Hannah van der Korput
18 september 2024, 09:10

Changemaker Daniel Rosen Jacobson (Elysian): ‘Onze vliegtuigen kunnen de helft van de vluchten in 2040 emissievrij maken’

Daniel Rosen Jacobson is medeoprichter en CEO van Elysian. Bij de Delftse start-up wordt hard gewerkt aan vliegtuigen die niet op vervuilende kerosine, maar op batterijen vliegen. Het eerste toestel, genaamd E9X, moet in 2033 zijn eerste commerciële vlucht maken.

Todays Change Makers Daniel Rosen Jacobson bruin “Batterij-elektrisch vliegen kan goed concurreren met vliegen op vervuilende kerosine.”

184 landen hebben zich gecommitteerd aan het doel om in 2050 zonder uitstoot te vliegen. Waar staan we nu?

“Willen we dat doel halen, dan moeten we aan de bak. Er zijn mooie ontwikkelingen gaande. Er lopen onderzoeken naar innovatieve technologieën en start-ups werken aan nieuwe vliegtuigontwerpen. Maar als je kijkt hoe snel de luchtvaart op dit moment concreet verduurzaamt, bijvoorbeeld hoeveel SAF (Sustainable Aviation Fuel, oftewel duurzame kerosine, red.) er wordt gebruikt, dan moet je constateren dat we achterlopen. Daarom is het belangrijk dat we het proces versnellen met nieuwe technologieën. Daar werken we bij Elysian aan.”

Hoe verduurzaam jij de luchtvaart?

“Wij ontwikkelen een batterij-elektrisch vliegtuig, het eerste type dat plek biedt voor negentig passagiers en naar verwachting 800 kilometer kan vliegen, puur op batterijen. In de toekomst verwachten we dat 1.000 kilometer ook haalbaar is. Daarmee is het een veel schonere en stillere oplossing dan de huidige toestellen.

Om het concreet te maken: de helft van de commerciële vluchten gaat niet verder dan 1.000 kilometer. Kijk je puur naar wat technologisch haalbaar is met ons ontwerp en even niet aan randvoorwaarden zoals beleid en wetgeving, dan kan ons vliegtuig die vluchten straks voor zijn rekening nemen. De bold statement die wij maken is dan ook dat onze vliegtuigen de helft van de vluchten in 2040 emissievrij kunnen maken.”

Andere bedrijven richten zich juist op waterstofvliegtuigen of SAF, een verzamelnaam voor vliegtuigbrandstoffen gemaakt van hernieuwbare bronnen. Waarom geloven jullie in batterij-elektrisch vliegen?

“Elektrisch vliegen is de meest optimale manier om energie te gebruiken. Binnen duurzaam vliegen bestaan drie opties: met duurzame brandstoffen die we SAF noemen, waterstof en elektrisch vliegen. Bij SAF heb je vanaf de energiebron tot aan de motor enorm veel tussenstappen. Je moet het opwekken, maken, vervoeren, opslaan, in het vliegtuig krijgen en dan vervolgens gebruiken. Bij iedere tussenstap verlies je steeds een beetje energie. Bij elektrisch vliegen gebruik je zo’n 77 procent van de energie die je erin stopt. Dat betekent dat een groot deel van de energie waarmee je begint, ook daadwerkelijk wordt gebruikt. Bij duurzame brandstoffen is dat maar 13 procent. Dat wil zeggen dat elektrisch vliegen zes keer zo energie-efficiënt is als SAF. Waterstof zit er een beetje tussenin. Daar heb je namelijk ook te maken met veel tussenstappen: van productie tot transport en opslag. Dat betekent veel verlies. Waterstof is ongeveer vier keer minder energie-efficiënt dan elektrisch vliegen. Groene energie is schaars. Willen we zo min mogelijk verspillen, dan is elektrificeren volgens ons de beste manier. Waterstof en SAF kunnen je dan gebruiken voor langere afstanden en grotere vliegtuigen. Dat is de korte versie van het verhaal.”

