Partner van Change Inc. 19 december 2024, 13:00

Van Wijhe ontwikkelt hoog biobased buitenverf met afbreekbaar oplosmiddel die nog niet bestaat in de wereld

Het is verfproducent Koninklijke Van Wijhe Verf uit Zwolle gelukt een buitenverf te ontwikkelen met een uitzonderlijk hoog biobased aandeel, waarvan 85 procent van het fossiele oplosmiddel is vervangen door een volledig biologisch afbreekbaar alternatief: Biomotion70. Een baanbrekende uitvinding die nog niet bestaat in de verfmarkt.

Van Wijhe Biomotion70 Biomotion70 heeft 85 procent minder fossiel oplosmiddel. | Credits: Koninklijke Van Wijhe Verf

Deze zogeheten concept paint is een alkydverf. Dat is een verf die goed hecht en lang meegaat en die meestal een fossiel oplosmiddel zoals terpentine bevat. De verf wordt vooral gebruikt op metaal, hout en kunststof. De Biomotion70 bestaat voor 70 procent uit hernieuwbaar materiaal – vandaar de naam – en komt qua prestaties zeer dicht in de buurt van een vergelijkbare hoogglanslak van Van Wijhe, waarin nog wel fossiele oplosmiddelen zitten.

Elk jaar nieuwe verf

“Ons streven is elk jaar een nieuwe concept paint te presenteren. We willen de markt in beweging zetten en laten wennen aan meer duurzame verven”, vertelt Marlies van Wijhe, CEO van Koninklijke Van Wijhe Verf, enthousiast. “Met Biomotion70 bereiken we 85 procent reductie in fossiel oplosmiddel. Daar is nog maar 4 procent van over. Dat is een grote stap richting een fossielvrije verfwereld.”

‘Green Deal’-waardige grondstoffen

In de laboratoria van Van Wijhe wordt ‘de groene kant op ontwikkeld’, stelt manager R&D Ron Hulst. “Wij zijn voortdurend op zoek naar ‘Green Deal’-waardige grondstoffen. Dat zijn grondstoffen die biobased of biogeen en biodegradeerbaar zijn, circulair en minder milieubelastend”, zegt hij. “Het is juist deze transitie die heel veel inspanning en tijd kost. In de chemie is de ‘oude’ kennis immers gebaseerd op fossiele grondstoffen met olie als basis. Innovatie in onze branche is van een hoge technische complexiteit. Het is jarenlang zoeken en werken aan alternatieve grondstoffen. Daar zit voor ons de uitdaging. En daarnaast in de ketensamenwerking: samen bereiken we meer.”

Biobased molecuul Relement

Het geheim van Biomotion70 zit in een biobased ingrediënt genaamd bio MPA, dat door grondstofproducent Relement – een spin-off van TNO- is ontwikkeld. Het is Van Wijhe, samen met bindmiddelproducent Worlée, gelukt dit element in te bouwen in zijn receptuur en dit verder te combineren met een ‘groen’ oplosmiddel. In de klassieke verf zit bijna 30 procent oplosmiddel, dat volledig petrochemisch is. In de Biomotion70 is dit nog maar 4 procent. Dit is gerealiseerd door het toepassen van een speciaal ontwikkeld bindmiddel in combinatie met een 100 procent biobased oplosmiddel, dat ook nog eens 100 procent biologisch afbreekbaar is in water en kooldioxide.

Biomotion70 vergeleken met andere verven | Credit: Koninklijke Van Wijhe Verf

Verf op waterbasis heeft keerzijde

Alkydverf bestaat al honderd jaar. De laatste decennia is door de industrie veel gedaan om het aandeel schadelijke stoffen terug te brengen. Waarom nu nog een concept paint op alkydbasis op de markt brengen? “De hele wereld lijkt over te gaan op water. Maar water heeft ook zijn keerzijde”, zegt Van Wijhe. “De beschikbaarheid van schoon water is niet onbeperkt. We weten nog weinig over de conservering van watergedragen producten op lange termijn. Ik heb altijd gezegd dat ik niet op één paard wil wedden. De synthetische markt blijft belangrijk. Met Biomotion70 wil ik reuring brengen op deze markt.”

