Redactie Change Inc. 03 mei 2024, 09:00

Steward ownership als nieuwe rechtsvorm? It’s about time

Steeds meer ondernemers zijn op zoek naar een alternatieve bedrijfsstructuur die verder gaat dan de traditionele focus op aandeelhouderswaarde en winstmaximalisatie. Ze verlangen naar een model dat rekening houdt met de belangen van alle stakeholders en waarbij de missie van het bedrijf centraal staat.

Getty Images 1068817608 In tegenstelling tot de gebruikelijke bv's of nv's staat ‘steward owned’ namelijk niet netjes vermeld in ons Burgerlijk Wetboek. | Credits: Getty Images

Dit opiniestuk werd geschreven door Hester Spaans, co-founder en legal counsel bij Spaans&Spaans.

En hier komt de kracht van steward ownership om de hoek kijken. Het opzetten van zo’n steward-onderneming is alleen nog niet zo makkelijk, omdat ons Burgerlijk Wetboek een dergelijke rechtsvorm niet kent. Vaak is er dan ook een aanzienlijk budget voor juridische zaken nodig, en heel wat engelengeduld. Gelukkig lijkt hier verandering in te komen. Recentelijk heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen, waarmee de regering wordt verzocht om een nieuwe rechtsvorm uit te werken: de rentmeestervennootschap.

Het probleem met aandeelhouders

In traditionele bedrijven zoals de bv’s en nv’s draait het vooral om het tevredenstellen van de aandeelhouders, waarbij het motto ‘zoveel mogelijk winst maken’ als rode draad door de onderneming loopt. Dat komt, kort gezegd, doordat aandeelhouders mogen stemmen over cruciale onderwerpen en beslissingen, terwijl ze zelf (als eigenaren van het bedrijf) vooral méér winst willen.

Die focus op winstmaximalisatie is natuurlijk niet onomstreden. Wat je in de praktijk namelijk regelmatig ziet, is dat het najagen van die maximale winst andere belangrijke zaken naar de achtergrond drukt. Denk aan de oorspronkelijke missie van de oprichters van het bedrijf en de belangen van andere stakeholders, zoals werknemers.

Die dubbele pet van aandeelhouders zorgt voor problemen. Aan de ene kant willen ze rendement op hun investering, wat begrijpelijk is. Aan de andere kant hebben ze grote invloed op de koers van het bedrijf. Dit tweeledige belang creëert een dilemma: aandeelhouders dringen aan op (kortetermijn-)winsten, zelfs als dit ten koste gaat van het oorspronkelijke doel van het bedrijf. Profit over purpose, dus.

Voorbij de traditionele structuren

Steward ownership biedt een manier om de missie van een bedrijf voorop te stellen. Maar, hoe zorg je er nu voor dat deze bedrijfsmissie niet alleen in woorden wordt uitgedragen, maar ook daadwerkelijk wordt nageleefd, nu en in de toekomst?

De oplossing ligt in het verankeren van deze missie in de juridische structuur van het bedrijf. Daarbij staan twee principes centraal:

  • Zelfbestuur: Dit betekent dat degenen die betrokken zijn bij het bedrijf de zeggenschap hebben over de koers ervan (de stewards). Deze zeggenschap kan niet worden verhandeld of doorgegeven aan anderen.
  • Winst naar missie: Winst wordt niet alleen gezien als een doel op zich, maar als een middel om het doel van het bedrijf te ondersteunen. Dit betekent bijvoorbeeld dat winst opnieuw wordt geïnvesteerd in de onderneming of wordt gedoneerd aan initiatieven die in lijn zijn met de bedrijfsmissie.

Door deze principes te integreren in de juridische structuur van het bedrijf, ontstaat er een splitsing tussen financiële belangen en zeggenschap, waardoor (hopelijk) wordt voorkomen dat een bedrijf verandert in een louter op winst gerichte machine. Met andere woorden:
purpose over profit
.

Talloze juridische hordes

Er liggen echter heel wat hordes op de weg voordat je jezelf als een steward owned-bedrijf kunt profileren in Nederland. Een van de grootste uitdagingen? Het verweven van stewardship-principes in de juridische structuur van je bedrijf.

