Sebastian Maks
19 december 2024, 14:00

Hoe ziet Schiphol er in 2050 uit? ‘Ook dan is vliegen nog niet klimaatneutraal’

Schiphol was ooit de trots van Nederland die ons internationaal actieve polderland verbond met de grote buitenwereld. Inmiddels is de luchthaven verworden tot nationale stouterd die iedereen tegen zich in het harnas jaagt. In het licht van de koplampen staat het doel van de luchtvaartsector om in 2050 CO2-neutraal te zijn. Bestáát Schiphol in 2050 nog wel, en zo ja, in welke vorm?

Getty Images 1741033031 Stefan Grebe (CE Delft): “De vraag naar vliegen zal ook in 2050 nog groot zijn.” | Credits: Getty Images

Onderwerpen die zó beladen zijn dat iedereen er een mening over heeft. Je kunt er zo een paar van opnoemen. Shell bijvoorbeeld, of de herverkiezing van Donald Trump. Laat ze vallen in een willekeurig gezelschap en de gesprekken barsten vanzelf los.

Inmiddels kun je stellen dat Schiphol een van die onderwerpen geworden is. De Amsterdamse luchthaven heeft de ogen namelijk veelvuldig op zich gericht. Vanwege het verwaarlozen van personeel, het al dan niet overtreden van milieuregels, of het beperken van vliegbewegingen. Schiphol lijkt in een eeuwige spagaat te zijn beland: de luchthaven doet ofwel te weinig aan verduurzaming en het welzijn van omwonenden, ofwel te weinig om de vermeende economische motor van Nederland draaiende te houden. Met rechtszaken tot gevolg. Milieuorganisaties daagden Schiphol onlangs voor de rechter omdat die onterecht over een natuurvergunning zou beschikken. En Bénédicte Ficq gaat omwonenden bijstaan in een rechtszaak tegen KLM, Transavia en de Nederlandse staat. Die zouden de omwonenden namelijk jarenlang hebben mishandeld door middel van de ‘beroving van slaap’.

Oorverdovende ruis

En dan natuurlijk nog het eeuwige gesteggel over de hoeveelheid jaarlijkse vluchten, nu door PVV-minister Madlener (Infrastructuur en Waterstaat) vastgesteld op 478.000. Meer dan de door milieuorganisaties gewenste 300.000, minder dan de huidige 500.000, hetgeen luchtvaartmaatschappij KLM weer niet leuk vindt.

Het geheel vormt een oorverdovende ruis die moeilijk te doorgronden is. En dat in een sector die zichzelf ook nog eens ten doel stelt om in 2050 volledig CO2-neutraal te zijn. Hoe gaat Schiphol dát nu weer voor elkaar krijgen, denken velen, zeker daar minister Madlener aangeeft de luchthaven na een tijdelijke krimp weer te willen laten groeien. Hoe ziet Schiphol er in 2050 eigenlijk uit? Bestáát Schiphol tegen die tijd überhaupt nog?

Klimaatneutraliteit op Schiphol?

Op die vraag antwoordt Stefan Grebe, onderzoeker bij CE Delft, resoluut: ja. “De vraag naar vliegen zal ook in 2050 nog groot zijn. Dan ga ik er even van uit dat we nog steeds in een geglobaliseerde wereld leven waarin mensen op vakantie willen gaan, handel met elkaar willen drijven en familie willen bezoeken. Eerlijk gezegd denk ik dat Schiphol minstens even groot zal zijn als nu, als er niet beleidsmatig wordt ingegrepen.”

