Jeroen de Boer
10 december 2025, 15:53

'Texas kiest voor zonne-energie, simpelweg omdat dat het goedkoopst is', zegt topman van grote Europese ESG-belegger

Stevig klimaatbeleid lijkt politiek de wind tegen te hebben, maar tegelijk zet de opmars van duurzame investeringen op veel fronten door. ‘De doorbraak van hernieuwbare technologie zorgt ervoor dat er dingen gebeuren, ongeacht het politieke sentiment’, zegt ceo Jan Erik Saugestad van de Noorse vermogensbeheerder Storebrand.

Ceo Jan Erik Saugestad van de Noorse vermogensbeheerder Storebrand Ceo Jan Erik Saugestad van de Noorse vermogensbeheerder Storebrand. | Credits: Storebrand

In politiek opzicht was er in 2025 flink wat tegenwind voor internationaal klimaatbeleid, met magere resultaten bij de klimaattop in Brazilië en een Amerikaanse president die vol inzet op olie en gas. Op de beurs doen duurzame beleggingen het niettemin behoorlijk goed dit jaar. Zeker in Europa blijft de interesse onder beleggers voor duurzaamheid sterk, merkt ook de Noorse vermogensbeheerder Storebrand.

‘Institutionele beleggers als pensioenfondsen blijven doordrongen van het belang van investeringen in duurzaamheid. Door de toenemende risico’s van klimaatverandering zie je een verschuiving van het perspectief, waarbij oplossingen voor klimaatadaptatie meer nadruk krijgen’, zegt ceo Jan Erik Saugestad van Storebrand in gesprek met Change Inc. tijdens een kort bezoek aan Nederland.

Storebrand: specialist in ESG-beleggen met € 130 miljard onder beheer

De Noorse vermogensbeheerder Storebrand is een veteraan op het gebied van ESG-beleggen. Storebrand neemt criteria voor milieu, sociale rechtvaardigheid en goed bestuur al zo’n dertig jaar mee in zijn investeringsbeleid. Dat gebeurt door te beleggen in bedrijven die oplossingen bieden voor klimaatrisico’s, door een actieve aandeelhoudersdialoog met beursgenoteerde bedrijven, en door het monitoren en eventueel uitsluiten van bepaalde beleggingen.

Storebrand heeft omgerekend ruim 130 miljard euro aan beleggingen onder beheer, zowel onder de eigen bedrijfsnaam als met andere merken (waaronder beleggingsfondsenhuis SKAGEN). Bekende duurzame beleggingsfondsen van de vermogensbeheerder zijn Storebrand Global Solutions en Storebrand Global Plus, beide ook geregistreerd als Luxemburgs beleggingsfonds met een notering in euro’s.

In Nederland heeft Storebrand grotere institutionele beleggers als klant en werkt de vermogensbeheerder ook breder samen met pensioenfondsen, banken en verzekeraars op het gebied van initiatieven voor onder meer biodiversiteit en mensenrechten.

Op basis van ESG-criteria hebben jullie een rode lijn getrokken bij de kolenindustrie en oliezanden. Waarom worden olie- en gasbedrijven niet categorisch uitgesloten?

‘De exploitatie van kolen en oliezanden hebben we al ruim tien jaar geleden uitgesloten van onze beleggingen, omdat deze segmenten van de fossiele industrie het meest CO2-intensief zijn. Het energiesysteem is nog niet op een punt dat de wereldeconomie helemaal zonder olie en gas kan. In de transitiefase zorgt aardgas als vervanging voor kolen bijvoorbeeld voor een lagere CO2-uitstoot.

Het dilemma is hier enigszins vergelijkbaar met beleggen in wapens: we sluiten landmijnen en clustermunitie uit, maar niet de defensie-industrie als categorie.’

