Partner van Change Inc. 17 december 2025, 14:00

Van Wijhe presenteert 4 alternatieven voor drinkwater in verf

Koninklijke Van Wijhe Verf heeft de nieuwe zogeheten concept paints gepresenteerd, waarbij schaars drinkwater in verf vervangen wordt door vier mogelijke alternatieve waterbronnen: regenwater, zeewater, brak water of hergebruikt proceswater. Zo wil het bedrijf een watergolf aan verandering starten en oplossingen zoeken voor de toekomstige drinkwaterschaarste.

AI Designer blik water waves 1600 b De nieuwe concept paints ‘Water Waves’ bevatten geen drinkwater, maar regen-, zee-, brak- of proceswater. | Credits: Koninklijke Van Wijhe Verf

Het is al de derde concept paint die Van Wijhe vlak voor de kerstdagen presenteert. In december 2023 presenteerde de verffabrikant een 99 procent fossielvrije muurverf zonder microplastics – Flower Power  – en vorig jaar een buitenlak met 70 procent aan biobased materialen: BIOmotion 70. Met de nieuwe concept paint wil het bedrijf opnieuw innovatie stimuleren, dit keer door alternatieven te zoeken voor drinkwater in verf.

Water steeds schaarser

Er is steeds meer behoefte aan alsmaar schaarser drinkwater. Nederland heeft in 2030 circa 100 miljoen kubieke meter meer drinkwater nodig dan in 2020, waarschuwt het RIVM. Dit is de inhoud van zo’n 40.000 olympische zwembaden. Waterbedrijven als Vitens voorspellen schaarste en leveringsonzekerheid.

Ron Hulst, manager R&D bij Koninklijke Van Wijhe Verf: ‘Grote drinkwaterbedrijven waarschuwen dat in die gevallen de consument voor gaat boven de industrieën en bedrijven. Wij erkennen de urgentie al langer en onderzoeken besparingsmogelijkheden, hergebruik en alternatieve bronnen. Met succes.’

Onderzoek naar alternatieven

Van Wijhe verkent nu vier concept paint-variaties op water. Zo’n tien jaar geleden zette het idee iets met zout water te doen zich vast in het hoofd van ceo Marlies van Wijhe. ‘Het idee bleef maar in mijn hoofd zitten. Zolang niet bewezen is dat het niet kan, is het voor mij de moeite waard er serieus naar te kijken. Zo zit ik nu eenmaal in elkaar’, vertelt ze. ‘Twee jaar terug deed de kans zich voor twee studenten – een uit de chemie, de ander uit de logistiek – een opdracht te laten doen en dit verder te onderzoeken. Belangrijkste conclusies samengevat: niet onmogelijk, biedt aanknopingspunten. Dit was voor ons de aanzet om verder onderzoek te doen.’

Marlies deelt de fascinatie voor water met Ron Hulst. ‘De samenleving gebruikt niet alleen steeds meer, water wordt ook steeds schaarser door klimaatverandering, bevolkingsgroei en vervuiling’, stelt hij. ‘We vervuilen de zee, lozen op de rivieren, verontreinigen het grondwater. Door landbouw, industrie en huishoudelijk afval. Microplastics, PFAS, medicijnen, drugs; het wordt steeds lastiger om deze vervuiling eruit te halen. Schoon water – lees: drinkwater en leidingwater – wordt schaars. Water wordt roofgoed.

Dat was voor Koninklijke Van Wijhe Verf reden om de mogelijkheden van alternatieve waterbronnen te onderzoeken. ‘We onderzoeken bij Wydo al geruime tijd de mogelijkheden van regenwater, proceswater, zeewater en brak water. De eerste resultaten zijn verrassend en hoopgevend. We hopen hiermee een golfbeweging in gang te zetten en andere partijen te stimuleren eenzelfde onderzoek te starten of met ons samen te werken voor een versnelling in de benodigde watertransitie. Voordat wetgeving er ons toe dwingt en we dus te laat zijn. Om die reden delen we nu de voorlopige resultaten’, zegt Hulst.

Wydo is een onafhankelijk opererende corporate spin-off van het familiebedrijf Koninklijke Van Wijhe Verf in Zwolle dat zich sterk maakt voor verduurzaming van de verfsector. Via Wydo wil het bedrijf ook kennis en expertise beschikbaar maken voor de maakindustrie buiten de verfbranche.

Duurzame innovatie is het sleutelwoord in het doen en laten van Wydo, dat zich nadrukkelijk richt op R&D- en innovatietrajecten die bijdragen aan het realiseren van milieu- en klimaatdoelstellingen en het behoud van biodiversiteit. De spin-off zoekt de vernieuwing graag in onderzoek naar en toepassing van hernieuwbare grondstoffen, waarmee producenten de CO2-footprint van hun activiteiten kunnen terugdringen.

