Jeroen de Boer
17 oktober 2025, 12:49

6 manieren waarop decentrale oplossingen netcongestie helpen oplossen

Duizenden ondernemers lopen tegen problemen met netcongestie aan. Voor de lange termijn is uitbreiding van het landelijke stroomnet cruciaal, maar intussen wordt ook gekeken naar decentrale oplossingen om het landelijke net te ontlasten. Change Inc. belicht enkele belangrijke trends.

netcongestie Decentrale oplossingen voor netcongestie kunnen vaak profiteren van batterijopslag. | Credits: Getty Images

Nederland bedrijven die willen groeien lopen steeds vaker tegen een muur op, simpelweg omdat ze geen (extra) stroomaansluiting kunnen krijgen. Het probleem van netcongestie vraagt om verzwaring van het landelijke stroomnet, maar in aanvulling daarop worden decentrale alternatieven ook steeds meer erkend als deel van de oplossing.

Zo benadrukte minister Hermans van Klimaat en Groene Groei in een Kamerbrief van afgelopen juni de rol van decentrale initiatieven, waarbij ze het streven uitsprak om tot 2030 met ondersteuning van de overheid minstens 500 zogenoemde lokale energiehubs te ontwikkelen. Dat gebeurt onder meer via het stimuleringsprogramma energiehubs, waarvoor 166 miljoen euro is vrijgemaakt.

ln een tweeluik over netcongestie geeft Change Inc. een overzicht van uitdagingen en mogelijke oplossingen voor het landelijke stroomnet spelen, in combinatie met initiatieven die bedrijven kunnen helpen op decentraal niveau.

Het eerste deel ging over het nationale net. In dit tweede deel komen lokale initiatieven om het stroomnet te ontlasten aan bod.

Er zijn uiteenlopende manieren waarop een decentrale aanpak bedrijven kan helpen als ze tegen netcongestie aanlopen. Dat heeft te maken met de specifieke behoeften van individuele ondernemingen. Daarbij keren in ieder geval de volgende vier vragen vaak terug:

  • Op welke niveau van het stroomnet speelt de netcongestie? Het stroomnet is vertakt in drie soorten wegen: hoogspanning (vanaf 110.000 volt), middenspanning (tussen de 1.000 volt en circa 25.000 volt) en laagspanning (onder de 1.000 volt). Er is daarbij een groot verschil tussen de uitdagingen voor een bedrijf dat een aansluiting wil via het hoogspanningsnet, waar de landelijke beheerder TenneT over gaat, of dat de netcongestie speelt op het niveau van de midden- en laagspanning, waar regionale netbeheerders de regie voeren.
  • Netcongestie individueel aanpakken of een groepsoplossing? Een onderneming kan de wachttijd voor een nieuwe aansluiting individueel overbruggen met bijvoorbeeld wat extra batterijcapaciteit. Of er kan gekeken worden naar een decentrale oplossing voor een groep bedrijven, via een energiehub.
  • Wat is de rol van netbeheerders bij decentrale oplossingen? De grootste opstopping zit momenteel bij regionale netbeheerders, die kampen met een wachtrij van inmiddels meer dan 14.000 aanvragen voor afname van stroom en ruim 8.500 aanvragen voor levering aan het net. De publieke netbeheerders zijn eigenaar van het landelijke stroomnet, maar bij decentrale alternatieven worden soms stukjes kabelnetwerk aangelegd die eigendom zijn van private spelers. Doorgaans is er uiteindelijk wel weer een koppeling met het landelijke net, maar dat kan juridisch complex uitpakken.
  • Probleem met stroom of breder anticiperen op de duurzame transitie? Voor sommige bedrijven is netcongestie alleen relevant omdat ze een bepaalde hoeveelheid (extra) stroom willen voor hun operatie. In het geval van de industrie kan echter ook een breder duurzaamheidsvraagstuk spelen. Bij de behoefte aan warmte voor industriële processen speelt bijvoorbeeld de overstap van aardgas naar warmtebronnen op basis van hernieuwbare energie een rol. Probleem is dan dat verduurzaming gehinderd kan worden als er door netcongestie onvoldoende groene stroom via het landelijke net kan worden afgenomen. Decentrale warmteoplossingen kunnen dan helpen om het beroep op het landelijke stroomnet te beperken.

