Jeroen de Boer
07 januari 2026, 15:00

Ceo Jacqueline van den Ende van Carbon Equity: 'Hernieuwbare energie is cruciaal voor energie-onafhankelijkheid van Europa'

Met de toevoeging van een nieuw beleggingsfonds voor clean tech-bedrijven heeft Carbon Equity in krap vijf jaar tijd bijna 400 miljoen euro opgehaald voor investeringen in klimaattechnologie. ‘Europa loopt achter bij de VS als het gaat om technologie-scaleups, maar op het gebied van energie-infrastructuur zijn er vrij veel Europese bedrijven actief’, zegt ceo Jacqueline van den Ende.

Jacqueline van den Ende CE Mede-oprichter en ceo Jacqueline van den Ende van Carbon Equity. | Credits: Carbon Equity

‘We hebben nog nooit zo veel geweten over klimaatverandering, de rol van de mens bij de opwarming van de aarde en de existentiële gevaren die dat meebrengt. En toch gebeurt er nog veel te weinig, omdat er we er persoonlijk niet genoeg door worden geraakt.’ Jacqueline van den Ende opereert in het hart van de wereld van private equity, durfinvesteerders en de financiering van groeibedrijven. Maar als je haar spreekt, schakelt ze met het grootste gemak tussen koele analyses over financieel rendement en filosofische observaties over het waarom der dingen.

Ze refereert aan het boek Anders Kijken van filosoof Matthijs Schouten, als het gaat over de kloof tussen ratio en gevoel: die maakt het lastig om klimaatverandering snel aan te pakken via gedragsverandering. Van den Ende: ‘Als je mensen wilt motiveren om hun gedrag aan te passen, moet er op een of andere manier meer tegenwicht komen voor de onbegrensde digitale wereld van sociale media – bijvoorbeeld door versterking van sociale banden in lokale gemeenschappen en meer verbinding met de natuurlijke omgeving.’

In theorie kan gedragsverandering in de vorm van minder CO2-intensieve consumptie veel doen voor het reduceren van de uitstoot van broeikasgassen. Van den Ende richt zich als mede-oprichter en ceo van investeringsplatform Carbon Equity echter op een andere route om de economie CO2-neutraal te maken: technologische innovatie.

Carbon Equity bundelt kapitaal van vermogende particulieren voor investeringen in startups en scaleups op het gebied van clean tech. Dat betreft een breed spectrum aan oplossingen voor emissiereductie, uiteenlopend van hernieuwbare energie tot duurzame innnovaties voor industrie, landbouw en transport.

‘Ik heb niet de illusie dat we het met technologie alleen gaan redden, maar technologische innovatie is wel cruciaal om problemen die de opwarming van de aarde meebrengt aan te pakken. Aan de andere kant zijn het beprijzen van CO2-uitstoot, normerend overheidsbeleid en specifieke aandacht voor grote uitstoters minstens zo belangrijk’, zegt Van den Ende. ‘Ik geloof dus sterk dat je alle mogelijke oplossingen met kracht moet inzetten.’

Carbon Equity: investeren in klimaattechnologie

Carbon Equity werd in 2021 opgericht door Jacqueline van den Ende, Lara Koole en Liza Rubinstein. Het investeringsplatform bundelt kapitaal van vermogende particulieren voor beleggingen in clean tech-bedrijven. Het gaat dan om deelnemingen in niet-beursgenoteerde startups en scaleups via investeringsfondsen van private equity-maatschappijen en durfinvesteerders (venture capital). In december 2025 verbreedde Carbon Equity het productaanbod met een eigen investeringsfonds dat direct deelneemt in enkele clean tech-bedrijven.