Wydo is gevestigd in Groningen op de Zernike Campus. Een bewuste keuze, want Groningen is een hotspot voor de biobased economie en heeft uitstekende faciliteiten en hoogopgeleide wetenschappers. Hierdoor zijn de lijnen met onderzoekers uit uiteenlopende werkgebieden kort en snel gelegd. Wydo werkt samen met meerdere universiteiten en kennisinstituten.

Regenwater als alternatieve bron

Koninklijke Van Wijhe Verf verbruikt op jaarbasis behoorlijk wat water, zo’n 3,5 tot 4 miljoen liter. Dat wordt deels gebruikt in de productieprocessen, deels in de watergedragen producten. In principe kan het bedrijf met de opvang van het regenwater, van de platte daken van zijn gebouwen op de twee locaties in Zwolle, in de eigen behoefte aan water voorzien. Extreem droge periodes daargelaten. Elke druppel telt.

De opgave is om dit water goed op te vangen, te bergen en de kwaliteit ervan te borgen. In de fabriek is een bestaande opslaglocatie geschikt voor berging, een prettige bijkomstigheid. De kwaliteit van regenwater is best goed voor industrieel gebruik. ‘We hebben het water getest en het is microbiologisch in orde’, zegt Hulst. ‘De kwaliteit is echter niet gegarandeerd, niet constant. Wat als er een dode vogel op het dak ligt? In de fabriek en in de producten wil je geen besmettingen binnenhalen. Is het water wel constant van kleur? Een klein roestfragment kan al een lichte verkleuring geven die je in witte verf terug gaat zien. Dat wil je niet.’

Eerst zuiveren in een wadi

Het idee is dat Van Wijhe het water eerst tijdelijk opvangt in een wadi. Dat is een ondiepe, met gras begroeide kuil die regenwater opvangt, het langzaam in de bodem laat infiltreren én daarbij het water zuivert doordat zand, planten en bodemorganismen vuil en verontreinigingen afbreken.

In een wadi wordt het water op natuurlijke wijze gezuiverd en ontkleurd. Daarna zouden met een filterstap met bijvoorbeeld actief kool microbiologische besmettingen worden voorkomen. Met aansluitend een UV-straatje worden dan de laatste kleine chemische verstoringen geruimd.

Geen rocket science, maar allemaal beproefde technieken. De grootste uitdaging is het voorkomen van zogenaamde biofilms, een slijmerige laag micro-organismen in een beschermende matrix. Biofilms zitten op harde oppervlakken, zoals aan de binnenzijde van buizen en dergelijke. Dit laat zich moeilijk oplossen. Hulst: ‘Het gebruik van regenwater is een kansrijke optie. Aanvullend onderzoek loopt.’

In het laboratorium van Koninklijke Van Wijhe Verf werden diverse alternatieve waterbronnen voor drinkwater in verf getest. | Credits: Koninklijke Van Wijhe Verf

In het laboratorium van Koninklijke Van Wijhe Verf werden diverse alternatieve waterbronnen voor drinkwater in verf getest. | Credits: Koninklijke Van Wijhe Verf

Circulair proceswater hergebruiken

Een ander alternatief is het gebruik van proceswater. Het reinigingswater van Van Wijhe, water waarmee bijvoorbeeld tanks zijn schoongemaakt, wordt nu al ontdaan van allerlei chemische verontreinigingen voordat het in het riool verdwijnt. Het voldoet aan de door de overheid gestelde lozingsnormen. ‘We gaan nog een stap verder door te kijken of we de zogenaamde perskoek, het residu, kunnen hergebruiken als vulmiddel in de verf. Het relatief schone restwater willen we ook hergebruiken, als water om opnieuw mee te reinigen of als te hergebruiken water in onze productie of producten’. Legt Hulst uit.

Zeewater meest uitdagend

Bij zeewater liggen de meeste uitdagingen in het realiseren van een stabiele output. Het water staat stijf van de zouten. Kun je daar verf mee maken?, is de vraag. En stel dat dit lukt, wat gebeurt er op termijn als de laag is aangebracht? Zout trekt sowieso vocht aan.

