Donald Trump wond er in de dagen na de ontvoering van de Venezolaanse president Nicolás Maduro door Amerikaanse elite-eenheden geen doekjes om: de VS gaan zich intensief bezighouden met de enorme oliereserves van het Zuid-Amerikaanse land.
Dinsdag sprak de Amerikaanse president de verwachting uit dat Amerikaanse oliebedrijven binnen achttien maanden olie kunnen gaan oppompen in Venezuela. De Amerikaanse belastingbetaler gaat de benodigde investeringen mogelijk voorschieten, suggereerde Trump.
Of het allemaal zo makkelijk zal gaan, valt nog te bezien. Het exploiteren van de zware, zwavelrijke olie uit Venezuela vereist forse investeringen in infrastructuur. Amerikaanse oliebedrijven kunnen dergelijke kosten alleen terugverdienen als de olieprijzen voor lange tijd op een hoog niveau blijven. Commercieel blijft werken in Venezuela voor oliemaatschappijen daarom een grote gok, zeker gelet op de onzekere politieke situatie.
Trump jaagt op olie van naburige landen
Inmiddels is wel glashelder hoe het wereldbeeld van Trump in elkaar zit. De Amerikaanse president wil terug naar een geopolitieke ordening waarin enkele Great Powers de dienst uitmaken in de wereld. Het idee is dat elke grootmacht een eigen achtertuin heeft. Voor de VS is dat het gehele Amerikaanse continent.
Op energiegebied streven de VS onder Trump expliciet naar controle over belangrijke fossiele brandstoffen in de eigen regio. Hoewel hierbij deels nog sprake is van wensdenken, kan het handelen van Trump redelijk verklaard worden door de verdeling van oliereserves op het Amerikaanse continent. Dat is in de infographic hieronder te zien.
Door op een land te klikken kun je de geschatte olievoorraden van dat land zien.
De VS beschikken volgens schattingen van de olielandenclub OPEC zelf over ongeveer 36 miljard vaten aan zogenoemde bewezen oliereserves. Dat zijn voorraden waarvan technisch en economisch bewezen wordt geacht dat ze winbaar zijn. Venezuela bezit op basis van deze definitie liefst 304 miljard vaten olie. Al is de zware, zwavelrijke olie uit dat land wel relatief duur om te pompen.
De olierijkdom van Canada bestaat voor het overgrote deel uit zogenoemde teerzandolie, die nog zwaarder is dan de Venezolaanse olie. De Canadese regering schat de eigen olievoorraad op 171 miljard vaten en zet zichzelf daarmee op plek drie in de wereld, net achter Venezuela en Saudi-Arabië.
In het kaartje hierboven is voor enkele landen gewerkt met schattingen van potentiële olievoorraden. De economische en technische winbaarheid daarvan is minder duidelijk, maar we hebben op deze basis toch Groenland, Guyana en Suriname toegevoegd, omdat daar aanzienlijke potentiële reserves zitten waar Trump zijn oog op kan laten vallen. Het Amerikaanse olieconcern ExxonMobil is overigens al volop bezig met de exploitatie van de olierijkdom van Guyana.
China: de zonnekoning van de wereld
Tegenover de fossiele aspiraties van Trump staat de opmars van hernieuwbare energie uit zon en wind, die wereldwijd wordt aangevoerd door China. Vooral op het gebied van de productie van zonnepanelen en zonnecellen is China extreem dominant. Dat is in de infographic hieronder weergegeven met de verdeling van het aandeel in de mondiale productie van zonnepanelen per land (in procenten).
Liefst vier op de vijf zonnepanelen in de wereld worden in China gemaakt. De productie van andere landen steekt daar bleek tegen af. De nummer twee in de wereld, Vietnam, is goed voor zo’n 6 procent van de mondiale productie. Landen als India en de VS zitten op een aandeel van nog geen 2 procent van de wereldproductie.
Je kunt deze vergelijking ook maken voor de productie van zonnecellen (de kleinere eenheden van een paneel). Dan is het beeld vergelijkbaar.
De geopolitieke spanning tussen de VS en China is zeer relevant vanuit duurzaamheidsperspectief. Europa heeft wat dit betreft een dubbele uitdaging met een hoge importafhankelijkheid van energie. Vloeibaar aardgas uit de VS is belangrijker geworden aan de fossiele kant, en voor de uitbreiding van zonne-energie is Europa sterk afhankelijk van zonnepanelen uit China.




