Jeroen de Boer
13 januari 2026, 15:00

Geld verdienen met je laadpalen: dat kan nu met een nieuw soort emissiecertificaten

Nederland heeft dit jaar nieuwe stappen gezet bij het beprijzen van de emissievoetafdruk van fossiele brandstoffen zoals benzine en diesel. Tegelijkertijd wordt de groei van hernieuwbare energie gestimuleerd. Concreet betekent dit dat bedrijven en particulieren met eigen laadpalen geld kunnen verdienen aan de hernieuwbare stroom die ze leveren voor elektrische voertuigen.

laadpalen ere-certficaten emissiereductie mkb particulieren | Credits: Getty Images

Nederland zet nieuwe stappen bij het beprijzen van fossiele brandstoffen in de vervoerssector. Dat betekent onder meer dat bedrijven en particulieren met laadpalen geld kunnen verdienen met een nieuw soort certificaten, op basis van de stroom die hun laadpalen leveren aan elektrische voertuigen.

Wie een vergoeding wil voor de stroom van z’n laadpalen moet daarvoor in de meeste gevallen gebruik maken van tussenpersonen die als geaccrediteerde partij optreden. Verschillende spelers zijn al actief op dit vlak, waaronder Ere-registratie, FincoEnergies (Goodpower), Lekkerladen en Den Hartog. Sinds kort is daar Voltico bijgekomen. Deze startup is een initiatief van ondernemers Maarten en Eward Poot, voorheen actief bij respectievelijk deelscooterbedrijf Felyx en fintechbedrijven Adyen en Cino.

‘Er is een marktmechanisme gecreëerd dat het leveren van duurzame energie beloont, terwijl leveranciers van motorbrandstoffen met een hoge CO2-voetafdruk daarvoor betalen. Dat stimuleert de adoptie van biobrandstoffen en groene stroom voor vervoer’, zegt Maarten Poot.

CO2-heffing bij brandstofleveranciers

Het Nederlandse systeem voor emissiereductie in de vervoerssector is een voorloper van Europese plannen om het verbruik van motorbrandstoffen zoals benzine en diesel onderdeel te maken van CO2-heffingen. De invoering van het zogenoemde ETS 2-systeem in de Europese Unie is onlangs met een jaar uitgesteld tot 2028.

Intussen werkt de Nederlandse overheid al een aantal jaar met een systeem voor het stimuleren van emissiereductie, dat sinds 1 januari de vorm heeft van een Brandstoftransitieverplichting. Daarmee wordt via prijsprikkels gestuurd op CO2-reductie bij het gebruik van brandstoffen in de vervoerssector.

Sinds begin dit jaar zijn zogenoemde emissiereductie-eenheden (ERE) geïntroduceerd, ter vervanging van de hernieuwbare brandstofeenheden (HBE) die in voorgaande jaren werden gebruikt. Brandstofleveranciers moeten ter compensatie van de fossiele brandstoffen die ze verkopen verplicht een aantal ERE-certificaten per jaar inleveren bij de Nederlandse Emissieautoriteit. 1 ERE staat voor 1 kilogram aan CO2-equivalent emissiereductie ten opzichte van een fossiel referentiepunt.

Brandstofleveranciers kunnen op twee manieren ERE-certificaten verwerven. De eerste optie is om zelf duurzame energie op te nemen in hun verkoopmix, bijvoorbeeld door meer biobrandstoffen te leveren. Het alternatief is de inkoop van ERE-certificaten bij derden.

Bij dat laatste is er een koppeling gemaakt met eigenaren van laadpalen. Die kunnen ERE-eenheden verkrijgen op basis van de hoeveelheid hernieuwbare stroom die een laadpaal levert aan elektrische voertuigen en die certificaten vervolgens doorverkopen aan brandstofleveranciers die ze nodig hebben voor hun jaarlijkse verplichting bij de Nederlandse Emissieautoriteit.

Verdienen aan laadpalen via ERE-certificaten

Bedrijven die met eigen laadpalen jaarlijks meer dan 2 miljoen kilowattuur aan stroom leveren voor elektrische voertuigen, kunnen direct een registratierekening openen voor ERE-certificaten. Andere bedrijven en particulieren moeten werken met een geaccrediteerde tussenpersoon, een zogenoemde inboekdienstverlener. Die neemt het administratieproces en de verzilvering van ERE-certificaten voor z’n rekening. Dat omvat de registratie van laadpalen, de hoeveelheid stroom die wordt geleverd, de omrekening in ERE-certificaten en het doorverkopen daarvan aan brandstofleveranciers.