Er is een grote kans dat het zout zich tijdens de levensduur uitkristalliseert, het zogenaamde uitzouten. ‘Dat wil je voorkomen. Helaas beschikken we nog niet over lange termijn resultaten’, zegt Hulst. ‘Wel deden we een proef waarbij we uitgingen van een product voor timmerfabrieken (tifa). De kwaliteit moet dus voldoen aan de eisen die tifa-producten stellen. We maakten een ‘ladder’ van percentages zeewater, achtereenvolgens 10, 20, 30 procent aan zeewater, in de verf en beoordeelden de resultaten. Zo hebben we onder andere de wateropnames gemeten. Uit deze showcase blijkt dat je tot een behoorlijke hoeveelheid zeewater kunt gaan en bemoedigende resultaten boekt. Verder onderzoek is nodig om te kijken wat je ermee kunt en natuurlijk ook wat je er niet mee kunt.’

Verf maken met brak water

In West Brabant onderzoekt waterleidingbedrijf Brabant Water de mogelijkheden om van brak water drinkwater te maken. Brak water is water dat een beetje zout bevat. Het komt uit een oude zeelaag, 200 tot 260 meter diep onder de grond. Omdat het buiten het bestaande zoetwatersysteem valt, heeft het oppompen minder invloed op landbouw en natuur. Het is minder zout dan zeewater.

Hulst: ‘De proef in Brabant leverde proefwater op wat ze niet weg wilden gooien. Het gezuiverde brakke testwater wat ze niet meer konden gebruiken hebben ze aan ons ter beschikking gesteld, evenals een jerrycan van het door hen met osmose gezuiverde en ontzilte water. Noem het circulaire samenwerking, zij hoefden het proefwater niet weg te gooien en wij hebben er verf van gemaakt. Het brakke testwater geeft iets betere resultaten dan de verf met zeewater. Het ontzilte brakke water blijkt zich zoals verwacht in onze proeven te gedragen als leidingwater. Een zeer kansrijke optie dus.’

Noodzaak alternatieve bronnen

Een van de VN-doelen, de zogenoemde Sustainablity Development Goals SDG6, is ‘om schoon water en sanitaire voorzieningen voor iedereen te garanderen, met als streven toegang tot veilig drinkwater en sanitair voor iedereen, en duurzaam beheer van waterbronnen, afvalwater en ecosystemen.’

Dit doel komt de komende jaren verder onder druk te staan. De urgentie is nu. Alternatieve ‘bronnen aanboren is volgens Van Wijhe dan ook noodzakelijk. De kosten van water en zuivering lopen de komende jaren fors op. Het reinigen en hergebruiken van water, zoals met ontziltingstechnieken als omgekeerde osmose en distillatie, kost een berg aan energie. De industrie loopt hiermee ook aan tegen het overvolle stroomnet.

‘Onze grootste uitdaging is zuiver water dat de verf en leidingen niet besmet. Daar werken we hard aan. Om een ‘watergolf’ van verandering te starten gaan we de komende tijd per alternatieve bron dieper in op onze bevindingen’, zegt Hulst. ‘Innovatie is key. Gezamenlijke innovaties brengen duurzaam beheer steeds dichterbij. Laten we de watertransitie versnellen en waarmaken door kennis te delen en elkaar te inspireren.’

Concept paints laten zien wat er kan

Marlies van Wijhe, CEO van Koninklijke Van Wijhe Verf, over het fenomeen concept paints: ‘Het begon als vrijdagmiddag-experiment. Ik vroeg aan Ron Hulst, Manager R&D, of het idee van concept paints hem aansprak. Vergelijk het met concept cars in de automobielindustrie. Eerst om intern te laten zien waar toe we in staat zijn. Om te laten zien dat we onderweg zijn. En daarna extern. Om leveranciers van grondstoffen te interesseren en elkaar te versterken. Om iets in beweging te zetten.

‘Om diezelfde reden komen we nu in deze conceptvorm met onze nieuwste ontwikkeling naar buiten. Twee jaar geleden was dat de Flower Power muurverf, vorig jaar was dat de Biomotion70, nu is dat onze zoektocht naar alternatieve bronnen voor steeds schaarser wordend drinkwater. Als kind werd ik destijds door een schoolproject ‘Wees wijzer met water’ al bewust gemaakt zuinig met water om te gaan. Dat project deed iets met me, zodanig dat ik altijd zuinig omspring met ons drinkwater.

‘We nodigen mensen of partijen die met innovatie bezig zijn of op welke wijze dan ook willen bijdragen uit om aan te haken. Samen komen we verder. Wij zijn enthousiast over een duurzame- en klimaat-neutrale toekomst. Daarom delen we graag wat we doen in het laboratorium om dat waar te maken. Zoals onze baanbrekende ontwikkelingen met concept paints.’