Wat is een concept paint?

Wat is precies een concept paint? Marlies van Wijhe legt het uit: “Het begon als vrijdagmiddag-experiment. Ik vroeg aan Ron Hulst, manager R&D, of het idee van concept paint
hem aansprak. Vergelijk het met concept cars in de auto-industrie. We gebruiken het concept om eerst intern te laten zien waartoe we in staat zijn. Om te laten zien dat we onderweg zijn. Om leveranciers van grondstoffen te interesseren en elkaar te versterken. Om iets in beweging te zetten. Om diezelfde reden komen we nu in deze conceptvorm met onze nieuwe verf naar buiten. Vorig jaar was dat de Flower Power muurverf, dit jaar is dat de Biomotion70. We nodigen mensen of partijen die met innovatie bezig zijn, of op welke wijze dan ook willen bijdragen, uit om aan te haken. Samen komen we verder. Wij zijn enthousiast over een duurzame en klimaatneutrale toekomst. Daarom delen we graag wat we doen in het laboratorium om dat waar te maken. Zoals onze baanbrekende ontwikkelingen met concept paint.”

Uitgebreid getest

Van Wijhe heeft gezocht naar de juiste balans tussen het gebruik van zo veel mogelijk hernieuwbare grondstoffen enerzijds en behoud van een extreem goede buitenduurzaamheid anderzijds. “Biomotion70 bevat circa 70 procent aan hernieuwbaar materiaal”, zegt Eric Deen, laboratorium manager. “We hebben de verf uitgebreid getest. De droging, verwerkbaarheid, vloei en overige eigenschappen liggen in lijn met de huidige oplosmiddelgedragen systemen. De verf biedt de door schilders zo gewenste ‘bolle glans’. Met snelveroudering hebben we de buitenduurzaamheid getest. Deze is beter dan de bekende marktreferenties en benadert de kwaliteit van onze LBH SDT Ultra Hoogglanslak.”

Biomotion70 beschermt volgens hem tot wel 10 jaar, vergelijkbaar met de marktreferenties en slechts een fractie minder dan de toplijn van het bedrijf, maar is veel minder milieubelastend. “Ik vind dat acceptabel. Vindt de markt dat ook? Is dit iets waar de markt aan moet en gaat wennen?”, vraagt Van Wijhe zich af.

Doorontwikkelen naar Biomotion80

Het bedrijf gaat de verf binnenkort in de praktijk toepassen. “We willen leren van de schilderservaringen. De verf is nog niet uitontwikkeld. Verder onderzoek is nodig. Er wordt hier intern flink gebrainstormd over het vervolg, ook met onze samenwerkingspartners Relement en Worlée. Op afzienbare termijn zien we kansen deze verf door te ontwikkelen naar een Biomotion80, dus samengesteld met 80 procent hernieuwbaar materiaal”, zegt Van Wijhe.

Verf van de toekomst

Ron Hulst: “We blijven werken aan de verf of verven van de toekomst. We anticiperen op veranderende wet- en regelgeving, hebben de Green Deal 2030 in beeld en richten ons ook op andere producten, bijvoorbeeld voor de export. In Groningen zoeken we vooral de verbinding en de raakvlakken met kennisinstituten. Vanuit Zwolle zoeken we dat vooral met leveranciers en partners in de keten. Deze partijen zijn inmiddels ook in beweging, dat is belangrijk. Het is mooi dat we als Koninklijke Van Wijhe Verf koploper en kartrekker hierin zijn, maar verduurzamen doe je uiteindelijk samen.”