Ik hoor vaker dat elektrisch vliegen voor kortere afstanden realistisch is, maar dat batterijen voor lange afstanden tekort schieten.

“Dat is precies het probleem dat ons vliegtuig-ontwerp oplost. Lang heerste inderdaad het idee dat elektrisch vliegen alleen voor de kleinere vliegtuigen een optie is. Als je batterijen in een vliegtuig stopt, zou het te zwaar worden. Dat maakt dat je niet ver kan vliegen. Plus, door het gewicht van de accu kun je maar weinig passagiers meenemen.

Onze kracht zit hem echt in de manier waarop we het vliegtuig hebben ontworpen. Wij zijn op zoek gegaan naar de voorwaarden waarop het wél kan. We gaan niet uit van een nieuwe batterijtechnologie die nog niet bestaat, maar wel van een kleine verbetering van de technologie die er nu al is. Een belangrijke ontwerpkeuze is dat we de batterijpakketten in de vleugels van het vliegtuig verwerken. We hebben gekozen voor brede vleugels, zodat we veel batterijen mee kunnen nemen. Het toestel heeft acht propellers, waardoor het vliegtuig efficiënter kan vliegen. Ons vliegtuig is dus geen kopie van bestaande varianten, maar is ontworpen met de elektrische aandrijflijn in gedachten.”

Is elektrisch vliegen ook economisch haalbaar?

“Economisch gezien is het heel interessant. De andere opties, vliegen op SAF en waterstof, zijn naar verwachting een stuk duurder. Duurzame brandstoffen zijn een stuk prijziger dan de brandstof waar nu op wordt gevlogen. Waterstof is ook relatief duur om te maken. Als je dat afzet tegen de productie van batterijpakketten en het opladen ervan, dan is elektrisch vliegen financieel de aantrekkelijkste optie. Bovendien worden accu’s en groene stroom over tijd alleen maar goedkoper. De trend gaat naar beneden. De prijs van duurzamere brandstoffen en waterstof blijft vooralsnog redelijk constant. Al zal waterstof naar verwachting nog wel wat goedkoper worden.

Batterij-elektrisch vliegen kan goed concurreren met vliegen op vervuilende kerosine. Dan hebben we het over de prijs van het toestel, brandstofprijzen, maar ook onderhoudskosten. Dat financiële plaatje is sterk concurrerend met de huidige vliegtuigen die nu op commerciële afstanden vliegen, denk aan een Boeing 737 en Airbus A320. Daar kunnen we mee concurreren en qua operationele kosten zelfs lager uitvallen. Dat maakt ons alternatief niet alleen duurzaam, maar ook vanuit economisch oogpunt interessant voor luchtvaartmaatschappijen.”

Jullie werken aan een vliegtuig met plek voor negentig personen dat 800 kilometer, en in de toekomst zelfs 1.000 kilometer kan vliegen. Deze moet in 2033 de eerste commerciële vlucht maken. Wat komt daar allemaal bij kijken?

“Klopt, daar zijn we druk mee bezig. We zijn gestart met een conceptueel ontwerp. Daarop doen we risicoreductie, wat betekent dat we naar de technologische uitdagingen en de haalbaarheid kijken. Vooralsnog zien we geen problemen, waarop we een tweede ontwerp maken. Vervolgens komt de fase waarin we vliegtuigonderdelen configureren en testen. Dan bevriezen we het ontwerp en alle onderliggende technologieën en gaan we de vliegtuigdelen daadwerkelijk bouwen. Dat leidt tot het prototype. We verwachten dat deze in 2030 klaar is. Vervolgens volgt de certificering, dus dan ben je veel testvluchten aan het doen. Dat certificeringsproces zal zo’n drie jaar in beslag nemen. In 2033 moet de eerste commerciële vlucht dan plaatsvinden.”

Dat is een heel proces. Tegen welke uitdagingen loop je aan?