ExxonMobil en Chevron staan op de uitsluitingslijst vanwege ‘climate lobbying’, terwijl energieconcerns als Shell en BP niet in de ban zijn gedaan. Hoe neemt Storebrand dit soort beslissingen?

‘Bij het monitoren heb je verschillende fasen. Zo kan een bedrijf op de observatielijst komen, wat betekent dat we bestaande investeringen niet uitbreiden. Bij bedrijven die in aanmerking komen voor uitsluiting wordt er een anonieme casus gepresenteerd voor de board. Pas na afloop van de stemming in het investeringscomité blijkt dan om welk bedrijf het ging. Dat helpt om de keuze zuiverder te houden.

In het geval van ExxonMobil waren er tekenen dat dit bedrijf zich actief inspant om klimaatbeleid te ondermijnen. Daarover zijn we met ze in gesprek gegaan. Uiteindelijk bleek dat Exxon ervan uitgaat zo’n beetje het laatste oliebedrijf te zullen zijn dat overleeft in deze wereld. Met Shell hebben we ook contact gehad. Daar was enkele jaren geleden een merkbare bereidheid om met de duurzame transitie mee te gaan, al zijn de recente signalen wat gemengder.’

Het politieke momentum om stevig klimaatbeleid te voeren lijkt verzwakt. Wat merkt Storebrand daarvan bij de interesse in duurzaam beleggen?

‘De betrokkenheid bij duurzaamheid van grotere beleggers als pensioenfondsen is niet wezenlijk veranderd. Voor ons is het wellicht wat makkelijker, omdat we met Europese partijen te maken hebben, maar er is een duidelijk besef dat de klimaatuitdagingen niet kleiner zijn geworden.

Tegelijk zie je dat er vanwege de doorbraak van hernieuwbare technologieën ook gewoon dingen gebeuren ongeacht het politieke sentiment. In een staat als Texas wordt er volop geïnvesteerd in zonne-energie, simpelweg omdat het de goedkoopste energietechnologie is.

In Europa raakt hernieuwbare energie intussen sterker verbonden met strategische zelfvoorziening. Daarbij neemt het belang van infrastructuur en batterijopslag toe, want dat is nodig om het variabele aanbod van wind- en zonnestroom in te passen in het energiesysteem. Daar ligt een enorme investeringsbehoefte.’

Verklaart dat ook de verhoogde interesse die Storebrand ziet voor beleggen in bedrijven met duurzame technologische oplossingen?

‘Voor ons is dat altijd een belangrijk deel van de strategie geweest, maar je ziet zeker dat beleggers nu oog hebben voor de verbeterde businesscase in sectoren als hernieuwbare energie, infrastructuur, opslag en circulaire oplossingen. De focus verschuift sowieso wat meer van uitsluitingen naar investeren in oplossingen. “Nee” zeggen tegen onduurzame praktijken is niet genoeg, je moet ook  actief perspectief bieden op een betere wereld.’

Vaak gaat het bij clean tech om niches met specifieke beleggingsrisico’s. Hoe gaan jullie daarmee om?

‘Beleggen in oplossingsgerichte bedrijven valt uiteraard binnen een bredere portfoliostrategie. Je moet daar nooit al je kaarten op zetten. Je kunt bijvoorbeeld heel goed voor 80 procent beleggen in brede indexfondsen op basis van ESG-criteria en dan nog zo’n 20 procent van je vermogen voor specifieke duurzame oplossingen reserveren.

Bij klimaatverandering en duurzaamheid gaat het om langetermijntrends, daar moet je als belegger met je investeringshorizon rekening mee houden. Tussentijds zullen er altijd schommelingen zijn, maar op een termijn van twintig jaar presteert een duurzame beleggingsstrategie beter dan bijvoorbeeld de MSCI-wereldindex voor de aandelenmarkt.’

Intussen is er flinke discussie over een mogelijke AI-bubbel op de beurs. Hoe kwetsbaar zijn duurzame beleggingen als de aandelenmarkt een flinke klap krijgt?

