Wilke Wittebrood
03 februari 2025, 09:00

Hoe het rebelse Ben & Jerry’s wordt vermalen in de winstmachine van Unilever

Eerst werd een steunbetuiging aan Palestina geblokkeerd, nu een kritische post over Donald Trump. De censuurzaak van Ben & Jerry’s tegen moederbedrijf Unilever laat zien hoe moeilijk het is voor activistische merken om hun kernwaarden overeind te houden, als onderdeel van een groot concern. Waar gaat het mis?

Ben Jerrys conflict Unilever Het blijkt voor activistische merken uitdagend om hun kernwaarden overeind te houden, als onderdeel van een groot concern. | Credit: Getty Images

Eerst ging het om Palestina, nu om Donald Trump. Ben & Jerry’s breidt de lopende censuurzaak tegen moederbedrijf Unilever en dochteronderneming Conopco uit. Het concern zou een kritische post over de Amerikaanse president hebben tegengehouden, zo luidt de aanklacht, die live had moeten gaan op de dag van zijn inauguratie.

Ben & Jerry’s wilde zijn steun uitspreken voor issues die onder Trump – afgaand op zijn eerste termijn – verder onder druk zullen komen te staan: het recht op abortus, het tegengaan van klimaatverandering, sociale zekerheden als minimumlonen en universele gezondheidszorg.

Anti-Trump-ijs

Maar een Unilever-bedrijf dat de Amerikaanse president openlijk bekritiseert? Dat is volgens de ijsmaker taboe geworden. En dat zou weer verband houden met de komst van de activistische aandeelhouder Nelson Peltz, die sinds 2022 een belang in en een bestuurszetel bij Unilever heeft.

Tijdens Trumps eerste termijn was Ben & Jerry’s uitgesproken kritisch op het beleid van de president. De ijsmaker lanceerde zelfs een speciale anti-Trump-ijssmaak met de naam PeCan Resist. Terwijl commissaris Peltz een fervent Trump-aanhanger is. Hij zou zelfs degene zijn die Elon Musk – inmiddels min of meer de tweede man in de regering – aan Donald Trump heeft voorgesteld.

Ben & Jerry’s is sinds 2000 onderdeel van Unilever. De overname was een recipe for disaster, zegt econoom en strategisch consultant Peter Depauw, medeoprichter van adviesbureau Strategies and Leaders. “Het stond in de sterren geschreven dat het een keer mis zou gaan. Uiteindelijk zou het activisme van Ben & Jerry’s hoe dan ook met de strategie van Unilever gaan schuren.”

‘Niet in ons ijs’

Activisme zit in het hart van het ijsmerk, dat is opgericht door jeugdvrienden Ben Cohen en Jerry Greenfield. Met een startkapitaal van 12.000 dollar beginnen de twee in 1978 een ijssalon in een omgebouwd benzinestation in Burlington, in de Amerikaanse staat Vermont. Met ‘super-premium’ ijs dat opvalt door de stevige structuur en grote stukken koek(deeg), nootjes en chocolade, en dat onder consumenten gretig aftrek vindt.

Vanaf de start willen de oprichters een bedrijf neerzetten dat meer is dan alleen een winstmachine. Dat begint met filmavonden en festivals waarop gratis ijsjes aan de locals worden uitgedeeld. In de jaren 80 begint de ‘ice cream for the people’-filosofie serieuzere vormen aan te nemen. Zo wordt de Ben & Jerry’s Foundation opgericht, waarmee jaarlijks minimaal 7,5 procent van de bedrijfswinsten aan goede doelen wordt geschonken.

Het bedrijf gaat zich steeds prominenter uitspreken. Chemiereus Monsanto is een van de eerste partijen die onder vuur wordt genomen: op de dag dat het concern het middel rBGH (een groeihormoon voor koeien) commercieel beschikbaar stelt, lanceert Ben & Jerry’s een anti-rBGH-label. Niet in ons ijs, is de boodschap.

