Wilke Wittebrood
24 september 2025, 15:30

Elektrisch vliegen toekomstmuziek? In Nederland gebeurt het al

Elektrisch vliegen klinkt futuristisch, maar in ons land vliegen al toestellen op batterijen rond. Nederlandse bedrijven bouwen aan grotere batterij-vliegtuigen: stiller, schoner en mogelijk ook goedkoper dan vliegen op kerosine. Kunnen zij de luchtvaart helpen verduurzamen?

Pipistrel Schiphol De Pipistrel Velis Electro, het eerste gecertificeerde elektrische vliegtuig wereldwijd, maakt een tochtje bij Schiphol.| Credits: Arnoud Raeven

De Pipistrel is zo licht dat piloot Merlijn van Vliet het vliegtuig handmatig de baan van vliegveld Teuge, bij Apeldoorn, op kan duwen. Het is dinsdagmiddag en het wordt zijn tweede vlucht van de dag. ‘Ik ben geen kantoorman. Zojuist had ik een meeting en dan verheug ik me erop dat ik daarna de lucht weer in kan. Even mijn hoofd leegmaken.’

We draaien de landingsbaan op. Die is ruim een kilometer lang, maar die afstand heeft de Pipistrel niet nodig. Van Vliet geeft gas en al na een paar seconden komt het toestel los van de grond. We stijgen tot 2.000 voet, ongeveer 600 meter. Vrijwel direct komt Deventer in zicht. ‘Kijk’, wijst Van Vliet. ‘Daar is de toren van de Lebuinuskerk. En daar het stadion van Go Ahead Eagles.’

Het water van de IJssel staat laag. Volg de slingerende rivier een paar bochten richting het zuiden, en daar ligt Zutphen. ‘Hoe hoger, hoe mooier het uitzicht wordt’, lacht Van Vliet. Dus laat hij het toestel verder klimmen tot 3.000 voet (ruim 900 meter) en draait hij, voor extra effect, een ‘360’. Een volledige cirkel in de lucht, in een schuine hoek. ‘Je hebt geen last van hoogtevrees, toch?’

Enige elektrische vliegtuig ter wereld

De Pipistrel Velis Electro, zoals het toestel voluit heet, is het eerste en momenteel enige batterij-elektrische vliegtuig ter wereld dat officieel door luchtvaartautoriteiten EASA en FAA is gecertificeerd. Dat betekent dat het in Europa en Amerika mag vliegen. Het toestel wordt momenteel vooral gebruikt voor vliegscholen.

Een van de plekken waar piloten in opleiding kunnen ervaren hoe het is om op batterijen te vliegen, is de E-Flight Academy in Teuge, waarvan Van Vliet mede-eigenaar is. De piloten van KLM maken bijvoorbeeld elektrische vlieguren bij de vliegschool. Vanaf november dit jaar geldt dat ook voor Transavia, dat met investeringsvehikel Transavia Ventures een belang heeft in het bedrijf.

Voor commerciële vluchten is de Pipistrel niet geschikt. Een volledig opgeladen toestel kan 50 minuten vliegen, plus 10 minuten reserve. Daarna moet het een uur aan de lader. Er passen maar twee mensen in, inclusief piloot. Wat dat betreft is de naam goed gekozen: Pipistrel is Sloveens voor ‘dwergvleermuis’. Het bedrijf achter de e-vliegtuigen is van origine Sloveens, al is het inmiddels in handen van het Amerikaanse Textron Aviation.

E-Flight Academy

Change Inc.-redacteur Wilke Wittebrood vliegt in een elektrisch vliegtuig van de E-Flight Academy. Foto: E-Flight Academy

De E-Flight Academy heeft vijf van deze toestellen in bezit, die samen al meer dan 6.300 elektrische vluchten maakten. ‘In totaal vliegen er zeven in Nederland’, zegt Van Vliet. ‘Die zijn goed voor 50 procent van alle elektrische vliegbewegingen wereldwijd. Daarmee is ons land absolute koploper op het gebied van e-vliegen.’

Emissievrij vliegen onder 500 km

Dat klinkt indrukwekkend, maar die cijfers moeten wel in verhouding worden gezien. Op de meer dan een miljoen vliegbewegingen die jaarlijks in Nederland plaatsvinden (CBS, 2024), zijn een paar duizend vluchten nog slechts een druppeltje op een gloeiende plaat. Net als de Pipistrel zelf, is elektrisch vliegen nog maar klein.

Al heeft elektrisch vliegen inmiddels wél een flinke stempel op het vliegveld van Teuge gedrukt, na Lelystad de grootste regionale luchthaven. Hier is volgens de meest recente cijfers van E-Flight Academy, uit 2023, al 10 procent van de vluchten elektrisch. Van Vliet vermoedt dat dat inmiddels een stuk meer is.

Hoeveel vliegen we?