‘Het is extreem lastig om zeepbellen te timen; je weet het meestal pas achteraf. Bij dit soort vragen heb ik daarom altijd hetzelfde grafiekje voor ogen, met een golfbeweging. Er komt een nieuwe technologie waar iedereen enthousiast over is, met in eerste instantie een fase van euforie en overdrijving. Daarna volgt een terugslag: de ‘Valley of Realization’. Dat is de periode waarin duidelijk wordt welke verdienmodellen echt toegevoegde waarde hebben, waarbij er dus ook flink wat bedrijven het niet redden. Vervolgens krijg je de herstelperiode, die gebaseerd is op een realistischer groeipatroon.

Dat heb je gezien met de internetbubbel rond de eeuwwisseling, en voor AI zal dat niet anders zijn. Al denk ik dat we met kunstmatige intelligentie nog niet in de fase van ontnuchtering zitten. Met duurzaamheid wel. In 2021 was er een hype rond hernieuwbare energie, met vervolgens een terugval. Het lijkt erop dat we met duurzame beleggingsthema’s nu een fase verder zijn en meer richting reële langetermijngroei gaan.’

Lees ook:

Changemaker Thami Schweichler (United Repair Centre): 'Mensen zijn vaak trots op een zichtbare reparatie'

Morgen vertrekt hij naar Parijs, vertelt Thami Schweichler als we hem spreken. Daar opent in februari een nieuwe 'reparatiehub' van United Repair Centre (URC). Na Amsterdam en Londen is Parijs de derde stad waar zo'n hub komt.De uitbreiding wordt mogelijk gemaakt door een nieuwe investering van 3,2 miljoen euro, afkomstig van impactinvesteerders uit Nederland en Frankrijk. Kortom: URC timmert flink aan de weg.Je hebt een achtergrond in industrieel design. Hoe kwam je uit op kledingreparatie?'Ik heb me altijd vooral beziggehouden met social design. Aan het begin van mijn carrière werkte ik bij een sociale onderneming die een motorfietsfabriek bouwde in Kenia. Zo werd ik bekend met sociaal ondernemen. Mensen leren vissen in plaats van vis geven, dat idee.Mijn eerste bedrijf Makers Unite, waaruit United Repair Centre later is voortgevloeid, ontstond ook uit een sociale missie. In 2016, het hoogtepunt van de toestroom van Syrische vluchtelingen, zette ik een activistische actie op. Voor de ReVest Life-campagne haalden we reddingsvesten die door vluchtelingen waren gebruikt naar Nederland. Die upcycleden we tot producten die we op Koningsdag verkochten.Tijdens die campagne zag ik hoe maken kan verbinden. Vooral voor nieuwkomers. Zo ontstond het idee om er een bedrijf van te maken. Dat werd Makers Unite, dat zich vooral op upcycling door nieuwkomers focuste. Op een gegeven moment kwam Patagonia naar ons toe met een specifieke vraag over kledingrecycling. Samen met hen hebben we toen URC opgezet, met de steun van het Amsterdam Economic Board.'Jullie werken inmiddels met 32 bedrijven wereldwijd. Hoe haal je die klanten binnen in een tijd waarin reparatie vaak nog duurder is dan nieuwe kleding?'Het ligt er maar net aan hoe je naar de kosten kijkt. Ja, de kapotte jas van een klant repareren kost merken geld. Maar het levert ook veel op. Als diezelfde klant later een nieuwe jas nodig heeft, is de kans groot dat 'ie weer bij jou terechtkomt. Of hij verwijst anderen naar jou door. Terwijl je zonder reparatie juist klanten verliest. Je moet reparatie niet zien als productreparatie, maar als reputatiereparatie.We zijn expres begonnen met outdoormerken die duurzaamheid hoog op de agenda hebben staan. Dat is een makkelijke doelgroep. Maar ook andere merken willen én moeten verduurzamen. In Europa kunnen kledingmerken niet zomaar