Onafhankelijkheid of groei

Unilever kijkt ondertussen likkebaardend naar het succes. Ben & Jerry’s realiseert eind jaren 90 een miljoenenomzet in een markt die de multinational ook wil betreden: het lucratieve premium ijssegment. Ondertussen realiseert het bestuur van Ben & Jerry’s dat er iets moet gebeuren, wil het bedrijf de forse groeiambities waarmaken.

Weliswaar stijgt de omzet, maar de koers van het aandeel stagneert. De ijsmaker moet kiezen tussen onafhankelijkheid of groei. Het wordt het laatste. Het besluit blijkt een splijtzwam: Greenfield stemt voor, Cohen tegen.

Onder strikte voorwaarden komt het voor 326 miljoen dollar tot een overnamedeal. Ben & Jerry’s gaat opereren onder een onafhankelijk bestuur, waarvan Unilever slechts twee van de elf zetels mag bezetten, tekent journalist Jeroen Smit op in Het Grote Gevecht.

Dat bestuur moet erop toezien dat de nieuwe eigenaar niet gaat morrelen aan de sociale doelstellingen en de kwaliteit van de producten – en kan de door Unilever benoemde ceo terugfluiten, indien nodig.

En mocht de leiding het idee krijgen dat Unilever het gedachtegoed ondanks al die ingebouwde veiligheidsmaatregelen alsnog probeert aan te tasten, dan kunnen ze onmiddellijk een rechtszaak tegen de moederholding beginnen – op kosten van Unilever zelf.

Zoveel mogelijk aandeelhouderswaarde

Een kunstgreep, zegt Depauw. “Het is lovenswaardig dat Ben & Jerry’s op deze manier zijn autonomie heeft proberen te behouden. Het is ook lang best goed gegaan. Maar Unilever heeft heel andere doelstellingen dan het missiegedreven Ben & Jerry’s. Het concern handelt volgens het principe van de Amerikaanse econoom Milton Friedman, the only business of business is business. Ofwel: de enige maatschappelijke verantwoordelijkheid voor een bedrijf is om zoveel mogelijk aandeelhouderswaarde te creëren.”

Met de beslissing om geen ijs meer te verkopen in de door Israël bezette Palestijnse gebieden rijdt Ben & Jerry’s die aandeelhouders voor het eerst in de wielen. Een besluit dat Unilever aanvankelijk zegt te respecteren. Maar de beslissing wekt de toorn van Israël én van Amerikaanse aandeelhouders. Verschillende staten scharen zich achter Israël en gooien de Unilever-aandelen uit hun staatspensioenfondsen, meldt het FD – op een moment dat de koers al achterblijft bij concurrenten als Nestlé en Danone.

Voormalig Unilever–topvrouw Hanneke Faber geeft in een interview met de zakenkrant onomwonden toe dat het bedrijf spijt heeft van de afspraken met Ben & Jerry’s. ‘Bij geen enkel ander merk is de besluitvorming zo ingewikkeld. Dus nee, dat gaan we niet meer doen.’

Clash over Palestina

In 2022 verloopt de licentieovereenkomst voor Israël en verkoopt Unilever de divisie aan een lokale licentiehouder, Avi Zinger. De verkoop in de Westelijke Jordaanoever wordt hervat – niet onder de Engelse, maar de Hebreeuwse en Arabische namen. Tot grote onvrede van Ben & Jerry’s, dat het moederconcern voor de rechter sleept. Datzelfde jaar komt het tot een schikking.

De rust blijkt van korte duur. In november 2024 klaagt de ijsmaker zijn eigenaar opnieuw aan; Unilever zou een oproep tot een staakt-het-vuren in Gaza en stopzetting van militaire hulp aan Israël hebben gedwarsboomd.

Dit keer zijn de beschuldigingen grimmiger. Het concern zou hebben gedreigd om de raad van commissarissen te ontmantelen en commissarissen aan te klagen, aldus Ben & Jerry’s, wegens bezorgdheid over de ‘voortdurende perceptie van antisemitisme’ rondom het merk.