Groener bindmiddel

Het is de R&D afdeling van grondstoffenleverancier Worlée gelukt om een fossiele zuurcomponent in alkydhars te vervangen door een, door Relement gebouwde, groene component. “Zoals Van Wijhe koploper is, zijn wij frontrunner in de ontwikkeling van groener bindmiddel”, zegt Wil van Meer, adviseur duurzaamheid van Worlée. “De daarmee samengestelde verf is niet alleen duidelijk groener, maar levert ook nog een beter product.”

Chemie-startup Relement leverde met bio MPA het benodigde component voor dat groenere bindmiddel. “Bio MPA is een uniek alternatief dat een verf met een drastisch lager gehalte aan oplosmiddel mogelijk maakt, waardoor de milieubelasting nog lager wordt”, zegt Monique Wekking, CCO en co-founder van Relement.

Lees ook:

Dit artikel is gemaakt door onze partner Koninklijke Van Wijhe Verf en geredigeerd door de redactie van Change Inc. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.

‘Steeds meer bedrijven zien noodzaak van natuurpositiviteit, maar we staan pas aan het begin’

Natuurpositiviteit is een wereldwijd maatschappelijk doel dat verlies van natuur en biodiversiteit een halt wil toeroepen. Simpel gezegd betekent het dat er in 2030 meer natuur in de wereld moet zijn dan in 2020 en dat er daarna verder herstel moet plaatsvinden. “Voor veel bedrijven is natuurpositiviteit nieuw. De problemen rond natuur en biodiversiteit zijn nog niet zo lang actueel als die rond klimaatverandering. Daarom zitten we in een vroege fase. Sommige bedrijven zijn er vorig jaar mee gestart en sommige dit jaar, maar het heeft tijd nodig”, zegt Julia Yap, consultant op het gebied van natuurpositiviteit bij ERM. Driekwart bedrijven afhankelijk van natuur Eerst maar eens de harde cijfers. De Centrale Europese Bank becijferde vorig jaar dat 72 procent van de bedrijven in de EU, zo’n 3 miljoen, in het bedrijfsmodel afhankelijk is van in elk geval één natuurdienst. Bijvoorbeeld bestuiving, vruchtbare grond, hout of schoon water. Het gaat om sectoren als visserij en landbouw, maar ook over de bouwsector of bedrijven die grondwater nodig hebben. Het World Economic Forum (WEF) becijferde dat ongeveer de helft van het bruto nationaal product (bnp) van alle landen in de wereld afhangt van deze zogeheten ecosysteemdiensten. In totaal zo’n 44 triljoen dollar. Dat bnp kan tot 2030 met jaarlijks 2,7 triljoen dalen door het verlies van natuur en biodiversiteit. In Nederland schat het CBS de waarde van de natuurdiensten op minstens 869 miljard euro. Onbekend Weten bedrijven dat ze zo afhankelijk zijn van de natuur? “Nee, nog niet”, stelt Yap. “Laatst had ik nog een klant van een financiële instelling aan de lijn die me vroeg: waarom moeten we eigenlijk natuurpositief zijn? Waarom zouden we aandacht moeten besteden aan natuurafhankelijkheden? Dat laat zien dat veel bedrijven, waaronder ook financiële instellingen, het lastig vinden om de omvang te begrijpen waarin hun bedrijfsvoering afhankelijk is van natuurdiensten. Er is nog een groot gat in het bewustzijn hierover.” Risico’s Dat het slecht gaat met die natuur en biodiversiteit toont het meest recente internationale Living Planet Rapport van het Wereldnatuurfonds (WWF). Sinds 1970 is de populatie van vissen, vogels, zoogdieren, amfibieën en reptielen gemiddeld met 73 procent afgenomen. Volgens onderzoek van de VN wordt wereldwijd een kwart van alle planten en dieren bedreigd en sterven ze tien tot honderd keer sneller uit dan in de afgelopen 10 miljoen jaar. De Nederlandsche