Redacteur Maaike
Maaike Kooijman
15 januari 2026, 07:47

Nieuwsupdate: Follow This betwist verdienmodel Shell en BP en Rotterdamse haven sluit deals voor CO2-reductie

De activistische aandeelhoudersclub Follow This heeft resoluties ingediend voor de jaarlijkse algemene vergaderingen van Shell en BP. Verder in het nieuws: Rotterdamse haven sluit deals voor CO2-reductie en Nederlands bedrijf komt met bioafbreekbaar plastic rietje.

Follow This-oprichter Mark van Baal spreekt mensen toe bij Shell Follow This-oprichter Mark van Baal spreekt mensen toe bij Shell. | Credits: Anke Teunissen

Follow This richt zich op onhoudbare verdienmodellen bij Shell en BP

De activistische aandeelhoudersclub Follow This heeft resoluties ingediend voor de jaarlijkse algemene vergaderingen van Shell en BP. De resoluties vragen openbaarheid over het creëren van aandeelhouderswaarde in een toekomst met minder olie en gas. ‘Met de snelle opkomst van duurzame energie en een dalende vraag naar fossiel dreigt hun lucratieve businessmodel te verkruimelen’, zegt Follow This-oprichter Mark van Baal tegen de Volkskrant.

Dat is een verandering ten opzichte van de eerdere strategie van Follow This. De organisatie richtte zich voorheen sterker op ambitieuzere emissiereductiedoelstellingen bij grote olie- en gasbedrijven. Van Baal: ‘De nieuwe aanpak sluit aan bij de kernverantwoordelijkheid van beleggers: het beoordelen van waarde en risico.’ De resolutie voor Shell wordt nu voor het eerst niet alleen gesteund door andere institutionele beleggers, maar ook door huidige en voormalige medewerkers van Shell.

Lees ook: ‘Veel werknemers maken zich zorgen om klimaatverandering, maar willen niet als activist worden gezien’

Experts verwachten ‘turbulente tijd’ door geopolitiek en klimaatverandering

Experts maken zich zorgen over de toenemende instabiliteit in de wereld. Vooral geopolitieke confrontaties, klimaatverandering en de maatschappelijke gevolgen van AI worden door velen als dreiging gezien. Dat blijkt uit het Global Risk Report 2026: een analyse van mondiale risico’s door het World Economic Forum. In totaal 1300 experts, beleidsmakers en bedrijfsleiders werkten eraan mee, waaronder hoogleraar Henk Volberda van het Amsterdam Centre for Business Innovation.

Opvallend is dat milieu- en klimaatrisico’s met name op de langere termijn (2036) als ernstig worden beschouwd. Vooral voor extreme weersomstandigheden wordt gevreesd. Op de korte termijn worden geo-economische confrontaties als het grootste risico gezien.

Lees ook: Hoogleraar innovatie Henk Volberda: ‘Duurzaamheid moet geen rituele regendans worden’

Rotterdamse haven sluit deals met acht partijen voor CO2-reductie

Havenbedrijf Rotterdam heeft een aanbestedingstraject (‘carbonbid’) afgerond dat de uitstoot van broeikasgassen in het havengebied moet verkleinen. Het gaat nu met acht projecten in zee, die de uitstoot in het havengebied samen met 575.000 ton CO2-equivalent verminderen. De projecten ontvangen daarvoor samen 3,5 miljoen euro over een periode van vier jaar, meldt het havenbedrijf in een persbericht.

Winnaars van het traject zijn de partijen die de grootste reductie realiseren tegen de laatste kosten. Daaronder vallen onder meer Xirqulate, een bedrijf dat vervuild havenslib gaat verwerken tot grondstof, en ECT, dat dieselvoertuigen die lading van en naar schepen verplaatsen vervangt door elektrische.