“De eerste is het aantrekken van goede engineers. Die hebben we simpelweg nodig. De tweede uitdaging is financiering. Dat blijft een thema voor ons, want het kost ongelooflijk veel geld om het programma tot de laatste fase te brengen. We zijn nu goed gefinancierd, maar we moeten vooruitkijken naar het volgende stadium en de investeringen die dan nodig zijn.

We werken hard aan ons eerste toestel, maar daarnaast denken we ook na over de infrastructuur. Hoe zou het laadnetwerk eruit moeten zien en welke partijen zijn daar mee bezig? Daar zoeken we de samenwerking mee op. Je ziet nu dat de eerste oplaadpunten bij vijf Nederlandse vliegvelden worden gerealiseerd. Daar maken enkel kleine tweezitters-vliegtuigen gebruik van, want dat zijn de enige elektrische vliegtuigen die gecertificeerd zijn. De volgende stap is dat er grotere vliegtuigen komen die in het netwerk gaan vliegen en dat meerdere luchthavens worden aangesloten. Zo breidt dat laadnetwerk stapsgewijs uit. Er is veel indicatie dat de infrastructuur er is tegen de tijd dat wij het nodig hebben. Je ziet dat sommige landen daarin vooroplopen. In Zweden en Noorwegen zijn ze al ver met een elektrisch laadnetwerk voor vliegtuigen. In veel Europese landen worden stappen gezet. Nederland is ook best vooruitstrevend.”

Met welke partij zou je in de toekomst nog eens willen samenwerken?

“We zijn op dit moment in gesprek met diverse luchtvaartmaatschappijen. KLM zit bijvoorbeeld in onze adviesraad. Binnenkort gaan we een samenwerking met een andere naam bekendmaken. We spreken met verschillende bedrijven die bezig zijn met de infrastructuur die elektrische vliegtuigen nodig hebben, denk aan energiemaatschappijen en spelers die zich richten op de laadtechnologie. Daarnaast is er veel contact met batterijproducenten en ontwikkelaars van batterijcellen. Maar ook overheden zijn relevant, net als universiteiten. We werken nauw samen met TU Delft: daar zit een schat aan kennis en bovendien helpen die korte lijntjes met het aantrekken van talent. Al die contacten zijn waardevol. Met iedere partij die ons kan helpen om elektrisch te vliegen, ga ik graag in gesprek.”

Andere Changemakers:

De Duurzame Troonrede van Kees Klomp: Hoop is een werkwoord

Het zal u niet ontgaan zijn. Het is crisis. Er is zelfs zo veel crisis dat we nieuwe woorden nodig hebben om de ernst van de crisissituatie te duiden. En dus spreken we tegenwoordig van de polycrisis; een verweven geheel van ecologische, sociale en individuele crises die alle aspecten van de menselijke samenleving raakt. Ik wil nog een stap verder gaan. De crisis is ondertussen zo vergevorderd en alomvattend, dat er wat mij betreft sprake is van een permacrisis. Het is onrealistisch geworden om de vele, grote en complexe problemen nog op te lossen. De crisis is permanent. Laat me deze stellingname onderbouwen. Er zijn drie crisis-benaderingswijzen: Ten eerste. Als we de ecologische crisis willen oplossen, moeten we de ecologisch-destructieve productie- en consumptiewijze die we momenteel massaal hanteren onmiddellijk beëindigen. Deze radicale ingreep is echter desastreus voor de economie en zal deze onvermijdelijk doen ineenstorten. Als we de huidige productie- en consumptiewijze echter ongewijzigd laten, dan is dat op korte termijn misschien goed nieuws voor de economie, maar zal dit de samenleving op de langere termijn onvermijdelijk ecologisch doen instorten. Om deze catch22 te ontlopen wordt daarom internationaal ingezet op een derde weg waarbij er gepoogd wordt om de ecologisch-degeneratieve en destructieve productie en consumptiewijze middels technologie en innovatie gefaseerd te vergroenen. Het creëren van groene bedrijvigheid en groene banen klinkt natuurlijk als geweldig goed nieuws voor de economie, maar er is een maar… Om de economie echt te vergroenen is namelijk een ontkoppeling nodig van ecologische voetafdruk en economische groei. De hoop is gevestigd op de ontwikkeling van technologie die deze ontkoppeling mogelijk maakt. Daar is vooralsnog echter geen enkel wetenschappelijk bewijs voor. Daarbij, om ecologische degeneratie en destructie te beëindigen is er heel wat meer nodig dan alleen de vermindering van CO2-uitstoot. Er is een door menselijk handelen veroorzaakte giftige cocktail van opwarming, vervuiling, verzuring, ontbossing en ontginning gaande die funest is voor de natuur. En de tijdsdruk groeit. De opwarming van de aarde blijkt veel sneller te gaan dan eerder verwacht, met groeiende zorgen over de zogenaamde klimaat-kantelpunten. Onder andere de smelt van de Groenlandse en West-Antarctische ijskappen, het stilvallen van de Labrador-zeestroom en de dooi van de permafrost blijken al volop gaande. Het toekomstperspectief wordt door klimaatwetenschappers daarom beschreven als semi-dystopisch en samenlevings-ontwrichtend met hongersnoden, geopolitieke conflicten en massamigratie door hittegolven, en vernietigende bosbranden, overstromingen en stormen als onvermijdelijke gevolgen. Een verontrustend vooruitzicht, en dan hebben we het nog niet gehad over de economie… Onderzoek In wetenschapstijdschrift Nature werd onlangs een onderzoek gepubliceerd waarin de economische schade van klimaatverandering is berekend. Bij een opwarming van maar 2 graden Celsius – een zéér reëel scenario - komen de onderzoekers tot een internationaal inkomensverlies van 19 procent oftewel 38.000 miljard dollar in de komende 26 jaar. Hierbij is niet alleen het inkomensverlies problematisch, maar vooral de impact die dit gaat hebben op het financiële systeem. Het economische systeem is namelijk onlosmakelijk verbonden aan het financiële systeem. De economie draait op kapitaal dat is gecreëerd door banken in de vorm van leningen. Om leningen financieel te laten renderen is economische groei noodzakelijk. De klimaatontwrichting gaat deze groeidwang binnen afzienbare tijd onmogelijk maken. Ook al wordt er behoorlijke economische groei van een paar procent gerealiseerd, dan nog wordt deze tenietgedaan door een verwacht structureel gat van minimaal 19 procent in 2050. Het financiële systeem is prima in staat om een tijdelijke groeischok op te vangen, maar kan onmogelijk functioneren met een structurele economische