Met deze punten in het achterhoofd volgen hieronder zes voorbeelden van decentrale oplossingen voor netcongestie:

#1 Batterijen en generatoren voor bedrijven die in de wachtrij staan

Greener Power Solutions levert mobiele batterijen tegen netcongestie. | Credits: Greener

Bedrijven die in de wachtrij staan bij regionale netbeheerders hebben vaak stroomaansluitingen nodig die net wat zwaarder zijn dan de typische kleinverbruikersaansluitingen. Voor ondernemers kunnen decentrale oplossingen hierbij een praktische omweg bieden. Zo levert de aanbieder van mobiele batterijsystemen Greener een zogenoemd gridsync-systeem dat onder meer problemen rond netcongestie met walstroom voor schepen kan verlichten.

De levering van elektriciteit vanuit het landelijke net aan een walstroomlocatie komt in de knel, als een regionale netbeheerder geen grotere aansluiting kan regelen voor het walstroompunt vanwege capaciteitstekorten. In dat geval kunnen kleinverbruikersaansluitingen met tussenkomst van een batterij worden opgelijnd om bijvoorbeeld de koppeling te maken met een zwaardere walstroomverbinding van 400 volt.

Zo’n mobiele batterij kan met een generator ook van eigen stroom worden voorzien en functioneren als een soort microgrid. Een nieuw distributiecentrum van een woonwinkel met een te kleine netaansluiting werd op een vergelijkbare manier geholpen door partijen als iwell.

Deze maand is de scaleup Skoon gestart met een communityplatform voor dit type oplossingen, om bedrijven te koppelen aan leveranciers van mobiele en stationaire energiesystemen.

#2 Privaat netwerk voor verbinding met landelijk stroomnet

Aanleg van private middenspanning bij project Avermieden. | Credits: Novar

Stel, je bent een exploitant van een nieuw zonnepark, maar op regionaal niveau zit het middenspanningsnet van beheerder Enexis vol. Hoe krijg je dan toch toegang tot het landelijke net voor je zonnepark?

Ontwikkelaar van groene energiesystemen Novar kwam met een innovatieve oplossing om de Groningse zonneparken Eekerpolder en Evenreiten op het net te krijgen door zelf een stukje privaat middenspanningsnet aan te leggen. Novar heeft een zogenoemd gesloten distributiesysteem opgezet door een stuk kabel van 33.000 volt aan te leggen die de zonneparken met een transformatorstation verbindt. Via dat station vindt omzetting plaats naar een kabel van 220.000 volt voor de aansluiting op het hoogspanningsnet van TenneT.

Aangezien het landelijke stroomnetwerk in principe onder de publieke beheerders valt, werd voor deze oplossing een ontheffing aangevraagd bij de Autoriteit Consument & Markt (ACM). In plaats van te wachten tot er plek zou komen op het middenspanningsnet van regiobeheerder Enexis, is in dit geval gekozen voor de aanleg van een privaat stukje middennet om de zonneparken operationeel te krijgen.

#3 Privaat netwerk waarop ook bedrijven kunnen aanhaken

Een stapje verder gaat het Smart Grid Flevoland, waar technisch dienstverlener Equans een belangrijke rol speelt. Op dit gesloten distributiesysteem zijn momenteel ruim 500.000 zonnepanelen en 37 windmolens aangesloten, met een vertakking naar het hoogspanningsnet van TenneT.