Lees ook: Hoe data en AI de energietransitie versnellen: lessen uit de Rotterdamse haven

Organisaties die bomen planten voor klimaat in moeilijkheden

Vliegschaamte? Betaal een organisatie om wat bomen voor je te planten, en je hebt je schulden afgekocht. Althans, dat was lang de instelling van velen. Maar inmiddels hebben organisaties die bomen planten het juist zwaar, schrijft Trouw. Onder meer de internationale Land Life Company komt steeds moeilijker aan klanten. ‘De markt voor CO2-compensatie ligt op zijn gat’, concludeert bestuurslid Arnout Asjes.

Vooral bedrijven betalen steeds minder vaak voor het aanplanten van bomen elders. Dat komt onder meer door de kritiek op CO2-compensatie, zeggen de organisaties. Ook zijn bedrijf minder bezig zich groen te profileren. Dat het kopen van carbon credits nu nog vrijwillig is, helpt niet mee. Trouw schreef ook een vervolgverhaal: Hoe compenseer je je klimaatimpact als bomen planten niet werkt?

Lees ook: Slaan we door met bomen planten voor het klimaat?

Nederlands bedrijf komt met bioafbreekbaar plastic rietje

Het Nederlandse bedrijf Earth Saver Straws introduceert een plastic rietje dat is gemaakt van volledig afbreekbaar bioplastic op basis van plantaardige materialen. In de natuur breekt het rietje binnen anderhalf tot twee jaar vanzelf af, in composteerinstallaties binnen zeven maanden. Het materiaal is ook volledig recyclebaar.

Het bedrijf stelt in een persbericht dat het rietje kan bijdrage aan het terugdringen van plastic vervuiling en zwerfafval. Earth Saver Straws mikt wat betreft de afname van de rietjes op bedrijven in de horeca, catering, gezondheidszorg en eventorganisaties die hechten aan duurzame alternatieven voor wegwerpplastic.

Lees ook: Nederlandse start-up maakt van onbruikbaar oud papier en karton grondstof voor bioplastics

Ook in de media:

  • Nederlandse Caribische eilanden brengen klimaateffecten in kaart (Climate Adaptation Services)
  • Als Trump de Groenlandse grondstoffen wil, is succes bepaald niet gegarandeerd (Nu.nl)
  • Verschillen in de broeikasgasvoetafdruk van Nederlandse huishoudens (CBS)
  • Britse monsterdeal op Noordzee: bedrijven gaan voor € 27,5 miljard aan windparken bouwen (De Telegraaf)
  • Papieren folder leek op retour door ’schone’ digitale reclame, maar vervuiling door stroomvretende datacenters tikt fors aan (De Telegraaf)
  • Vier warmteleveranciers boekten te hoge winsten in 2024, ACM doet onderzoek (RTL Nieuws)
  • World Economic Forum in Davos telt 1 privéjet per 4 deelnemers (Greenpeace)
  • Vleesvervangers raken uit de gratie, hybrides rukken op (FD)

Energie-expert Peter Molengraaf over elektrificatie en netcongestie: 'Stroomnet is fysiek niet vol, alleen op papier'

