Teun Schröder
24 april 2023, 11:00

Paul Polman: ‘Helft werknemers overweegt ontslag omdat eigen waarden niet matchen met die van hun bedrijf’

‘Vergeet zitzakken en sportschoolabonnementen. Werknemers willen sterke waarden en een positieve impact.’ Het somt in twee zinnen de resultaten op van een groot onderzoek dat de voormalig CEO van Unilever Paul Polman uitvoerde onder werknemers in de VS en het VK. “Bedrijven hebben te maken met een tikkende tijdbom.”

Paul Polman Color 1 "De jongere generaties zijn meer dan ooit gemotiveerd om de bedrijven waarbij ze werken ten goede te veranderen.” | Credits: Paul Polman

De resultaten van de Net Positive Employee Barometer bevestigen wat Polman al langer vermoedde. Al was ook hij verrast over de eenduidigheid van de conclusies. Van de vierduizend ondervraagden geeft 30 procent aan al eens ontslag te hebben genomen, omdat een werkgever tekortschoot bij het tegengaan van grote maatschappelijke uitdagingen als klimaatverandering en ongelijkheid. De helft van de ondervraagden overweegt op dit moment ontslag om deze reden. Tegelijkertijd geeft een meerderheid van de werknemers aan actief te willen bijdragen aan het versterken van de positieve impact van het bedrijfsleven.

Naar aanleiding van de resultaten van het onderzoek roept u iedere CEO op om wakker te worden. Waarom?

“We zijn al langer bekend met quiet quitting (de ‘werktrend’ waarbij werknemers ongemotiveerd de minimaal noodzakelijke arbeid verrichten, red.), maar dit verschuift snel naar conscious quitting; doelbewust het werk neerleggen. Ons onderzoek bevat nogal wat onthullingen. Werknemers hebben altijd waarde gehecht aan baanzekerheid en salaris. Door Covid is daar flexibiliteit bijgekomen. Nu zie je dat mensen het ook belangrijk vinden dat hun organisatie iets doet aan de grote maatschappelijke uitdagingen van deze eeuw. We hebben aangetoond dat 30 procent zijn of haar baan heeft opgezegd omdat een bedrijf hierin tekortschoot. En de helft twijfelt op dit moment over ontslag om exact deze reden. De getallen vallen hoger uit voor Millennials en Gen Z. Bij veel bedrijven beslaan deze generaties de helft van het personeelsbestand. De onvrede van werknemers in combinatie met een krappe arbeidsmarkt is een tikkende tijdbom voor bedrijven en hun leiders.”

Wat zeggen de resultaten uit het VK en de VS over Europa?

Polman liet het onderzoek om taal-praktische redenen uitvoeren onder vierduizend werknemers in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. Zelf twijfelt hij er niet aan dat de conclusies van het onderzoek ook gelden voor werknemers in Europese landen. “De resultaten van dit onderzoek zijn zo eenduidig, dat ik betwijfel of het in Europa anders is. We hebben onderscheid gemaakt in verschillende industrieën en ook daar zagen we uniformiteit in de antwoorden. De resultaten zouden voor iedere CEO een alarmsignaal moeten zijn.”

Wat waren de reacties op het onderzoek vanuit het bedrijfsleven?

“We hebben de resultaten gedeeld binnen ons eigen netwerk van bedrijven. Veel daarvan gaven aan soortgelijk onderzoek te willen doen onder hun eigen werknemers. Op LinkedIn was het rapport een hele week trending. Mensen deelden hun persoonlijke verhalen waarom ze zijn gestopt bij hun organisatie. Tegelijkertijd vrezen CEO’s de dreiging van een enorme kostenpost als hun personeel opstapt. Aan de andere kant zien ze een grote economische kans als ze op de juiste manier weten in te spelen op de resultaten die het onderzoek laat zien.”

Wat kunnen bedrijven doen om werknemers binnenboord te houden?

“In de eerste plaats kunnen de maatschappelijke en milieudoelstellingen van bedrijven een stuk ambitieuzer. In mijn ogen zetten veel bedrijven in op ‘play to not lose’ in plaats van ‘play to win’. Organisaties kunnen veel concretere, op de wetenschap gebaseerde doelen stellen om problemen als klimaatverandering en ongelijkheid tegen te gaan. Een tweede kans zien wij voor betere communicatie binnen bedrijven. De ondervraagden geven aan dat er veel gecommuniceerd wordt over zaken als welzijn, maar heel weinig over milieuvraagstukken en maatschappelijke ongelijkheid. Tot slot adviseren we dat bedrijven hun werknemers veel meer machtigen om bij te dragen aan het oplossen van de problemen waar we vandaag mee leven. De jongere generaties zijn meer dan ooit gemotiveerd om de bedrijven waarbij ze werken ten goede te veranderen.”