Doel is echter om de lokale opwekking van hernieuwbare energie via het smart grid te koppelen aan de stroomvraag van bedrijven in de regio. Hiervoor is nog wel een aparte ontheffing van de ACM nodig. Eind vorig jaar zijn de eerste oriënterende gesprekken gestart om enkele grote bedrijven aan te sluiten, meldde Change Inc. eerder.

Equans voert de energie nu dus nog direct af naar het hoogspanningsnet van TenneT. Zodra ze bedrijven als afnemers mogen koppelen, kun je spreken van een decentrale hub.

#4 Energiehub voor decentrale stroomvoorziening

Links deel van het Smart Grid Flevoland, rechts adviseur Martijn Hamelink (Equans). | Credits: Equans

Het Smart Grid Flevoland is op weg naar de vorming van een decentrale hub en daar wordt momenteel op veel plekken in Nederland op ingezet. In een begin deze maand verschenen rapport van de topsector Energie is een analyse gemaakt van recente bevindingen met energiehubs. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen all-electric hubs (alleen stroom) en zogenoemde multi-commodity hubs. In het laatste geval is er interactie tussen de opwek en distributie van elektriciteit en andere energiedragers, zoals warmte en waterstof.

Een voorbeeld van een all-electric hub uit het rapport is het project bij bedrijventerrein Pannenweg II in de Limburgse gemeente Nederweert. Daar sloegen lokale ondernemers de handen ineen met de aanleg van zonnepanelen op daken, in combinatie met batterij-opslag, een energiemanagementsysteem en een energiehandelsplatform om als groep energie op te wekken en te verbruiken.

De technische opzet is inmiddels voltooid, maar de systemen kunnen operatoneel nog niet worden ingezet vanwege een juridische complicatie. Het bedrijfspark maakt gebruik van verbindingen die via het kabelnetwerk van de regionale netbeheerder lopen. Hierdoor moet er een zogenoemde groepstransportovereenkomst worden afgesloten met de netbeheerder en de wet- en regelgeving blijkt daar niet goed op afgestemd.

In de groepsovereenkomst eist de netbeheerder onbeperkte aansprakelijkheid van de ondernemers, maar die kunnen dat niet verzekeren. Pas als deze juridische impasse wordt doorbroken kan de Limburgse energiehub werkelijk van start gaan.

#5 Multi-commodity energiehub: stroom, waterstof en warmte

Het ambitieniveau van multi-commodity hubs met combinaties van stroom, warmte en waterstof ligt nog een stuk hoger vergeleken met een all-electric hub.

Een goed voorbeeld uit het rapport van de topsector Energie is bedrijventerrein De Mars in Zutphen. In eerste instantie waren alle tweehonderd bedrijven op het terrein betrokken bij de vorming van een energiehub, maar dat bleek niet goed werkbaar. In een vervolgfase hebben vier partijen, die samen goed zijn voor 80 procent van de energiestromen op De Mars, de energiehub verder onderzocht. Enkele daarvan hebben in juni dit jaar bindende afspraken gemaakt.

Doel is om de energiehub in 2027 op te starten. Een grote kopersmelter op het terrein die wil verduurzamen kan een zware netaansluiting inbrengen. Daarnaast heeft windpark IJsselwijd drie turbines in ontwikkeling die in principe gekoppeld kunnen worden aan de energiehub. Het windpark wacht alleen nog op de definitieve vergunning.

In eerste instantie zou ook een bedrijf dat op grote schaal waterstof wil gaan produceren meedoen, maar dat bedrijf vond de opzet van de energiehub uiteindelijk nog te risicovol. De waterstofproductent start daarom voorlopig met een eigen netaansluiting via regiobeheerder Liander. In een later stadium gaat de energiehub mogelijk nog een koppeling leggen met een nabijgelegen warmtenet.

