Redacteur Maaike
Maaike Kooijman
02 januari 2026, 15:00

Opmerkelijk: Gebrek aan coördinatie vergroot druk op stroomnet door datacenters

Kunstmatige intelligentie wakkert onze honger naar datacenters aan, maar voor die stroomslurpende gevaartes is in het volle Nederland weinig ruimte – vooral als het om het stroomnet gaat. Toch is er geen centrale coördinator die vraag afstemt op aanbod.

Datacenter bij Middenmeer Bij het Noord-Hollandse Middenmeer bevinden zich twee van de grootste datacenters van Nederland, van Microsoft en Google. | Credits: Getty Images

Lag het vermogen van een serverkast in een groot datacenter vóór de AI-boom nog op 10 tot 15 kilowatt, nu is dat tussen de 40 en 60 kilowatt. Voor al dat stroomverbruik is op het Nederlandse elektriciteitsnet weinig ruimte. Er zijn immers al massale wachtrijen voor bedrijven die toegang willen tot het stroomnet.

Toch lijkt een groei van het aantal datacenters onvermijdelijk, met name door het hoge elektriciteitsverbruik van chips waarop AI-modellen draaien. Om het stroomnet toch zo min mogelijk te belasten, is het zaak dat die datacenters op de juiste plekken komen. Maar dat gebeurt nu niet.

Nieuwe datacenters zetten extra druk op stroomnet

Nieuwe datacenters komen vooral op plekken waar al veel andere datacenters zitten, blijkt uit onderzoek van Nu.nl. En dat komt deels door overheidsbeleid. Zo is landelijk besloten dat de allergrootste datacenters, zogenoemde hyperscalers, alleen nog in Noord-Groningen en de kop van Noord-Holland gebouwd mogen worden. Daar staan al hyperscalers van Microsoft en Google.

Op provinciaal niveau wordt soortgelijk beleid gevoerd. De provincie Noord-Holland wil bijvoorbeeld ook kleinere datacenters vooral bij bestaande clusters bouwen, schrijft ze in haar Datacenterstrategie. Overigens zegt Amsterdam, waar één van die clusters zich bevindt, dat het geen grote nieuwe datacenters meer toelaat. De stad kiest liever voor ‘woningen, groen, voorzieningen of bedrijven’.

Zulk landelijk en regionaal clusterbeleid vraagt volgens Stijn Grove, directeur van de Dutch Data Center Association, om een fijnmazige aanpak. ‘Er is meer slimmere en geïntegreerde planning nodig’, vindt hij.

Opmerkelijk

Soms stuit je als redactie op nieuws waarbij een wenkbrauw omhoog schiet. Die ene vreemde innovatie, een onverwacht effect van klimaatverandering of een staaltje menselijke onhandigheid. Opmerkelijk dus. In deze rubriek deelt Change Inc. de meest bijzondere vondsten.

Datacenters hebben weinig maatschappelijke waarde

Onderzoeksbureau CE Delft analyseerde recent de energiesysteemontwikkelingen per provincie, in opdracht van stichting De Natuur en Milieufederaties. Het rapport laat zien dat nu alleen in delen van Groningen, Friesland, Drenthe en Zuid-Holland nog plaats is voor nieuwe of grotere aansluitingen op het stroomnet. In andere provincies zullen de problemen met netcongestie in de meeste gevallen pas eind jaren ’20 of in de jaren ’30 zijn opgelost.

Dat er ruimte op het stroomnet is, betekent overigens nog niet direct dat die ruimte naar datacenters moet gaan. In een situatie van structurele schaarste moet het beleid meer gericht zijn op een hoge toegevoegde waarde per gebruikte eenheid energie, schrijft CE Delft. Bij datacenters is de bijdrage aan bbp en werkgelegenheid afgezet tegen het elektriciteitsverbruik juist erg laag.

Wind op zee uitbreiden

Wat belangrijk is om te vermelden, is dat grote datacenters in veel gevallen direct zijn aangesloten op het hoogspanningsnet. Daarmee hebben ze volgens CE Delft geen impact op de regionale elektriciteitsnetten en zijn er relatief minder netuitbreidingen nodig.

