Redacteur Maaike
Maaike Kooijman
14 januari 2026, 11:00

Robert Keus wil milieu-impact van AI transparant maken met GreenPT: 'We gebruiken AI te veel voor simpele dingen'

Hoeveel energie kost een vraag aan AI? Voor velen een vraag, voor gebruikers van GreenPT een weet. Het bedrijf is het eerste ter wereld dat de werkelijke impact van AI-modellen toont – en die impact bovendien zo laag mogelijk houdt.

Robert Keus, oprichter van GreenPT Robert Keus: 'We wilden de groenste én transparantste AI-provider ter wereld worden.'

Kunstmatige intelligentie, weet Robert Keus, is een weinig transparante wereld. Niet alleen als het over privacy gaat, maar ook wat betreft duurzaamheid – of het gebrek daaraan. ‘Mensen proberen het energieverbruik van ChatGPT in te schatten. Dat kan gewoon niet. Daarvoor heb je echt toegang nodig tot de ruwe data van de chips.’

Keus is vastbesloten die wereld te veranderen. ‘Ik ben niet tegen AI, maar de gebruiker moet wel weten wat het werkelijk kost.’

‘De groenste AI-provider ter wereld’

In 2005 richtte Keus Brthrs Agency op. Voorheen vooral bouwer van websites en apps, maar inmiddels kloppen de meeste klanten aan voor AI-oplossingen op maat. Toch bleek het team niet overál een antwoord op te hebben. Als klanten wilden weten hoeveel energie of water hun AI-opdrachten verbruikten, of waar hun data precies stond, moest het bedrijf ze een antwoord schuldig blijven.

Dat moest anders, vond Keus. Daarbij wilde hij zelf nu ook weleens weten hoe het precies met de impact van AI-modellen zat. De omslag kwam ongeveer een jaar geleden, met de lancering van het Chinese opensource-model Deepseek. ‘Vanaf toen zijn opensource-modellen beter en beter geworden. Die bleken ook goed inzetbaar voor onze vraagstukken. Vanuit daar hebben we doorontwikkeld. We wilden de groenste én transparantste AI-provider ter wereld worden.’

Inzicht in stroomverbruik en CO2-uitstoot

Het bieden van transparantie is in elk geval gelukt. GreenPT is het enige bedrijf dat per AI-chatgesprek aangeeft hoeveel (kilo)wattuur het heeft gekost en hoeveel gram CO2-equivalent. Het energieverbruik klopt vrij precies; met een heleboel tests op de eigen infrastructuur heeft het team uitgezocht hoeveel zogenoemde tokens het uitvoeren van elke actie kost. Hoe meer tokens, hoe meer energie. (Het checken van deze tekst op spelfouten kost 1,57 wattuur, zie ik later).

Die data zijn bekend doordat GreenPT toegang heeft tot de data van de eigen chips. Eigen servers heeft het bedrijf echter niet. Voorheen draaide het zijn modellen op de servers van Leafcloud. Dat opereert volledig in Nederland, gebruikt alleen groene stroom en zet restwarmte in om water te verwarmen voor zwembaden en douches.

Inmiddels is GreenPT dusdanig gegroeid dat het moest overstappen op servers in een datacenter van het Franse bedrijf Scaleway. Ook dat gebruikt grotendeels groene stroom. Het kleine deel dat uit kernenergie komt, wordt op een andere manier gecompenseerd. Keus: ‘Daarom is het op papier 100 procent duurzame energie.’ Het datacenter verbruikt bovendien een minimale hoeveelheid water door gebruik te maken van luchtkoeling.

Mede doordat GreenPT niet het enige bedrijf is dat gebruikmaakt van de servers in het datacenter, is de weergegeven CO2-uitstoot per chatgesprek nu nog een schatting. Met een extern bedrijf rekent GreenPT nu uit hoeveel broeikasgassen het datacenter per uur uitstoot en wat dat betekent voor individuele AI-opdrachten. De CO2-uitstoot is weliswaar laag door het gebruik van hernieuwbare energie, maar volgens Keus is het een illusie om te denken dat een groot datacenter nu al helemaal uitstootvrij kan zijn.

Tips voor energiebesparing bij gebruik van AI

Op basis van die inzichten kunnen gebruikers volgens Keus ‘een rationele keuze maken’ om AI wel of niet in te zetten op bepaalde momenten en voor bepaalde taken. ‘Als je taken op de achtergrond wilt laten uitvoeren, wil je dat natuurlijk het liefst doen op momenten dat de CO2-uitstoot zo laag mogelijk is. Maar het gaat ook om wát we doen. Mijn dochter van twaalf vraagt regelmatig of ze iets aan “chat” mag vragen. Voor zulke simpele dingen gebruiken we AI veel te veel. Maar voor andere dingen, zoals coderen of onderzoek doen, kan het juist heel handig zijn.’

Om energie te besparen neemt het bedrijf ook andere maatregelen. Zo heeft het gekozen voor modellen die relatief weinig rekenkracht gebruiken, maar wel goede resultaten leveren. Enkele modellen ‘delen’ hun hardware om energie te besparen.