‘Nederland is één van de weinige Europese landen waar voor elk huis en elk gebouw gasleidingen zijn aangelegd, terwijl we relatief weinig elektriciteitskabels hebben. Vijftien jaar geleden was al te voorzien: als je op grotere schaal elektrificeert, ga je netcongestie krijgen.’Verbazing over de actuele problemen met het Nederlandse stroomnet zul je niet snel bespeuren bij Peter Molengraaf. Er zijn maar weinig energie-experts in Nederland die scherper zicht hebben op de sterke en zwakke punten van ons energiesysteem dan de voormalige ceo van netbeheerder Alliander (2009-2017) en divisiedirecteur bij energiebedrijf Nuon (2005-2008), het huidige Vattenfall Nederland.Sinds vier jaar is Molengraaf boegbeeld van de topsector Energie, waarvoor hij jaarlijks advies uitbrengt aan het kabinet. Daarnaast is hij onder meer investeerder in groene energiebedrijven en voorzitter van brancheorganisatie Holland Solar. Alle reden voor Change Inc. om bij de energieveteraan te polsen hoe hij aankijkt tegen de uitdagingen rond netcongestie. Netcongestie: dringen om capaciteit op het elektriciteitsnet In 2025 groeiden wachtlijsten voor nieuwe of grotere netaansluitingen tot meer dan 14.000 aanvragen van bedrijven. Vanwege piekmomenten bij de vraag naar en het aanbod van stroom die sterker uiteenlopen, is het minder makkelijk om te garanderen dat het elektriciteitsnet altijd in balans blijft. Netbeheerders beperken daarom de toegang tot het net voor nieuwe aanvragers.Onderliggend speelt hierbij aan de ene kant de structurele stijging van de stroomvraag door de opmars van onder meer warmtepompen en elektrische auto’s. Daartegenover staat een groter aandeel van wind- en zonne-energie in de elektriciteitsmix, wat zorgt voor meer schommelingen in het aanbod.‘Vergeleken met andere landen, die de afgelopen honderd jaar veel zwaardere elektriciteitsnetten hebben aangelegd, start Nederland vanuit een achterstandspositie bij het elektrificeren van de maatschappij’, benadrukt Molengraaf. ‘De volumeontwikkelingen gaan sneller dan het tempo waarmee je extra kabels kunt leggen voor verzwaring en uitbreiding van het net. Dat kwam meer dan tien jaar geleden al naar voren in modelsimulaties en is daarna ook gebleken in de praktijk.’[caption id="attachment_172149" align="alignright" width="300"] Energiespecialist Peter Molengraaf is onder meer boegbeeld voor de topsector Energie. Foto Credit: Peter Molengraaf.[/caption]Waarom is er niet eerder extra geïnvesteerd in het elektriciteitsnet?‘Netbeheerders hebben jarenlang moeten opereren in een concurrentiemodel waarbij het er vooral om ging wie tegen de laagste kosten een adequate dienstverlening kon waarborgen. Alles was gericht op optimalisatie.Als je dan extra wilde investeren met een langere tijdshorizon voor ogen, werd dat volgens toenmalige benchmarks gekwalificeerd als inefficiënt. Daar zat niet echt een vooruitblikkend element in. De meningen waren verdeeld tussen voorstanders van investeringen in extra capaciteit en degenen die aandrongen op zo laag mogelijke kosten voor de maatschappij op kortere termijn. Daar moesten netbeheerders een middenweg in zien te vinden.’De afgelopen drie jaar is het opeens heel hard gegaan met de wachtlijsten voor netaansluitingen. In 2022 hadden regionale netbeheerders minder dan 700 aanvragen van bedrijven, in 2025 waren dat er meer dan 14.000. Waar komt die snelle stijging vandaan?