Jeroen de Boer
08 december 2025, 13:36

Tilburg doorbreekt impasse bij aanleg warmtenetten met eigen warmtebedrijf

De aanleg van warmtenetten in Nederland moet een impuls krijgen met de nieuwe Wet Collectieve Warmte. In Tilburg is de gemeente zelf al aan de slag gegaan.

tilburg Tilburg wil met een eigen warmte-koude-net duizenden woningen in de komende vijfentwintig jaar verduurzamen. | Credits: Pourya Gohari / Unsplash.com

Aan warmtenetten wordt een belangrijke rol toegekend, als onderdeel van de ambitie om Nederland van het gas af te krijgen en woningen en gebouwen duurzaam te verwarmen. Dinsdag stemt de Eerste Kamer over de Wet Collectieve Warmte, die moet helpen om de uitbouw van warmtenetten te versnellen, zodat in 2050 een derde van de woningen in Nederland is aangesloten op een collectief warmtesysteem.

Als de nieuwe wet wordt aangenomen, krijgen publieke partijen zoals gemeenten en provincies per 1 januari 2026 een leidende rol bij het ontwikkelen van warmtevoorzieningen. Die moeten dan verplicht voor minimaal de helft eigendom moeten zijn van publieke aandeelhouders.

Tilburg van start met eigen warmtebedrijf

Sommige gemeenten nemen daar al een voorsprong op. Zo heeft Tilburg medio dit jaar een volledig publiek warmtebedrijf opgericht, met de gemeente als enige aandeelhouder.

Tijdens de Dag van de Warmtetransitie, georganiseerd door Energie Beheer Nederland, lichtten energieadviseur Robert Kint van de gemeente Tilburg en directeur Barry Scholten van Warmtebedrijf Tilburg afgelopen week in een speciale sessie toe, waarom voor deze opzet is gekozen.

Een belangrijk argument om zelf alvast te beginnen met een gemeentelijk warmtebedrijf, lag bij de ambitie om geen kansen te missen bij lopende plannen voor nieuwbouw en ook in te spelen op mogelijkheden om bestaande wijken op een warmte-koude-net aan te sluiten. ‘We willen nu snelheid maken en daarvoor is slagkracht nodig’, aldus Kint.

Het gemeentelijke programmateam voor de energietransitie was vijf jaar geleden al begonnen met een verkenning om in kaart te brengen welke stadsgebieden potentieel geschikt zijn voor aansluiting op een warmtenet. Het hele traject heeft dus al een langere voorgeschiedenis, waarbij volgens Kint een aantal zaken van belang zijn om verder te komen.

Durven kiezen om vaart erin te houden

Zo helpt het als je begint met een ‘slimme startmotor’. In het geval van Tilburg was dat het plan om te beginnen met de aanleg van een warmte-koude-net in Tilburg-Zuid. Cruciaal is volgens Kint verder dat je als gemeente ervaren professionals voor je warmtebedrijf aantrekt, maar ook dat er heldere communicatie en afstemming is met burgers. Tot slot is voldoende politiek steun van wethouders onontbeerlijk.

‘Je moet durven kiezen’, stelt Kint over het besluit om te beginnen met een warmtebedrijf dat voor 100 procent in handen is van de gemeente. Voordeel hiervan is dat er meteen effectief kan worden ingespeeld op de lokale agenda voor ruimtelijke ordening. Daarmee is volgens Kint overigens niet uitgesloten dat het gemeentelijke warmtebedrijf in een later stadium alsnog nieuwe aandeelhouders erbij krijgt, bijvoorbeeld om onderdeel te worden van een regionaal warmtecluster.

Publiek warmtebedrijf met publiek doel: betaalbaar en betrouwbaar

Directeur Scholten van het Warmtebedrijf Tilburg gaf bij de Dag van de Warmtetransitie aan dat zijn organisatie een duidelijk publiek doel dient: zorgen dat Tilburgers toegang hebben tot betaalbare en betrouwbare warmte. ‘De nutsfunctie staat voorop, het gaat niet om winst maken.’

Het Warmtebedrijf Tilburg krijgt de beschikking over ontwikkel- en projectfinanciering via de gemeente en kan additioneel kapitaal aantrekken in de vorm van bankfinanciering.

Bij specifieke projecten voor bijvoorbeeld nieuwbouw voert het Warmtebedrijf Tilburg de regie over de exploitatie. De bouw van de infrastructuur wordt via het warmtebedrijf aanbesteed bij marktpartijen. Scholten: ‘Je moet daarbij goed nadenken over de toekomstige waarde van voorzieningen die je nu aanlegt. Je bouwt infrastructuur voor de lange termijn, dus die systemen moet over dertig jaar nog veel waarde vertegenwoordigen.’

Zeerlagetemperatuur warmte-koude-net

Tilburg kiest voor een zogenoemd zeerlagetemperatuur warmte-koude-net. Dat betekent dat er niet met één grote bron wordt gewerkt, maar dat er koppelingen komen tussen verschillende lokale bronnen die restwarmte afgeven. Dat kunnen gebouwen zoals ziekenhuizen zijn, maar er kan ook gebruik worden gemaakt van bodemenergie zoals warmte van het riool.

Een gesloten circuit van leidingen zorgt ervoor dat er continu energie door een wijk stroomt op temperaturen van onder de dertig graden. Binnen gebouwen die een aansluiting krijgen op het warmte-koude-net, worden de temperaturen met een warmtepomp aangepast voor specifieke gebruiksbehoeften. Zo krijgt een nieuwbouwlocatie één centrale warmtepomp die in de energievraag van een gebouw voorziet en hoeft niet elke woning een eigen warmtepomp. Daarnaast kan restwarmte worden bewaard door middel van warmte-koudeopslag.