Naast nieuwkomer Voltico zijn er ook andere partijen actief als inboekdienstverlener, waaronder het bedrijf Ere-registratie.nl van ondernemer Guido Claus.

Op de website rekent Ere-registratie de opbrengsten voor. Stel dat een laadpaal 4.000 kilowattuur aan stroom levert op jaarbasis, uitgaande van een elektrische auto die gemiddeld 20.000 kilometer per jaar rijdt en een energieverbruik heeft van 20 kilowattuur per 100 kilometer. In 2025 lag de gemiddelde marktprijs van certificaten op 0,10 euro per geladen kilowattuur. Dat levert bij 4.000 kilowattuur aan geleverde stroom bruto-inkomsten van 400 euro op.

Voor de dienstverlening rekent Ere-registratie een totale vergoeding van 25 procent van de bruto-opbrengsten, waardoor de laadpaaleigenaar in dit voorbeeld 300 euro overhoudt.

‘Het grootste deel van de servicekosten heeft te maken met de verplichte audit aan het eind van het jaar, waarbij onder meer wordt gecontroleerd of de opgegeven kilowatturen daadwerkelijk zijn geladen. Die controles zijn heel strikt en als inboekdienstverlener moet je aan veel vereisten voldoen’, geeft Claus aan. ‘Overigens zien we dat de marktprijzen van ERE-certificaten met 0,14 euro per geladen kilowattuur inmiddels iets hoger liggen dan certificaatprijzen van afgelopen jaar.’

Poot van Voltico claimt met het vergoedingspercentage onder de 25 procent te zitten, al wil hij geen exact cijfer noemen. ‘We zijn geen prijsvechter, maar doordat het hele administratieve proces en de controle met ons nieuw gebouwde softwaresysteem centraal kunnen plaatsvinden, kunnen we schaalvoordelen halen.’

Marktprijs ERE-certificaten hangt samen met prijzen biobrandstoffen

De handelsmarkt voor ERE-certificaten is een zogenoemde onderhandse markt, waarbij vraag en aanbod bij elkaar komen via telefonisch contact tussen de inboekdienstverleners die ERE-certificaten aanbieden en de brandstofleveranciers die ze nodig hebben. ‘We werken met zo’n zestig partijen die bieden op ERE-certificaten, dus de markt is behoorlijk ontwikkeld’, aldus Poot.

De marktprijzen van ERE-certificaten zijn sterk verbonden met de prijsontwikkeling van biobrandstoffen, legt Claus van Ere-registratie uit: ‘Brandstofleveranciers maken voortdurend de afweging of het goedkoper is om extra biobrandstof te leveren of, als biobrandstof relatief duur is, ERE-certificaten in te kopen om te voldoen aan hun verplichtingen voor emissiereductie.’

laadpaal

Credits: Getty Images

Niet elke laadpaal is geschikt: MID-meter verplicht

Nederland telt naar schatting ongeveer één miljoen laadpunten, waarvan bijna 680.000 thuislaadpunten van particulieren. Bij bedrijven zijn ongeveer 135.000 laadpunten aanwezig.

In theorie kunnen zowel bedrijven als particulieren geld verdienen met de levering van hernieuwbare stroom via laadpalen. Claus zegt wel dat een laadpaal over een gecertificeerde MID-meter moet beschikken voor registratie van de geleverde stroom om in aanmerking te komen voor ERE-certificaten. ‘Laadpalen van bedrijven hebben doorgaans een MID-meter. Een groot deel van de leaserijders heeft dat ook, maar voor flink wat particulieren is dat nog niet het geval.’

Volgens Poot van Voltico is nauwkeurige registratie van groot belang, omdat er bij de toekenning van ERE-certificaten een verschil is tussen laden met netstroom en met zelf opgewekte zonne-energie. ‘In het eerste geval telt de stroom voor 50 procent mee als groen, in het tweede geval voor 100 procent. Dat moet precies worden aangetoond.’

‘Wij hebben onze software zo ontwikkeld dat alles geautomatiseerd en real-time wordt meegenomen, zodat klanten elke maand of elk kwartaal een overzicht krijgen en ook uitbetaald kunnen worden’, geeft Poot aan. ‘Op die manier leveren inkomsten uit laadpalen een voorspelbare cashflow op.’

Nieuwe kansen voor mkb-bedrijven en particulieren met laadpalen

Ere-registratie is al een aantal jaar actief op de markt voor emissiereductiecertificaten, die tot afgelopen jaar betrekking had op zogenoemde hernieuwbare brandstofeenheden. Die werkten technisch anders dan ERE-certificaten en werden vooral benut door grotere ondernemingen met een aanzienlijk elektrisch wagenpark en veel laadpalen.