Lees ook:

Dit artikel is gemaakt door onze partner Koninklijke Van Wijhe Verf en geredigeerd door de expertredactie van Change Inc. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.

Changemaker Tessa van Soest (B Lab): 'We kunnen het ons niet veroorloven om negatief te worden'

Je bent begonnen in de consultancy. Hoe ben je bij B Lab Benelux terechtgekomen?'Ik vond mijn eerste baan na mijn studie heel leerzaam. Het was hard werken, maar ik leerde snel hoe het er écht aan toe gaat in het bedrijfsleven. Toch begon het te knagen. Ik vroeg me af: wie of wat wordt er nou eigenlijk leuker, beter, mooier, gezonder, groener, socialer van wat wij doen? Je werkt ongeveer 50.000 uur in je leven, dan is het wel belangrijk dat je die doorbrengt met iets wat je zinvol vindt. Dat je mensen gelukkiger maakt, zonder dat dat ten koste gaat van dat wat er voor toekomstige generaties overblijft.Dat was het moment waarop ik besloot om te stoppen met die baan. Sindsdien ben ik altijd op zoek gegaan naar functies met maatschappelijke impact. Op Schiphol was ik bijvoorbeeld de eerste MVO-manager. Dat was best een pittige taak, want duurzaamheid was toen nog helemaal geen ding in het bedrijfsleven.Wat me zo aantrekt in duurzaamheid is dat het een verbindend thema is. Verduurzamen is niet makkelijk, maar iedereen kan zich wel een voorstelling maken van waar je het over hebt en waarom het nodig is. Ik solliciteerde bij B Lab omdat die organisatie het bedrijfsleven als bepalende factor ziet. De B Corp-standaard geeft bedrijven handvatten om weg te bewegen van het probleem en onderdeel te worden van de oplossing.'Over duurzaamheid lijkt nu juist veel onenigheid te zijn. Is het wel waar dat iedereen zich er een voorstelling bij kan maken?'Ik denk dat iedereen het kan als mens. Je weet hoe je je voelt als je over het strand of door het bos wandelt, als je kinderen ziet spelen met stokken in plaats van een tablet. Het probleem is vooral dat die verbinding met onze omgeving verdwijnt als we achter onze computer kruipen. Als werknemer worden we nog steeds meer afgerekend op financiële resultaten dan op sociale en maatschappelijke bijdragen.'B Lab is bekend van de B Corp-certificering. Wat doen jullie nog meer?'We zien onszelf als systeemveranderaar. Daarin speelt het bedrijfsleven een centrale rol, maar we kijken bijvoorbeeld ook naar de spelregels die bepaald worden door de politiek. Naar de consument toe willen we vooral het positieve geluid laten horen dat elke andere keuze bijdraagt aan verandering. We kunnen allemaal een rol spelen, elke dag weer opnieuw.De B Corp-certificering is dus niet het doel, maar een middel om de economie te veranderen. De nieuwe economie gaat niet meer alleen over financiële winst, maar ook over sociale en maatschappelijke waardecreatie. Financiële doelstellingen moeten er zijn om die andere doelstellingen te behalen.'Hoe ziet die economie eruit?'Ik denk dat we dat nog niet volledig weten. Maar het gaat in elk geval meer over beleven en minder over gebruiken. Het is wetenschappelijk aangetoond dat mensen niet gelukkiger worden van meer spullen. En onze lineaire manier van leven past ook niet in deze wereld. In de natuur heeft alles een functie, zijn alle systemen circulair. Onze economie moet ook die kant op. Wat moeten we dan nu gaan doen en welke andere keuzes moeten we maken?De overgang naar de nieuwe economie vereist investeringen, maar we realiseren ons niet altijd dat juist de oude manier van werken ons ook veel kost. Elke dag dat je dat voortzet, is een verloren dag. Kijk naar mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. Als je hen uitsluit, komen ze in een sociaal isolement, leven ze minder gezond en doen ze vaker beroep op psychiatrische zorg. Als ze in dienst komen, dan levert dat maatschappelijk juist iets op. Die waarde wordt veel te weinig erkend.'Hoe overtuig je bedrijven om zich bij jullie aan te sluiten?'Bedrijven kiezen er zelf voor om een B Corp te willen worden, maar ik spreek natuurlijk wel veel mensen bij bedrijven die ik vertel over onze doelen. Dat doe ik vooral vanuit positiviteit. Ja, het is een lastig tijdperk voor duurzaamheid, maar positieve voorbeelden motiveren mensen meer. We kunnen het ons niet veroorloven om negatief