In iets minder dan vijf jaar tijd heeft Carbon Equity bijna 400 miljoen euro aan particulier vermogen gemobiliseerd, verdeeld over in totaal tien investeringsfondsen. Vier daarvan staan momenteel nog open voor beleggers:

    • Co-investment Fund I: kent een minimum deelnamebedrag van 250.000 dollar en belegt direct in 12 tot 15 snelgroeiende, meer volwassen climate tech-bedrijven;
    • Climate Tech Portfolio Fund IV: belegt, bij een minimum inleg van 100.000 euro, in zeven tot tien fondsen van private equity-maatschappijen en durfinvesteerders met in totaal ruim 150 bedrijven in de portefeuille;
    • Climate Infrastructure Fund I: participeert, bij een minimum inleg van 100.000 euro, in drie tot vijf fondsen met in totaal ruim veertig bedrijven die zich richten op infrastructuur voor de energietransitie;
    • Access to Climate Tech II Fund: belegt, bij een minimum inleg van 20.000 euro, in vijf tot tien fondsen verdeeld over het volledige spectrum van energie-infrastructuur, baanbrekende technologie en commercieel volwassen technologie op het gebied van energie, industrie, transport, gebouwde omgeving en voeding.

De fondsen hebben elk een eigen risicoprofiel, dat mede wordt bepaald door de aantallen en soorten bedrijven, de groeifase van ondernemingen en het verwachte verloop van kasstromen. Daarbij is van belang wat voor beleggers het beste past binnen de mogelijkheden van hun beleggingsportefeuille en de doelen die ze nastreven.

Voor het Co-Investment Fund wordt gemikt op een opbrengst voor beleggers van ruim 2,5 keer de inleg na tien jaar. Voor de overige fondsen ligt de verwachte opbrengst na tien jaar tussen 1,5 en 2,5 keer de inleg. Dat zijn geen garanties; beleggers kunnen ook verlies lijden.

Wat motiveerde je vijf jaar geleden om te starten met Carbon Equity?

‘Voor mij was het boek The Sixth Extinction van Elizabeth Kolbert echt een wake up-moment. Dat gaat over vijf grote perioden van massa-extincties op aarde. Wat me vooral bijbleef is het ongelofelijk hoge tempo waarin in het klimaat momenteel verandert, als dat je op een geologische tijdsschaal bekijkt. Wat er in de afgelopen tweehonderd jaar is gebeurd, gaat zo extreem hard. Dat besef kwam als een soort donderslag binnen.

Ik was in die periode net partner geworden bij Peak Capital en hield me bezig met marktmodellen voor bedrijven die sofware-as-a-service aanbieden. Tegelijk bleef ik rondlopen met het idee om iets te doen met klimaatverandering, maar dan wel met een duidelijke visie op hoe je problemen kunt oplossen. Dat is de basis van Carbon Equity geworden en ik merk dat je het allerbeste talent kunt aantrekken als je een bedrijf begint met een echt inspirerende missie. Iedereen die hier werkt is van topkaliber.’

Carbon Equity richt zich deels op investeringen in baanbrekende technologie voor sectoren als staal, cement en de luchtvaart, waar CO2-reductie een enorme uitdaging is. Hoe kijk je naar de kansen om de emissies van dergelijke sectoren met nieuwe technologie te verlagen?

‘We beperken ons niet tot specifieke oplossingen, maar investeren in het hele spectrum van klimaattechnologie. Dat loopt van bedrijven met toepassingen voor batterij-opslag die in commercieel opzicht al rendabel zijn, tot technologieën die nog in een vroege fase zitten en misschien pas in 2030 of 2040 schaalbaar en economisch rendabel zijn. Bij oplossingen voor CO2-intensieve sectoren gaat het deels om technologieën die zich nog in een vroeg stadium van ontwikkeling bevinden, maar dat maakt voor ons niet zo veel uit. We willen een brede spreiding.

