Jeroen de Boer
26 november 2025, 15:15

Netcongestie aanpakken: hoe Limburgse ondernemers samen een complete energiehub bouwden

Energiehubs bij bedrijventerreinen worden vaak genoemd als een kansrijke oplossing in de strijd tegen netcongestie. Een groep Limburgse ondernemers van bedrijvenpark Pannenweg in Nederweert voegde de daad bij het woord.

pannenweg II zonnepanelen Luchtfoto van bedrijvenpark Pannenweg II met zonnepanelen op de daken van bedrijfspanden. | Credits: Screenshot Google Earth

Het is al een tijdje een toverwoord in de strijd tegen netcongestie: lokale energiehubs van bedrijven die onderling elektriciteit uitwisselen om zo het beroep op het stroomnet te beperken. De praktijk blijkt weerbarstiger dan mooie ideeën op papier, maar op bedrijvenpark Pannenweg II in de Limburgse gemeente Nederweert gebeurt iets bijzonders.

Woensdag tekende Energie HandelsPlatform Pannenweg (EHP-P), een besloten vennootschap waarin ondernemers van het bedrijvenpark samenwerken op het gebied van energie, de eerste zogenoemde groepstransportovereenkomst met de regionale netbeheerder Enexis.

Grootverbruikers op het park doen hiermee afstand van hun individuele overeenkomsten met Enexis en ruilen deze in voor een gezamenlijke overeenkomst voor het gecontracteerde vermogen. Het idee is dat deze collectieve overeenkomst door slimme onderlinge afstemming van piekgebruik per saldo gunstiger uitvalt.

De groepsovereenkomst is het hoogtepunt van drie jaar pionieren, waarbij de Limburgse ondernemers flink wat obstakels moesten overwinnen. Het inrichten van een decentrale energiehub bleek veel meer voeten in de aarde te hebben dan aanvankelijk gedacht.

Tijdens het evenement De Top van Onderop zetten manager Wim Schilders van Energie Handelsplatform Pannenweg, accountmanager Joop de Boer van energieleverancier OM Nieuwe Energie en strategisch relatiemanager Antonie de Haas van netbeheerder Enexis uiteen wat de uitdagingen waren en hoe men er uiteindelijk uit is gekomen.

Manager Wim Schilders van Energie Handelsplatform Pannenweg. | Credits: www.detopvanonderop.nl

Energiehub opzetten met geld, kennis en ‘een Wim’

In 2022 gingen de ondernemers van bedrijvenpark Pannenweg II zelf aan de slag om zonnepanelen op de daken van bedrijven te plaatsen en een manier te vinden om stroom te delen. Daarbij waren drie zaken van belang.

Nummer één: geld. Een voordeel van het Limburgse bedrijvenpark is dat alle 107 bedrijven die er zijn gevestigd ook leden zijn van de vereniging Parkmanagement Pannenweg. Daarvoor dragen ze verplicht contributie af. ‘Daarmee was er een financiële basis om dingen te doen’, legt Schilders uit. Een tweede geldstroom ter ondersteuning van de energieplannen werd geregeld via een subsidie Hernieuwbare Energietransitie (HER+).

Dan was er de kwestie van kennis en communicatie over energiesystemen en het opzetten van een structuur om zelf opgewekte zonnestroom te delen. Schilders: ‘Ondernemers willen meedoen als een collectieve oplossing ze niet met hogere kosten opzadelt. Het moest marktconform. De technische keuzes waar je voor komt te staan vragen wel om speciale expertise die vaak extern moet worden betrokken. Het terugkoppelen van keuzes en resultaten in de communicatie met de ondernemers bleek een enorme uitdaging, omdat het zulke specialistische materie is.’

Voor de technische uitwerking werd energie-adviesbureau RethinkZero aangetrokken. Energieleverancier OM Nieuwe Energie verzorgde een energiehandelsplatform om gezamenlijk elektriciteit te kunnen verhandelen.

De derde onmisbare schakel betrof een kartrekker in de organisatie van het bedrijvenpark. ‘Je hebt een Wim nodig’, zegt Joop de Boer van OM Energie, verwijzend naar Schilders.

De 73-jarige voorzitter van het Parkmanagement weet als voormalige ondernemer als geen ander hoe bestuurders en eigenaren van bedrijven denken. Bovendien was Schilders gepensioneerd en had hij de tijd en het geduld om verschillende lijntjes aan elkaar te knopen.

Platform om onderling elektriciteit te verhandelen

Van groot belang bij een energiehub is het verschil tussen het onderling verhandelen van energie en het delen van transportcapaciteit met een aantal bedrijven.

