Jeroen de Boer en Maaike Kooijman
Jeroen de Boer en Maaike Kooijman
05 januari 2026, 13:30

Duurzame trends in 2026: solid state-batterijen, carbon credits en hybride vlees

2025 was een bewogen jaar voor de duurzame transitie. Wat staat ons in 2026 te wachten? Redacteuren Maaike en Jeroen blikken vooruit op de duurzame trends.

GettyImages-1401906778 | Credits: Getty Images

Bouw

Carbon credits voor biobased materialen
Willen we meer biobased bouwen, dan moeten we in de eerste plaats meer biobased bouwmaterialen telen. Denk aan vezelvlas, vezelhennep, miscanthus en olifantsgras. Twee jaar geleden concludeerde onderzoeksbureau CE Delft dat de aankoop van carbon credits door de overheid het meest effectief is om de gestelde doelen te behalen (tenminste 50.000 hectare vezelteelt per jaar in 2030). Boeren krijgen dan betaald voor de CO2 die ze opslaan in gewassen die later voor gebouwen worden gebruikt.

Na een succesvolle pilot stelt het Nationaal Groenfonds van de overheid dit jaar opnieuw 2,5 miljoen euro ter beschikking voor de certificaten; de inschrijving is open tot halverwege deze maand. Later komt er ook een aanbesteding voor bedrijven en fabrieken die vezelgewassen verwerken tot bouwmateriaal. Ook nu al zijn er enkele bouwbedrijven die experimenteren met carbon credits. Het was Ballast Nedam Development die afgelopen jaar de eerste carbon credit afkomstig uit een woningbouwproject veilde.

AI voor energieprestaties
Warmtepompen, e-boilers en laadpalen maken gebouwen steeds dorstiger naar elektriciteit. Toch kan er uiteindelijk juist energie bespaard worden. Veel bedrijven op de grens tussen energie en bouw zetten hun zinnen op AI-tools die het energieverbruik van gebouwen inzichtelijk maken én verminderen.

Zo heeft Eneco GroenGebouw een AI-tool ontwikkeld waarmee bedrijven in kaart kunnen brengen hoe ze hun gebouw energiezuiniger kunnen maken. De tool kan op basis van postcode en huisnummer satellietbeelden bekijken en zien hoe goed een pand geïsoleerd is, wat voor energievoorziening een gebouw heeft en of er zonnepanelen op het dak liggen. Maar hij kan bijvoorbeeld ook bepalen wanneer een batterij het beste oplaadt met zonnestroom.

Circulaire economie

Recht op reparatie
Zeker zeven op de tien Nederlanders staan open voor de grondstoffentransitie, bleek vorig jaar uit de Monitor Duurzaam Leven van Milieu Centraal. Ze zijn bereid minder spullen te kopen, of toch in elk geval spullen gemaakt van milieuvriendelijkere materialen. Daarmee lijkt de circulaire economie de transitie met de meeste draagvlak voor gedragsverandering. Een sociaal kantelpunt lijkt niet ver weg meer, aldus hoogleraar Jan Willem Bolderdijk.

Dat zien we op veel plekken terug. Mensen kopen bijvoorbeeld iets vaker refurbished producten en tweedehands kleding dan twee jaar geleden, stelt Milieu Centraal in zijn monitor. Daarbij moeten het EU-lidstaten het in 2024 aangenomen ‘right to repair‘ uiterlijk dit jaar omzetten in nationale wetgeving. Dat recht op reparatie geldt nu alleen nog voor electronica als wasmachines en smartphones, al zal de lijst de komende jaren worden uitgebreid.

De regelgeving verplicht fabrikanten om hun producten – ook na de garantieperiode – tegen een redelijke prijs en binnen een redelijke termijn te repareren. Dat moet niet alleen tot minder afval leiden, maar versterkt ook de reparatiesector. Nu al steken er allerlei bedrijven de kop op die van reparatie hun businessmodel maken, ook buiten de traditionele repairshops. Denk in de kledingsector bijvoorbeeld aan United Repair Centre en Mended.