of apathisch te worden.Ik vind het wel belangrijk om heilige huisjes af te breken. De status quo is er om te bediscussiëren, als je het mij vraagt. Bij één van mijn eerste werkgevers kregen veel collega's bijvoorbeeld nog leaseauto's zonder dat ze die nodig hadden voor het uitoefenen van hun functie. Toen heb ik aan de directie gevraagd: zijn al die auto's wel nodig? Ik ben geneigd dingen gewoon te benoemen om de conversatie open te breken.Het is in zo'n geval wel belangrijk dat je perspectief biedt. Daarom is de B Corp-community zo belangrijk. Er zijn veel voorbeelden van ondernemers die een heel mooie en succesvolle omslag hebben gemaakt. Denk aan Bert van Son, die uit de mainstream kledingindustrie kwam en daarna Mud Jeans oprichtte, 's werelds eerste circulaire denimmerk. Ik breng bedrijven uit de community én andere bedrijven graag in contact.'B Lab krijgt regelmatig kritiek omdat grote bedrijven die niet als duurzaam worden gezien, toch een B Corp-certificaat krijgen, zoals Danone, bol.com en Princess Polly. Ben je het daarmee eens? 'Die bedrijven doorlopen dezelfde procedure als andere bedrijven en moeten aan dezelfde eisen voldoen. Een certificaat krijg je niet zomaar. Hoewel we een grens trekken bij sommige sectoren, willen we in principe juist zo veel mogelijk bedrijven meenemen.De kritiek voert vaak terug op wantrouwen over de duurzame intenties van grote bedrijven. Daarom is onze voorwaarde aan multinationals dat ze transparant moeten zijn en hun proof points voor certificering ook online zetten.Mensen kunnen zich dan alsnog afvragen of die bedrijven het goed genoeg doen. Dat is ook goed. We hopen dat bedrijven elkaar inspireren én bevragen. Constructieve onderlinge kritiek is altijd welkom; we pretenderen nooit dat een B Corp-bedrijf al perfect duurzaam is. Bedrijven met een B Corp-certificering committeren zich wel om te blijven verbeteren. Certificering is daarbij het startpunt, niet het eindpunt.'Wat is het voordeel van grote bedrijven in de community?'Je kunt wel proberen verandering aan te jagen met een heel klein groepje koplopers, maar wij denken dat je meer nodig hebt voor een transitie van het systeem. Er zijn theorieën die stellen dat er 20 tot 25 procent van een sector nodig is om verandering in de hele sector te bewerkstelligen. Voor verandering heb je nu eenmaal schaal en marktkracht nodig. Dus als we enkele grote spelers binnen een sector zover krijgen dat ze het raamwerk van B Corp-standaarden gaan toepassen in hun organisatie, ontstaat er beweging. Daar profiteren ook kleinere bedrijven weer van.'Hoe houd je het certificaat ook toegankelijk voor kleinere bedrijven?'Onze tarieven worden berekend op basis van de omzet van een bedrijf. Maar ik kan me wel voorstellen dat de procedure voor heel kleine startups een te grote tijdsinvestering is. Ja, je bent als ondernemer vrij om mee te doen, graag zelfs, maar je kunt je afvragen in welke fase van je bedrijf je wilt instappen.Dat betekent niet dat je ons framework niet kunt gebruiken als handvatten. Onze standaarden en rekentool zijn openbaar, dus je kunt er op elk moment mee beginnen. Je hoeft geen B Corp te zijn om op een zinvolle manier te ondernemen.'Met wie zou je graag nog willen samenwerken?'Als ik heel opportunistisch antwoord, zou ik graag zien dat B Corps in de maatschappelijke raad van het nieuwe kabinet komen. Ik vind sowieso dat er veel meer contact moet komen tussen beleidsmakers en het bedrijfsleven. En dan bedoel ik de vooruitstrevende groene bedrijven, die niet altijd genoeg geld hebben om lobbyisten in te huren.Zelf wil ik graag onze samenwerking met andere organisaties verdiepen. Bijvoorbeeld met het WNF, die ons heel veel aanvullende kennis kan bieden over biodiversiteit. En we zijn in contact met de SER en UN Global Compact om samen te werken op het gebied van diversiteit & inclusie. Op die doelstellingen gaan we achteruit, en dat vind ik anno 2025 echt niet kunnen.' Lees ook:Changemaker Thami Schweichler (United Repair Centre): ‘Mensen zijn vaak trots op een zichtbare reparatie’ Changemaker Andrea van Dijk (Invest-NL): ‘Het gaat erom dat je kijkt hoe iets wel kan’ Changemaker Marike Bonhof (Ymere): ‘Klimaatrisico’s zijn bij ons opgenomen als strategische risico’s’