‘De technologie is niet nieuw, het gaat om bewezen oplossingen’, aldus Scholten. ‘De grootste opgave is om burgers mee te nemen in dit verhaal en comfort te geven.’ Met als uiteindelijk doel om 40.000 woningen in Tilburg met een eigen warmte-koude-net in de komende vijfentwintig jaar een duurzame toekomst te geven.

Lees ook:

Schillenverwerker PeelPioneers failliet: 'Belangrijkste is dat het concept wordt voortgezet'

Het is niet snel genoeg gelukt om nieuwe financiering te regelen. Dat is het korte verhaal, zegt Bas van Wieringen, medeoprichter en ceo van PeelPioneers. ‘De afgelopen kwartalen hebben we de verkoop zien verveelvoudigen. Maar het ging niet snel genoeg om investeerders te overtuigen.’PeelPioneers is failliet. Het faillissement werd woensdag 3 december uitgesproken, een dag nadat de scaleup uitstel van betaling had aangevraagd. Het bedrijf was bezig met een, in de woorden van Van Wieringen, first of a kind-fabriek: een circulaire sinaasappelschillenverwerker.In de fabriek in Den Bosch wordt wekelijks zo’n 250 ton schillen verwerkt. De oliën en vezels die uit het fruitafval worden gewonnen, eindigen onder meer in de mayo’s van Mayoneur, het bier van Two Chefs Brewing en de schoonmaakmiddelen van Seepje. Citrusschillen als industriële grondstof De technologie komt uit de koker van Sytze van Stempvoort. Als student scheikunde in het Engelse York werkt hij mee aan het Orange Peel Exploitation Company-project (OPEC), een internationale samenwerking tussen verschillende universiteiten om zoveel mogelijk uit citrusschillen te halen. Denk aan grondstoffen voor bioplastic en biobrandstof.Eenmaal terug in Nederland, pitcht hij het idee om er een bedrijf van te maken op een ondernemersevent. Van Wieringen en Lindy Hensen, naast co-founders van PeelPioneers ook de mensen achter accelerator Tekkoo, zien er iets in. Met 1 miljoen euro startkapitaal wordt in 2017 de eerste pilotfabriek gebouwd, in Son en Breugel.De klapper volgt in het najaar van 2020, als de startup 10 miljoen euro scoort voor de bouw van een grotere fabriek in Den Bosch. De Europese Investeringsbank legt in via het European Circular Bioeconomy Fund (ECBF) en ook Rabobank, Stichting Doen en de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij (BOM) haken aan. Geen zwarte cijfers voor PeelPioneers De fabriek in Den Bosch is sinds december 2024 volledig operationeel, blijkt uit het jaarverslag. Eerder werd nog niet de ‘gewenste capaciteit en vezelkwaliteit’ geleverd. ‘Vorig jaar hebben we nog veel verbeteringen doorgevoerd’, zegt Van Wieringen. ‘Waardoor het langer duurde voordat we ons op sales konden richten.’Die vertraging werd het bedrijf fataal. Want het probleem van zo’n first of a kind-fabriek is dat er constant vers geld bij moet. Dit jaar had PeelPioneers voor het eerst zwarte cijfers moeten schrijven, blijkt uit de prognose die de scaleup vorig jaar verstrekte bij een crowdfunding via Invesdor. Voor 2025 werd een operationele winst van ongeveer 500.000 euro verwacht. Dat is niet gelukt, laat Van Wieringen weten.Terwijl de plannen zo mooi waren. De crowdfunding – particulieren kochten uiteindelijk voor ruim 3,5 miljoen euro aan obligaties – was bedoeld voor de bouw van een nieuwe, grotere fabriek in citrusland Spanje. Aanvullend legden investeerders als de BOM, Rabobank en het Nationaal Groeifonds 4 miljoen euro in.‘We hadden de technologie, de schillen en de blauwdruk voor de fabriek’, zegt Van Wieringen. Voor het derde kwartaal van 2025 stond een Series B-ronde van 35 miljoen euro op de rol. ‘Maar het is niet op tijd gelukt om die rond te krijgen.’ Doorstart wordt onderzocht Curator Dirk School onderzoekt of de fabriek voor ‘korte termijn’ actief kan blijven, laat hij in een reactie weten. ‘Daarnaast ga ik op zoek naar doorstartkandidaten, bedrijven die PeelPioneers of een deel van de activiteiten willen overnemen. Dat moet de komende weken duidelijk worden.’ Hij streeft naar behoud van ‘zoveel als mogelijk’ arbeidsplaatsen. Of Van Wieringen betrokken blijft bij een doorstart? ‘Als het nodig is’, zegt hij. ‘Het belangrijkste is dat het concept wordt voortgezet – of dat nu met of zonder mij is. Ik ben dit bedrijf met Sytze en Lindy gestart om te laten zien dat de circulaire economie werkt. Met een tastbaar voorbeeld: een afvalstroom waarvan je een voedingsingrediënt kunt maken, op industriële schaal. Ik ben dit niet begonnen om het zo te laten eindigen.’  Lees ook:Hoe 22 miljoen aan carbon credits plasticrecyclingbedrijven kan redden Kweekvlees-pioneer Mark Post gaat de markt op met kweekleer: 'We maken vlees zonder koe, dus moet ook het leer anders' In Brabant verrijst het Silicon Valley van de plantaardige chemie