Druk op EU voor beschermen recyclingindustrie 
2025 was – net als het jaar ervoor – geen goed jaar voor de meeste plasticrecyclers. In november stuurde Nederland samen met Frankrijk, Spanje en België daarom een brandbrief naar de Europese Commissie (EC). Ze pleitten onder meer voor Europese bijmengverplichtingen voor gerecycled plastic of bioplastic. Een coalitie van plasticrecyclingbedrijven vroeg de Commissie daarnaast om in zo’n bijmengverplichting op te nemen dat het gerecycled plastic Europees moet zijn.

Als antwoord daarop kwam de Europese Commissie met een set pilotmaatregelen voor de korte termijn. Het gaat onder meer om strengere documentatievereisten rond importplastic. Ook ‘kijkt de Europese Commissie wat nodig is’ om een gelijk speelveld te bieden aan alle plasticrecyclers in de EU. Toch zijn de problemen voorlopig nog niet voorbij; met de golf van faillissementen in de industrie is er immers ook veel recyclingcapaciteit verdwenen. De Commiss komt daarom in 2026 met een Circular Economy Act met daarin meer maatregelen.

Energie

Groei wind- en zonne-energie
Het elektriciteitsverbruik neemt toe door de opmars van elektrische auto’s, warmtepompen en de noodzaak tot verduurzaming van de industrie. Tegelijkertijd moet die energie vooral duurzaam zijn. In 2026 komt er volgens de basisprognose uit het Trendrapport van onderzoeksbureau DNE Research naar verwachting iets meer aan 2 gigawattpiek aan zonnevermogen bij in Nederland. Driekwart daarvan is gericht op zakelijk gebruik. Het totale zonnevermogen van Nederland stijgt dit jaar per saldo tot iets meer dan 30 gigawattpiek.

De overheid wil in 2026 ook een impuls geven aan de verdere uitbouw van offshore windparken. In het Actieplan Wind op Zee is voorzien dat er met bijna 1 miljard euro aan subsidie in totaal voor 2 gigawatt aan nieuwe vergunningen wordt uitgegeven voor de bouw van windparken op zee. In totaal moet de capaciteit van offshore windparken doorgroeien naar 21 gigawatt in 2033.

Uitbreiding stroomnet en opslagcapaciteit batterijen
Voor de uitbouw en verzwaring van het elektriciteitsnet verwacht de landelijke netbeheerder TenneT in 2026 ongeveer 3 miljard euro te investeren op land en ruim 4,5 miljard euro aan uitbreiding van netinfrastructuur op zee, gelieerd aan windparken op zee.

Verder komt er dit jaar naar verwachting flink wat batterijcapaciteit bij voor de tijdelijke opslag van stroom. Volgens het Trendrapport van DNE gaat het om bijna 3.000 megawattuur aan extra capaciteit dit jaar, wat ongeveer het dubbele is van de extra batterijcapaciteit die er in 2025 is bijgekomen. In 2027 volgt naar verwachting een volgende sprong met een toevoeging van liefst 7.000 megawattuur batterijcapaciteit.

Mobiliteit

Verdere elektrificatie van het wagenpark
De opmars van volledig elektrische en hybride auto’s zet ook dit jaar door bij de autoverkopen, waarbij sommige experts verwachten dat vooral hybride modellen het goed blijven doen. Dit heeft mede te maken met de verhoging van de bijtelling voor het privégebruik van volledig elektrische leaseauto’s per 1 januari 2026. Databureau Aumacon verwacht dat dat ‘enige negatieve repercussies’ heeft voor de verkoop van volledig elektrische modellen.

Brancheorganisaties Bovag en RAI Vereniging stellen dat Nederland wel een van de Europese koplopers blijft bij de verkopen van elektrische auto’s, mede omdat nieuwe (Chinese) merken graag hun modellen graag in ons land introduceren als testmarkt.