Schiphol zegt zelf klimaatneutraliteit in 2050 na te streven. Volgens Grebe is het daarbij belangrijk om onderscheid te maken tussen de klimaatdoelen van individuele luchthavens en die van de luchtvaart als geheel. “Als een luchthaven zegt klimaatneutraal te willen zijn, hebben ze het vaak over alles behalve de vluchten.” Het gaat dan om de grondoperaties; het transport van bussen en goederenwagons op de grond, de energie die gebruikt wordt op de terminal, of koffieautomaten bij de gates. Feitelijk zijn er nu al genoeg technieken voorhanden om grondoperaties CO2-vrij in te richten. Simpel gezegd: dat is het probleem niet. Wél het probleem zijn de vliegtuigen. Die stoten veel CO2 uit, en zullen dat naar verwachting ook in 2050 nog doen.

Duurzame technologie

Door technologie zullen er tegen die tijd aanzienlijke stappen zijn gezet om de CO2-uitstoot te verlagen, vertelt Grebe. “Op de korte afstand, tot 2.000 kilometer, zullen we waarschijnlijk al elektrisch vliegen. Bij de middellange afstand maken we misschien gebruik van waterstof, en voor lange afstanden zullen we voornamelijk Sustainable Aviation Fuels (SAF) gebruiken. De klimaatimpact van vliegen wordt daarmee al flink gereduceerd, maar ook in 2050 zal de luchtvaart zeker niet klimaatneutraal zijn. We zullen dan nog te maken hebben met restemissies waar we iets mee moeten doen.”

Dat beaamt Igor Davydenko, onderzoeker bij het Planbureau voor de Leefomgeving. “Er is een groot verschil tussen CO2-neutraliteit en klimaatneutraliteit. Je kunt met bestaande technieken, voornamelijk SAF, de luchtvaart CO2-neutraal maken. Maar dan zijn vluchten nog niet klimaatneutraal. Er blijft sprake van condenssporen en cirruswolkenvorming, die beide een netto opwarmend effect op het klimaat hebben.”

“Bovendien is de echte vraag of we genoeg SAF beschikbaar hebben om alle vluchten CO2-neutraal te maken”, gaat Davydenko verder. “We hebben namelijk ook nog de internationale scheepvaart, de binnenvaart en het wegtransport. Die hebben ook allemaal duurzame brandstoffen nodig. CO2-neutraliteit in de luchtvaart is daarmee wel een mogelijkheid, maar geen zekerheid.”

Carbon budget

CE Delft heeft in een studie berekend wat vluchten van en naar Nederland nog ‘mogen’ uitstoten in de komende decennia; een zogeheten koolstofbudget voor de luchtvaart. Dat zijn eigenlijk drempelwaarden waarmee het nog mogelijk is om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 graden Celsius. In 2030 moet de CO2-uitstoot van de Nederlandse luchtvaart 30 procent lager liggen dan in 2019, en in 2050 minimaal 81 procent. Grebe: “Nu is de CO2-uitstoot zo gigantisch, dat we ons koolstofbudget in de komende jaren helemaal opmaken. We moeten de emissies dus onmiddellijk terugbrengen.”

Maar in de uitwerking daarvan wringt de schoen op een cruciaal punt. Doen Schiphol en de Nederlandse overheid niets, dan verslechtert de situatie. Uit prognoses van het PBL blijkt namelijk dat de CO2-uitstoot van de Nederlandse luchtvaart in aanloop naar 2030 alleen maar blijft stijgen als er niet wordt ingegrepen. Maar kiest Schiphol voor vergaande verduurzamingsmaatregelen – de deur sluiten voor transferpassagiers of het grootschalig weren van vluchten – dan bestaat de kans dat de luchthaven zich ten opzichte van concurrenten beleidsmatig isoleert. En daarvoor geldt het welbekende argument: dan verplaatst de uitstoot zich naar het buitenland.

“Om het klimaatakkoord van Parijs te halen, moet vliegen veel duurder worden”, zegt Grebe. “Daarmee wordt de vraag naar vliegtickets geremd. Ideaal moet dat mondiaal gebeuren, anders Europees. Als je het nationaal gaat doen, gaat dat uitwijk naar het buitenland veroorzaken.”

