Kunstmatige intelligentie vroeg in 2025 zo’n 23 gigawatt aan vermogen, wat in de buurt komt van de stroomvoorziening van een land als Groot-Brittannië. Dat is veel. Maar hoe erg is het?
Daarvoor maakt het natuurlijk nogal uit of je energie put uit hernieuwbare bronnen, zoals zon en wind, of uit fossiele brandstoffen.
Het goede nieuws: vrijwel alle datacenters in Nederland hebben contracten voor groene stroom, blijkt uit onderzoek van de Dutch Data Centre Association (DDA). Dat betekent niet dat ze dag en nacht groene stroom (kunnen) gebruiken. Toch zegt 81 procent van de datacenters te verwachten in 2030 volledig op hernieuwbare elektriciteit te draaien.
Het AI-dilemma: een vloek of zegen voor het klimaat?
In deze artikelenreeks onderzoekt Change Inc. de invloed van AI op milieu en klimaat, zowel positief als negatief. We proberen een antwoord te vinden op de vraag: is AI een vloek of een zegen voor de duurzaamheidstransitie?
Eerder verschenen in deze reeks:
Dat klinkt positief, maar AI maakt de druk op de energietransitie daarmee nog hoger. ‘Het energieverbruik an sich is niet de grootste uitdaging’, stelt Andrew van der Haar, adviseur energie & duurzaamheid bij DDA. Als voormalig datacenter-eigenaar weet hij: ‘De vraag is vooral of we genoeg groene energie naar datacenters kunnen transporteren.’
Als er te weinig wind of zon is, óf als er congestieproblemen zijn, gaan nu bijvoorbeeld de noodstroomaggregaten van datacenters aan. Die werken meestal op gas of diesel. Om hernieuwbare energie ook op momenten zonder zon en wind te gebruiken, is een goede batterij-infrastructuur onmisbaar.
Datacenters op kernenergie
Een andere bron van stroom is kernenergie. Rolls-Royce is al bezig met de bouw van kleine modulaire kernreactoren (SMR’s) voor AI-datacenters in onder meer Groot-Brittannië en Tsjechië. ULC-Energy, een in Amsterdam gevestigde ontwikkelaar van kernenergieprojecten, wil deze SMR’s ook gebruiken voor Nederlandse datacenters.
Hoewel bij de opwekking van kernenergie geen CO2 vrijkomt, zijn er wel zorgen over het radioactieve afval dat overblijft. Bovendien is de grondstof voor kernenergie, uranium, niet onuitputtelijk.
Goed om te weten is dat vrijwel alle datacenters in Nederland een energiebesparingsplicht hebben. Dat houdt in dat ze alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder moeten uitvoeren en daarover moeten rapporteren. Ook moeten Europese datacenters elk jaar rapporteren over hun energie-efficiëntie.
Energieverbruik binnen en buiten Nederland
Maar met groene energie in Nederland is de kous nog niet af. Omdat er veel energie in het trainen van taalmodellen gaat zitten, is een belangrijke vraag waar dat gebeurt – en met welke energie. Nederland doet het misschien goed, maar de Verenigde Staten zijn marktleider als het gaat om nieuwe AI-modellen. Daar zijn datacenters vaak aangesloten op stroomnetten die veel gebruikmaken van fossiele energie.
Het trainen van GPT3 in de VS veroorzaakte zo maar liefst 502 ton CO2-uitstoot, gelijk aan ruim 4.000 retourtjes Amsterdam-Londen met het vliegtuig. En Google stootte in 2024 51 procent meer broeikasgassen uit dan in 2019, vooral door het bijbouwen en gebruiken van datacenters. In 2024 leek van het uitstootniveau van Googles datacenters overigens wel te stabiliseren, mede door het gebruik van hernieuwbare energie.
Energieverbruik en CO2-uitstoot datacenters Google

Onder meer door groene energie steeg de CO2-uitstoot van Googles datacenters in 2024 niet mee met het energieverbruik. | Credits: Google 2025 Environmental Report
Bedrijven als OpenAI, Microsoft, en Meta en Alphabet investeren honderden miljarden dollars in enorme datacenters in de VS. Daarvoor wordt niet alleen de sluiting van fossiele energiecentrales uitgesteld; in sommige gevallen worden er zelfs gascentrales bijgebouwd. In Pennsylvania wordt gewerkt aan de grootste gascentrale voor het land om datacenters van stroom te voorzien.
Zodra het model is getraind, kan het naar Europa worden gestuurd, waar gebruikers er lokaal op kunnen werken. In Nederland betekent dat: grotendeels op groene energie. Maar ook Europese landen als Polen en Duitsland overwegen inmiddels het verbranden van steenkool voor energie voor AI.
Koelen met een gesloten watersysteem
Er zijn niet alleen zorgen rondom het energieverbruik van AI, maar ook rondom het water dat datacenters gebruiken om servers te koelen. AI zou evenveel water verbruiken als alle mensen wereldwijd uit flessen drinken.
Ook veel Nederlandse datacenters gebruiken op warme dagen drinkwater om de lucht – en daarmee apparatuur – te koelen. Dat water verdampt en gaat daarmee in principe ‘verloren’. Maar het kan ook anders, vertelt Cara Mascini, chief sustainability officer bij Switch Datacenters. Ze is ervan overtuigd dat AI duurzaam kan, onder meer door in datacenters gebruik te maken van een gesloten watersysteem. Dat is vergelijkbaar met het koelsysteem van een auto.