Als onderdeel van de mogelijkheid om elektriciteit onderling te verhandelen hebben de bedrijven van Energie Handelsplatform Pannenweg zelf investeringen gedaan in zonnepanelen en de plaatsing van accu’s. Via OM Nieuwe Energie is een energiehandelsplatform gecreëerd waar de ondernemingen op bedrijvenpark Pannenweg aan meedoen. Daarbij verzorgt OM Nieuwe Energie de administratie (wie levert welke stroom aan wie, en wie neemt welke stroom van wie af) en de facturatie.

Het gaat dan om de registratie van de zonnestroom die binnen het bedrijvencluster wordt opgewekt en direct wordt verbruikt, de opslag- en het verbruik van accustroom, windstroom die wordt afgenomen via de adoptie van een windmolen uit een naburig windpark, én het restant dat ingekocht wordt op de elektriciteitsmarkt. Als onderdeel van het energiecontract zijn ook prijsafspraken gemaakt.

Bijna helemaal zelfvoorzienend

Deelnemende bedrijven hebben leveringsovereenkomsten met hun oude energieleveranciers ingeruild voor een contract van de gezamenlijke entiteit EHP-P met OM Nieuwe Energie. Binnen dit contract wordt de opgewekte stroom uit zon en wind zo goed mogelijk verdeeld over de deelnemende bedrijven.

‘De opwek van de zonnepanelen en een naburige windmolen kan tot 80 procent van het energieverbruik van de bedrijven dekken. In de toekomst willen we volledig zelfvoorzienend worden door ook van waterkracht gebruik te gaan maken’, geeft Schilders aan.

Aan het onderling verhandelen van stroom kunnen in principe alle bedrijven op het park meedoen, ongeacht of het klein- of grootverbruikers zijn. Het handelsplatform staat los van problemen rond netcongestie die te maken hebben met het maximale vermogen waarover bedrijven individueel kunnen beschikken om op specifieke momenten een bepaalde hoeveelheid elektriciteit af te nemen.

Bedrijven op de Pannenweg die over meer vermogen willen kunnen beschikken om tijdens piekuren heel veel stroom tegelijk af te nemen, moeten dat regelen via aanpassing van hun Aansluit- en Transportovereenkomst (ATO) bij netbeheerder Enexis.

Energiehub Bedrijvenpark Pannenweg Nederweert netcongestie

Bedrijvenpark Pannenweg in Nederweert. Credits: Screenshot Google Street View.

Vermogen van grootverbruikers bundelen via groepsovereenkomst

Het bundelen van individuele transportovereenkomsten in een collectief contract was vooral relevant voor grootverbruikers op het bedrijvenpark die behoefte hadden aan meer speling bij het piekverbruik. Daarbij waren er twee serieuze obstakels, schetsen Schilders van bedrijvenpark Pannenweg en De Haas van Enexis.

De eerste uitdaging draaide om het combineren van de individuele gecontracteerde transportvermogens (GTV). Dat is het maximale vermogen waar bedrijven gebruik van mogen maken, wat vooral relevant is op momenten van piekverbruik. Naast incidentele pieken is het maximaal gecontracteerde vermogen ook van belang voor eventuele groeiplannen van een onderneming.

Gelet op de problemen rond netcongestie kon de netbeheerder voor het vaststellen van de gezamenlijke transportcapaciteit niet zomaar de individueel gecontracteerde vermogens optellen. Stel dat drie bedrijven elk een gecontracteerd vermogen van 500 kilowatt hadden in hun individuele transportovereenkomst, dan werd in het groepscontract bijvoorbeeld niet per se 1.500 kilowatt toegekend.

In plaats daarvan keek de netbeheerder naar het daadwerkelijke gebruikspatroon. Op basis daarvan werd het toe te kennen gezamenlijk gecontracteerde vermogen bepaald. Drie keer 500 kilowatt werd dan in het groepscontract bijvoorbeeld 1.000 kilowatt als maximaal vermogen voor de groep. ‘Deze werkwijze was heel lastig te verkopen aan ondernemers, omdat die het gevoel kregen dat ze met de collectieve overeenkomst moesten inleveren op hun capaciteit’, legt Schilders uit.

Proefperiode van drie jaar

Hier is uiteindelijk een praktische oplossing voor gevonden. Als de groepstransportovereenkomst begin 2026 van start gaat, komt er een proefperiode van drie jaar waarin wordt gekeken of de gemaakte afspraken over het maximale groepsvermogen werkbaar zijn. Deelnemende grootverbruikers krijgen aan het eind van die periode eenmalig de mogelijkheid om alsnog uit te stappen.