In tegenstelling tot de gebruikelijke bv’s of nv’s staat ‘steward owned’ namelijk niet netjes vermeld in ons Burgerlijk Wetboek. Dit betekent dat ondernemers zijn overgeleverd aan de traditionele juridische kaders en systemen om een geheel nieuw soort onderneming te smeden. Het voelt een beetje alsof je een ronde cirkel door een vierkant gat probeert te duwen: je moet de bestaande regels en structuren buigen en vervormen om ruimte te maken voor een steward-owned bedrijfsmodel. En dat is geen eenvoudige opgave (understatement).

Vaak wordt een stichting gebruikt om de gewenste steward owned structuur te creëren. Deze stichting, opgericht met statuten die de bedrijfsmissie weerspiegelen, fungeert als de controlerende entiteit van de onderneming. Het bestuur van de stichting, de ‘stewards’, heeft als taak ervoor te zorgen dat de missie van het bedrijf centraal staat en wordt nageleefd. Omdat een stichting geen leden heeft, in tegenstelling tot een vereniging, en er geen aandeelhouders zijn die een deel van de winst kunnen opeisen, blijft de focus gericht op de missie van het bedrijf.

Met alleen het oprichten van een stichting ben je er nog niet. Meestal moeten er nog heel wat spannende juridische truckjes worden uitgehaald om een solide steward owned structuur te creëren waarin de twee belangrijkste principes, zelfbestuur en missie, daadwerkelijk verankerd zijn.

De rentmeestervennootschap als antwoord?

Het aantal steward owned bedrijven in Nederland groeit nog steeds. Tegelijkertijd is er veel frustratie over het oprichtingsproces dat zo tijdrovend en kostbaar is. Hoewel de procedure in de loop der jaren wel vereenvoudigd is (mede dankzij de beschikbaarheid van de modelcontracten We Are Stewards), blijft het nog steeds een flinke klus. Het is dan ook niet verrassend dat steeds meer mensen pleiten voor de opname van een nieuwe rechtsvorm (‘de rentmeestervennootschap’) in ons Burgerlijk Wetboek die de steward-owned principes weerspiegelt.

Door initiatieven zoals deze petitie lijken nu ook politici open te staan voor de introductie van deze nieuwe rechtsvorm. De grote vraag is natuurlijk hoe deze nieuwe rechtsvorm er uiteindelijk uit zal zien. De kans is aannemelijk dat er aansluiting zal worden gezocht bij Duitsland, aangezien onze buren al sinds 2020 actief bezig zijn met het vormgeven van deze nieuwe rechtsvorm.

Om het steward-owned karakter te waarborgen moet het juridische DNA van de nieuwe rechtsvorm in ieder geval een duidelijke scheiding bevatten tussen economische belangen en zeggenschap. Geen makkelijke taak, maar als het lukt kan het de weg vrijmaken voor een nieuwe generatie ondernemers die gedreven worden door hun purpose in plaats van profit. En daarop zeg ik: it’s about time!

Lees ook:

Dit Nederlandse bedrijf bedacht 's werelds eerste circulaire tennis- en padelbal

Die 350 miljoen tennisballen gaan de hele wereld over voordat ze in de handen van spelers terechtkomen, weet Hélène Hoogeboom, een van de oprichters en CEO van Renewaball. Vaak worden ze gemaakt van rubber uit Azië, voorzien van wol uit Nieuw-Zeeland en vilt uit weer een ander continent. En dan hebben we het nog niet eens gehad over padelballen, die weer net even anders zijn dan tennisballen. Padel is razend populair aan het worden, maar het is onbekend hoeveel ballen hiermee gemoeid gaan. Vanwege het vele gemep, gestuit tegen glazen en stalen wanden weet Hoogeboom wel dat een padelbal nog eerder wordt afgedankt dan een tennisbal. Duurzamer tennistoernooi “De ecologische voetafdruk van tennis- en padelballen is dus gigantisch”, zegt Hoogeboom. “Ook komen er bij iedere slag ontelbare deeltjes microplastics vrij, die we inademen of bij wedstrijden buiten in de grond komen.” Renewaball wil daar verandering in brengen en bedacht een proces waarmee van afgedankte ballen nieuwe tennis- en padelballen gemaakt kunnen worden. Het idee ontstond na een vraag van ABN Amro dat zijn tennistoernooi wilde verduurzamen. Na een onderzoeksperiode van tweeënhalf jaar werd op het toernooi van 2021 voor het eerste de Renewaball-tennisbal als relatiegeschenk weggegeven. Gerecyclede ballen Inmiddels heeft Renewaball een ambitie die een stuk verder gaat dan dat, namelijk het nummer één tennis- en padel ballenmerk van de wereld worden. Hoogeboom: “Op dit moment staan op meer dan tweehonderd Nederlandse tennis- en padelverenigingen ballenverzamelbakken. Hier halen we periodiek alle afgedankte ballen op waarna we ze sorteren op merk. Daar volgt een geheim proces om de verschillende materialen van een bal van elkaar te scheiden, zodat we er nieuwe ballen van kunnen maken. Onze Renewaball-ballen zijn gemaakt van een combinatie van gerecycled en virgin rubber voorzien van vilt van biologische wol en katoen uit Europa. Op dit moment kunnen we van vier afgedankte ballen één Renewaball-bal maken. Al het overige materiaal wordt voor 100 procent gerecycled voor bijvoorbeeld rubberen tegels of meubilair.” Tennisballenkanon De ballen van Renewaball zijn sinds 2022 ook goedgekeurd door de internationale tennis- en padelfederaties, waardoor ze op officiële toernooien gebruikt mogen worden. “Dit was een proces van trial and error”, zegt Hoogeboom. “Je moet je voorstellen dat de levensduur van ballen met allerlei machines wordt getest. Dat gaat letterlijk met kanonnen die ballen tegen de muur laten stuiten. Padelballen gaan naar een special laboratorium in Frankrijk met weer andere installaties. En aan het eind van die exercitie moeten de ballen er ook nog eens goed uitzien. Gelukkig waren de federaties heel erg welwillend om dit proces met ons aan te gaan, omdat ze ook zagen dat we de sport wilden verduurzamen.” Duurzaamheidscommissies Hoogeboom merkt aan haar hele omgeving dat het verhaal van Renewaball aanslaat. “We hebben best wat uitdagingen gehad, maar we hebben er nooit aan getwijfeld dat het ons ging lukken een circulaire bal te maken. Vrijwel iedereen komt in zijn leven wel in aanraking met tennis of padel. En ons verhaal is zo positief. Daarbij komt dat tennisclubs en padelverenigingen steeds vaker duurzaamheidscommissies hebben. Die denken over van alles na: van het recyclen van plastic flesjes tot zuinigere verlichting. En dus ook over tennis- en padelballen." Investering Eerder deze maand maakte Renewaball bekend een investering van ruim 3 miljoen euro te hebben opgehaald bij impactinvesteerder Rubio Impact Ventures. Met het geld wil Hoogeboom verder opschalen. “De ballenbusiness is een volume business. Met het geld willen we Renewaball verder uitrollen in Europa. We willen op meer plekken ballen ophalen die in Nederland gerecycled kunnen worden.” Hoogeboom zegt voortdurend berichten te krijgen van verenigingen die van hun afgedankte ballen af moeten. “Bij dit soort partijen moet nog wel indalen dat het inzamelen van ballen ons geld kost. Soms wordt gedacht dat we het als gunst doen. Maar dat is natuurlijk niet zo. Wij ruimen namelijk de rommel van anderen op. Dat besef mag nog wel groeien.” Recept vrijgeven Ondertussen blijft de missie van het bedrijf overeind staan. Het wil het proces verbeteren zodat afgedankte ballen nog efficiënter gebruikt kunnen worden voor nieuwe ballen. Ook wil het zijn procesgeheim gedeeltelijk gaan delen met de buitenwereld. “We hebben altijd gezegd dat we niet exclusief willen zijn. Uiteindelijk willen we onze receptuur licenseren, zodat andere merken hun ballen ook kunnen recyclen. We vinden dat samenwerken bij duurzaamheid hoort.” Wel bekent Hoogeboom dat andere merken de opkomst van Renewaball best spannend vinden. “We zijn nu nog een kleine speler, maar ik weet zeker dat we nauwlettend in de gaten worden gehouden.” Lees ook: In Velsen-Noord wordt medisch afval niet verbrand, maar gerecycled Wordt Vinylrecycling het volgende onnodige slachtoffer van falend Nederlands beleid? Als het aan dit bedrijf ligt, hoeft Nederland tot 2074 geen nieuwe verkeersborden te laten maken