Claus: ‘Met de nieuwe wetgeving kunnen ook mkb-ondernemingen en particulieren met laadpalen financieel profiteren van elektriciteit die ze leveren met laadpalen. Vanuit die segmenten hebben we de afgelopen weken al zo’n duizend aanvragen ontvangen voor ERE-registraties.’

Voltico richt zich specifiek op bedrijven met minimaal tien eigen laadpalen en zakelijke partners die mogelijk ook particulieren als klant hebben. De startup heeft naar eigen zeggen tientallen klanten geworven, waaronder onlinesupermarkt Crisp en de KNVB. Poot: ‘Uit eigen onderzoek blijkt dat een derde van het totale laadvolume wordt verzorgd door bedrijven die nog niet actief zijn op de markt voor ERE-certificaten, dus daar liggen flinke groeimogelijkheden.’

Lees ook:

Van 'restjesrek' tot AI-buffet: deze oplossingen pakken voedselverspilling in de horeca aan

Er is net een groot evenement afgelopen. In de keuken staan meer dan honderd complete gerechten klaar om weggegooid te worden, simpelweg omdat ze niet zijn uitgeserveerd. 'Altijd rekening houden met tien procent no-show', zegt een collega alsof het vanzelfsprekend is.Dagelijks zie ik hoeveel goed eten moeiteloos in de prullenbak belandt in de horeca. Wat eerst voelde als een lokaal probleem, bleek voor mij het begin van een groter inzicht: deze verspilling is geen uitzondering, maar ingebakken in het systeem. Voedselverspilling in Nederland In Nederland verspillen we 2,2 miljard kilo voedsel per jaar. Dat ontstaat al veel eerder in de keten dan veel mensen denken. In Europa gaat bijvoorbeeld ongeveer 29 procent van alle geproduceerde voeding verloren tijdens teelt en verwerking.Dat verlies komt door cosmetische afkeuring, overproductie en voorspellingsfouten, maar ook door snij- en verwerkingsverliezen in fabrieken. Deze verspilling blijft grotendeels onzichtbaar omdat het zich afspeelt in pakhuizen en sorteercentra, ver buiten het zicht van de consument.Toch gaat het ook bij huishoudens mis. In Nederlandse huishoudens verdwijnt jaarlijks 33,4 kilo eetbaar voedsel per persoon in de prullenbak, ter waarde van ongeveer 138 euro. Hoewel bewustwording is toegenomen, stagneert de daling al jaren. Twijfel over houdbaarheid, impulsaankopen en te grote verpakkingen blijven hardnekkige oorzaken. In Nederland verspillen we 2,2 miljard kilo voedsel per jaar. Dat is niet alleen zonde – er hadden immers monden mee gevuld kunnen worden – maar heeft ook een significante milieu-impact. Eén derde van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen komt voort uit voedselsystemen. Bovendien worden veel land en water gebruikt voor de productie. Wordt dat voedsel niet geconsumeerd, dan zijn uitstoot en verbruik in feite nutteloos.De stille verspilling in de horeca Tussen 2015 en 2030 willen we de voedselverspilling halveren, luidt Sustainable Development Goal 12.3. Daarvoor moet verspilling in elke fase van de keten worden aangepast. Oók in de horeca. In 2023 ging in Nederland 55,4 miljoen kilo voedsel verloren, goed voor 647 miljoen euro aan waarde.Uit mijn eigen werkervaring herken ik de oorzaken meteen. Keukens moeten continu anticiperen op onzekere gastenaantallen en werken onder strikte voedselveiligheidsregels, waardoor hergebruik nauwelijks mogelijk is. Buffetten worden standaard te ruim aangevuld om teleurgestelde gasten te voorkomen, en bij grote menuvoorbereidingen wordt vaak meer ingekocht en bereid dan uiteindelijk wordt uitgeserveerd. Oplossingen die werken (en al bewezen zijn) Omdat bewustwordingscampagnes nauwelijks nog tot extra daling leiden, verschuift de aandacht steeds meer naar oplossingen die het systeem veranderen in plaats van het gedrag. Kijk naar supermarkten, die hun verspilling met 35 procent lieten dalen sinds 2018. Dankzij digitale voorraadsystemen, efficiënter schapbeheer en dynamische prijsmechanismen is de verspilling daar gedaald tot 0,89 procent van het inkoopvolume.Daar kan ook de horeca van leren. Dit zijn vier oplossingen die in binnen- en buitenland laten zien dat ze voedselverspilling echt kunnen terugdringen.1. Het Restjesrek: verspilling verminderen zonder extra handelingen voor personeelIn de horeca ontstaat verspilling vaak simpelweg omdat er geen tijd is om iets te doen met overschotten. Een 