Innovatie rond solid state-batterijen
Wat betreft de batterijtechnologie voor elektrische auto’s kijken marktkenners uit naar de laatste ontwikkelingen rond solid state-batterijen. Grotere automerken treffen dit jaar voorbereidingen voor een bredere marktintroductie in 2027. De verwachting is dat solid state-batterijen een volgende technologische sprong inluiden naar elektrische auto’s met een fors hogere actieradius en snellere laadtijden.

Voedsel

Hybride vlees
Alle hamburgers op de Dutch Grand Prix 2025 waren hybride. Ook op SAIL in Amsterdam aten duizenden mensen een burger die deels uit vlees, deels uit zeewier en groenten bestond. En grote supermarkten verkopen steeds meer hybride dierlijke producten. Vaak gaat het om gehakt, burgers of worstjes, maar Albert Heijn zet bijvoorbeeld ook in op ‘halfvolle zuiveldrink’. Tja, melk mag het niet meer heten. Die ontwikkeling zet in 2026 naar verwachting door.

Het idee: mensen kiezen gemakkelijker voor hybride dan voor vega, terwijl je toch flink wat broeikasgassen en dierenleed bespaart. Bovendien geeft het dierlijke component de producten de vertrouwde smaak, waar die bij vlees- of zuivelvervangers moeilijker na te bootsen is.

Stille eiwittransitie
De transitie naar meer hybride of zelfs plantaardig gaat deels in stilte. Zo is de Loonsche Land Burger in de Efteling standaard plantaardig, net als de pannenkoeken in restaurant Polles Keuken. Daarover wordt geen groots kabaal gemaakt – integendeel. Doel is mensen te overtuigen met de smaak van een duurzamer product. Ook de vegakroket in het attractiepark heet gewoon ‘kroket’, met een extra symbooltje erachter.

Op eenzelfde manier had niemand door dat de burgers op de Grand Prix plantaardig waren, of de kroketten op SAIL. Werd dat na afloop aan kopers consumenten verteld, dan bleken die positief verrast.

Lees ook:

Het AI-dilemma: Met efficiënte AI-modellen en chips slurpt kunstmatige intelligentie een stuk minder energie