In totaal vonden er in Nederland vorig jaar ruim een miljoen vliegbewegingen van en naar de luchthavens plaats. Het gaat om 665 duizend bewegingen op de vijf nationale luchthavens (Amsterdam Airport Schiphol, Eindhoven Airport, Rotterdam The Hague Airport, Groningen Airport Eelde en Maastricht Aachen Airport) en 380 duizend op de twaalf kleine vliegvelden die ons land telt, waaronder Teuge.
Na een scherpe terugval tijdens de coronacrisis is dat aantal weer aan het stijgen: het gaat om een toename van respectievelijk 5,3 procent voor de nationale luchthavens en 4,9 procent voor de regionale luchthavens ten opzichte van een jaar eerder. Wereldwijd groeide het aantal vliegbewegingen vorig jaar met 3,9 procent tot 100,6 miljoen, blijkt uit gegevens van Airports Council International (ACI). De verwachting is dat de sector de komende jaren verder zal groeien: voor 2050 wordt een ruime verdubbeling (244%) van het aantal passagiers verwacht.
Ondertussen wil het met de verduurzaming van de sector niet echt vlotten. De CO2-emissies van de luchtvaart zijn inmiddels weer in rap tempo aan het stijgen, signaleert onder meer het Internationaal Energieagentschap, tot een uitstoot van bijna 950 miljoen ton in 2023. Het instituut verwacht dat de emissies dit jaar het niveau van voor covid bereiken, 1.025 miljoen ton. Terwijl het Net Zero Emissions (NZE)-scenario juist voorschrijft dat de luchtvaart tegen 2030 onder de 1.000 miljoen ton moet uitkomen en de uitstoot daarna moet afbouwen richting netto-nul in 2050. De sector ligt volgens het IEA ‘niet op koers’.

Ondertussen staat de sector voor een gigantische verduurzamingsopgave, in ons land vastgelegd in de Luchtvaartnota 2020-2050. Kort samengevat willen de overheid en sector dat de Nederlandse luchtvaart in 2070 volledig klimaatneutraal is. Met een aantal tussenstappen: in 2030 moeten de emissies zijn teruggebracht tot het niveau van 2005, in 2050 moet de uitstoot zijn gehalveerd.

Elektrisch vliegen speelt een grote rol bij het verwezenlijken van die ambities, blijkt uit de in 2023 gepresenteerde Innovatiestrategie Luchtvaart. Daarin stelt oud-minister Mark Harbers van Infrastructuur en Waterstaat dat in 2050 alle vluchten onder de 500 kilometer moeten worden uitgevoerd door toestellen die emissievrij vliegen. Elektrisch en op schone energiebronnen dus.

Zoals de toestellen in Teuge, die vliegen op zonne-energie, opgewekt door 504 panelen op het dak van de hangar. Harbers’ opvolger Barry Madlener, inmiddels ook minister-af, liet afgelopen april weten dat die ambitie nog steeds overeind staat.

Niet de heilige graal

Belangrijk om te benoemen is dat elektrische vliegtuigen op twee manieren de lucht in kunnen: op waterstof of op batterijen. Bij het eerste proces wordt waterstof via brandstofcellen omgezet in elektriciteit, bij het tweede wordt energie in accu’s opgeslagen aan boord van het vliegtuig. In dit artikel ligt de focus op batterij-elektrisch vliegen.

Vooropgesteld: dé oplossing voor het verduurzamen van de luchtvaart, is batterij-elektrisch vliegen volgens deskundigen niet. Daarvoor zijn de accu’s simpelweg te zwaar. Kijk alleen al naar de Pipistrel, die ruim 140 kilo aan batterijen meesjouwt, een derde van het totale gewicht.

Hoewel de innovaties in batterijtechnologie hard gaan, is het volgens Carlo van de Weijer, director Smart Mobility bij de Universiteit Eindhoven, onwaarschijnlijk dat elektrische vliegtuigen ooit passagiers vanaf Amsterdam naar een bestemming als New York zullen brengen. ‘Intercontinentale vluchten zullen nooit volledig elektrisch worden. Daarvoor is er echt duurzame en circulaire kerosine nodig.’

Terwijl het juist de langeafstandsvluchten (long haul) zijn, van 3.000 kilometer of meer, waar de meeste duurzaamheidswinst te behalen valt. Die vormen in Europa slechts 10 procent van het totale aantal vluchten, maar daarmee zijn ze volgens luchtvaartkoepel Eurocontrol wel goed voor meer dan de helft van de CO2-uitstoot van de sector. De verwachting is dat dat aandeel richting 2050 oploopt naar 56 procent of meer.

‘Een batterij-elektrisch vliegtuig zal nooit voor een vlucht naar Kuala Lumpur ingezet kunnen worden’, beaamt Jolanda Stevens, programmamanager Zero Emission Aviation bij KLM. ‘Dat is simpelweg te ver.’