In de markt voor clean tech-investeringen is alles wat te maken heeft met het snel, flexibel en goedkoop leveren van schone energie op dit moment enorm in trek vanwege de explosieve groei van datacenters voor AI en de uitdagingen rond de uitbreiding van elektriciteitsnetwerken. Startups en scaleups die daar oplossingen voor bieden kunnen relatief makkelijk kapitaal aantrekken via private equity en durfinvesteerders. Dan gaat het onder meer om batterijtechnologie, energie-efficiëntie en projecten voor het ontsluiten van geothermie.

Aan de andere kant wordt er door investeerders momenteel minder risico genomen met technologieën die nog verder van de markt zitten, bijvoorbeeld met het ontwikkelen van plantaardige eiwitten. De kansen voor dergelijke innovaties zijn vaak sterk afhankelijk van overheidsregelgeving en goedkeuringstrajecten.’

Bij innovatieve foodtechbedrijven hoor je soms dat ze tegen een muur aanlopen op het moment dat ze tientallen miljoenen willen lenen voor een proeffabriek. Venture capital en private equity-investeerders beperken zich doorgaans tot aandelenparticipaties, terwijl banken terughoudend zijn om dit soort leningen te verstrekken aan startups en scaleups.

‘Dat kan inderdaad lastig zijn. Publieke investeerders, zoals de Europese Investeringsbank en Invest-NL in Nederland, kunnen een rol spelen bij dit soort grotere investeringen. In de private sfeer zie je hiervoor een aantal oplossingen. Er zijn bijvoorbeeld gespecialiseerde investeringsfondsen die allianties vormen met banken om zo’n first-of-a-kind fabriek mogelijk te maken.

Soms gaat een startup met nieuwe technologie een joint venture aan met een groter, bestaand bedrijf, zodat het wel mogelijk wordt om kapitaal op te halen bij banken voor een productiefaciliteit. Maar het klopt dat dit een ander type financiering vraagt dan het soort deelnemingen in bedrijven waar Carbon Equity zich op richt.’

Beleggen in niet-beursgenoteerde bedrijven

Carbon Equity specialiseert zich in groeifinanciering voor niet-beursgenoteerde clean tech-bedrijven. Voor deelnemende beleggers betekent dit dat ze hiervoor vermogen moeten reserveren dat ze in principe minimaal tien jaar niet direct nodig hebben.

Private equity-maatschappijen en durfinvesteerders gebruiken het opgehaalde kapitaal van beleggers voor meerjarige investeringen in startups en scaleups. Dat gebeurt doorgaans door aandelenbelangen te nemen in niet-beursgenoteerde bedrijven, met het doel om die na vijf tot zeven jaar tegen een hogere waardering te verkopen. Deelnemingen worden meestal verkocht als een startup of scaleup wordt overgenomen door een ander bedrijf, dan wel een beursnotering krijgt waarbij beursbeleggers aandelen overnemen.

Bij de verkoop van een deelneming (een ‘exit’) wordt de opbrengst verdeeld tussen durfinvesteerders en/of private equity-maatschappijen, en beleggers die vermogen hebben verschaft voor de initiële investeringen. In tegenstelling tot beursbedrijven die regelmatig dividend uitkeren, is het financiële rendement van investeringen in niet-beursgenoteerde startups en scaleups hoofdzakelijk afhankelijk van de timing van de verkoop van deelnemingen en de bijbehorende opbrengsten.

Hoe zit het momenteel met de balans tussen de kapitaalbehoefte van clean tech-bedrijven en de bereidheid van beleggers om te investeren?

Early stage-bedrijven, die dus in de vroege fase van ontwikkeling zitten, hebben het niet makkelijk. Voor het overige is de huidige markt denk ik meer in evenwicht dan in de periode tussen 2018 en 2022. Destijds was er een overvloed aan kapitaal, stond de rente laag en vond de financiering van startups en scaleups plaats tegen behoorlijk hoge waarderingen. Dat is nu anders.