De breincellen van een AI-model: daarmee kun je parameters vergelijken. Parameters zijn de bouwstenen die in zekere mate voorspellen hoeveel energie een model gebruikt na het trainen ervan. Het zijn een soort interne regels, waarvan er in taalmodellen miljarden tegelijk actief zijn om tot een goed antwoord te komen.Het aantal parameters zit vaak in de officiële naam van een model. Qwen3-30B werkt bijvoorbeeld met 30 miljard parameters, Qwen3-235B met 235 miljard. Als het over een 'groot model' gaat, gaat het over een AI-model met veel parameters. Dat betekent: veel rekenkracht, maar in de regel ook een hoger energieverbruik.Het aantal parameters verschilt nogal per model. Van OpenAI's GPT-4 wordt geschat dat het rond de 1,5 biljoen parameters heeft, GPT-5 mogelijk nog meer. Open-accessmodel BLOOM telt 'slechts' 176 miljard parameters, maar dat is alsnog veel meer dan bijvoorbeeld Alibaba's Qwen en Meta's Llama, die varianten met 7 miljard parameters hebben.Het AI-dilemma: vloek of zegen voor het klimaat? In deze artikelenreeks onderzoekt Change Inc. de invloed van AI op milieu en klimaat, zowel positief als negatief. We proberen een antwoord te vinden op de vraag: is AI een vloek of een zegen voor de duurzaamheidstransitie?Eerder verschenen in deze reeks:Het AI-dilemma: Energievraag datacenters verdriedubbelt, kan ons energienet dat aan? Het AI-dilemma: Kunstmatige intelligentie biedt kansen, maar is geen silver bullet voor duurzame wereldEnergie-efficiënte AI-modellen Om het energieverbruik van een AI-model te beperken kun je dus het aantal parameters reduceren. Gebruikers kunnen dat deels zelf beïnvloeden door een model te vragen beknopt te antwoorden, of voor een niet-reasoning variant te kiezen als die beschikbaar is. Reasoning modellen volgen logische stappen en zijn daarom vooral geschikt voor het oplossen van complexe problemen.Minder parameters betekent een andere redeneerstijl en veelal beknoptere antwoorden, maar hoeft het model niet 'dommer' te maken – mits de parameters efficiënt samenwerken en goed worden getraind. Soms zijn ze zelfs beter, omdat ze met specifiekere data zijn getraind.Dat zie je ook aan de resultaten van een onderzoek van de hogeschool München. Wetenschappers lieten veertien grote taalmodellen vijfhonderd vragen beantwoorden en maten hun energieverbruik. In onderstaande tabellen zie je dat de zuinigere modellen niet per se minder goede antwoorden geven.Zo stootte het relatieve zware (reasoning) Deepseek-r1 70B maar liefst 717 gram CO2-equivalent uit voor het beantwoorden van vijfhonderd multiple-choicevragen, terwijl het maar enkele vragen méér goed had dan Qwen2.5 72B, goed voor slechts 8 gram CO2-equivalent.[caption id="attachment_163283" align="aligncenter" width="900"] Credits: Energy costs of communicating with AI, Frontiers in Communication[/caption] [caption id="attachment_163284" align="aligncenter" width="900"] Credits: Energy costs of communicating with AI, Frontiers in Communication[/caption]Voor de ecologische voetafdruk maakt het dus nogal wat uit welk model je kiest. Toch vergelijkt slechts 27 procent van de leidinggevenden het energieverbruik van verschillende modellen, blijkt uit onderzoek door Capgemini. 20 procent van de leidinggevenden zegt dat ecologische voetafdruk in de top vijf overwegingen staat bij het kiezen of bouwen van een gen AI-model.Maar bewust of niet, uiteindelijk kiezen bedrijven indirect wel voor de modellen met de kleinste milieu-impact, denkt Joost Carpaij, head of AI bij Capgemini. Want: 'Kleinere modellen hebben niet alleen minder milieu-impact, maar zijn ook sneller én goedkoper.'Die kostenreductie is handig voor bedrijven die LLM's gebruiken of zelf ontwikkelen, maar ook voor grote spelers als Google en OpenAI. Nu maken veel ontwikkelaars nog geen winst, maar kunnen ze leven van investeerders en durfkapitaal. Toch zullen ze uiteindelijk zo laag mogelijke kosten willen hebben, waarmee ook het energiegebruik naar verwachting zal dalen. Energieverbruik AI-modellen daalt snel Mede daardoor komen er nu al steeds meer kleinere dan wel efficiëntere modellen op de markt. Matti van Engelen, AI-lead bij SparkOptimus, legt uit: 'De kosten per query van de beste AI-modellen nu zijn vaak meer dan 90 procent lager dan de kosten die je een paar jaar geleden maakte voor de beste modellen toen. Dat is ook een goede indicatie van het energieverbruik.'Een mooi voorbeeld van hoopvolle technologische ontwikkelingen zijn de opensourcemodellen gpt-oss-120b en gpt-oss-20b die OpenAI in augustus 2025 lanceerde, benoemt Van Engelen. 