Vliegtuigmaatschappijen verleggen dan hun focus naar andere centraal gelegen luchthavens; passagiers kiezen ervoor om over te stappen op Frankfurt, Londen, Parijs of Brussel. “Als er op die luchthavens niets gebeurt, bereik je als Schiphol niet zo veel. Maar dat betekent niet dat je niets kunt doen, zoals KLM beweert. Schiphol mag wel voorlopen, zeker omdat vliegen er altijd heel goedkoop is geweest.”

Een reiziger loopt door de terminal van Schiphol. | Credit: Getty Images

Aantal vluchten niet essentieel

Voorstanders van de krimp van Schiphol beweren dat ‘voorlopen’ zou kunnen betekenen dat de Nederlandse overheid besluit de jaarlijks toegestane hoeveelheid vluchten drastisch omlaag te brengen. Naar 440.000, zoals het kabinet-Rutte IV ambieerde, of zelfs naar 300.000, de hoeveelheid die milieuorganisaties opperen.

“De milieuorganisaties redeneren daarbij vanuit het perspectief van natuur, stikstof en geluidsoverlast”, zegt Grebe. “Vanuit dat perspectief is het aantal vluchten essentieel, want iedere start en landing stoot stikstof uit en veroorzaakt overlast. Voor de discussie over CO2-uitstoot is het vluchtenaantal op zichzelf minder relevant. Je kunt in principe 600.000 vluchten vanaf Schiphol laten vertrekken die allemaal binnen Europa zijn, dan neemt ten opzichte van nu de klimaatimpact af. Het gaat erom: hoe veel intercontinentale vluchten heb je? Dat aantal bepaalt welke hoeveelheid vluchten er mogelijk is.”

Intercontinentale vluchten

Het PBL bevestigt die conclusie. Hoewel slechts 20 procent van de vluchten van en naar Schiphol in de categorie intercontinentaal valt, zijn die vluchten wel goed voor ruim 70 procent van de CO2-uitstoot. De verdeling Europees versus intercontinentaal heeft een grote invloed op de groei die Schiphol de komende decennia nog kan doormaken om binnen planetaire grenzen te blijven. Maar ook de snelheid waarmee vliegtuigbouwers innoveren, het bijmengpercentage van biobrandstoffen en de grootte van vliegtuigen spelen een grote rol, geeft CE Delft aan.

Omdat deze factoren grotendeels in onzekerheid gehuld zijn, is het lastig exact te stellen hoeveel vluchten Schiphol mag afhandelen om aan het klimaatakkoord van Parijs te voldoen. Daarom hanteert CE Delft verschillende toekomstscenario’s voor het jaar 2030. Blijven alle factoren gelijk, dan zijn er maximaal 419.000 vluchten mogelijk. Neemt de gemiddelde vliegtuiggrootte toe, zijn dat er nog maar 340.000. Maar neemt het aandeel intercontinentale vluchten af tot 11 procent, zouden er maximaal 557.000 vluchten in het koolstofbudget passen.

Knooppunt

Een andere controverse rond de Amsterdamse luchthaven is de rol als ‘hub’ in de luchtvaartwereld. Schiphol positioneert zich al sinds de vorige eeuw als knooppunt voor transferpassagiers die van het ene naar het andere vliegtuig moeten overstappen. Zo’n 40 procent van de reizigers op Schiphol komt er alleen om over te stappen.

Het is een rol die de gemoederen bezig blijft houden. Tegenstanders hekelen de manier waarop Schiphol mens en milieu verkwanselt ten behoeve van een grote groep transferpassagiers die hier nooit voet aan de grond zetten. Voorstanders zien het juist als een manier voor Nederland om geld te verdienen en in contact te staan met de wereld. Kan Schiphol zonder zijn warme hub-deken?