Tegelijkertijd moet er natuurlijk wel voldoende energie beschikbaar zijn. Voor datacenters in Noord-Groningen en de kop van Noord-Holland wordt ervan uitgegaan dat die energie vooral uit wind op zee komt. Daarvoor zijn er belangrijke uitbreidingen aan het elektriciteitsnet op zee nodig.

Lees ook:

Groene voornemens voor 2026: met deze 19 keuzes verklein je je klimaatvoetafdruk

Goede voornemens voor het nieuwe jaar? Wie duurzamer wil leven, heeft veel keuze: zonnepanelen aanschaffen, het huis isoleren, je dieet aanpassen. Maar er zijn flinke verschillen wat betreft de klimaatimpact als je je ecologische voetafdruk wilt verkleinen.Het World Resources Institute maakte een overzicht van 19 duurzame keuzes, gerangschikt naar impact op basis van wetenschappelijk onderzoek. Daarmee ontstaat een aardig beeld van wat 'grote' en 'kleine' knoppen zijn om aan te draaien.window.addEventListener("message",function(a){if(void 0!==a.data["datawrapper-height"]){var e=document.querySelectorAll("iframe");for(var t in a.data["datawrapper-height"])for(var r,i=0;r=e[i];i++)if(r.contentWindow===a.source){var d=a.data["datawrapper-height"][t]+"px";r.style.height=d}}}); Autobezit en vliegen tikken zwaarst aan In de grafiek is te zien dat twee keuzes rond transport de grootste invloed hebben op de individuele klimaatvoetafdruk van mensen: de auto en vliegen. Je eigen (brandstof)auto opgeven scoort volgens het World Resources Instituut het hoogst, met een reductie van ruim 2.000 kilo CO2-equivalent per jaar.Ter referentie: in de Europese Unie ligt de gemiddelde uitstoot per persoon van geconsumeerde goederen en diensten op ongeveer 10.000 kilo CO2-equivalent per jaar. Het gaat dan om CO2 en andere broeikasgassen die naar CO2-equivalenten zijn omgerekend.Naast de auto heeft vliegen een relatief grote klimaatimpact. Minder vliegen scheelt al gauw 1.300 kilo aan uitstoot in CO2-equivalenten per jaar.Op de derde plaats staat verduurzaming van de energievoorziening in je huis, bijvoorbeeld door de aanschaf van zonnepanelen. Dat scheelt volgens het World Resources Institute gemiddeld 1.100 kilo uitstoot per jaar. Duurzame keuzes met grote impact zijn niet makkelijk Het overzicht van de top 3 van keuzes met de meeste impact maakt meteen ook duidelijk dat dit niet de makkelijkste keuzes zijn. Of je een auto kunt missen is bijvoorbeeld sterk afhankelijk van waar je woont. In een grotere stad met goed openbaar vervoer is zonder auto leven een stuk makkelijker dan in rurale gebieden met een zwak OV-netwerk.De aanschaf van zonnepanelen of warmtepompen is subsidiegevoelig, want uitgaven van een paar duizend euro zijn doorgaans afhankelijk van het inkomen en vermogen van huishoudens.Keuzes die financieel gezien minder pijn doen en relatief veel impact kunnen hebben, liggen vaak bij een verandering van dieet. Zo levert een vegan of vegetarisch dieet gemiddeld een besparing van respectievelijk ruim 900 kilo of ruim 500 kilo aan uitstoot van CO2-equivalent per jaar op. Uit onderzoek blijkt echter dat juist dergelijke vormen van gedragsverandering tijd kosten en niet vanzelf gaan.Een 'second best' optie in dit spectrum is minder voedsel verspillen of minder vaak (rood) vlees eten. Ook daar valt al serieuze milieuwinst mee te halen. Lees ook:'Polarisatie kan teken van sociaal kantelpunt zijn', zegt hoogleraar duurzaamheid & marketing Jan Willem Bolderdijk Gedrag met hoge CO2-impact moeilijk te veranderen, maar Milieu Centraal ziet toch veel kansen Changemaker Hans Geels (Dille & Kamille): ‘We willen mensen laten nadenken over hun koopgedrag’