'Vlak nadat ChatGPT uitkwam werd gebruik gemaakt van GPT-3.5. Dat model had 175 miljard parameters. gpt-oss-120b heeft 117 miljard parameters. Het is in totaal dus al kleiner, terwijl het redelijk competitief is met de beste modellen van OpenAI.'Deze modellen zijn kleiner, maar zijn vooral bijzonder door hoe ze in elkaar zitten. Van Engelen: 'De modellen zijn als het ware in een aantal losse delen gehakt, die "experts" worden genoemd. Je hebt niet voor elke vraag heel veel rekenkracht nodig. Dus in plaats van dat voor elke prompt alle 117 miljard parameters berekend worden, worden alleen bepaalde experts gebruikt. In dit geval vier experts per voorspelling, met in totaal 5,1 miljard parameters.'Voor een vraag aan dit model – dat volgens Van Engelen vele malen beter is dan GPT-3.5 – worden dus geen 175 miljard, maar 5,1 miljard parameters ingezet: nog geen 3 procent. Gelaagdheid in AI-modellen Het aanbrengen van zulke gelaagdheid is een mooie manier van werken, vindt ook Carpaij. 'Een groot model schat eerst in wat je wensen zijn en stuurt je daarna als het ware door naar een gespecialiseerder model.'Zeker voor AI-agents ziet hij grote kansen in gespecialiseerde modellen. 'Het is zonde om daar heel veel data in te stoppen. Als je een vliegticket moet boeken, heeft het helemaal geen zin om zeventien talen te spreken of te weten hoe het koningshuis van Nederland eruitziet.'Dat geldt overigens ook voor chatbots van bedrijven, weet hij. 'Die hebben alleen de interne informatie van een bedrijf nodig, in combinatie met een goed begrip van de talen die ze moeten spreken. Toch zitten daar nu vaak onnodig grote modellen achter. Alle bagage zou je in feite uit zo'n model kunnen smijten, waardoor dat veel kleiner en efficiënter wordt. Dan gaat je energieconsumptie een heel stuk naar beneden.'In de praktijk is er nog weinig vraag naar kleine, op maat gemaakte taalmodellen, ziet Carpaij. Niet alleen doordat de meeste bedrijven nog 'aan het begin van de hypecycle' zitten – 'Die denken alleen: iedereen heeft het erover, dus wij willen het ook, al weten we niet precies waarom' – maar ook omdat je veel data nodig hebt om een goed eigen model te trainen. 'Oók als het om een klein model gaat. Die data hebben bedrijven vaak zelf niet.' Precisie aanpassen Er is ook nog een andere manier om modellen kleiner te maken, zegt Enrique Barba Roque. Aan de TU Delft doet hij onderzoek naar het energiezuiniger maken van AI-modellen. Hoewel hij een minder grote rol voor AI voorspelt dan doorgaans wordt gedaan, noemt hij het 'wel heel handig'. 'Dus we moeten het niet negeren uit klimaatoverwegingen, maar beter maken. Het energieverbruik bij de bron aanpakken is ook gemakkelijker dan het gedrag van mensen veranderen.'Naast het aantal parameters kun je ook de precisie van een model aanpassen, legt Barba Roque uit. 'Een model bestaat uit allemaal cijfers, vaak met meerdere decimalen achter de komma. Die kun je ook minder nauwkeurig maken.'Verschillende manieren van verkleinen kunnen ook samen worden gebruikt. Volgens Barba Roque maakt dat een model hoogstens een paar procent minder precies, terwijl het energieverbruik harder daalt dan dat. Energie-efficiënte chips Niet alleen AI-modellen worden efficiënter; datzelfde geldt voor de zogenoemde graphics processing units (GPU's) waarop ze worden geladen. Volgens Google leveren zijn datacenters nu bijvoorbeeld bijna vier keer meer rekenkracht dan vijf jaar geleden.'Chips worden steeds kleiner, terwijl de rekenkracht steeds groter wordt', legt Andrew van der Haar, adviseur energie & duurzaamheid bij de Dutch Data Centre Association, uit. 