‘In theorie moet dit gezamenlijke contract voordeel opleveren, omdat je met een slimmere verdeling van piekverbruik zo kunt uitkomen dat het ene bedrijf gebruik kan maken van de ongebruikte capaciteit van andere bedrijven’, aldus Schilders. ‘De proefperiode is bedoeld om uit te vinden of het in de praktijk ook echt werkt.’

De tweede hobbel draaide om aansprakelijkheid. Enexis wilde in eerste instantie alle bedrijven die deelnemen aan de groepstransportovereenkomst hoofdelijk aansprakelijk stellen voor schade die door één van hen kan worden veroorzaakt. ‘Dus als één bedrijf op een bepaald moment door piekverbruik boven de capaciteitsgrens uitkomt en een trafohuisje opblaast, zou de buurman moeten meebetalen. Dat was voor ondernemers een onaanvaardbaar risico’, zegt Schilders.

Deze maand werd op de valreep met behulp van een risico-expert van Achmea een aansprakelijkheidsbepaling uitgewerkt die verzekerbaar is en die een limiet bevat waar alle partijen zich in kunnen vinden.

Het gaat om een drietrapsraket waarbij eventuele claims van de netbeheerder eerst bij de groepsentiteit komen, in dit geval het Energie Handelsplatform Pannenweg. Als die de schade niet volledig kan betalen, mag een individuele veroorzaker worden aangewezen. Daarna pas komen andere bedrijven individueel in beeld.

‘Ik had een paar maanden geleden niet gedacht dat we hier nu zouden staan met de mededeling dat de eerste groepstransportovereenkomst met Enexis een feit is’, besluit Schilders.

Lees ook:

Changemaker Marike Bonhof (Ymere): ‘Klimaatrisico’s zijn bij ons opgenomen als strategische risico's’

