker in de organisatie van het bedrijvenpark. ‘Je hebt een Wim nodig’, zegt Joop de Boer van OM Energie, verwijzend naar Schilders.
De 73-jarige voorzitter van het Parkmanagement weet als voormalige ondernemer als geen ander hoe bestuurders en eigenaren van bedrijven denken. Bovendien was Schilders gepensioneerd en had hij de tijd en het geduld om verschillende lijntjes aan elkaar te knopen.
Platform om onderling elektriciteit te verhandelen
Van groot belang bij een energiehub is het verschil tussen het onderling verhandelen van energie en het delen van transportcapaciteit met een aantal bedrijven.
Als onderdeel van de mogelijkheid om elektriciteit onderling te verhandelen hebben de bedrijven van Energie Handelsplatform Pannenweg zelf investeringen gedaan in zonnepanelen en de plaatsing van accu’s. Via OM Nieuwe Energie is een energiehandelsplatform gecreëerd waar de ondernemingen op bedrijvenpark Pannenweg aan meedoen. Daarbij verzorgt OM Nieuwe Energie de administratie (wie levert welke stroom aan wie, en wie neemt welke stroom van wie af) en de facturatie.
Het gaat dan om de registratie van de zonnestroom die binnen het bedrijvencluster wordt opgewekt en direct wordt verbruikt, de opslag- en het verbruik van accustroom, windstroom die wordt afgenomen via de adoptie van een windmolen uit een naburig windpark, én het restant dat ingekocht wordt op de elektriciteitsmarkt. Als onderdeel van het energiecontract zijn ook prijsafspraken gemaakt.
Bijna helemaal zelfvoorzienend
Deelnemende bedrijven hebben leveringsovereenkomsten met hun oude energieleveranciers ingeruild voor een contract van de gezamenlijke entiteit EHP-P met OM Nieuwe Energie. Binnen dit contract wordt de opgewekte stroom uit zon en wind zo goed mogelijk verdeeld over de deelnemende bedrijven.
‘De opwek van de zonnepanelen en een naburige windmolen kan tot 80 procent van het energieverbruik van de bedrijven dekken. In de toekomst willen we volledig zelfvoorzienend worden door ook van waterkracht gebruik te gaan maken’, geeft Schilders aan.
Aan het onderling verhandelen van stroom kunnen in principe alle bedrijven op het park meedoen, ongeacht of het klein- of grootverbruikers zijn. Het handelsplatform staat los van problemen rond netcongestie die te maken hebben met het maximale vermogen waarover bedrijven individueel kunnen beschikken om op specifieke momenten een bepaalde hoeveelheid elektriciteit af te nemen.
Bedrijven op de Pannenweg die over meer vermogen willen kunnen beschikken om tijdens piekuren heel veel stroom tegelijk af te nemen, moeten dat regelen via aanpassing van hun Aansluit- en Transportovereenkomst (ATO) bij netbeheerder Enexis.

Bedrijvenpark Pannenweg in Nederweert. Credits: Screenshot Google Street View.
Vermogen van grootverbruikers bundelen via groepsovereenkomst
Het bundelen van individuele transportovereenkomsten in een collectief contract was vooral relevant voor grootverbruikers op het bedrijvenpark die behoefte hadden aan meer speling bij het piekverbruik. Daarbij waren er twee serieuze obstakels, schetsen Schilders van bedrijvenpark Pannenweg en De Haas van Enexis.
De eerste uitdaging draaide om het combineren van de individuele gecontracteerde transportvermogens (GTV). Dat is het maximale vermogen waar bedrijven gebruik van mogen maken, wat vooral relevant is op momenten van piekverbruik. Naast incidentele pieken is het maximaal gecontracteerde vermogen ook van belang voor eventuele groeiplannen van een onderneming.
Gelet op de problemen rond netcongestie kon de netbeheerder voor het vaststellen van de gezamenlijke transportcapaciteit niet zomaar de individueel gecontracteerde vermogens optellen. Stel dat drie bedrijven elk een gecontracteerd vermogen van 500 kilowatt hadden in hun individuele transportovereenkomst, dan werd in het groepscontract bijvoorbeeld niet per se 1.500 kilowatt toegekend.
In plaats daarvan keek de netbeheerder naar het daadwerkelijke gebruikspatroon. Op basis daarvan werd het toe te kennen gezamenlijk gecontracteerde vermogen bepaald. Drie keer 500 kilowatt werd dan in het groepscontract bijvoorbeeld 1.000 kilowatt als maximaal vermogen voor de groep. ‘Deze werkwijze was heel lastig te verkopen aan ondernemers, omdat die het gevoel kregen dat ze met de collectieve overeenkomst moesten inleveren op hun capaciteit’, legt Schilders uit.
Proefperiode van drie jaar
Hier is uiteindelijk een praktische oplossing voor gevonden. Als de groepstransportovereenkomst begin 2026 van start gaat, komt er een proefperiode van drie jaar waarin wordt gekeken of de gemaakte afspraken over het maximale groepsvermogen werkbaar zijn. Deelnemende grootverbruikers krijgen aan het eind van die periode eenmalig de mogelijkheid om alsnog uit te stappen.
‘In theorie moet dit gezamenlijke contract voordeel opleveren, omdat je met een slimmere verdeling van piekverbruik zo kunt uitkomen dat het ene bedrijf gebruik kan maken van de ongebruikte capaciteit van andere bedrijven’, aldus Schilders. ‘De proefperiode is bedoeld om uit te vinden of het in de praktijk ook echt werkt.’
De tweede hobbel draaide om aansprakelijkheid. Enexis wilde in eerste instantie alle bedrijven die deelnemen aan de groepstransportovereenkomst hoofdelijk aansprakelijk stellen voor schade die door één van hen kan worden veroorzaakt. ‘Dus als één bedrijf op een bepaald moment door piekverbruik boven de capaciteitsgrens uitkomt en een trafohuisje opblaast, zou de buurman moeten meebetalen. Dat was voor ondernemers een onaanvaardbaar risico’, zegt Schilders.
Deze maand werd op de valreep met behulp van een risico-expert van Achmea een aansprakelijkheidsbepaling uitgewerkt die verzekerbaar is en die een limiet bevat waar alle partijen zich in kunnen vinden.
Het gaat om een drietrapsraket waarbij eventuele claims van de netbeheerder eerst bij de groepsentiteit komen, in dit geval het Energie Handelsplatform Pannenweg. Als die de schade niet volledig kan betalen, mag een individuele veroorzaker worden aangewezen. Daarna pas komen andere bedrijven individueel in beeld.
‘Ik had een paar maanden geleden niet gedacht dat we hier nu zouden staan met de mededeling dat de eerste groepstransportovereenkomst met Enexis een feit is’, besluit Schilders.