De autonomie van Ben & Jerry’s botst hier volgens Depauw op zijn grenzen. “Dat heeft te maken met hoe het eigenaarschap is georganiseerd. Ben & Jerry’s mag dan een onafhankelijk bestuur hebben dat de missie en waarden van het merk moet beschermen, maar uiteindelijk hebben de aandeelhouders de macht.”

Nog geen miljardenomzetten

Hij snapt ‘ergens wel’ waarom Ben & Jerry’s zich destijds heeft laten overnemen; het bedrijf hoopte meer impact te maken als onderdeel van een wereldwijd opererend concern, met een (veel) groter marktbereik.

Maar de ijsmaker heeft zich volgens de strateeg misrekend. “En Unilever wellicht ook. De impactvolle merken in het portfolio, zoals ook De Vegetarische Slager, zitten nog steeds in een groeistadium. Met die overname dacht Unilever voor te sorteren op een explosieve vraag naar plantaardig, maar het merk realiseert nog niet de miljardenomzetten die het concern voor ogen had. En dat geldt ook voor Ben & Jerry’s.”

Beide merken staan alweer een tijdje in de etalage. In plaats van de 400 merken die Unilever nu wereldwijd voert, wil ceo Hein Schumacher focussen op de 30 die het meeste opleveren, de zogenaamde power brands. “Puur een rationele en financiële beslissing”, zegt Depauw. “Unilever wil meer aandeelhouderswaarde creëren. De consequentie is dat het concern van impact weg beweegt.”

Andere vormen van eigenaarschap

Wie moet Ben & Jerry’s kopen? Bij voorkeur niemand, vindt hij. “Eigenlijk zou Ben & Jerry’s zichzelf moeten terugkopen. Om zijn onafhankelijkheid te herwinnen, moet het merk kijken naar andere vormen van eigenaarschap. Stel je voor dat Ben & Jerry’s steward-owned zou worden. Dat is de ultieme garantie op missie-gerichtheid.”

Steward ownership houdt in dat stemrecht en financieel recht juridisch zijn losgekoppeld. Het stemrecht ligt niet bij de aandeelhouders, maar bij zogenaamde stewards. ‘Die kunnen handelen als volwaardige eigenaars’, zegt Depauw. ‘Ze bezitten geen aandelen met winstrechten en worden dus niet gestuurd door financiële prikkels. Zij zorgen ervoor dat de missie centraal blijft staan: dat de strategie gericht is op en de winst ten dienste staat van die missie.’

Hij denkt dat een lovebrand als Ben & Jerry’s sterk genoeg is om zo’n verandering te overleven. Want dat er iets moet gebeuren, staat volgens Depauw vast. “De situatie van Ben & Jerry’s doet me denken aan de ondergang van The Body Shop. Dat was ooit een pionier op het gebied van dierproefvrije en eerlijke verzorgingsproducten, tot oprichter Anita Roddick haar bedrijf in 2006 verkocht aan L’Oréal. In handen van een van de grootste cosmeticabedrijven ter wereld verloor The Body Shop zijn activistische karakter, en daarmee ook het onderscheidende vermogen.”

Het cosmeticamerk is nog twee keer op een andere eigenaar overgegaan. Onder de laatste, het Duitse private equity-fonds Aurelius, ging het uiteindelijk failliet. Enorm zonde, vindt Depauw. “The Body Shop heeft grote veranderingen in de cosmetica-industrie in gang gezet. Maar als ze niet waren opgegaan in een groter concern, had hun impact misschien nog wel veel groter kunnen zijn.”