Ook bij deze energiehub bleken aansprakelijkheidsrisico’s een ingewikkelde puzzel. Dat heeft onder meer te maken met zogenoemde cross-defaultrisico’s: als één bedrijf in de hub contractuele afspraken met de netbeheerder niet kan nakomen door een faillissement, heeft dat gevolgen voor de andere deelnemers. Deelnemende partijen moeten een zekere mate van risico accepteren, maar tegelijk is er dringend behoefte aan nieuwe verzekeringsvormen met bijvoorbeeld een collectieve waarborg.

#6 Maatwerkoplossingen voor industriële warmte

Met behulp van spiegels wordt een leiding die vlak voor de panelen loopt met vloeistof verwarmd. | Credits: Suncom Energy

Bij de warmtevraag van industriële bedrijven kan netcongestie op individueel niveau een belangrijk obstakel vormen voor verduurzaming. Je kunt bijvoorbeeld aardgas inruilen voor een e-boiler, maar dat is een risico als er onvoldoende netstroom beschikbaar is.

Een innovatieve oplossing hiervoor komt van het bedrijf Suncom, dat hogetemperatuurwarmte kan leveren met behulp van zonnespiegels die licht concentreren. Omdat de zon niet permanent schijnt, gaat het in de praktijk dan vaak om een gecombineerde opstelling met tijdelijke warmteopslag en bijvoorbeeld een warmtepomp en aardgas als back-up. Zo kan gezorgd worden voor een stabiele warmtelevering waarbij het beroep op het stroomnet beperkt blijft.

‘We zien veel potentie is de voedingsindustrie en de papierproductie. Maar bijvoorbeeld ook in de landbouw. Dat zijn allemaal grootverbruikers van warmte. Het grote voordeel van boerenbedrijven is daarbij dat ze land beschikbaar hebben voor onze installatie’, zei oprichter en directeur Henk Arntz eerder tegen Change Inc.

Lees ook:

Nieuwsupdate: Milieuclubs eisen bouwstop van A-pier Schiphol en Duits windmolentje levert opvallend veel energie