Wat verwacht u dat er gebeurt met de bedrijven die deze onderzoeksresultaten links laten liggen? Met andere woorden, wat gaat er gebeuren met de Shells en ExxonMobiles van deze wereld?

“Onderzoek laat nu al zien dat bedrijven die niet in staat zijn hun milieu-maatschappelijke doelstellingen om te zetten in resultaten, moeite hebben met het aantrekken van nieuw talent. Soms moeten bedrijven 10 tot 20 procent meer loon betalen om personeel aan zich te binden. Er zijn zelfs studies die stellen dat de aandelenprijzen van dit soort bedrijven zakken.

De coronacrisis heeft eigenlijk al iets vergelijkbaars blootgelegd. Waar veel traditionele bedrijven het moeilijk hadden, bleken bedrijven met een sterke visie en een businessmodel gericht op de lange termijn veerkrachtiger te zijn. Dit geldt ook voor bedrijven met een nieuw soort leider. Voorzien van eigenschappen als empathie, bescheidenheid, menselijkheid en kwetsbaarheid. Het zijn leiders die luisteren en willen samenwerken. Deze leiders kunnen rekenen op het hoogste vertrouwen van hun werknemers.”

Wat voor goede voorbeelden bij bedrijven ziet u nu al om u heen gebeuren?

“Zo’n 95 procent van de grote bedrijven brengt inmiddels duurzaamheidsverslagen uit. Dus de bewustwording is groot. Duurzaamheid staat in de bestuurskamers hoog op de agenda, experts worden aangetrokken en in sommige gevallen worden duurzaamheidsdoelstellingen al gelinkt aan salaris. De bedrijven die het goed doen nemen verantwoordelijkheid en voeren beleid op scope 1, 2, 3 en daar voorbij, ondersteund door de wetenschap. En we zien bedrijven als Unilever, Nestlé en Danone sterk inzetten op regeneratieve landbouw.

De best in class bedrijven zijn bereid samen te werken met maatschappelijke organisaties en de overheid. In Nederland zie je nu dat de boeren de schuld krijgen, van iets waar de overheid al lang had moeten ingrijpen. Dit is wat je krijgt als je een kabinet hebt dat niet gelooft in visie. Andere landen lijken daar minder last van te hebben. Het werkt veel constructiever als het bedrijfsleven, de maatschappij en de politiek aan tafel schuiven en samen nadenken: ‘hoe gaan we dit oplossen?’

Laat voorop staan dat het ingewikkelde tijden zijn. Overheden en multilaterale instituten functioneren niet altijd, het is oorlog in Oekraïne en de VS en China liggen overhoop. Het is niet makkelijk om nu CEO te zijn. De verleiding is groot om op de korte termijn te denken, in plaats van de lange. Het is een strijd waar veel CEO’s op dit moment mee worstelen.”

In de resultaten van het onderzoek benadrukt u het belang van empowerment: hoe stel je de jongere generaties in staat om bij te dragen aan de grote beslissingen van bedrijven?

“Daar zijn verschillende middelen voor. Zorg dat zaken als duurzaamheid ieders business wordt. In veel gevallen zie je dat duurzaamheid een aparte tak is, terwijl het onderdeel moet zijn van alles wat je doet. Zet communicatiekanalen op waardoor mensen op de werkvloer in contact komen met het hogere management. Machtig de mensen met kennis om beslissingen te nemen. En wees niet bang om heilige huisjes af te breken. De voornaamste reden waarom ik als CEO van Unilever kwartaalbesprekingen afschafte, was zodat mensen leerden denken op de lange termijn. En communiceer, communiceer, communiceer. Praat je werknemers bij over alles wat het bedrijf doet en stel ze in staat zich te ontwikkelen.”

Om me heen zie ik nog steeds mensen van mijn generatie starten bij bedrijven als Shell en Tata Steel omdat ze geloven dat ze het bedrijf van binnenuit kunnen veranderen. Hoe ziet u dit?

“Bedrijven veranderen. Unilever is wel twintig keer veranderd en moet dat nu weer. En het zijn uiteindelijk de mensen binnen bedrijven die deze verandering tot stand brengen. Als je je aansluit bij een bedrijf moet je overtuigd zijn van het geloof dat de private sector een rol speelt bij het oplossen van maatschappelijke uitdagingen. Dat is de hele essentie van het bedrijfsleven.