Wel is liquiditeit, dus de mogelijkheid om deelnemingen weer te verkopen, op dit moment een belangrijke uitdaging voor private equity-maatschappijen. De markt voor fusies en overname draait nog behoorlijk goed, maar er gaan relatief weinig startups en scaleups naar de beurs door de wereldwijde economische onzekerheid.

In onze eigen portefeuille beginnen de exits overigens wel op gang te komen, zoals eind vorig jaar toen Hyperlume werd overgenomen. Dat is een Amerikaans bedrijf met glasvezeltechnologie voor de energie-efficiëntie van datacenters waar we in participeerden.’

Afgelopen december heeft Carbon Equity een nieuw fonds gelanceerd, waarmee beleggers direct kunnen participeren in zo’n vijftien topbedrijven op het gebied van clean tech. Is het toeval dat het accent hierbij op Noord-Amerika ligt?

‘Nee, dat heeft alles te maken met het feit dat je in Europa simpelweg veel minder snelgroeiende techscaleups hebt die al vol kunnen gaan voor de commerciële uitrol van hun product. Door de grotere omvang van de kapitaalmarkt in de VS krijgen dergelijke bedrijven daar makkelijker tractie.

Het Co-Investment Fund richt zich vooral op dit soort meer volwassen techbedrijven, waardoor de nadruk logischerwijs meer op Noord-Amerika ligt. Je moet dan denken aan investeringen in scaleups zoals Luxwall, dat innovatieve technologie voor glasisolatie heeft ontwikkeld, energietechbedrijf Xnergy en geothermiebedrijf Fervo Energy.’

Bij het Infrastructuurfonds van Carbon Equity ligt de nadruk juist op Europa. Hoe komt dat?

‘Europa loopt achter bij de VS als het gaat om technologie-scaleups, maar op het gebied van energie-infrastructuur zijn er vrij veel Europese bedrijven actief. Private equity-fondsen kunnen hier vissen in een bredere vijver.

Hernieuwbare energie en andere groene oplossingen zijn in vrij korte tijd cruciaal geworden voor de energie-onafhankelijkheid van Europa. Dat maakt investeringen in energie-infrastructuur superurgent, dus alles wat met energienetwerken en -opslag te maken heeft. Het infrastructuurfonds van Carbon Equity heeft daarmee duidelijk een strategisch gemotiveerde opzet.’

In minder dan vijf jaar heeft Carbon Equity bijna 400 miljoen euro aan vermogen van beleggers aangetrokken. Had je dat verwacht toen je in 2021 begon?

‘De ambitie om hard te groeien was er vanaf het begin en die is er nog steeds. Ik zou graag willen dat we over tien jaar op 10 miljard euro aan beheerd vermogen zitten. Als het wat langer duurt, is dat niet erg, maar ik geloof wel dat we daar kunnen komen. Ik ben er ook trots op dat we beleggers met Carbon Equity de mogelijkheid bieden om een aantrekkelijk financieel rendement te combineren met het stimuleren van innovaties die we nodig hebben voor een betere toekomst.’

Komt het geld voornamelijk van vermogende ondernemers die grotere bedragen te beleggen hebben?

‘De rode draad is dat het gaat om vermogen dat voor de lange termijn belegd moeten worden. Dat zit inderdaad bij ondernemers, maar ook bij C-level bestuurders, partners van maatschappen en family offices (vermogensbeheerders van rijkere families, red.). Bij die laatste groep speelt soms een generatiekwestie: millennials vinden het vaak belangrijk om het familievermogen sterker te diversifiëren richting toekomstgerichte bedrijven.

In bredere zin zijn er verschillende motivaties bij klanten. Sommige zien clean tech vooral als een interessante diversificatiemogelijkheid, naast bijvoorbeeld thema’s als AI, de digitale economie, crypto en beleggen in opkomende landen. Aan de andere kant heb je ook particulieren die vooral iets nuttigs met hun geld willen doen voor een betere toekomst. Ze willen nog steeds een goed rendement, maar dat hoeft niet per se het maximaal haalbare zijn.