neergang. Banken kunnen geen gezonde kapitaalpositie bewaren bij een langdurig krimpende economie. En dat is precies wat aanstaande is. De permacrisis is een nieuwe realiteit. Biodiversiteitsverlies laat een soortgelijke ontwikkeling zien. Het World Economic Forum heeft berekend dat ongeveer de helft van alle wereldwijde economische activiteit afhankelijk is van de natuur. En bij de 10 grootste Europese banken blijkt minimaal 26 cent van elke dollar in hoge mate afhankelijk van ‘ecosysteem services’ die door de ecologische degeneratie en destructie steeds onzekerder worden. Het aan Oxford University gelieerde Green Finance Institute heeft berekend dat het Bruto Binnenlands Product van Engeland in de komende decennia 12 procent zal dalen als gevolg van het verlies aan ecosysteem services. Om dat in perspectief te zetten: de reductie van het Britse BBP als gevolg van de financiële crisis in 2008 bedroeg 5 procent. De reductie als gevolg van de COVID-crisis bedroeg 11 procent. En tenslotte creëert ook milieuvervuiling een economisch pad van vernieling. Het Britse blad The Lancet presenteerde in 2017 een onderzoek waarbij de mondiale financiële schade ten gevolge van milieuvervuiling werd becijferd op 4600 miljard dollar per jaar. Aangezien milieuverontreiniging alleen maar toeneemt (denk aan plastic, PFAS, lucht, water, bodem) gaat dit eveneens gepaard met jaarlijkse miljardenverliezen. Even voor de duidelijkheid: de zojuist genoemde bedragen en percentages komen voort uit onderzoeken met verschillende insteken en kunnen dus niet zondermeer bij elkaar worden opgeteld. Ze laten wel zien dat klimaatverandering, biodiversiteitsverlies als milieuvervuiling onvermijdelijk en tegelijkertijd voor economische ontwrichting gaan zorgen! Ineenstorting Het bedrijfsleven lijkt vooralsnog niet bereid om de bedrijfsvoering aan te passen. De Carbon Majors Database toont bijvoorbeeld dat de 57 olie-, gas-, kolen- en cementbedrijven die 80 procent van de wereldwijde CO2-emissies voor rekening nemen sinds het Parijs-akkoord in 2016 juist 55 procent meer zijn gaan uitstoten. En misschien nog wel meer confronterend is de ontwikkeling bij het Science Based Target Initiative. Hierbij zien we dat, na een initiële periode waarin steeds meer bedrijven zich committeerden aan Netto-Nul-in-2050 doelstellingen, bedrijven nu massaal een terugtrekkende beweging maken. Het bedrijfsleven toont geen écht urgentiebesef en geen échte transitiebereidwilligheid. Al met al kan ik niet anders dan concluderen dat ook de transitieweg doodloopt en acht ik een ecologisch veroorzaakte economische ineenstorting onvermijdelijk! Ik acht het gezien de onderzoeks-data onmogelijk dat de pilaren van onze huidige welvaartsamenleving (banken, verzekeraars, investeerders, productie/consumptie/distributie infrastructuren, levensstandaard en economische groei) overeind blijven! Ik besef terdege dat de term ineenstorting zwaarbeladen is. We associëren ineenstorting met apocalyptische Hollywood-rampenfilms. Deze ineenstorting ziet er echter anders uit: het is geen plotselinge gebeurtenis, maar een voortschrijdend, verergerend proces. Er is sprake van een ecologisch-economische Verelendung. De komende decennia ontstaat er door steeds rodere Bruto Binnenlands Product-cijfers een steeds meer neerwaarts gaande economische spiraal van inflatie, koopkrachtverlies, crashende aandelenbeurzen, schuldengroei, faillissementen van banken en bedrijven, ontslagen, infrastructurele infarcten en hulpbronnen-schaarste. Deze economische verslechtering veroorzaakt onvermijdelijk sociale verpaupering in de vorm van onrechtvaardigheid, ongelijkheid, onveiligheid, onrust en onbehagen. Hoop Het is om wanhopig van te worden. Maar is dat terecht? Is de crisissituatie echt hopeloos? Over hoop heersen nogal wat misverstanden. Hoop wordt vaak geassocieerd met het koesteren van een positieve toekomstverwachting. Hoe realistisch is hoop als de vooruitzichten zo overdonderend slecht zijn? De voormalige Tsjechische president Vaclav Havel heeft ooit een