Tegelijkertijd zijn onze onderzoeksresultaten helder: 30 procent is al gestopt vanwege tekortschietende bedrijven en 50 procent overweegt te stoppen. Als deze groep het gevoel heeft niet gehoord te worden, loop je als bedrijf het risico ze kwijt te raken. Ook bij Unilever verloren we wel eens mensen omdat ze het gevoel hadden dat hun managers te weinig aandacht besteedden aan de duurzaamheidsdoelstellingen. We zijn toen gestart met exit-interviews, waarin we mensen na hun vertrek vroegen wat hun redenen waren. Als een bedrijf deze signalen niet serieus neemt, is het afbreukrisico groot.”

In de eerste jaren van dit decennium stapelen de crises zich op. Hoe denkt u dat we in 2050 terugkijken op deze tijd?

“Het ligt nog steeds in onze macht om de klimaatdoelstellingen van Parijs te halen. Ik hoop dat mensen uiteindelijk realiseren dat alle maatschappelijke uitdagingen in feite een probleem van leiderschap zijn; klimaatverandering en ongelijkheid zijn symptomen. Het grotere probleem is hebzucht, apathie en egoïsme. Ik denk dat we in 2050 kunnen zeggen dat we dit decennium de handschoen hebben opgepakt. We creëerden een duurzame en inclusieve samenleving, waarin de lucht die we ademen schoon en het onderwijsniveau hoog is. We hebben vrede in plaats van klimaatvluchtelingen. In dit decennium zijn we bij zinnen gekomen. We ontdekten dat de kosten van het niks doen veel groter waren dan de kosten van nu ingrijpen. Het oplossen van onze uitdagingen werd zelfs de grootste zakelijke kans van de jaren 30. We hebben geluisterd naar de onvrede van de jongere generaties en zagen in dat een bedrijf zo goed is als zijn werknemers.

En ten slotte maakten we dit decennium grote sprongen op technologisch vlak. Gezamenlijk kwamen we tot oplossingen voor goedkope groene waterstof, gebruikten we de kracht van de oceanen en zetten in op biomimicry. Helaas waren we genoodzaakt voor een gedeelte te leunen op kernenergie – dat had voorkomen kunnen worden – maar we stapten volledig af van fossiele brandstoffen en vonden duurzame alternatieven. Dit is wat we besloten te doen in dit decennium, zij het wat aan de late kant. En in 2050 kan ik met trots zeggen dat we de grote uitdagingen van deze eeuw hebben opgelost.”

Lees ook:

10 jaar na fabrieksramp Rana Plaza: dit heeft het Bangladesh Akkoord gedaan voor de mode-industrie