Daarnaast geeft GreenPT gebruikers tips om hun energieverbruik te verlagen. Keus: ‘Dat gaat bijvoorbeeld over de lengte van chatgesprekken. Veel mensen weten niet dat bij een nieuwe vraag ook de rest van het gesprek keer op keer in het model wordt gestopt. Als je een vraag stelt over een ander onderwerp, is dat nergens voor nodig en kun je beter een nieuw gesprek starten.’

Bij GreenPT kunnen gebruikers kiezen voor GreenL (language) of GreenR (reasoning). Het eerste voor bijvoorbeeld vertalen of samenvatten, het tweede voor ingewikkeldere cognitieve taken. Er is ook een speech-to-text-optie.

Milieueffect van trainen modellen en chipproductie

De voetafdruk tijdens de gebruiksfase is één, maar de productie van de servers en chips en het trainen van modellen hebben ook veel impact.

Op de website van GreenPT staat dat er tijdens de initiële training van de modellen – in dit geval die van Mistral en OpenAI – geen groene energie is gebruikt. Keus: ‘De live inference was fase één van onze berekeningen. We gaan nu fase twee in, waarin we meer willen kijken naar productiekosten en landgebruik. Dat staat zeker op de planning, maar heeft wel wat meer voeten in de aarde.’

Geen concurrentie met OpenAI

Na een positieve test met bestaande klanten ging GreenPT in september 2025 live. Inmiddels heeft het ongeveer 500 betalende klanten, plus 25 contracten met bedrijven. Het klantenbestand groeit volgens Keus met ruim 50 procent per maand. Maar concurreren met OpenAI kan GreenPT voorlopig nodig niet.

Die concurrentie ambieert het trouwens ook niet, zegt de oprichter. Liever richt hij zich op missiegedreven bedrijven die niet negatief tegenover AI staan, maar wel willen weten wat dat voor hun privacy en ecologische voetafdruk betekent. Ook vanuit de culturele sector is er veel aandacht voor zijn service; hij is nationaal en internationaal met meerdere grote musea in gesprek.

Daarmee hoopt Keus ook de rest van de sector te inspireren. Hoe meer bedrijven transparant zijn, hoe gemakkelijker het voor anderen is om dat ook te worden, denkt hij. ‘Ik heb niet de illusie dat onze prestaties morgen ineens de standaard worden, maar denk wel dat ze een discussie op gang brengen. We kunnen de deur naar verandering in elk geval op een kier zetten.’

Lees ook:

Waarom de energietransitie niet vastloopt op techniek, maar op de inpassing in de omgeving