Lees ook:

Hoe gaat het nu met: het Nederlandse bedrijf dat wereldwijd waterschaarste tegengaat

Waar zoet en schoon water op veel plekken nu al geen vanzelfsprekendheid meer is, wordt het tekort de komende jaren alleen maar groter. In 2050 heeft 75 procent van de wereldbevolking te maken met waterschaarste, is de voorspelling van de Verenigde Naties. Investeren in water is dus noodzakelijk. Dutch Clean Tech Solutions doet dat met privégeld. Dat is een groot verschil met waterprojecten gefinancierd door de ontwikkelingsbank. “Goede doelen en wereldbanken werken met gemeenschapsgeld. Dat kun je niet zomaar aan een willekeurig project uitgeven. Alles moet worden afgestemd. Dat maakt het proces lang en traag”, zegt Sander Pielkenrood, directeur van Dutch Clean Tech Solutions (DCTS). “Wij investeren met privaat geld. We zijn flexibel en onafhankelijk. Daardoor kunnen we veel sneller projecten ontwikkelen.” Kant-en-klare oplossing Het familiebedrijf, opgericht door de grootvader van Pielkenrood, is al sinds 1962 actief op het gebied van waterzuivering. Het werd groot met afvalwaterzuiveringssystemen voor de olie- en gasindustrie. Inmiddels behandelt het bedrijf afvalwater voor overheden, gemeenten en industrieën. “We dragen zorg voor het hele proces. Met onze eigen investeringsmaatschappij zorgen we voor de financiering. Vervolgens gebruiken we onze technologie om de projecten uit te voeren. Na realisatie zijn we ook verantwoordelijk voor het onderhoud. De gebruikers betalen vervolgens een maandelijks bedrag. Het is een kant-en-klare oplossing.” Lees hier het eerdere artikel dat Change Inc. schreef in 2022. Guatemala en Mexico Zo heeft DCTS projecten in Guatemala. “In Guatemala-Stad laat de drinkwatervoorziening op zijn zachtst gezegd te wensen over. De stad barst uit zijn voegen. Er is geen rioolwaterzuivering: het rioolwater wordt gedumpt in een meer buiten de stad. Dat meer is eigenlijk de drinkwatervoorziening, maar inmiddels ernstig vervuild. In Canalitos, een wijk in Guatemala-Stad bouwen we een zuiveringsinstallatie die straks 3.000 kubieke meter water per dag zuivert. Zo maken we van vies rivierwater drinkwater dat voldoet aan de normen van de Wereldgezondheidsorganisatie.” Naast gemeenten werkt DCTS ook met private ondernemingen, bijvoorbeeld in Mexico. Daar pompen bedrijven veel grondwater op voor hun productieprocessen. “Inmiddels geldt in Mexico een waterwet. Die wordt ook gehandhaafd, wat betekent dat bedrijven dit niet meer kunnen doen. Ze moeten dus een andere waterbron zoeken. Een ondernemer, een kunstmestfabrikant, koopt rioolwater van de gemeente dat eerder niet werd behandeld. Dat water gaat via een pijplijn naar het bedrijf. Daar gaan onze installaties, die nu worden gebouwd, dagelijks 9.000 kubieke meter water zuiveren. De afspraak is dat we dat 25 jaar lang gaan doen. Zo’n 70 procent van het water is voor eigen gebruik. Voor het overige deel worden contracten gesloten met de buren, want zij hebben hetzelfde probleem. Indien er vraag naar is, kunnen we de capaciteit opschalen. Dan kan dit project nog drie keer zo groot worden.” Kostbaar Waterzuivering is een kostbare aangelegenheid, weet Pielkenrood. “Het zijn vaak grote projecten. Zo’n project in Canalitos gaat richting de 3 miljoen euro. Als Guatemala-Stad ál zijn rioolwater wil zuiveren, zijn ze honderden miljoenen verder. Dat budget hebben ze niet. En is het geld er wel, dan willen ze het lang niet altijd vrijmaken. Politici moeten de kosten voor schoon water namelijk doorrekenen aan de achterban. Uit angst dat het stemmen gaat kosten, doen ze dat liever niet. Daarom sturen wij de rekening naar de eindgebruikers en niet de lokale overheid. Mijn ervaring is dat mensen het niet erg vinden om voor schoon water te betalen, want het is veel goedkoper om water bij