Stevens gelooft in de mix. ‘Voor elk type vlucht kijken we naar een passende oplossing. Batterij-elektrisch vliegen zou voor kortere afstanden mogelijk zo’n oplossing kunnen zijn, en waterstof voor middellange afstanden en grotere passagiersaantallen. Voor lange vluchten zijn alternatieve brandstoffen, sustainable aviation fuels (SAF), geschikt.’

Mogelijkheden van hybride vliegen

Toch kan batterij-elektrisch vliegen ook op langere afstanden wel degelijk impact hebben, stelt Van de Weijer. Naast vliegen op SAF ziet hij mogelijkheden voor hybride toestellen. ‘Vliegtuigen moeten 20 tot 30 procent meer energie meenemen dan nodig, voor het geval dat de landingsbaan bij aankomst bijvoorbeeld geblokkeerd blijkt. Waardoor ze meer gewicht aan kerosine of accu’s meesjouwen dan ze in de praktijk gebruiken – wat vooral voor batterij-aangedreven vliegtuigen een beperking is.’

Het Zweedse Heart Aerospace is om die reden afgestapt van de ambitie om volledig elektrische vliegtuigen te maken. In plaats daarvan werkt de luchtvaart-startup nu aan een hybride toestel, de ES-30. Naast de batterijen zorgen twee turbogeneratoren, die draaien op SAF, voor extra stroomreserve. Daarmee kan de ES-30, die in 2028 moet worden opgeleverd, vijfentwintig tot dertig passagiers vervoeren en – afhankelijk van het aantal mensen aan boord en het wel of niet inschakelen van de generatoren – 200 tot 800 kilometer vliegen.

Ook het Nederlandse Maeve Aerospace zet sinds een paar jaar vol in op hybride. Met de M80 werkt de Delftse vliegtuigbouwer aan een toestel dat ongeveer 75 tot 90 mensen kan vervoeren en een actieradius heeft tussen de 950 en 1.450 kilometer. Daarmee red je het nog steeds niet tot New York – dat is vanaf Amsterdam bijna 6.000 kilometer – maar de meeste Europese bestemmingen komen met zo’n bereik wél in beeld.

Betere batterijen

Een startup die wél vasthoudt aan volledig batterij-elektrisch aangedreven vluchten is het Nederlandse Elysian Aircraft. Het bedrijf werkt aan een 90-zitter, de E9X, die in 2033 op de markt moet komen. ‘Met de batterijtechnologie van vandaag kan het toestel 500 kilometer vliegen’, zegt medeoprichter en co-ceo Daniel Rosen Jacobson. ‘Maar met de snelheid van innovaties verwachten we dat we bij de marktintroductie op een bereik van 800 kilometer zitten.’

Ook Merlijn van Vliet (E-Flight Academy) gaat uit van betere batterijen in de toekomst. De accu’s van de Pipistrel hebben een batterij-energiedichtheid van 160 Wh/kg. Dat betekent dat de batterij per kilogram gewicht 160 wattuur (Wh) aan energie kan opslaan en leveren. Ter vergelijking: bij een gemiddelde elektrische auto is dat 250 Wh/kg.

‘Maar de accu’s in onze toestellen komen uit 2020 en zijn dus eigenlijk alweer verouderd’, zegt Van Vliet. ‘Technisch gezien zijn er al batterijen van 450 Wh/kg mogelijk.’ Dat soort waarden zien we nu alleen nog in het laboratorium, voegt Jolanda Stevens van KLM toe. ‘Nog niet op schaal. Zodra dat gebeurt, wordt het interessant.’

Pipistrel hangar Teuge

Een Pipistrel-toestel aan de lader op de hangar in Teuge. Foto: Wilke Wittebrood

Met de toekomstige verbeteringen voor batterijen hoopt Rosen Jacobson op termijn naar een bereik van 1.000 kilometer te kunnen. ‘Dat is belangrijk’, zegt hij. ‘Daarmee zouden we in potentie de helft van alle lijnvluchten wereldwijd kunnen vervangen (volgens data van de International Council on Clean Transportation, red.).’

Businessmodel herzien

Maar wil de sector de potentie van elektrisch vliegen echt optimaal benutten, dan moet volgens deskundigen het businessmodel compleet worden herzien. Het netwerk van kleinere luchthavens moet veel beter worden benut, stelden onderzoekers van NASA in een in juni verschenen rapport. Zij pleiten ervoor om die met elkaar te verbinden via elektrische vluchten, al dan niet met een of meerdere tussenstops om op de plaats van de bestemming aan te komen. Dit wordt regional air mobility (RAM) genoemd.

Mobiliteitsdeskundige Carlo van de Weijer denkt dat elektrische vliegtuigen met regional air mobility in potentie 5 tot 10 procent van de bestaande vluchten kunnen vervangen.