‘Als we een datacenter bouwen, leggen we een buizensysteem onder de vloer dat eenmalig wordt gevuld met water en slechts af en toe bijgevuld moet worden’, legt Mascini uit. ‘Koud water uit grote watertanks wordt opgesplitst naar kleine buisjes die over de servers heen lopen. Het water vangt de warmte op.’ De warmte kan vervolgens uit dat water worden teruggewonnen en als restwarmte worden gebruikt; daarover later meer.
Regenwater en immersiekoeling
Zo’n gesloten systeem is wel een hele investering voor datacenters die nu gebruikmaken van een ander systeem, zegt Van der Haar. In dat geval zijn er ook andere manieren om water te besparen. ‘De hyperschaler in Middenmeer vangt bijvoorbeeld regenwater op zijn daken op. Dat hergebruiken ze voor het koelen van de datacenters van Microsoft.’ Om de filters niet te verstoppen moet dat regenwater wel eerst behandeld worden.
Een andere optie is immersiekoeling. Daarbij worden servers ondergedompeld in een bad met niet-geleidende koelvloeistof. Van der Haar legt uit: ‘De warmte wordt met de vloeistof afgevoerd. Ook daar kan de warmte goed worden afgevangen. Immersiekoeling bespaart niet alleen water, maar ook veel energie ten opzichte van bijvoorbeeld luchtkoeling.’ Het is een ‘veelbelovende techniek’, aldus Van der Haar, al wordt er nog niet zo veel gebruik van gemaakt.
Datacenters die dicht bij zee staan, kunnen ook koelen met zout water, zoals Google al doet in een datacenter in Finland. Dat water moet dan wel eerst ontzilt worden. Bijkomend voordeel: datacenters aan de kust kunnen gemakkelijker gebruikmaken van energie uit wind op zee.
Restwarmte van datacenters hergebruiken
Als het over datacenters gaat, gaat het ook vaak over ‘restwarmte’. De warmte die servers produceren kan worden afgevangen en worden gebruikt om bijvoorbeeld omliggende gebouwen te verwarmen. Om restwarmte efficiënt te gebruiken, moeten datacenters wel dicht in de buurt van woonwijken of bedrijventerreinen staan.
In Duitsland is het voor datacenters al verplicht om warmte af te vangen en aan de omgeving te leveren. In Nederland investeert meer dan de helft van de datacenters actief in deze ontwikkeling. ‘Het teruggeven van restwarmte is iets waar we sterk op inzetten’, zegt ook Cara Mascini van Switch Datacenters.
Samen met de gemeente Diemen doet Switch bijvoorbeeld onderzoek naar het opzetten van een lokaal warmtenet met restwarmte van het datacenter. In zo’n geval komt er een warmtewisselaar tussen het gesloten watersysteem van het datacenter en het gesloten warmtenet. De hoeveelheid warmte van het datacenter is voldoende om de hele wijk Diemen Zuid, en mogelijk ook het bedrijventerrein in de buurt van warmte te voorzien.
Diemen hoopt het warmtenet in 2027 gerealiseerd te hebben. Mascini: ‘Dan kunnen we daadwerkelijk zeggen: als je thuis je AI Agent gebruikt, ben je misschien wel je eigen huis aan het verwarmen.’ Van der Haar: ‘We zouden met de huidige datacenters in Nederland al één miljoen huishoudens kunnen voorzien van warmte.’
Laagwaardige warmte gebruiken
Dat klinkt gemakkelijker dan het is. De warmte uit datacenters valt in de categorie ‘laagwaardige warmte’. Het water dat Switch uit zijn datacenter in Diemen kan winnen, is bijvoorbeeld tussen de 30 en 35 graden Celsius. ‘Dat is nog niet de temperatuur die je nodig hebt om gebouwen of bijvoorbeeld een zwembad mee te verwarmen’, aldus Mascini. ‘Maar het is al een grote stap vooruit ten opzichte van de gemiddelde temperatuur van het water in Nederland. Dat betekent dat je een veel kleinere warmtepomp nodig hebt om het water op te waarderen.’
AI is hiervoor bovendien een interessante. Omdat AI energie-intensief is, produceren de servers ook meer warmte. Dat betekent dat ze lastiger te koelen zijn, maar maakt ze ook gemakkelijker te gebruiken voor restwarmte.
Mascini: ‘Als je heel veel klanten hebt die voornamelijk AI gebruiken, gaat de temperatuur van het water al snel richting de 55 tot 60 graden Celsius. Dat zit heel dicht bij wat er nodig is voor warmtenetten (voor warm kraanwater moet een warmtenet boven de 60 graden zijn, tenzij elk huis een warmtepomp heeft, red.). Toch moet er altijd een stap zitten tussen het datacenter en het warmtenet, om de temperatuur consistent te houden.’
Veel bedrijven willen liefst inzetten op zowel AI als duurzaamheid. Hoe doen ze dat? In het laatste artikel van deze reeks spreken we bedrijven over hun overwegingen en ervaringen.
Dit artikel is tot stand gekomen zonder gebruik van AI.
Lees ook:
- Zo legt Tilburg een slim warmtenet aan met restwarmte van lage temperaturen
- Opmerkelijk: Gebrek aan coördinatie vergroot druk op stroomnet door datacenters
- Microsoft wil nieuwe AI-datacenters van stroom voorzien met kernreactoren
- Gigantisch AI-datacenter op terrein van Tata Steel schept ook zekerheid voor windparken op zee