Het Bangladesh-akkoord, sinds 2021 ook wel ‘International Accord’, staat sinds 2013 garant voor mensenrechten in kleding- en textielfabrieken. Het gaat om veiligheidsafspraken tussen kledingmerken en vertegenwoordigers van textielarbeiders, in de eerste plaats over brand- en instortingsgevaar. Tijdens de pandemie moesten extra regelingen ook Covid-gerelateerde ontslagen en looninhoudingen aanpakken. Duizenden inspecties Eén decennium, drie versies en één uitbreiding naar Pakistan verder, wordt de impact van het akkoord zichtbaar – en meetbaar. Volgens Joris Oldenziel, die de implementatie van de laatste versie aanstuurt, staat de teller van het aantal inspecties in Bangladesh op 40.000. Ze vonden plaats in ruim 1.800 fabrieken waarin zo’n twee miljoen arbeiders kleding maken voor ondertekenaars. De veiligheidsschendingen waren van verschillende aard, 130.000 soorten om precies te zijn. Meer dan 90 procent van de fabrieken ondergingen al renovaties, gefinancierd door de merken. Dat gaat van simpele elektriciteitsproblemen tot het instaleren van complexe alarmsystemen. “Je kunt nu stellen dat Bangladesh een van de veiligste landen is om in te produceren”, zegt Oldenziel op een persconferentie van de SKC ter herinnering van Rana Plaza.De Bengaalse kledingproductie telt ruim 4 miljoen arbeiders.Klagen met steun Naast inspecties door derden, verplichte veiligheidscomités, trainingen en arbeidersvergaderingen, biedt het akkoord een formeel klachtenmechanisme. Arbeiders kunnen veilig klachten indienen als hun gezondheid of veiligheid op de werkvloer in gevaar is. Bijvoorbeeld als naaimachines schokken geven of als brandtrappen zijn geblokkeerd. Die klachten worden in behandeling genomen door de RMG Sustainability Council (RSC). “Dat vergt natuurlijk wel dat een arbeidster klaagt, maar gelukkig weet men het klachtenmechanisme steeds beter te vinden”, weet campagnecoördinator Christie Miedema van de Schone Kleren Campagne (SKC). Slechts 1 fabriek is uit het akkoord gezet omdat er na een klacht geen actie werd ondernomen. Het akkoord is geen garantie voor goede arbeidsomstandigheden. Leefbare lonen vallen bijvoorbeeld buiten het akkoord. Miedema: “Als de klacht alleen over lonen gaat, is het moeilijk om via het akkoord iets te doen en wordt de klacht doorgestuurd naar de verantwoordelijke merken en de vakbonden. Als er ook geweld in het spel is, kan er meer gedaan worden, omdat dat ook de veiligheid en gezondheid van arbeidsters in het geding is.” Baanbrekend verschil “Dit akkoord maakte voor ons een fenomenaal verschil”, zegt vakbondsactivist Kalpona Akter op de persconferentie van SKC. Ze was vanaf het begin betrokken bij de implementatie van het akkoord en zag grote veranderingen. “De Rana Plaza was niet het eerste ongeval in Bangladesh, er waren er al veel meer. Het akkoord legde de verantwoordelijkheid bij de merken – bij de business – en dat heeft de werkomgeving van twee miljoen textielarbeiders veiliger gemaakt. Van de ruim 100.000 gevaren is het maximale getemperd.” Volgens Akter zijn de prestaties van het akkoord heel concreet. “Arbeiders hebben geleerd hoe ze 'nee' kunnen zeggen tegen onveilig werk. Als iemand een scheur in een gebouw ziet, kunnen ze dat werk afslaan en het probleem bekend maken in naam van het akkoord. Voor de intrede van het akkoord kon dat niet.” Het klaagmechanisme is uniek in de zin dat het anoniem en veilig kan. Arbeiders die bezwaar maken kunnen niet zomaar hun baan verliezen. Het International Accord moet ook buiten Bangladesh en Pakistan gaan gelden.Willen merken (nu) wel betalen? Uitdagingen zijn er zeker nog, allereerst in de fabrieken van merken die niet hebben ondertekend. Daarin werkt nog altijd de helft van de Bengaalse textielarbeiders. Bovendien helpt het akkoord niet met lonen of de zwakke positie van vakbonden. Als je er zo naar kijkt, had er in tien jaar wel meer vooruitgang kunnen worden geboekt. Geld verklaart deels waarom dat niet het geval is, duidt Scott Nova, directeur van de Worker Rights Consortium (WRC) op de persconferentie. De ingrepen die nodig zijn in Bengaalse fabrieken zijn geen goedkope fiks. Ondertekenaars gaven tot nu toe ruim 70 miljoen dollar uit aan administratie- en inspectiekosten. “De realiteit is dat de merken in die tijd (van Rana Plaza, red.) niet bereid waren om de financiële kosten en vertraagde productie die horen bij reparaties op zich te nemen”, zegt de directeur. Door bewustzijn na de Rana Plaza ramp, veranderde dat – al dan niet tijdelijk, want bij de tweede versie van het akkoord haakten al twintig grote merken af. Geen kwestie van rotte appels Bijna elke fabriek had toen in 2013 de stand werd opgemaakt een gebrek aan effectieve brandtrappen en veel verdiepingen stonden op instorten, omdat ze nooit op veiligheid waren gebouwd. Het was, zoals Nova zegt, geen kwestie van een paar rotte appels: het was een structureel probleem. “Het akkoord heeft dat aangepakt met bindende afspraken”, concludeert Nova. “Die vervingen de vrijwillige controles van merken die arbeiders niet goed hebben beschermd. Door dit programma zijn merken contractueel verplicht om de noodzakelijke stappen te ondernemen om fabrieken veilig te maken. Toen onder het akkoord inging, was dat in de meeste gevallen de allereerste keer dat een gekwalificeerde ingenieur een stap in die fabrieken zette.” Wat veiligheid betreft, zien Oldenziel, Akter en Nova het akkoord dus als een groot succes met veel potentie voor de hele industrie. “En toch zien we heel weinig vooruitgang op andere gebieden van arbeidsrechten”, vervolgt Nova. “We zien lonen die veel te laag zijn, enorme obstakels voor arbeiders om zich in vakbonden te organiseren, en andere veiligheidsdilemma’s. Ook daarvoor moeten dus bindende afspraken komen, en dan niet alleen in Bangladesh, maar in heel Zuidoost-Azië.” De eerlijke vraag blijft: komen merken zonder Rana Plaza 2.0 nogmaals over de brug? Lees meer: Pakistan akkoord voor kledingarbeiders is rond na 10 jaar onderhandelenHet aftellen is begonnen: is de Nederlandse modebranche klaar voor deze duurzaamheidswetten?Tweedehands kleding kopen een daad voor klimaat? Dat hangt ervan af