beschrijving van hoop gegeven die perspectief biedt. Havel zegt: Hoop is niet hetzelfde als optimisme; evenmin de overtuiging dat iets goed zal aflopen. Het is de zekerheid dat iets zinvol is onafhankelijk van de afloop, onafhankelijk van het resultaat Het is een gerichtheid van de geest, een gerichtheid van het hart, verankerd voorbij de horizon. Hoop ontstaat dus al doende. Het is een werkwoord. Omdenken We kunnen nieuwe mogelijkheden ontdekken door de crisis om te denken. Zo blijkt dat steeds meer mensen worstelen met hun mentale gezondheid. Depressie en burn-out zijn anno 2024 volksziekten geworden. Wetenschappers als John Vervaeke, Jonathan Rowson en Gabor Maté leggen een relatie tussen deze psychische epidemie en de turbokapitalistische samenleving. Zij stellen dat ons moderne menszijn is gereduceerd tot koude, kille nutsmaximalisatie. We bestaan louter nog om geld te verdienen en dat vervolgens uit te geven aan goederen. Daardoor zijn onze inherente sociale natuur en onze zinzoekende kant volledig verdwaald geraakt. En daar lijden we geestelijk onder. De systeemineenstorting die gaande is biedt hoop voor existentiële herijking. In de crisis kunnen we onszelf en elkaar hervinden. We kunnen de zo gemiste zin van ons leven hervinden; er is immers geen hoger doel denkbaar dan in-het-hier-en-nu -samen-te-werken aan het bouwen van een nieuwe samenleving! Nog een voorbeeld van omdenken. Steeds meer mensen willen systeemverandering. Volgens Karl Marx vereist systeemverandering het ten strijde trekken tegen- en het omverwerpen van- de bezittende macht. Het hoopvolle nieuws is dat er helemaal geen gewelddadige machtsstrijd hoeft te worden gevoerd. De ecologische ontwrichting veroorzaakt namelijk een economische systeem-desintegratie. Het systeem vernietigt zichzelf. In eerste instantie zal de ecologisch-economische Verelendung vooral de kapitaalzwakkeren treffen, maar uiteindelijk zullen ook de kapitaalkrachtigen onvermijdelijk worden getroffen. Als de laatste boom is omgehakt, de laatste vis is gevangen en de laatste rivier is vergiftigd, komen ook de rijken der aarde tot de onvermijdelijke conclusie dat geld niet gegeten kan worden. In plaats van onze tijd en energie te stoppen in het omverwerpen van machtsstructuren, kunnen we ons inzetten voor het oplossen daarvan. Ik noem dit geweldloze alternatief voor revolutie dissolutie. (Van het Engelse dissolve; oplossen). Het huidige systeem bestaat bij gratie van gecultiveerd en geconditioneerd denken en doen. We leven niet zozeer in systeem, het systeem leeft vooral in ons. Het systeem is een geïnternaliseerd verhaal waarin we massaal geloven en waarnaar we ons massaal gedragen. Maar het is géén gegeven. Het is gecreëerd. Verhalen kunnen we veranderen. Ik wil ineenstorting absoluut niet bagatelliseren (het gaat gepaard met lijden) en het is geenszins een gegeven dat deze situatie positief gaat uitpakken (autoritarisme en anarchie liggen op de loer). De desintegratie van de huidige modernistisch-materialistische norm biedt wel echte kansen voor echte verandering! De vanzelfsprekendheid van het oude, vertrouwde systeemverhaal als collectieve oriëntatie en instructie verdwijnt namelijk echt. Omdat er echt geen toekomstperspectief meer is voor het bestaande verhaal kunnen we een echt ander systeemverhaal gaan verbeelden. Welke hoopvolle bouwstenen voor een nieuw verhaal kunnen we verbeelden? Het intervidu Het fundament van het huidige systeem is het individu. Met dank aan de Verlichtingdenkers is de erkenning van het individu en de vrijheid om als mens zelfstandig vorm te geven aan het bestaan een gegeven. Ecologen bestuderen ecosystemen in de natuur, en daaruit blijkt dat al het leven op aarde niet individueel maar relationeel georganiseerd is. Alle levende organismen op aarde verkeren in wederzijds afhankelijke, accommoderende relaties. Het leven is een interviduele aangelegenheid. Ecoliberalisme Liberalisme is de ideologie van het individu: het beschermt burgervrijheden en mensenrechten en registreert de daarbij horende