'Restjesrek' speelt daarop in. Dat is een gekoelde kast waarin medewerkers aan het einde van de dag overgebleven producten kunnen neerzetten. Die worden vervolgens zichtbaar voor buurtbewoners via een app of zijn vrij toegankelijk voor mensen in de omgeving. Een Restjesrek is de voor horeca ontworpen variant van een zogenoemde community fridge, een publiek toegankelijke koelkast waarin voedsel wordt gedeeld of herverdeeld.Tijdens Community Fridge Pilot Project werd in Canada in korte tijd meer dan duizend kilo voedsel herverdeeld dat anders verloren was gegaan. Het systeem kon eenvoudig worden geïntegreerd in het bestaande werkproces, zonder extra handelingen voor personeel.2. Smart Buffet AI: technologie die eindelijk grip geeft op buffettenBuffetten zijn één van de grootste verspillers in hotels en op evenementen. Keukens vullen liever te veel bij dan te weinig, uit angst om gasten teleur te stellen. AI-systemen als Winnow, die realtime volgen hoeveel gasten opscheppen, doorbreken dit patroon.Hotelketens als Accor, Hilton Scandinavië en Radisson Blu testten deze technologie op tientallen locaties. Bij het Marriott Hotel in Londen werd in zes maanden liefst 67 procent minder voedsel verspild dankzij het gebruik van Winnow.Deze technologie stuurt niet alleen bij op voorspellingen, maar geeft de keuken ook direct meldingen om kleinere porties te bereiden of te stoppen met aanvullen. Zo wordt verspilling verminderd zonder dat de gastbeleving eronder lijdt.3. De Mismatch Market: waarde geven aan producten die buiten het standaardplaatje vallenIn het openbare debat gaat weinig aandacht uit naar de enorme stroom producten die wordt afgekeurd om esthetische redenen. Een tomaat kan perfect smaken en toch worden vernietigd omdat hij te klein is voor een retailverpakking. Internationale initiatieven laten zien dat een digitale marktplaats dit probleem kan doorbreken.Platforms als Oddbox (VK) en Imperfect Foods (VS) redden gezamenlijk meer dan 80.000 ton voedsel per jaar door imperfecte producten rechtstreeks te verkopen aan consumenten en horeca. Ook in Nederland experimenteren telers steeds vaker met vergelijkbare B2B-modellen waarin 'buitencategorie'-groenten direct aan restaurants worden aangeboden.Telers reduceren hun verspilling zo met 10 tot 25 procent, terwijl restaurants tegen lagere kosten kunnen inkopen. Het model werkt omdat horeca veel minder strenge esthetische eisen heeft dan supermarkten: een logische mismatch die jarenlang onbenut bleef.4. Slimme THT-labels: twijfel wegnemen met kleurenZowel bij consumenten als in de horeca zorgt twijfel over de staat van een product voor voedselverspilling. Tijd-temperatuurindicatoren (TTI’s), houdbaarheidsstickers die verkleuren op basis van temperatuur en tijd, helpen die twijfel weg te nemen door visueel te laten zien hoelang een product nog veilig en kwalitatief is.In Scandinavië worden deze slimme labels al op grote schaal gebruikt, onder andere via Keep-it Technologies. Uit casestudies blijkt dat producten met een tijd-temperatuurindicator tot 20 procent minder vaak onnodig worden weggegooid, vooral in het geval van verse vis en zuivel. Voedselverspilling bestrijden vraagt geen bewustwording, maar ontwerp Wat alle succesvolle initiatieven duidelijk maken, is dat voedselverspilling het gevolg is van systemen die het verkeerde gedrag logisch maken. Pas wanneer de omgeving zó wordt ingericht dat verspilling onhandig, onnodig of financieel onaantrekkelijk wordt, ontstaan blijvende resultaten.Als Nederland de doelstelling van 50 procent reductie in 2030 serieus wil benaderen, moet de focus verschuiven van bewustwording naar slimme, schaalbare systeeminnovaties. De technologie bestaat, nu de implementatie nog. Palle Vermaas studeert Leisure & event management aan Hogeschool Inholland. De afgelopen tien jaar heeft hij in verschillende horecagelegenheden in Amsterdam gewerkt, onder andere als (bar)manager. Lees ook:Is halvering voedselverspilling in 2030 nog haalbaar? ‘We moeten het aanpakken bij de bron’ Changemaker Thibaud van der Steen gaat voedselverspilling tegen: ‘Probleem is serieus, maar ik wil het op een leuke manier oplossen’ Slimme camera's en afval op een broodje: deze 5 bedrijven pakken voedselverspilling aan