‘Als er eenmaal een wachtrij is, geeft dat een signaal aan bedrijven dat een netaansluiting een schaars goed is geworden. Iedereen die een plan heeft waar een grotere of nieuwe netaansluiting voor nodig is, gaat zich dan melden. Vanuit bedrijven bekeken is dat gewoon een vorm van risicomanagement.Er zijn ook ontwikkelaars die redeneren: als ik een aansluiting wil voor een nieuw batterijpark en mijn slaagkans is tien procent, maar ik heb verschillende bv’s om een aanvraag in te dienen, hoe vergroot ik dan mijn kansen? Dat kun je vrij simpel uitrekenen.Daarmee is niet gezegd dat er geen reële problemen zijn voor bedrijven die al investeringen hebben gedaan en nu opeens geen capaciteit voor een grotere netaansluiting kunnen krijgen. Maar voor een deel gaat het om toekomstige vraag en daar kan enig opportunisme bij zitten.’Een deel van de oplossing wordt gezocht in energiehubs, waarin bedrijven samenwerken door hun elektriciteitsgebruik onderling af te stemmen en lokaal opgewekte energie direct te verbruiken. ‘De uitdaging met energiehubs is niet technisch van aard. Er zijn bijvoorbeeld geen technische obstakels om het gecontracteerde vermogen van een groep bedrijven te bundelen in een collectief contract met de netbeheerder. Dit gaat echt over organisatorische vernieuwing.Ondernemers die vaak min of meer toevallig op één bedrijfsterrein zitten, moeten onderling tot overeenstemming komen. Bij groepscontracten met de netbeheerder krijg je dan discussies over het inleveren van individuele transportcapaciteit door ondernemers. Het is behoorlijk ingewikkeld om dat in een vorm te gieten die past voor zowel ondernemers als de netbeheerder. Dat is een kwestie van zoeken naar nieuwe manieren van samenwerken en zoiets kost tijd.’Op individueel niveau wordt er voor bedrijven ook gekeken naar flexibele contracten voor netaansluitingen, met bijvoorbeeld gebruiksrestricties op piekmomenten. Toezichthouder ACM uitte enkele maanden geleden kritiek op het trage tempo waarin netbeheerders dit soort contracten uitrollen. Is dat terecht?‘Het hangt ervan af waar je voorrang aan wilt geven. Als de toezichthouder vindt dat het sneller moet met flexcontracten, dan kan dat gevolgen hebben voor andere taken rond netuitbreiding. Voor netbeheerders gaat het om nieuwe contractvormen, waarvoor ze organisatorische capaciteit en kennis moeten opbouwen. In de praktijk levert dat ook wachtlijsten op, want gegeven de middelen en budgetten die ze hebben, moeten netbeheerders keuzes maken en prioriteren.'In de formatie hebben D66 en CDA voorgesteld om een crisiswet voor netcongestie in te voeren om vergunningsprocedures en uitvoeringtrajecten voor netuitbreiding te versnellen. Wat zijn hier de grootste knelpunten?‘Er is veel onderzoek gedaan naar de vraag waarom het zolang duurt om vergunningen rond te krijgen. De knelpunten blijken vooral te zitten bij de beschikbaarheid van gekwalificeerde mensen om aanvragen te behandelen. Kennis is schaars en de doorlooptijd van verschillende stappen duurt lang. Expertteams die gemeenten en provincies helpen om veel voorkomende vragen en antwoorden af te handelen, kunnen dan nuttig zijn.Tegelijk blijft ruimte schaars in Nederland en moeten er lastige keuzes worden gemaakt. Wat daarbij vooral helpt is een langetermijnaanpak. Als je vroegtijdig schetsen maakt van toekomstige tracés, kan dat worden ingebed in plannen voor ruimtelijke ordening en gebiedsontwikkeling. Je moet dus eigenlijk nu duidelijk maken hoe zoiets er in 2040 uitziet. Er is te weinig van dit soort planning geweest de afgelopen jaren, maar dat begint weer te komen.Nederland heeft op zich wel een lange traditie op dit vlak. Er bestaat bjvoorbeeld een kaartje uit 1915 van het beoogde Rijkswegennet, toen auto’s nieuw waren en we nog helemaal niet wisten hoe dat zich zou ontwikkelen. Heel veel wegen zijn uiteindelijk op de plekken gekomen die in dat kaartje waren ingetekend. Het werkte als een self-fulfilling-prophecy.’Op korte termijn wordt ook gekeken naar slimme, datagedreven oplossingen om de bestaande capaciteit van het stroomnet efficiënter te gebruiken. Welke potentie ligt er op dat gebied?