‘De infrastructuur is er al’, zegt hij. ‘Europa telt 4.000 kleinere luchthavens. Als je die slimmer inzet en verbindt, kunnen die een alternatief vormen voor auto- of treinritten. Duitse toeristen kunnen elektrisch naar Texel vliegen, wintersporters kunnen reizen vanaf vliegveld Budel. Met zo’n nieuwe manier van reizen hoeven er mogelijk ook minder wegen en spoorlijnen te worden aangelegd. Ook dat is duurzaamheidswinst.’

Merlijn van Vliet van de E-Flight Academy noemt het ‘point-to-point’ vliegen. Met zijn tweede bedrijf, NRG2FLY, werkt hij aan een oplossing om al die regionale vliegvelden van laadinfrastructuur te voorzien. Te beginnen met ‘zijn’ eigen airport: de zonnepanelen op de hangar in Teuge zijn aangesloten op een accu van 500 kilowattuur, vier vliegtuigladers en tien autoladers.

Stiller, schoner en energie-efficiënter

De luchtvaartondernemer voorziet een toekomst waarin we ‘belachelijk veel’ gaan vliegen. Daar zullen de mensen die in de buurt van de luchthavens wonen, vast niet blij mee zijn. Mis, zegt Van Vliet. ‘Onze e-toestellen hebben een geluidsniveau van 47 decibel. Dat is zachter dan het omgevingsgeluid van Tuinwijk, een woonwijk in Utrecht. Je ziet ons wel, maar je hebt er geen last van. In Teuge heeft niemand nog geklaagd.’

Maar toch: hoe kunnen we meer gaan vliegen, als luchthavens juist moeten krimpen? Schiphol moet kleiner worden van de overheid; het aantal vluchten wordt vanaf november 2025 beperkt tot een maximum van 478.000 per jaar. Die slots gelden voor brandstofvliegtuigen, reageert Van Vliet. Oliver Newton, lead sustainability & innovation bij Transavia, voegt daaraan toe: ‘Ik hoor geluiden dat er in de toekomst aparte slots gereserveerd gaan worden voor zero-emission vliegtuigen.’

De reden dat Daniel Rosen Jacobson (Elysian) zo sterk in vliegen op batterijen gelooft, is dat het volgens hem de meest optimale manier om energie te verbruiken. Een claim die de ondernemer stut met een impactanalyse van CE Delft, die in opdracht van Elysian is uitgevoerd.

‘Elektrisch vliegen is vergelijkbaar met hogesnelheidstreinen en EV’s wat betreft energie-efficiëntie ‘, zegt hij. ‘77 procent van de energie die je erin stopt, wordt gebruikt. Dat is zes keer efficiënter dan SAF en ongeveer vier keer efficiënter dan waterstof. Bovendien is een elektrisch voertuig over het algemeen veel minder onderhoudsintensief.’

Marktintroductie versnellen

Dat maakt elektrisch vliegen volgens Rosen Jacobson ook economisch interessant voor luchtvaartmaatschappijen, zijn beoogde klanten. Die partijen weten Elysian goed te vinden; de startup werkt bijvoorbeeld samen met KLM en Transavia voor een ‘strategisch kennistraject om batterij-elektrisch vliegen versneld van de grond te krijgen’.

Coalities bouwen binnen het ecosysteem, noemt Jolanda Stevens van KLM het. Sinds april 2024 is ze lid van de raad van advies van Elysian. ‘We zien het als onze verantwoordelijkheid om een bijdrage te leveren aan de verduurzaming van de gehele luchtvaart’, legt ze uit. ‘Voor de sector kan dit een goed initiatief zijn, omdat Elysian de lat echt hoger legt dan veel andere elektrische vliegtuigbouwers. Als wij zo’n speler kunnen verbinden aan onze andere partners – luchthavens, de overheid, infrastructuurbouwers en energieleveranciers – gaat de marktintroductie veel sneller.’

E9X Elysian

De E9X van startup Elysian. KLM en Transavia denken mee over een ontwerp dat voldoet aan hun standaarden. Foto: Elysian

Onderdeel van het partnerschap is dat de luchtvaartmaatschappijen meedenken over een vliegtuigontwerp dat voldoet aan hun standaarden. Een toestel dat ze in theorie zouden kunnen opnemen in hun vloot, al benadrukken de partijen dat daarover nog niets op papier is gezet.

‘Maar we willen hetzelfde’, zegt Daniel Rosen Jacobson. ‘Een toestel ontwikkelen dat luchtvaartmaatschappijen kunnen adopteren en waarmee ze operationeel succes kunnen boeken. Want duurzaamheid is één, maar uiteindelijk is economisch succes het allerbelangrijkste.’

Vliegen op stroom concurrerend?