“Wanneer je ervoor kiest om Schiphol niet in te richten als hub, dan zal de vliegfrequentie omlaag gaan en bied je als luchthaven minder bestemmingen aan”, zegt Davydenko. “De vraag is: is dat erg? Enerzijds ben je slechter verbonden met de wereld, anderzijds heb je minder geluidsoverlast en plaatselijke uitstoot. Dat is in feite de afweging die we moeten maken.”

“De hub-discussie wordt in Nederland volledig verkeerd gevoerd”, vindt Grebe. “Hij wordt gevoerd vanuit het idee dat een hub betekent dat je zoveel mogelijk vliegtuigen moet vullen om het netwerk van KLM in stand te houden. Maar vanuit Nederlands perspectief zou je het eigenlijk over connectiviteit moeten hebben. Dat reizigers, ondernemers en bedrijven goed verbonden zijn met de wereld. Dát is wat belangrijk is voor de economie.” Schiphol zou dan kunnen overwegen om transferpassagiers bij korte vervolgreizen aansluitend trein- of busvervoer aan te bieden, als alternatief voor een vliegticket.

Duurzame hub

Davydenko is van mening dat de hubfunctie van Schiphol goed te verenigen is met de Parijse klimaatdoelstellingen. “Het hub and spoke-model zal blijven bestaan en is niet per definitie slecht. Het kan zorgen voor een hogere bezettingsgraad van vliegtuigen, met name op langeafstandsvluchten. Maar het is daarbij wel nodig dat Europa als geheel decarboniseert. Doet Nederland dat wel en bijvoorbeeld Duitsland of Frankrijk niet, dan heb je als gemeenschap niets bereikt.”

Grebe is het daarmee eens. “Mensen zullen willen blijven vliegen naar bestemmingen die niet direct verbonden zijn. Een hub is daarvoor een nuttig instrument. Wat je alleen niet wil, is dat hubs met elkaar gaan concurreren op het gebied van de prijs van vliegtickets. Het is heel belangrijk voor Schiphol, maar ook voor de hele luchtvaartsector, om vliegreizen realistisch te beprijzen. De belasting op vluchten is op dit moment een vlaktaks, waardoor intercontinentaal vliegen enorm goedkoop is. Daardoor wordt het simpelweg heel veel gedaan. We moeten de luchtvaart eerlijker gaan beprijzen om de vraag te drukken en zo de CO2-uitstoot te verminderen.”

Schone mobiliteitsopties

Zo kunnen we concluderen: een CO2-neutraal Schiphol in 2050 bestaat. Maar niet in isolatie. Daar is mondiale samenwerking voor nodig die Schiphol niet in z’n eentje kan leiden. Het primaire doel van het Nederlandse luchtvaartbeleid (losgezien van stikstof en geluidsoverlast) moet zijn om de CO2-uitstoot terug te dringen, zij het met schonere technologie, schonere brandstoffen of minder intercontinentale verbindingen. De hoeveelheid vluchten die daarbij hoort, is in feite secundair. En aan de discussie over Schiphols rol als hub kan snel een einde komen. Blijven we die op dezelfde manier invullen – met veel intercontinentaal vliegverkeer – dan is die onhoudbaar. Maar redeneren we vanuit connectiviteit en zijn duurzamere mobiliteitsopties ook bespreekbaar, dan kan Schiphol in 2050 nog altijd de mondiale bink uithangen.

Lees ook:

Van Wijhe ontwikkelt hoog biobased buitenverf met afbreekbaar oplosmiddel die nog niet bestaat in de wereld