Dit soort verschillen is trouwens niet altijd zwart-wit. Je hebt bijvoorbeeld ook ondernemers die in eerste instantie vooral financieel gedreven zijn, maar als ze kinderen krijgen, denken ze opeens: in wat voor wereld laat ik ze eigenlijk achter? En dan gaan ze nadenken over alternatieve manieren van investeren.’

Beleggen werknemers van Carbon Equity zelf ook in jullie clean tech-portefeuille?

‘Die mogelijkheid is er zeker. Het is geen verplichting, maar het overgrote deel van de medewerkers belegt in de clean tech-portefeuille. Persoonlijk gebruik ik Carbon Equity als belangrijkste invulling van mijn pensioen, omdat ik echt geloof in de waarde op de lange termijn van de missie die we uitdragen.’

Lees ook:

Duurzame lunch zonder moeite: zo maak je liefhebbers van plantaardig, vis en vlees allemaal blij

Het bedrijfsleven moet verduurzamen. Waar organisaties al bezig zijn met mobiliteit en hernieuwbare energie, blijft eten en drinken vaak onderbelicht, terwijl in restaurants nog veel winst te behalen is. ‘Tenminste, als bedrijven het goed aanpakken’, zegt Mark Voorhaar, Head of Commercial and Operations bij CIRFOOD. ‘Een werkgever kan de ambitie hebben om meer plantaardige dan dierlijke gerechten te verkopen in het bedrijfsrestaurant. Dat is een mooi streven, maar de medewerkers moeten die maaltijden vervolgens wel nuttigen. Als ze lunch vanuit huis meenemen of naar de supermarkt om de hoek lopen, heeft het geen zin.’[caption id="attachment_169880" align="alignleft" width="300"] Mark Voorhaar[/caption] Niet verplichten, wel verleiden CIRFOOD helpt bedrijven en onderwijsinstellingen hun restaurants te verduurzamen. De hospitalitypartner zet in op lokale en biologische producten uit het seizoen, met een lagere milieu-impact. Het serveert bewust kleinere porties en gebruikt o.a. slimme camera’s en weegschalen van Orbisk om voedselverspilling tegen te gaan.Het assortiment is grotendeels vegetarisch en plantaardig. ‘We verplichten gasten niet om 100 procent plantaardig te eten’, benadrukt Voorhaar. ‘In plaats daarvan verleiden we gasten om bewustere keuzes te maken. Veel soepen, salades en warme gerechten zijn bijvoorbeeld plantaardig. We werken met verschillende toppings die gasten voor een meerprijs aan hun maaltijd kunnen toevoegen. Kipstukjes of zalmsnippers zijn dus een aanvulling, geen vereiste. Op die manier komen we gasten die plantaardig eten en liefhebbers van vlees en vis tegemoet.’ Zelf samenstellen Volgens Shalane Kraijema, Head of Product & Concept, is dat stuk personalisatie belangrijk. ‘Gasten kunnen onze sandwiches helemaal zelf samenstellen. Wij zorgen ervoor dat het brood standaard 4,5 gram vezels bevat en 100% uit Nederlands graan bestaat en dat alle ingrediënten, zowel plantaardig als dierlijk, van goede en duurzame kwaliteit zijn. Certificering is daarbij een vereiste, denk aan vis met ASC- of MSC-keurmerk of vlees met een Beter Leven-keurmerk.’[caption id="attachment_169882" align="alignright" width="300"] Shalane Kraijema[/caption] Drie jaar achter elkaar EcoVadis Platinum-certificaat CIRFOOD beschikt over het EcoVadis Platinum-certificaat, een beoordeling op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen. ‘En dat al voor de derde jaar achtereen. We voelen de urgentie om te verduurzamen en ik zie het behalen van het certificaat als een toetsing van ons duurzaamheidsbeleid’, aldus Voorhaar. ‘We behalen 87 van de 100 punten. Daarmee behoren we tot de top 1 procent foodbedrijven ter wereld.’ Verschillende wensen zo gerealiseerd Welke maaltijden op het menu staan, verschilt per organisatie. Het universiteitsrestaurant van de TU Delft Bouwkunde is daar een goed voorbeeld van. De wens was om een 100 procent vegetarisch restaurant te maken. In korte tijd wisten ze toen met de hulp van CIRFOOD dat te realiseren. Voorhaar: ‘Van een traditioneel assortiment met een aanzienlijk percentage vleesproducten naar 100 procent vegetarisch. De omzet daalde niet. Zo’n praktijkvoorbeeld is belangrijk, want het laat zien dat zo’n koerswijziging mogelijk is als je het op de juiste manier brengt, aankleedt en communiceert. Onderaan de streep gaat het erom dat een lunch lekker is, niet wat de ingrediënten zijn.’In de restaurants plakt CIRFOOD dan ook niet het label vegan op gerechten. Kraijema: ‘Dat is een bewuste keuze. We hebben 100 procent plantaardige filet americain in het assortiment. Doen we die op een broodje, dan noemen we dat gewoon een broodje filet. Communiceren dat iets vegan is, schrikt mensen negen van de tien keer af. Wat ons betreft heeft het daarom geen toegevoegde waarde om het expliciet te vermelden.’ Minder CO2-uitstoot De impact van een duurzamer bedrijfsrestaurant is volgens Voorhaar aanzienlijk. ‘We beschikken over veel data. Van een groot deel van ons assortiment weten we de CO2-uitstoot op productniveau. Dat maakt dat we elke dag kunnen monitoren en bedrijven effectief kunnen helpen om hun uitstoot te reduceren.’ KPN: 70 procent plantaardige producten Eén voorbeeld is KPN. De medewerkers van het telecombedrijf kwamen na corona minder vaak naar kantoor. ‘Op verzoek ontwikkelden we een nieuw menu dat voor 70 procent uit plantaardige producten bestaat. Dankzij een werkgeversbijdrage kunnen we een complete inclusieve lunch aanbieden voor een vaste prijs per lunch. Iedereen kan aanschuiven: van schoonmaker tot directeur’, aldus Kraijema. Hiermee behaalde CirFood de “Nieuwe Lunch Cultuur”- Award. Dat gebeurt dan ook. In het restaurant van KPN steeg het aantal gasten van 150 naar gemiddeld 275 per dag. ‘De duurzaamheidswinst is belangrijk, maar er is ook een sociale component. Wanneer collega’s vaker samen op kantoor lunchen, hebben ze meer contact met elkaar. Dat draagt bij aan een goede werksfeer en samenwerking.’ Smaak, gezondheid en duurzaamheid CIRFOOD wil onderscheidend zijn. ‘Onze concurrent-collega cateraars kunnen ook lekkere gerechten serveren, maar wij kijken naar het hele plaatje. Naar gezond en duurzaam eten, persoonlijke aandacht én echte verbinding. En daarbij gaat het nadrukkelijk niet meer om catering, maar om hospitality en partnership: een complete gastbeleving die organisaties versterkt. Alles moet kloppen: smaak, gezondheid en duurzaamheid. Dat doen we niet omdat het moet maar vanuit een intrinsieke motivatie. Namelijk een positieve bijdrage leveren aan bedrijven én het milieu’, zegt Kraijema.Volgens Voorhaar is dat naast een goede ook een strategische keuze. ‘Duurzaamheid wordt steeds belangrijker. Vijf jaar geleden was het nog niet zo’n groot thema in de catering. Er waren toen geen harde KPI’s of wetgeving vanuit de overheid. Inmiddels zijn die er wel en moeten organisaties daarnaar handelen. In zo’n veranderproces zijn wij de ideale partner.’ Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner CIRFOOD. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.