ons af te nemen dan om flessen water te kopen.” Rendabel Hij rekent het voor: “Een liter mineraalwater kost al snel een dollar. Gebruik je dagelijks honderd liter, dan ben je honderd dollar kwijt. Je ziet ook veel kunststof watertanks die door vrachtwagens worden gevuld. Dat is al goedkoper, maar alsnog 10 cent per liter. Onze kostprijs voor water ligt veel lager, afhankelijk van de grootte van de installatie.” Daar komen operationele kosten voor onderhoud en energieverbruik nog bij. Net zoals het rendement voor DCTS en investeerders. “Onze eigen marge ligt tussen de 6 tot 10 procent, afhankelijk van het risico van zo’n project. Daarnaast krijgen onze beleggers een rendement rond de 9 procent. Dat rekenen we allemaal door in de waterprijs, en dan nog is het de voordeligste optie. Investeren in water helpt lokale gemeenschappen én er valt een aantrekkelijk rendement te behalen.” Dat rendement vindt hij geen probleem. “We werken niet voor niets. We voegen waarde toe. Daar mag je best wat voor vragen, maar het moet natuurlijk wel in verhouding staan.” Waterzuivering is een kostbare aangelegenheid, weet Pielkenrood.Water als investeringsbron Wordt water al gezien als investeringsbron? Steeds meer, zegt Pielkenrood. “Het bewustzijn dat schoon water geen gegeven is, groeit. In delen van de wereld waar water schaars is, maar ook in Nederland.” Watertekorten komen hier al regionaal voor. Het RIVM waarschuwt dat zonder maatregelen in 2030 overal tekorten ontstaan. En ook met de waterkwaliteit is het niet best gesteld. “In Nederland zijn we afgelopen twintig, dertig jaar vergeten om te investeren in waterzuivering. Nu zitten er medicijnresten, meststoffen, PFAS en pesticiden in ons oppervlaktewater.” Tekort aan zuiveringscapaciteit Volgens Pielkenrood is er niet zozeer een tekort aan water, maar aan zuiveringscapaciteit. “Er is heel veel water op de wereld. Dat gebruiken we en vervolgens lozen we het ongezuiverd in de natuur. Dat is schadelijk voor het milieu, dieren en mensen. Vervuild water zorgt voor maag- en darmziektes. Maar ook hepatitis, cholera en knokkelkoorts zijn overdraagbaar via water.”Daarom is het belangrijk dat water na gebruik gezuiverd wordt teruggegeven aan de natuur. “En ja, dat kost geld. Tegelijkertijd levert schoon water ook geld op. Economische groei wordt steeds vaker gelinkt aan de beschikbaarheid van schoon water. Geen water betekent geen bedrijvigheid. Water is essentieel om de economie te laten groeien. Investeren in iets dat iedereen nodig heeft, is niet zo’n gekke beslissing. Dat moet dan wel op een eerlijke manier gebeuren.” Hoopvol Hoe kijkt de ondernemer naar de toekomst? “Hoopvol. Politieke support is erg belangrijk. Gemeenten en overheden moeten de beslissing nemen om een waterzuiveringsinstallatie te laten bouwen. Dezelfde politiek moet bedrijven dwingen om hun afvalwater te zuiveren voordat ze het lozen, ook in Nederland. Gelukkig is die support er steeds meer. Water staat bovenaan in de agenda, bijvoorbeeld van de nieuwe president van Mexico. Het was zelfs één van haar verkiezingsbeloftes. “Daarnaast wordt de maatschappelijke beweging dat we zorg moeten dragen voor de planeet groter. We zijn inmiddels met 8 miljard mensen op de wereld. We kunnen het ons niet meer veroorloven om water op te pompen, het te gebruiken en vervolgens vies te lozen. Schoon water raakt letterlijk op. Zuiveren we het, dan kunnen we water veilig hergebruiken. Dat is mijn persoonlijke missie geworden. Als ondernemer wil ik wat goeds doen, iets toevoegen. De komende drie jaar willen we een miljard euro investeren in waterzuiveringen.” Lees ook: Hoe gaat het nu met: de Nederlandse start-up die CO2 uit de zee filtertHoe gaat het nu met: de voedselafvalmonitors van OrbiskHoe gaat het nu met: de bitterballen en kroketten van Cas & Kas