Hoe zit het precies met het kostenplaatje? Voor de prijs van één 180-zitter van Airbus moeten luchtvaartmaatschappijen straks twee Elysian-toestellen voor 90 passagiers kunnen kopen, aldus Rosen Jacobson. Hij stelt dat zijn vliegtuigen ook operationeel met de Airbus kunnen concurreren. ‘Dat komt vooral omdat verwacht wordt dat de energie- en onderhoudskosten een stuk lager zijn op het moment dat wij de markt betreden.’

De luchtvaartondernemer krijgt bijval van Oliver Newton van Transavia. ‘Voor airlines is de brandstof de grootste variabele kostenpost’, legt hij uit. ‘Die kosten stijgen elk jaar, vooral door hogere belastingen en het beprijzen van CO2-uitstoot via het Europese emissiehandelssysteem. Vliegen op elektriciteit is veel goedkoper dan vliegen op kerosine. Daarnaast zijn de stroomprijzen stabieler.’

De brandstofprijzen stijgen ook omdat leveranciers in de EU sinds 2025 een oplopend percentage SAF moeten bijmengen, dat minimaal twee tot drie keer duurder is dan kerosine. Een andere factor is het onderhoud. Een elektromotor heeft minder onderdelen dan een straalmotor en is zodoende makkelijker te onderhouden.

Een ander voordeel is dat luchthavens e-vliegtuigen graag zien komen. Op Schiphol geldt bijvoorbeeld: hoe stiller het vliegtuig, hoe lager de haventarieven voor luchtvaartmaatschappijen. Ook dat drukt de prijs.

Niet op de zaken vooruit lopen

Feit blijft dat de Elysian-vliegtuigen – en de andere e-toestellen die in de maak zijn – bij lange na niet de afstand van een Airbus halen. Met een bereik van 800 kilometer kan minder dan 10 procent van het huidige routenetwerk van Transavia worden ‘geëlektrificeerd’, aldus Newton.

Net als hoogleraar Carlo van de Weijer erkent hij het belang van een nieuw businessmodel, willen e-vluchten echt schaal krijgen. ‘Je kunt prima van Nederland naar Zuid-Spanje vliegen met één tussenstop. Kleinere toestellen openen ook de markt voor nieuwe bestemmingen, zoals de Kanaaleilanden voor de Franse kust. Daar vliegen we nu niet op, maar met een elektrisch toestel wordt zo’n locatie wél aantrekkelijk.’

Jolanda Stevens (KLM) is voorzichtiger. ‘Binnen ons Europese netwerk zijn er misschien twaalf tot vijftien bestemmingen die onder de range van 500 kilometer vallen. Als ik kijk naar de hubfunctie die we vervullen vanaf Schiphol, waarmee we verbindingen over de hele wereld creëren, denk ik niet dat regional air mobility bij ons past. Al kom je met het aantal passagiers en het bereik van Elysian wel in de buurt van iets dat heel bruikbaar zou kunnen zijn.’

Ze waarschuwt wel niet op de zaken vooruit te lopen. ‘In de luchtvaartsector kunnen innovaties jaren in beslag nemen. Het ontwerpen, ontwikkelen en certificeren van nieuwe toestellen kost nu eenmaal tijd. Daar is een goede reden voor: de veiligheid van de passagiers en piloten staat voorop.’

Vergelijking met Roadster

Elektrisch vliegen stuit vaak op scepsis. Maar het feit dat het tweepersoonstoestel van Pipistrel al rondvliegt, zegt Stevens, is ‘misschien nog niets, maar tegelijkertijd ook alles’. ‘Omdat het laat zien dat vliegen op batterijen mogelijk is.’

Mobiliteitsexpert Carlo van de Weijer maakt graag de vergelijking met de Roadster, vijftien jaar geleden het eerste model van Tesla. ‘Dat kleine tweepersoonsautootje rammelde en schudde aan alle kanten. Maar de wagen was ook doodstil en had een enorme acceleratie. Toen ik in de Pipistrel zat, maakte ik dat weer mee, maar dan met een vliegtuig. En vergeet niet: de Roadster was het begin van iets heel groots.’

In het begin werd er lacherig gedaan over de ambities van Tesla-oprichter Elon Musk, knikt Stevens. ‘En nu is elektrisch rijden een feit.’

Lees ook:

Hoe een nieuwe Europese CO2-prijs de adoptie van warmtepompen en elektrische auto’s vanaf 2027 kan versnellen