Bank waarschuwde eerder dat de Nederlandse financiële sector door het verlies aan biodiversiteit wereldwijd een risico loopt van 510 miljard euro. Wageningen Universiteit en Research (WUR) heeft gekeken wat de economische schade is voor de Nederlandse en Duitse landbouwsector als bijvoorbeeld de bestuiving door insecten weg zou vallen. Dat kwam uit op een jaarlijks verlies van 3,2 miljard euro. Nu al ziet Yap dat door het verlies aan vruchtbare bodems en ontbossing sectoren als de landbouw, de farmaceutische industrie en toerisme grote risico’s lopen.Kijk hier naar de resultaten uit het Living Planet Rapport van het Wereldnatuurfonds (WWF):https://www.youtube.com/watch?v=F-k71halyqI Investeren in natuur loont Tijd dus voor bedrijven en overheden om meer te gaan investeren in natuurherstel en -behoud. Volgens de Europese Commissie betaalt elke geïnvesteerde euro in natuur zich naar schatting 8 tot 38 keer uit. Nieuwe EU-wetten zoals de CSRD, de ontbossingswet en de CBAM dwingen bedrijven hun impact op klimaat, natuur en mens inzichtelijk te maken en te verminderen. Niet alleen voor zichzelf, maar voor de hele keten van klanten en toeleveranciers. Ook als bedrijven van buiten de EU komen, maar in Europa zaken doen. “Deze regels zullen het tempo waarin bedrijven dit onderwerp oppikken versnellen”, denkt Yap. “Niet alleen in de EU. Ook bedrijven in de VS en Azië pikken dit op, ook al hoeven ze niet aan die regels te voldoen. Uit concurrentieoverwegingen, vanwege hun investeerders of vanwege hun reputatie voelen zij zich ook verplicht te rapporteren over natuur en biodiversiteit.” Gewoon doen Maar hoe doe je dat als bedrijf? Hoe maak je biodiversiteit of de waarde van de natuur materieel inzichtelijk in je bedrijfsstrategie en dagelijkse bedrijfsvoering? “Het eerste deel van het antwoord is gewoon doen: je moet eerst duidelijk inzicht hebben in je data, allereerst in de eigen bedrijfsvoering. Daarna moet je een bedrijfsstrategie hebben die aansluit op de reis naar natuurpositiviteit. Zo maak je het transparant”, zegt Yap. “Als je die eenmaal hebt, is de volgende stap om te laten zien wat je hebt gedaan en actie te ondernemen. Het is een cyclisch proces waarin je steeds de kennis over je eigen bedrijfsvoering en je stakeholders vergroot.” Gebrek aan data Om de impact van je bedrijf op natuur en biodiversiteit inzichtelijk te maken, zijn data, analyse van die data en wetenschappelijk bewezen meetmethoden nodig. “Alleen als dat duidelijk is, kan een bedrijf zeggen dat het zijn huis op orde heeft en kun je het gesprek aangaan. Je moet de data verzamelen, analyseren en de resultaten gebruiken in je dagelijkse operatie om te weten hoe je je grootste risico’s kunt verminderen”, zegt Yap. “Maar de complexiteit van natuur, als je het bijvoorbeeld vergelijkt met klimaatverandering, ligt vooral in het verzamelen van specifieke en locatie-gerichte data. Daar is momenteel een groot gebrek aan.” Tools voor bedrijven Tot nu doen bedrijven veel op vrijwillige basis. Er zijn veel tools voorhanden die hen hierbij helpen. Wat het Science Based Targets Initiative (SBTi) doet om bedrijven te helpen hun klimaatimpact terug te dringen, doet het Science Based Targets Network voor natuurverlies. De Taskforce on Nature-related Financial Disclosures (TNFD) heeft tools ontwikkeld waarmee bedrijven hun afhankelijkheid van de natuur, hun impact op biodiversiteit en de risico’s die daarmee samenhangen in kaart kunnen brengen. Iets soortgelijks doet ook de Global Reporting Initiative (GRI), dat al 25 jaar bestaat. Een andere tool voor bedrijven is Encore. Al meer dan 4.000 bedrijven en financiële instellingen berekenen daarmee hoe groot hun impact is en hoe afhankelijk ze zijn van de natuur.