individuele verantwoordelijkheden door middel van sociale contracten. Ecoliberalisme is het liberalisme van het intervidu en versmelt menselijke vrijheid met natuurlijke verantwoordelijkheid. Ecoliberalisme is gericht op het bewerkstelligen van een symbiotische samenleving waarin alle levensvormen op aarde in vrijheid samenwerken aan het laten floreren van elkaars levenskwaliteit. Commonisme Kapitalisme is de economische toepassing van het liberalisme; de doorvertaling van individuele vrijheid in een vrijemarkteconomie. Kapitalisme is anno 2024 zo dominant dat we het als een natuurwet ervaren, maar dat is het niet. Allocatie van middelen kan namelijk ook prima plaatsvinden via de meent, die ook wel de commons worden genoemd. Commons zijn gemeenschapsgoederen die collectief worden beheerd op basis van horizontaal georganiseerde burgerparticipatie. Burgers werken in commons samen aan elkaars levensbestaan. Betekeniseconomie De huidige economie is gericht op het bewerkstelligen van materiële welvaart. Dit economisch perspectief op waarde focust op levensstandaard en het vermogen om in de behoefte aan benodigde goederen te kunnen bevredigen. Maar er zijn nog drie andere perspectieven op waarde die even legitiem zijn. We kunnen waarde ook sociologisch benaderen. Dat heet welzijn. Bij welzijn staat de objectiveerbare gezondheid van de levensomstandigheden centraal. We kunnen ook een psychologisch perspectief op waarde hanteren. Dit heet welbevinden en dat draait om subjectieve levensbeleving. Geluk. En tenslotte kunnen we waarde ook ecologisch beschouwen. Dit heet welleven. Welleven gaat over de mate van gedijen van natuurlijke ecosystemen. Welzijn, welleven en welleven worden in het huidige economische systeem onterecht gezien als afgeleiden van welvaart. Bij betekeniseconomie staat het bewerkstelligen van een balans tussen welvaart, welzijn, welbevinden en welleven centraal in plaats van de groei van welvaart. Tenslotte. Hoe bouwen we een nieuw systeem met deze verbeelde bouwstenen? Prefiguratie Het antwoord op die vraag klinkt simpel maar is best ingewikkeld: door het nieuwe systeem voor te leven. Nu het bestaande denken en doen steeds meer vastloopt, zoeken steeds meer mensen naar nieuwe houvast. Door een nieuw verhaal voor te leven kunnen we andere mensen laten zien dat ineenstorting niet het einde van de wereld betekent, maar het begin van een nieuwe samenleving. We kunnen laten zien dat we geen positieve verwachtingen over de toekomst hoeven te koesteren, maar slechts constructief moeten handelen in het hier en nu. Prefiguratie heet dat. Wat kunnen we nu doen om de samenleving straks te prefigureren? Geef het huidige systeem echt op. Verdraag het ongemak. Omarm de chaos. Ga plaatsgebonden leven. Vind uw gemeenschap. Streef met deze gemeenschap naar samenredzaamheid. Bevrijd uzelf zoveel mogelijk uit de zogenaamd vrije markt. Begin een meent! Maak uw economie zo klein en lokaal mogelijk. Besef dat u niet bent wat u bezit! Neem genoegen met genoeg! Geniet van simpele dingen. Begin een voedselbos of buurtuin. Maar bovenal: Neem regie. Wees de systeemverandering. Belichaam hoop! Ik wil mijn Duurzame Troonrede in dit kader besluiten met een hoopgevend citaat van prof. Karen O’Brien die kwantumwetenschap toepast op sociale verandering: 'In elk moment co-creëren we zowel passief als actief structuren en systemen die een florerende samenleving ondersteunen of ondermijnen. Als we onze complementaire identiteiten als tegelijkertijd individuen als collectieven omarmen, kunnen we rimpelende en resonerende patronen genereren die schaalbaar zijn. Onze intenties en acties beïnvloeden ons allemaal. Sociale verandering draait daarom om het zijn van een ander paradigma. Je doet er meer toe dan je denkt'.Lees ook:Stop met drammen, zo verleid je mensen wél om duurzaam te zijn: ‘Je moet het niet zo noemen’ Ondernemer Roebyem Anders over energiearmoede: ‘Ik wilde iets doen voor de mensen die verduurzaming het hardst nodig hebben’Effectief nudgen: zo duw je mensen de duurzame kant op