Deze zogeheten concept paint is een alkydverf. Dat is een verf die goed hecht en lang meegaat en die meestal een fossiel oplosmiddel zoals terpentine bevat. De verf wordt vooral gebruikt op metaal, hout en kunststof. De Biomotion70 bestaat voor 70 procent uit hernieuwbaar materiaal - vandaar de naam - en komt qua prestaties zeer dicht in de buurt van een vergelijkbare hoogglanslak van Van Wijhe, waarin nog wel fossiele oplosmiddelen zitten. Elk jaar nieuwe verf “Ons streven is elk jaar een nieuwe concept paint te presenteren. We willen de markt in beweging zetten en laten wennen aan meer duurzame verven”, vertelt Marlies van Wijhe, CEO van Koninklijke Van Wijhe Verf, enthousiast. “Met Biomotion70 bereiken we 85 procent reductie in fossiel oplosmiddel. Daar is nog maar 4 procent van over. Dat is een grote stap richting een fossielvrije verfwereld.” ‘Green Deal’-waardige grondstoffen In de laboratoria van Van Wijhe wordt ‘de groene kant op ontwikkeld’, stelt manager R&D Ron Hulst. “Wij zijn voortdurend op zoek naar ‘Green Deal’-waardige grondstoffen. Dat zijn grondstoffen die biobased of biogeen en biodegradeerbaar zijn, circulair en minder milieubelastend”, zegt hij. “Het is juist deze transitie die heel veel inspanning en tijd kost. In de chemie is de ‘oude’ kennis immers gebaseerd op fossiele grondstoffen met olie als basis. Innovatie in onze branche is van een hoge technische complexiteit. Het is jarenlang zoeken en werken aan alternatieve grondstoffen. Daar zit voor ons de uitdaging. En daarnaast in de ketensamenwerking: samen bereiken we meer.” Biobased molecuul Relement Het geheim van Biomotion70 zit in een biobased ingrediënt genaamd bio MPA, dat door grondstofproducent Relement – een spin-off van TNO- is ontwikkeld. Het is Van Wijhe, samen met bindmiddelproducent Worlée, gelukt dit element in te bouwen in zijn receptuur en dit verder te combineren met een ‘groen’ oplosmiddel. In de klassieke verf zit bijna 30 procent oplosmiddel, dat volledig petrochemisch is. In de Biomotion70 is dit nog maar 4 procent. Dit is gerealiseerd door het toepassen van een speciaal ontwikkeld bindmiddel in combinatie met een 100 procent biobased oplosmiddel, dat ook nog eens 100 procent biologisch afbreekbaar is in water en kooldioxide.Biomotion70 vergeleken met andere vervenVerf op waterbasis heeft keerzijde Alkydverf bestaat al honderd jaar. De laatste decennia is door de industrie veel gedaan om het aandeel schadelijke stoffen terug te brengen. Waarom nu nog een concept paint op alkydbasis op de markt brengen? “De hele wereld lijkt over te gaan op water. Maar water heeft ook zijn keerzijde”, zegt Van Wijhe. “De beschikbaarheid van schoon water is niet onbeperkt. We weten nog weinig over de conservering van watergedragen producten op lange termijn. Ik heb altijd gezegd dat ik niet op één paard wil wedden. De synthetische markt blijft belangrijk. Met Biomotion70 wil ik reuring brengen op deze markt.”Wat is een concept paint? Wat is precies een concept paint? Marlies van Wijhe legt het uit: “Het begon als vrijdagmiddag-experiment. Ik vroeg aan Ron Hulst, manager R&D, of het idee van concept paint hem aansprak. Vergelijk het met concept cars in de auto-industrie. We gebruiken het concept om eerst intern te laten zien waartoe we in staat zijn. Om te laten zien dat we onderweg zijn. Om leveranciers van grondstoffen te interesseren en elkaar te versterken. Om iets in beweging te zetten. Om diezelfde reden komen we nu in deze conceptvorm met onze nieuwe verf naar buiten. Vorig jaar was dat de Flower Power muurverf, dit jaar is dat de Biomotion70. We nodigen mensen of partijen die met innovatie bezig