Van zonnepanelen tot windturbines, elektrische auto's en warmtepompen. Het zijn de meest bekende aspecten van de energietransitie waarin Nederland nu verkeert. Maar ergens moet al die elektriciteit ook doorheen en naartoe. Dat gaat via hoogspanningslijnen, -stations en kabels onder de grond om de stroom geschikt te maken voor verder transport. En precies daar begint het te wringen. Ons land is nu eenmaal klein, druk en kwetsbaar. Tal van ambities vechten om een plekje in de schaarse ruimte. Van woningen tot natuur, landbouw, water en infrastructuur. En ondertussen groeit ook nog eens de maatschappelijke weerstand. Denk aan omwonenden die zich verzetten tegen nieuwe kabeltracés en natuurorganisaties die aan de bel trekken, uit angst voor ecologische schade. De energietransitie is geen technisch probleem [caption id="attachment_172205" align="alignleft" width="200"] Raymond Hazebroek[/caption]'Het lijkt soms alsof alle grote opgaven tegelijk op ons afkomen', zegt Raymond Hazebroek, projectmanager bij advies- en ingenieursbureau WSP. 'De energietransitie is er één van, maar net zo urgent zijn woningbouw, natuurherstel, waterveiligheid en klimaatadaptatie. En alles moet landen op diezelfde postzegel die Nederland is.' De vraag is volgens hem dan ook niet óf de energietransitie technisch mogelijk is. Die vraag is allang beantwoord. 'Technisch is bijna alles op te lossen. Daar maken we ons niet de meeste zorgen over. De complexiteit zit ’m in de omgeving en de vraag hoe je de techniek daar op de juiste manier kunt inpassen. Precies daar ligt de rol van WSP. Wij opereren dagelijks op het snijvlak van techniek, ecologie en maatschappij.'Of het nu gaat om hoogspanningslijnen, ondergrondse kabels of stations; ze raken altijd wel aan iemand of iets. Dat kan een woonwijk zijn, een bedrijf, de natuur of landbouwgrond. 'Als je de techniek los ziet van die context, dan loop je vroeg of laat vast', zegt Hazebroek. 'Dan heb je misschien een ontwerp dat technisch klopt, maar planologisch of maatschappelijk niet haalbaar blijkt.' Ecologie te laat? Daar betaal je een prijs voor [caption id="attachment_172206" align="alignright" width="200"] Yolanda Elout-Verhulst[/caption]In de praktijk gaat het hier regelmatig mis. Nieuwe projecten die de energietransitie verder moeten aanjagen starten dan met snelheid en ambitie, maar zonder volledig zicht op ecologie, vergunningen en lokale belangen. Dan wordt de leefomgeving een afvinklijstje. 'De ervaring leert juist dat het veel slimmer is om omgevingsfactoren als uitgangspunt te nemen voor het ontwerp', merkt ook Yolanda Elout-Verhulst op. Ze werkt als adviseur ecologie bij WSP. 'Als je bijvoorbeeld pas laat ontdekt dat er beschermde diersoorten zitten, dan krijgt het ontwerp zeer waarschijnlijk te maken met extra onderzoek, aanpassingen en vertraging. Zeker in en nabij Natura 2000-gebieden, is je speelruimte klein. Dan is zo'n integrale benadering de enige juiste aanpak.' Volgens haar is er zelden sprake van onwil, vaak gaat het om onderschatting. 'Men realiseert zich niet wat het kost als je ecologie te laat meeneemt in het ontwerp. Je kunt juist extra snelheid maken als je er vroeg bij bent.' Van tracé tot leefomgeving: alles grijpt in elkaar Neem het ontwerp van een nieuw hoogspanningstracé. Dat lijkt voor de leek misschien simpel, je gaat immers van A naar B. In werkelijkheid is het een zeer complexe puzzel, waarbij rekening gehouden moet worden met watergangen, dijken, bebouwing, landbouw en archeologie. Soms zelfs met niet-gesprongen explosieven. Al die factoren beïnvloeden het ontwerp. Daarom pleit Hazebroek voor integrale haalbaarheidsstudies. 'Niet alleen technisch kijken, maar ecologie, water, bodem en omgeving meteen meenemen. Dan voorkom je mogelijke verrassingen in een later stadium.'Voor Elout-Verhulst is ecologie daarbij geen blokkade, maar juist een ontwerpinstrument. 'Ecologie is veel flexibeler dan vaak wordt gedacht', zegt ze. 'Er zijn bijna altijd meerdere oplossingen mogelijk, zolang je maar vroeg genoeg begint.' Datagedreven werken speelt daarbij een grote rol. 'We starten met bureaustudies en bestaande databases, maar betrekken ook lokale natuurwerkgroepen en vrijwilligers. Daarnaast combineren we ecologische data met inzichten van andere disciplines, zoals waterveiligheid.' Het doel is niet alleen schade beperken. Als er ruimte is, fysiek én in de planning, dan kun je volgens Elout-Verhulst echt ecologische waarde toevoegen. 'Denk aan nieuwe habitats, betere verbindingen voor natuur en meer groen rond infrastructuur. Dat helpt biodiversiteit én de leefbaarheid.' Draagvlak ontstaat door luisteren En dan is er nog zoiets als maatschappelijk draagvlak. Zelfs het allerbeste ontwerp legt het doorgaans af tegen een negatief sentiment. Echt luisteren naar de wensen van omwonenden is dan ook essentieel, benadrukt Hazebroek. 'Bewoners en lokale partijen kennen hun gebied vaak beter dan wie ook. Zij weten waar het knelt en waar er juist kansen liggen. Als je hen vroeg bij de plannen betrekt, dan worden die zichtbaar beter. Wie dat nalaat, krijgt te maken met weerstand. En weerstand leidt bijna altijd tot bezwaarprocedures, vertraging en hogere kosten.Tegelijkertijd vraagt dit om realisme. 'Belangen botsen, dat hoort erbij. Maar als je zorgvuldig bent, transparant en respectvol, dan blijf je met elkaar in gesprek. En zo kun je echt een verschil maken.' Deze zorgvuldigheid is extra belangrijk in een context van onzekerheid. Stikstofregels veranderen, beleid schuift en plannen worden aangepast. 'Daar moet je je proces op inrichten', zegt Hazebroek. 'Flexibel, integraal en met alle disciplines aan tafel.' Meer dan techniek alleen De conclusie is helder. De energietransitie stokt niet omdat de techniek ontbreekt. De bottleneck is het vermogen om die techniek goed in te passen in een volle, gevoelige leefomgeving. Of, zoals Elout-Verhulst het zegt: 'Zolang ecologie wordt gezien als beperkende factor dan blijven we vertragen. Pas als we het gaan zien als onderdeel van het ontwerp, komen we echt vooruit. Versnelling zit niet in harder werken, maar in slimmer samenwerken. Eerder in het proces en met oog voor alles wat er al is. Lees ookVan puzzelstukjes naar totaalbeeld: dé sleutel tot transitieversnelling Zo worden steden koeler en groener terwijl stroomnet vol zit en er woningen bij moeten Zo wordt de dijk tussen Moerdijk en Drimmelen sterk en toekomstbestendig Bouwen met organische materialen toekomstmuziek? Niet als het aan dit bouwbedrijf ligtDit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner WSP Nederland. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.