Je stapte in 2022 over van drinkwaterbedrijf Vitens naar Ymere. Hoe maakte je die sprong?‘In 2018 kregen we te maken met extreme droogte. Men noemde het een gebeurtenis die eens in de honderd jaar voorkomt. Maar in 2020 was het opnieuw raak. Tijdens een diner met iemand van het KNMI kreeg ik verschillende scenario’s voorgeschoteld. Ik was me bewust van klimaatverandering, maar die toekomstscenario’s sloegen in als een bom. Ik heb er letterlijk wakker van gelegen.In Nederland vinden we drinkwater vanzelfsprekend. Maar we moeten nu ingrijpen om grote problemen over 25 jaar te voorkomen. Dat vraagt tijd, bewustwording en maatschappelijke urgentie. Daarom verbonden we het drinkwaterprobleem aan wonen. Die twee zijn met elkaar verweven, of het nu om drinkwateraansluitingen gaat of de impact van droogte en extreme buien. Toen ben ik met corporaties in gesprek gegaan, waarna ik de overstap naar Ymere heb gemaakt. Eigenlijk was de overstap van water naar wonen heel logisch.’Hoe ziet de verduurzamingsopgave van Ymere er uit?‘Ymere heeft 72.000 bestaande woningen met een gemiddelde leeftijd van 68 jaar. De opgave is groot: woningen isoleren, kou buiten houden en daarmee de energievraag terugdringen. Tegelijkertijd moeten we in 2050 CO2-neutraal zijn en woningen van het gas af halen.Ik geloof sterk in warmtenetten als een betaalbaar alternatief. Maar zo’n transitie kost geld. Toen ik begon, zag ik dat de rekening vooral bij huurders terecht dreigde te komen. Maar je kunt de mensen met de kleinste portemonnee niet laten betalen voor de klimaattransitie. In Haarlem laten we bijvoorbeeld zien dat een warmtenet wél betaalbaar kan, mits er subsidies beschikbaar zijn.’Welke scheefgroei zie jij op dit moment bij het verduurzamen van woningen?‘Slecht geïsoleerde huizen leiden tot hogere energierekeningen. Tegelijkertijd kregen mensen met hogere inkomens subsidie voor zonnepanelen of een elektrische auto. De maatschappelijke transitie is lange tijd vooral gefaciliteerd voor mensen met meer middelen. Voor huishoudens die het zwaarst worden getroffen, was te weinig aandacht. Dat is een politieke keuze geweest.Het is nog niet te laat om het tij te keren. Ik hoop dat het nieuwe kabinet dat perspectief nadrukkelijker meeneemt.’Hoe heeft klimaatverandering nu al impact op jullie bedrijfsvoering?‘Klimaatrisico’s zijn bij ons inmiddels opgenomen als strategisch risico. Ons corporatiebezit is gevoelig voor hittestress, hoge grondwaterstanden, overstromingen en waterschade door piekbuien.Wij vernieuwen onze woningen gemiddeld eens in de vijftig jaar. Maar om leefbaarheid en veiligheid op de lange termijn te garanderen, moeten we nu al investeren. Politiek ligt de nadruk sterk op bouwen, bouwen, bouwen. Maar we hebben ook te maken met 2,4 miljoen bestaande corporatiewoningen. Alle onderzoeken laten zien dat investeringen in klimaatadaptatie vooraf veel effectiever en efficiënter zijn dan achteraf repareren.Kijk naar Enschede. Een piekbui veroorzaakte grote schade, waardoor huizen onbewoonbaar werden verklaard. Dat moeten we in de toekomst voorkomen, maar maatregelen nemen kost tijd. Een gebied klimaatadaptief maken kost al snel acht jaar. Dat vraagt om vooruitdenken.’Waarom vinden we het zo lastig om ons voor te bereiden, terwijl we weten dat het mis kan gaan?‘Onze situatie doet me soms denken aan de watersnoodramp in 1953. Destijds was er een ingenieur (Johan van Veen, red.) die al voorspelde dat de dijken zouden breken. Hij was een roepende in de woestijn.Soms lijken we in dezelfde psychologische valkuil te stappen: mensen hebben moeite om risico’s op lange termijn te overzien, zelfs als de gevolgen nu al zichtbaar worden. De urgentie is groter dan we vaak willen erkennen.’Hoe maken jullie corporatiewoningen toekomstbestendig?‘Een voorbeeld is het waterproject dat we samen met de Nederlandse Waterschapsbank en de gemeente Haarlem zijn gestart. In een gebied waar nieuwbouw komt, creëren we een waterpositieve ontwikkeling: regenwater wordt opgevangen en er komt veel groen. Dat helpt ook tegen hittestress. Die maatregelen kunnen ongeveer 40 procent besparen op het gebruik van drinkwater per persoon per dag.Dit soort maatregelen moet je aan het begin van een traject meenemen. Dat vraagt investeringen, maar maatschappelijk is het ruimschoots rendabel. Het vereist wel leiderschap, dingen anders durven doen en het lef om het ongemak aan te gaan.’Hoe nemen jullie bewoners mee in de klimaatadaptatie van hun woningen?‘Wettelijk moeten we bewoners betrekken, en dat vind ik terecht. Je grijpt in in het privédomein van mensen en dat moet zorgvuldig gebeuren. Los van de wet moet je elke verandering samen doormaken. Bewoners willen niet altijd verandering, zeker niet als ze al onder druk staan door bijvoorbeeld een krappe portemonnee.Het gesprek aan de voorkant kost tijd, maar levert daarna veel op. Het creëert draagvlak en voorkomt weerstand. Je moet ook durven blijven staan voor wat je doet, maar altijd met oog voor de situatie van bewoners.’Je won recent de Chief Value Officer Award, een prijs voor cfo’s die brede welvaart meenemen in hun besluitvoering. Hoe zie jij je rol als cfo in deze transitie?‘Als cfo heb ik gemerkt dat geld ertoe doet, maar pas betekenis krijgt in de manier waarop je het inzet. Dan creëer je waarde. Continuïteit van de organisatie is belangrijk, maar als maatschappelijke organisatie moet elke euro ook optimaal maatschappelijk renderen.Dat betekent breed kijken naar de impact die je als organisatie maakt en kiezen voor de lange termijn. Uiteindelijk draait het om brede welvaart. Ook voor commerciële bedrijven is dat volgens mij de enige manier om bestaansrecht op lange termijn te behouden. Daarvoor hoef je niet eens een klimaatbeliever te zijn.’Met wie zou je graag samenwerken en waarom?‘Ik zie nu vaak dat ketens erg lang worden. Elke schakel voegt kosten toe, wat de betaalbaarheid onder druk zet. Soms zijn lokaal sluitende ketens veel effectiever.In Brabant is een prachtig initiatief waarbij vlas van lokale boeren wordt gebruikt om woningen te isoleren. Dat ondersteunt de lokale gemeenschap én levert biobased isolatie op die in veel gevallen betere eigenschappen heeft dan chemische alternatieven. Het gaat om groot denken, maar lokaal doen.’ Lees ook:Changemaker Joost Hoffman (Moos): 'We moeten niet vechten om de punt, maar de duurzame taart groter maken' Changemaker Corjan van den Berg (Revyve): ‘Als je het voedselsysteem efficiënter wilt maken, moet het dier eruit’ Changemaker Marieke Doolaard (HEMA): ‘Je moet dingen zo aanpakken dat de klant er blij van wordt’