'Zo heb je elke paar maanden meer processing power op dezelfde vierkante centimeters in je server. Daarmee blijft de voetafdruk hetzelfde.'De vraag is vooral of chips en modellen zo snel efficiënter kunnen worden dat ze onze grotere honger naar rekenkracht compenseren. De Nederlandse startup GreenPT is on a mission to change the world door AI duurzamer te maken, luidt de slogan. Het taalmodel werkt volledig op groene energie en wordt in Europa gehost. Daarbij zijn de modellen zo aangepast dat ze 20 tot 30 procent minder rekenkracht nodig hebben om tot dezelfde kwaliteit antwoorden te komen, claimt het bedrijf. Wat echter vooral bijzonder is is, dat GreenPT gebruikers een schatting van hun CO2-uitstoot toont. Per vraag of opdracht van een gebruiker wordt geschat hoeveel energie de Graphics Processing Unit en Central Processing Unit verbruiken en wat de energie-efficiëntie is. Dat wordt vervolgens omgerekend naar CO2-equivalent. Het bedrijf is de enige AI-aanbieder die deze data openbaar maakt voor gebruikers.Andere technologische ontwikkelingen: neuromorfe en fotonische chips Er zijn ook andere hoopvolle technologische ontwikkelingen, stelt Carpaij van Capgemini. Hij wijst op de ontwikkeling van zogenoemde neuromorfe chips, die de neurale processen van het menselijk brein nabootsen.'Ons brein werkt op een fractie van de energie van een computer, terwijl we veel meer kunnen doen', legt hij uit. 'Onderzoekers kijken nu of ze dat biologische proces met neuronen kunnen namaken en gericht een functie kunnen geven. Dat gebruikt praktisch geen energie.' Hoewel neuromorfe chips nog in de onderzoeksfase zitten, zien wetenschappers en andere experts er enorm veel potentie in.Ook in de ontwikkeling van zogenoemde fotonische chips wordt veel geïnvesteerd, waaronder al honderden miljoenen euro's uit het Nationaal Groeifonds van de overheid. Fotonische chips gebruiken geen elektrische stroompjes, maar lichtsignalen om informatie door te geven. Daarmee zijn ze een stuk energie-efficiënter dan hun elektronische evenknie. Een proeffabriek voor de volledige productie van de chips wordt momenteel gebouwd op de High Tech Campus in Eindhoven. Paradox van Jevons Dat het energieverbruik van AI-modellen snel afneemt per prompt, betekent overigens niet per se dat ook het totale verbruikt daalt. Dat heeft alles te maken met de zogenoemde paradox van Jevons.Die paradox, afkomstig van de ideeën van de 19e-eeuwse econoom William Stanley Jevons, gaat ervan uit dat het efficiënter maken van technologie er vooral toe leidt dat we het voor meer dingen gaan gebruiken. We kunnen dus wel energie besparen door efficiëntere AI-modellen, maar het kan zijn dat dat niet opweegt tegen de energie die nodig is voor het extra gebruik van die efficiënte modellen.Daarom, stellen experts, is het altijd goed om de overweging te maken of je echt een (zwaar) AI-model nodig hebt. Soms kun je je vraag ook gewoon aan een zoekmachine stellen. 'Of een goede FAQ-pagina maken in plaats van een chatbot', aldus Van Engelen. 'Dat is ook nog eens goedkoper. Financieel is het niet voor elk bedrijf gunstig om het werk te automatiseren, omdat het ontwikkelen van AI-toepassingen veel geld kost.' Niet alleen de efficiëntie van AI-modellen, maar ook het ontwerp van datacenters bepalen de uiteindelijk milieu-impact van AI. In het volgende artikel in deze reeks onderzoeken we hoe datacenters restwarmte effectief kunnen gebruiken en hoe ze hun waterverbruik verminderen. Dit artikel is tot stand gekomen zonder gebruik van AI. Lees ook:Opmerkelijk: Gebrek aan coördinatie vergroot druk op stroomnet door datacenters Gigantisch AI-datacenter op terrein van Tata Steel schept ook zekerheid voor windparken op zee Kan Nederland digitaal knooppunt van Europa worden met duurzame datacenters?