De ontwikkeling van de verkoop van warmtepompen en elektrische auto’s in de afgelopen jaren laat zien dat wijzigingen bij overheidsregelingen nog altijd grote invloed hebben. Het kabinet-Schoof heeft hierbij vooral op rem getrapt, maar het tij kan keren als er vanaf 2027 een nieuwe, Europese CO2-heffing van kracht wordt die emissies van gebouwen en het wegtransport raakt.De nieuwe Europese CO2-prijs raakt de kosten van brandstoffen zoals aardgas, benzine en diesel. Uit een nieuw rapport van onderzoeksbureau BoombergNEF blijkt dat dit forse effecten kan hebben.In een basisscenario wordt gerekend met een CO2-prijs die vanaf 2027 in drie jaar stijgt van ongeveer 80 euro naar 120 euro per ton. Ter vergelijking: in het huidige Europese emissiehandelssysteem is de marktprijs van CO2 nooit hoger geweest dan 105 euro per ton.De lidstaten van de EU kunnen de impact van CO2-beprijzing van fossiele brandstoffen onder meer beperken door een versnelde overstap te stimuleren naar warmtepompen als alternatief voor verwarming met gas of stookolie. Voor het wegvervoer kan elektrisch rijden een extra impuls krijgen, als alternatief voor brandstofmotoren die op benzine of diesel draaien.Het nieuwe stelsel voor het beprijzen van de CO2-uitstoot van gebouwen en wegvoertuigen zit behoorlijk ingewikkeld in elkaar. Change Inc. geeft een uitleg in zeven stappen. #1 Europese CO2-prijs: regulering van emissierechten en handelsmarkt De Europese Unie werkt voor beprijzing van CO2-uitstoot al jaren met een systeem van emissierechten, het EU ETS (Emissions Trading System). Daarbij hebben specifieke sectoren - veelal de grote, industriële uitstoters zoals de energie, staal- en chemiesector - de plicht om jaarlijks bij een nationale autoriteit emissierechten in te leveren op basis van de hoeveelheid CO2 die ze uitstoten. Één zo’n recht heeft betrekking op een ton CO2-uitstoot.De emissierechten kunnen gekocht worden via primaire veilingen, waar de bedrijven die onder de inleverplicht vallen aan mee kunnen doen. Daarnaast is er een secundaire markt waar ongebruikte emissierechten – die dus niet zijn ingeleverd bij de nationale emissieautoriteit – kunnen worden verhandeld. De hoogte van de CO2-prijs wordt bepaald door vraag en aanbod op de primaire veilingen en de secundaire handelsmarkt.Doordat het aantal te veilen emissierechten jaarlijks daalt, worden bedrijven gestimuleerd om hun CO2-emissies omlaag te brengen. Het is namelijk erg kostbaar voor een bedrijf, als het méér CO2 uitstoot in een jaar vergeleken met het aantal ingeleverde emissierechten. Dan treedt een bestuurlijke boete in werking, waarbij 100 euro per ton te veel uitgestoten CO2 moet worden betaald. #2 Niet één, maar twee CO2-prijzen Zoals aangegeven geldt het huidige ETS voor specifieke sectoren, met nadruk op de zware industrie. De luchtvaart valt in beperkte mate onder het emissierechtensysteem, omdat Europese luchtvaartmaatschappijen vooralsnog alleen voor de CO2-uitstoot van vluchten binnen de EU emissierechten moeten inleveren.Vanaf 2027 komt er voor de gebouwde omgeving en het wegtransport een uitbreiding met de naam ETS II. Dit werkt in principe op dezelfde manier als het huidige ETS, maar gaat wel gescheiden opereren.Leveranciers van bijvoorbeeld aardgas voor de verwarming van gebouwen en woningen, en verkopers van motorbrandstoffen zoals benzine en diesel, moeten op basis van de CO2-uitstoot van deze fossiele brandstoffen een bepaald aantal emissierechten per jaar inleveren bij hun nationale emissie-autoriteit.Voor het ETS II worden er in 2027 iets meer dan 1 miljard uitstootrechten geveild (dus goed voor 1 miljard ton CO2-uitstoot) en daarna daalt dat aantal in principe ieder jaar met ruim 5 procent. In de onderstaande grafiek is te zien dat er op die manier in 2030 nog zo'n 850 miljoen emissierechten worden geveild.[caption id="attachment_165322" align="aligncenter" width="900"] Onder het ETS II-stelsel daalt het aantal te veilen emissierechten voor de uitstoot van CO2 jaarlijks. Bron: EC/BloombergNEF, bewerking Change Inc.