‘Daar liggen zeker mogelijkheden, maar je moet dat wel in proportie zien. Om het eenvoudig te maken: stel, je gaat uit van de huidige netwerkcapaciteit, waarvan de theoretische bezetting 100 procent is. Gemiddeld wordt het net voor 40 tot 50 procent gebruikt.Door slim te sturen en te optimaliseren kun je richting de 100 procent bezetting, maar tegelijk weten we dat de structurele groei van het elektriciteitsgebruik ervoor zorgt dat de capaciteit naar 200 of 300 procent moet. Daarvoor schieten efficiëntieslagen tekort. Het is goed om zoveel mogelijk uit de bestaande netcapaciteit te halen, maar je zult ook moeten uitbreiden en dat is een langtermijnopgave.’In sommige Europese landen is het al langer gebruikelijk dat er bij een dreigende piekbelasting van het stroomnet wordt ingegrepen vanuit netbeheerders en elektriciteitsbedrijven door de capaciteit van afnemers tijdelijk te limiteren. Moet Nederland daar ook mee aan de slag?‘Echt geëlektrificeerde landen zoals Frankrijk en Finland, die voor de warmtevraag in de winter geen gasinfrastructuur hebben zoals we in Nederland kennen, werken met sturingsmechanismen voor de piekvraag.Als er in Nederland steeds meer warmtepompen komen ter vervanging van cv-ketels, krijg je in de winter een heel sterke gelijktijdigheid van de stroomvraag gedurende bepaalde momenten van de dag. Er zijn geen mechanismen ingebouwd om dat te reguleren. Daar moet inderdaad naar gekeken worden.'Voormalig coördinator netcongestie Ben Voorhorst stelde onlangs samen met Leendert Florusse voor om onder meer de tariefdifferentiatie voor kleinverbruikers sterker te baseren op de grootte van de aansluiting.‘Dat ging niet zozeer om de fysieke grootte van de aansluiting, maar om de piek die je mag trekken. Het idee is dat je bijvoorbeeld met een aansluiting van 3 x 25 ampère minder betaalt als je een beperking van de capaciteit tot 5,5 kilowatt accepteert in de namiddag en vroege avond. Wil je altijd beschikking hebben over de volledige capaciteit van de aansluiting, dan betaal je meer.Dat is anders dan een prijsdifferentiatie op basis van tijdsblokken, want dan heb je nog steeds de keuze om het net op piekmomenten tegen een hogere prijs te gebruiken, waardoor de netbeheerder minder grip heeft op het piekverbruik.Het bredere punt is dat we als maatschappij een nieuwe balans moeten zien te vinden bij het gebruik van elektriciteit, waarbij je een onderscheid kunt maken tussen ongebruikte capaciteit, reservecapaciteit en nieuwe capaciteit. Voor het eerste is efficiëntere benutting van de aanwezige capaciteit van belang, voor het laatste uitbreiding. Daarnaast moeten we misschien bereid zijn om wat minder reserves aan te houden.’Betekent dat ook meer risico accepteren wat betreft de stabiliteit van de stroomvoorziening?‘Op sommige plekken zit er heel veel voorzichtigheid in het systeem. Aan de ene kant is dat een groot goed, want er is heel weinig stroomuitval en storingen duren meestal kort. We zijn in Nederland onbezorgd geraakt over de permanente beschikbaarheid van elektriciteit. Dat beschouwen we als een gegeven.Netbeheerders zijn gewend om uitgegeven capaciteit die deels als reserve dient, mee te nemen in hun berekeningen. Op papier zit het net daardoor vol, maar er is geen fysiek probleem.Als je iets meer risico neemt door wat reservecapaciteit in te leveren, wil dat niet zeggen dat er meteen een grotere kans is dat de stroom morgen uitvalt. Het kan wel betekenen dat bijvoorbeeld de levensduur van kabels korter wordt, omdat er wat vaker overbelasting is. Dan gaat een kabel niet 55 jaar, maar een paar jaar minder mee.De vraag is hoe zwaar je daaraan wilt tillen, gegeven de uitdagingen rond elektrificatie. Zo'n kortere levensduur heeft een economische prijs, maar zou ook meteen ruimte scheppen om iets te doen met congestieverlichting.’ Lees ook:Netcongestie aanpakken: hoe Limburgse ondernemers samen een complete energiehub bouwden 3 jonge energietechbedrijven slaan met warmtebatterijen een brug tussen duurzame stroom en industriële warmte Netcongestie oplossen door energie slimmer te gebruiken: technisch kan het, maar het beleid loopt achter