zijn, of op welke wijze dan ook willen bijdragen, uit om aan te haken. Samen komen we verder. Wij zijn enthousiast over een duurzame en klimaatneutrale toekomst. Daarom delen we graag wat we doen in het laboratorium om dat waar te maken. Zoals onze baanbrekende ontwikkelingen met concept paint.”Uitgebreid getest Van Wijhe heeft gezocht naar de juiste balans tussen het gebruik van zo veel mogelijk hernieuwbare grondstoffen enerzijds en behoud van een extreem goede buitenduurzaamheid anderzijds. “Biomotion70 bevat circa 70 procent aan hernieuwbaar materiaal”, zegt Eric Deen, laboratorium manager. “We hebben de verf uitgebreid getest. De droging, verwerkbaarheid, vloei en overige eigenschappen liggen in lijn met de huidige oplosmiddelgedragen systemen. De verf biedt de door schilders zo gewenste ‘bolle glans’. Met snelveroudering hebben we de buitenduurzaamheid getest. Deze is beter dan de bekende marktreferenties en benadert de kwaliteit van onze LBH SDT Ultra Hoogglanslak.” Biomotion70 beschermt volgens hem tot wel 10 jaar, vergelijkbaar met de marktreferenties en slechts een fractie minder dan de toplijn van het bedrijf, maar is veel minder milieubelastend. “Ik vind dat acceptabel. Vindt de markt dat ook? Is dit iets waar de markt aan moet en gaat wennen?”, vraagt Van Wijhe zich af. Doorontwikkelen naar Biomotion80 Het bedrijf gaat de verf binnenkort in de praktijk toepassen. “We willen leren van de schilderservaringen. De verf is nog niet uitontwikkeld. Verder onderzoek is nodig. Er wordt hier intern flink gebrainstormd over het vervolg, ook met onze samenwerkingspartners Relement en Worlée. Op afzienbare termijn zien we kansen deze verf door te ontwikkelen naar een Biomotion80, dus samengesteld met 80 procent hernieuwbaar materiaal”, zegt Van Wijhe. Verf van de toekomst Ron Hulst: “We blijven werken aan de verf of verven van de toekomst. We anticiperen op veranderende wet- en regelgeving, hebben de Green Deal 2030 in beeld en richten ons ook op andere producten, bijvoorbeeld voor de export. In Groningen zoeken we vooral de verbinding en de raakvlakken met kennisinstituten. Vanuit Zwolle zoeken we dat vooral met leveranciers en partners in de keten. Deze partijen zijn inmiddels ook in beweging, dat is belangrijk. Het is mooi dat we als Koninklijke Van Wijhe Verf koploper en kartrekker hierin zijn, maar verduurzamen doe je uiteindelijk samen.”Groener bindmiddel Het is de R&D afdeling van grondstoffenleverancier Worlée gelukt om een fossiele zuurcomponent in alkydhars te vervangen door een, door Relement gebouwde, groene component. “Zoals Van Wijhe koploper is, zijn wij frontrunner in de ontwikkeling van groener bindmiddel”, zegt Wil van Meer, adviseur duurzaamheid van Worlée. “De daarmee samengestelde verf is niet alleen duidelijk groener, maar levert ook nog een beter product.” Chemie-startup Relement leverde met bio MPA het benodigde component voor dat groenere bindmiddel. “Bio MPA is een uniek alternatief dat een verf met een drastisch lager gehalte aan oplosmiddel mogelijk maakt, waardoor de milieubelasting nog lager wordt”, zegt Monique Wekking, CCO en co-founder van Relement. Lees ook: Waarom echt duurzame verf nog niet bestaat en zelfs gevaarlijk kan zijn voor mens en milieuHoe word je een B Corp? Marlies van Wijhe vertelt: "Het helpt je om steeds beter te worden"“Mijn fundamentele geloof is dat de chemische industrie niet zelf kan veranderen”Groene chemie-startups kunnen niet zonder hulp van regionale aanjagersDit artikel is gemaakt door onze partner Koninklijke Van Wijhe Verf en geredigeerd door de redactie van Change Inc. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.