[/caption]De emissierechten voor het wegtransport en de gebouwde omgeving vallen onder een aparte inleverplicht. Dit is van belang voor de secundaire handelsmarkt. Sectoren die onder respectievelijk het ETS en ETS II vallen, opereren gescheiden. Emissierechten van de twee stelsels zijn dus niet inwisselbaar.Voor een staalbedrijf dat onder het ETS opereert, heeft het weinig zin om op de secundaire markt van het ETS II emissierechten te kopen, omdat die niet geldig zijn bij inlevering voor bedrijven die onder het eerste ETS-stelsel vallen. Omgekeerd kan een brandstofleverancier die onder ETS II valt, weinig met emissierechten van het eerste ETS-stelsel, omdat die niet meetellen voor ETS II.Het gevolg hiervan is dat er vanaf 2027 twee aparte markten voor CO2-beprijzing ontstaan in de EU met elk hun eigen marktprijs. #3 Europese Unie bouwt schokdempers in voor ETS II Gelet op de directe impact op burgers en bedrijven van een CO2-prijs voor fossiele brandstoffen, wordt er vanuit de EU gestuurd op een vlakke ontwikkeling van ETS II-prijzen in de eerste vijf jaar. De EU heeft daarvoor naast de jaarlijks vastgestelde hoeveelheid emissierechten die brandstofleveranciers bij veilingen kunnen kopen, een aparte buffer gecreëerd van in totaal 600 miljoen emissierechten (dus goed voor 600 miljoen ton extra uitstoot).Uit de zogenoemde ‘market stability reserve’ kan onder voorwaarden geput worden om tijdelijk extra emissierechten op de markt te gooien, en daarmee het aanbod van emissierechten te vergroten. Dit kan alleen in specifieke situaties als de CO2-prijs van het ETS II te hard stijgt.Voor het jaar 2027 wordt gemikt op een CO2-prijs voor het ETS II van ongeveer 59 euro per ton. Dat is beduidend lager is dan de marktprijs van het huidige ETS. In de onderstaande grafiek is te zien dat die momenteel zo’n 76 euro bedraagt.!function(){"use strict";window.addEventListener("message",function(a){if(void 0!==a.data["datawrapper-height"]){var e=document.querySelectorAll("iframe");for(var t in a.data["datawrapper-height"])for(var r,i=0;r=e[i];i++)if(r.contentWindow===a.source){var d=a.data["datawrapper-height"][t]+"px";r.style.height=d}}})}();#4 Brandheffingstoffing van ETS II raakt burgers en bedrijven Voor ETS II  geldt de inleverplicht van emissierechten voor een aantal specifieke brandstoffen. Hieronder vallen aardgas, stookolie en kolen voor de verwarming van gebouwen en woningen, alsook diverse brandstoffen voor het wegtransport, zoals benzine en diesel, maar ook LPG.Brandstofleveranciers zullen de kosten van de CO2-heffing zo veel mogelijk proberen door te schuiven naar hun afnemers, ofwel bedrijven en burgers. Het gevolg is naar verwachting dat de relatieve kostprijs van onder meer aardgas en benzine omhoog gaat vergeleken met stroomprijzen.Om een idee te geven: een liter benzine bevat ongeveer 0,65 kilo koolstof. Als de koolstof uit de benzine bij verbranding gebonden wordt met zuurstof uit de lucht, ontstaat ongeveer 2,4 kilo CO2.Bij een CO2-prijs van 60 euro per ton gaan de kosten van een liter benzine met ruim 14 cent omhoog (6 cent per kilo x 2,4 kilo CO2). Exclusief btw. Klimt de CO2-prijs van ETS II naar 100 euro per ton, dan stijgen de kosten per liter benzine met ongeveer 24 cent.Analisten van ABN Amro hebben uitgerekend dat een automobilist die op benzine zo’n 15.000 kilometer per jaar rijdt, afhankelijk van de zuinigheid van de auto en de ontwikkeling van de CO2-prijs, op jaarbasis te maken kan krijgen met 115 tot 153 euro hogere kosten. Voor verwarming van woningen op aardgas ligt de schatting op een kostenstijging van 84 euro tot 210 euro.Voor de periode tot 2029 komen analisten van Rabobank met een vergelijkbaar sommetje op jaarlijkse kostenstijgingen van ongeveer 90 euro voor benzine-auto’s en ongeveer 100 euro voor gasverbruik in woningen.De directe maatschappelijke impact die het ETS II-systeem gaat krijgen, geeft enerzijds prikkels om voor elektrische auto’s en/of warmtepompen te kiezen, aangezien die relatief net wat aantrekkelijker worden. Tegelijk vraagt dit om aanvullende sociale maatregelen voor lagere inkomens voor wie CO2-arme alternatieven niet beschikbaar of te duur zijn. #5 Sociaal fonds tegen energie-armoede en investeren in duurzame opties De opbrengsten die EU-landen krijgen door CO2-emissierechten te veilen moeten bij ETS II besteed worden aan een combinatie van sociale maatregelen tegen energiearmoede en het stimuleren van decarbonisatie. Dat laatste is vrij breed en kan van alles omvatten, van diepte-investeringen in de uitbreiding van het stroomnet, tot subsidies voor de aanschaf van warmtepompen en elektrische auto’s, of prijskortingen op laadkosten van elektrische voertuigen.De analisten van BloombergNEF schatten dat de totale opbrengsten van veilingen voor emissierechten tussen 2027 en 2035  op 644 miljard euro uitkomen. Van deze opbrengsten is 61 miljard euro al geoormerkt voor het Europese Social Climate Fund voor de periode tussen 2027 en 2032. Inclusief overige financiering krijgt dit fonds in eerste instantie een omvang van bijna 87 miljard euro, waaruit EU-landen kunnen putten.