“Maar het is geen traject dat je als bedrijf alleen kunt uitvoeren. Een bedrijf alleen kan nooit natuur-positief zijn. Je moet al je stakeholders, leveranciers en klanten erbij betrekken. Het is een maatschappelijk doel. Iedereen moet samenwerken zodat de samenleving natuur-positief wordt”, zegt Yap.Klimaatverandering en natuurverlies samen aanpakken Voor klimaat hebben landen zich gecommitteerd aan het Parijs-akkoord om de opwarming van de aarde onder de 1,5 graad te houden. Het equivalent daarvan voor natuur en biodiversiteit werd in 2022 tijdens een top in Montreal vastgelegd in het Kunming-Montreal Global Biodiversity Framework. Daarin beloven landen het verlies aan biodiversiteit tegen 2030 te stoppen en terug te draaien. Waar iedereen het over eens is, is dat verlies van natuur en klimaatverandering elkaar versterken en fundamentele risico’s vormen voor bedrijven en sectoren over de hele wereld. Het zijn twee kanten van dezelfde medaille, die samen moeten worden aangepakt.Routekaart De World Business Council for Sustainable Development (WBCSD) heeft een routekaart ontwikkeld die bedrijven naar natuurpositiviteit kan wijzen. De raad publiceerde eerder dit jaar een blauwdruk om daar een businesscase voor te maken. Yap ziet positieve voorbeelden daarvan in de textielindustrie, die samen met lokale gemeenschappen en leveranciers werkt aan natuurpositieve mode. Bijvoorbeeld door het invoeren van meer duurzame teelt van katoen en andere grondstoffen, met minder bestrijdingsmiddelen. “Dat heeft direct positieve invloed op de natuur en de gezondheid van de boeren”, zegt Yap. Veldonderzoek voor ERM-medewerkers. Kleine stapjes Yap werkt onder meer voor bedrijven in de hernieuwbare energiesector. Ze bezoekt de bedrijven en fabrieken persoonlijk om data te verzamelen. Met deze data, tools en ‘glocalisatie-data’ (het aanpassen van de globalisering aan de lokale en persoonlijke behoeften en gewoonten) bepaalt ze vervolgens hoe een bedrijf impact heeft op de omgeving en hoe het daarvan afhankelijk is. Dan blijkt dat ze bijvoorbeeld veel land of water verbruiken. Als bedrijven dat weten, kunnen ze hun impact verminderen. Bijvoorbeeld door minder land of water te gebruiken, ander vervoer te gebruiken en hun impact op lokale gemeenschappen te verminderen. “Dat is heel complex en het gaat met kleine stapjes.”, zegt ze. “Bezitters van zonneparken kunnen bijvoorbeeld schapen laten grazen op hun land om de biodiversiteit te bevorderen. Dat gebeurt in Nederland al vaak.” Sneller dan bij klimaat Yap is positief over het tempo waarin bedrijven aan de slag gaan met natuurpositiviteit. “Daar word ik gelukkig van. Het wordt veel sneller opgepikt dan voorheen het klimaatprobleem. Toch staan we pas aan het begin van de hele discussie. Er is veel momentum nu en ik hoop dat dit niet verloren gaat. Ook moeten we nog veel bedrijven overtuigen van de noodzaak.” Lees ook:Hoe je de natuur kunt redden door er een prijskaartje aan te hangen ‘Miljardeninvestering in meer natuur levert 8 tot 38 keer zoveel op’ ‘Financiële sector heeft grote impact op klimaatbeleid’ De Natuurherstelwet komt er dankzij Oostenrijk tochDit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner ERM. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.