Milieuclubs eisen per direct bouwstop van A-pier Schiphol Milieuorganisaties MOB, SchipholWatch en Greenpeace hebben een handhavingsverzoek ingediend voor het stopzetten van de bouw van Schiphols nieuwe A-pier, zo stellen ze vrijdag in een persbericht. De werkzaamheden zouden illegaal plaatsvinden zonder verplichte natuurvergunning. Het project omvat acht nieuwe gates en vergroot daadwerkelijk de luchthaven. Aangezien het niet slechts een vernieuwing is, mag dat volgens de milieuorganisaties niet zonder natuurvergunning. De gevolgen van uitbreiding zouden eerst zorgvuldig moeten worden beoordeeld. Eerder dit jaar werd de natuurvergunning van Schiphol vernietigd, waardoor nieuwe bouwactiviteiten volgens de milieuclubs illegaal zijn. Als de werkzaamheden worden stilgelegd komt de beoogde opening in april 2027 in het geding.Lees ook: Hoe ziet Schiphol er in 2050 uit? ‘Ook dan is vliegen nog niet klimaatneutraal’ EU kan met elektrificatie afhankelijkheid fossiele import halveren De EU is opvallend afhankelijk van de import van fossiele brandstoffen en dat is in het huidige geopolitieke klimaat een groot veiligheidsrisico. Uit een nieuwe analyse van energiedenktank Ember blijkt dat de import van fossiele brandstoffen liefst 58 procent van het primaire energieverbruik in de EU dekt. Er zijn echter goede mogelijkheden om dat binnen vijftien jaar te halveren als de EU veel zwaarder inzet op elektrificatie van de eindvraag en tegelijk fors investeert in hernieuwbare bronnen voor stroomopwekking zoals zon en wind. In het wegtransport valt de meeste winst te behalen (meer elektrische voertuigen), gevolgd door de gebouwde omgeving (meer warmtepompen) en de industrie. De prijs van nietsdoen kan hoog zijn: tijdens de recente gascrisis hebben EU-landen tussen 2021 en 2024 een premie betaald van 930 miljard euro voor de aankoop van aardgas, vergeleken met gemiddelde prijzen in de voorgaande jaren.Lees ook: Opmars van hernieuwbare energie in de wereld is onstuitbaar, wat Trump ook doet Hittegolven kunnen gemiddeld 1,5 tot 3 graden warmer worden Tien jaar na het ondertekenen van de Klimaatakkoorden van Parijs is duidelijk dat het doel om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 graden Celsius ver buiten bereik ligt. In een update geeft het KNMI aan dat er een opwarmingsniveau van 2,6 graden wordt bereikt als overheden huidige toezeggingen over klimaatbeleid uitvoeren. Dat betekent onder meer dat hittegolven gemiddeld 1,5 graad tot 3 graden warmer worden. In de aanloop naar de klimaatconferentie COP30 in Brazilië is het volgens het KNMI daarom belangrijk om de ambities om klimaatverandering tegen te gaan hoog te houden.Lees ook: Prof. Blok met honderden wetenschappers begonnen aan nieuw IPCC-klimaatrapport: ‘2 graden opwarming nog steeds haalbaar’ Hybride stekkerauto's minder schoon dan gedacht Plug-in hybride auto's zijn populair, maar blijken in werkelijkheid meer CO2 uit te stoten vergeleken met de uitslagen van officiële tests. Dat stelt milieuorganisatie Transport & Environment op basis van een analyse van data van het Europese milieuagentschap EEA. Volgens de zogenoemde wltp-norm stoten benzine- en dieselauto's gemiddeld 139 gram CO2 per kilometer uit, tegen 35 gram CO2 per kilometer voor plug-in hybrides. Op basis van steekproeven in praktijksituaties komen benzine- en dieselauto's uit op een gemiddelde uitstoot van 166 gram per kilometer en plug-in hybrides op 135 gram CO2 per kilometer. Daarmee zouden auto's die een elektromotor combineren met een klassieke verbrandingsmotor een bijna vier keer zo hoge emissievoetafdruk hebben, vergeleken met de standaard testuitslagen.Lees ook: Ook verbrandingsmotoren moeten duurzamer: 'Met alleen elektrische auto's komen we er niet' Duitse kleine windturbine leert ook met weinig wind veel energie Een Duits team van het Fraunhofer onderzoeksinstituut en ingenieursbureau BBP Gruppe heeft bij tests met een kleine, lichtgewicht windturbine opmerkelijke resultaten behaald. Het windmolentje begint al bij een windsnelheid van 2,7 meter per seconde stroom op te wekken en komt op 2.500 watt vermogen bij een windsnelheid van 10 meter per seconde. De energie-efficiëntie bedraagt 53 procent, wat dicht tegen het maximum van 59 procent zit dat voor windturbines als een absolute limiet geldt. Voor de constructie is een 3D-printer gebruikt die objecten van twee bij twee meter kan printen. Het Duitse team kijkt nu naar verdere optimalisatie van de rotor en het gebruik van monomaterialen die makkelijker te recyclen zijn dan de composieten van het huidige ontwerp.Lees ook: 7 van de meest opvallende recente innovaties bij windenergie: van vliegende turbines tot muisstille windmolens Ook in de media:Kiezers vinden klimaat wel degelijk belangrijk bij verkiezingen, volgens AI-stemhulp (BNR) Toyota presenteert conceptautootje op zonne-energie (Bright.nl) Biobrandstoffen maken nog steeds kans in Rotterdam, ondanks afhaken Shell en BP (FD) Recordomzet voor FastNed in derde kwartaal door groei laadstations (FastNed) Australische tropische bossen geven meer CO2 af dan ze opnemen (Nature) EU probeert onder meer China en India zwaarder te laten inzetten op CO2-emissiehandel (FT)