[caption id="attachment_165268" align="aligncenter" width="900"] Bron: Bloomberg NEF, 17 september 2025[/caption]Dit betekent dat er naast de eerste invulling van het sociale klimaatfonds naar schatting over een periode van negen jaar nog zo’n 583 miljard euro aan inkomsten binnenkomt, waarover de EU-lidstaten kunnen beschikken.Dat geld kan gebruikt worden voor extra sociale ondersteuning, maar ook voor bredere energiemaatregelen. Er kan bijvoorbeeld gekozen worden voor verdere verduurzaming van de gebouwde omgeving met betere isolatie en subsidies voor warmtepompen, of het stimuleren van elektrisch vervoer op de weg. #6 Risico op uitschieters CO2-prijs naar meer dan € 100 per ton In EU-verband wordt in eerste instantie gestuurd op een CO2-prijs voor ETS II die in de buurt van de 60 euro per ton ligt. Analisten van BloombergNEF denken echter dat de huidige mechanismen die zijn ingebouwd om extreme prijspieken te voorkomen, onvoldoende zullen zijn. Ze voeren daarvoor drie redenen aan.Op de eerste plaats is er vooralsnog beperkte speelruimte ingebouwd om uit de pot met extra emissierechten te putten, als de marktprijs van CO2 sterk stijgt. Het kan dus zijn dat de ‘market stability reserve’ niet goed werkt.Een tweede risico komt volgens de analisten voort uit het feit dat emissienormen voor nieuwe brandstofauto’s door de EU recent zijn versoepeld, onder druk van de Europese autolobby. Dit betekent dat de druk op autofabrikanten om bij nieuwe modellen flink te sturen op een lagere CO2-uitstoot, minder groot is geworden. Als dit leidt tot een relatief hoge uitstoot van nieuwe benzine- en dieselmodellen, stuwt dat de vraag naar emissierechten en daarmee de CO2-prijs van ETS II.Een derde punt dat de analisten van BloombergNEF aanhalen, betreft de economische prikkel om over te stappen op warmtepompen en elektrische auto’s. Ook bij hogere brandstofkosten voor aardgas, benzine en diesel vormen de hoge aanschafprijzen van elektrische alternatieven vaak nog een barrière.Zonder extra subsidies kan het zo uitpakken, dat de adoptie van elektrische auto’s en warmtepompen vanaf 2027 tegenvalt. In dat geval blijft de vraag naar aardgas en motorbrandstoffen relatief hoog. Dit heeft dan een prijsopdrijvend effect voor emissierechten, aangezien energiebedrijven in een dergelijk scenario relatief veel uitstootrechten nodig hebben. #7 Meer subsidies voor elektrificatie gebouwen en elektrisch rijden Als de CO2-marktprijs in ETS II inderdaad structureel boven het beoogde niveau van ongeveer 60 euro per ton uitkomt, zijn aanvullende maatregelen nodig. Een optie is om de reservepot met extra emissierechten anders in te zetten, bijvoorbeeld door bij prijspieken veel meer emissierechten beschikbaar te stellen.Nadeel van deze ‘marktmanipulatie’ is dat extra emissierechten vrijgeven betekent dat de CO2-uitstoot hoger kan blijven dan in huidige plannen is ingebouwd. Hoe meer emissierechten er op de markt komen, des te geringer de prikkel om de CO2-uitstoot van aardgas en motorbrandstoffen terug te dringen.Een andere optie is om met extra inkomenssubsidies voor burgers en bedrijven de hogere kosten van gas, benzine en diesel op te vangen. Ook dat heeft als nadeel dat dit prikkels wegneemt voor de overstap naar CO2-arme alternatieven.De analisten van Bloomberg stellen daarom dat het kan helpen als een substantieel deel van de nog niet geoormerkte inkomsten uit ETS II wordt ingezet voor extra subsidies bij de aanschaf van onder meer warmtepompen en elektrische auto’s. Hoe sneller de substitutie richting alternatieven voor fossiele brandstoffen plaatsvindt, hoe sneller de vraag naar aardgas, benzine en diesel daalt en daarmee de vraag naar emissierechten.Uiteraard betekent dit alles een forse stijging van de elektriciteitsvraag. Het wordt hiermee des te belangrijker dat het aanbod van hernieuwbare energie uit zon en wind blijft groeien, evenals de buffercapaciteit om schommelingen van vraag en aanbod op de stroommarkt op te vangen. Echte CO2-besparing kan namelijk alleen plaatsvinden als ook de stroomvoorziening steeds meer van CO2-arme bronnen komt. Lees ook:Dit zijn 3 alternatieven voor de nationale CO2-heffing van Nederland Innovatie uit Eindhoven opent de deur voor warmtepompen in meer huishoudens Bijtelling leaseauto's omhoog: toch blijft elektrisch vaak voordeliger dan benzine