meer kapotte kleding weggooien. Daarvoor moeten ze ook wettelijk hun verantwoordelijkheid nemen.Het helpt dat er steeds meer vraag is van de consument. Zij zijn vaker trots op een zichtbare reparatie, die hun item uniek maakt.' Veelbetekenend laat Schweichler zijn jasje zien, waarop twee zichtbare rode patches genaaid zijn.Kun je zelf eigenlijk een beetje naaien?Lachend: 'Ik ben verschrikkelijk achter de naaimachine. Laat mij maar doen waar ik goed in ben: mensen samenbrengen en een bedrijf bouwen. Ik vind het vooral interessant om een sociale missie op een commerciële manier én op schaal uit te voeren. Business en impact kunnen elkaar echt versterken.'Jullie motto is: here to repair the clothing industry by putting people first. Waarom werken jullie vooral samen met mensen met afstand tot de arbeidsmarkt?'Eén van mijn grootste drijfveren is om ongelijkheid tegen te gaan. Maar het heeft ook praktische voordelen. In Nederland missen jonge mensen de vaardigheden van reparatie. In landen waar textiel een belangrijke economische sector was of is, kunnen mensen wel repareren. Bij ons werken mensen van 21 verschillende nationaliteiten. Zonder hun kennis zouden wij niet zo goed zijn als we nu zijn. Die vaardigheden zijn ook cruciaal in de transitie naar een circulaire economie.'Jullie besteden veel aandacht aan de technologie die klanten inzicht biedt in reparaties die bij jullie lopen. Wat is de rol van die technologie?'Kledingreparatie bestaat al sinds kleding bestaat. Het grote verschil tussen URC en de Gouden Schaar om de hoek zit 'm in de data die wij aan klanten kunnen bieden. Via ons platform kunnen ze bijvoorbeeld live zien welke van hun kledingstukken het vaakst gerepareerd moeten worden.Ik geloof dat technologie key is voor de circulaire transitie in de kledingindustrie. Om data te verzamelen én omdat het de logistiek makkelijker maakt. Gelukkig heeft Paul (Kerssens, co-founder, red.) daar veel ervaring mee.'Toch kan ik me voorstellen dat het juist het duurzaamst is om naar de reparateur om de hoek te gaan.'Daar heb je gelijk in. Liefst lopend of op de fiets. Wij zijn er ook alleen maar blij mee als mensen dat doen, omdat het past bij onze missie om reparatie logischer te maken dan vervangen.Wij willen impact maken op grotere schaal. We zijn er om de kledingindustrie te veranderen door merken te helpen die een grootschalige one stop shop zoeken voor al hun reparaties. Natuurlijk heeft het vervoer van kleding bij ons een ecologische voetafdruk, maar die valt in het niet bij de voetafdruk van het produceren van een nieuw kledingstuk.'De lijst met failliete duurzame modemerken groeit gestaag. Hoe is het om in deze sector te pionieren?'Niet makkelijk. We moeten een heel nieuwe markt creëren. 80 procent van onze klanten heeft nooit iets met reparatie gedaan. Daarmee beginnen vergt veel moed, en dat kost tijd.In de kledingindustrie gaat het bovendien om lage marges en hoge volumes. We zijn steeds aan het kijken hoe we beter, slimmer en simpeler kunnen werken. Tegelijkertijd bieden wij natuurlijk niet alleen kledingreparatie, maar ook een technologisch platform met live inzicht en contact met de klant. Daar betalen merken ook voor.Disruptie komt tot stand in een driehoek van beleid, consument en producent. De consument vraagt al om betere producten, en producenten innoveren. Maar de overheid maakt innovatie niet lonend genoeg. Een faillissement als dat van New Optimist is zonde. Zij brachten juist zo veel maatschappelijke waarde.'Toch lijkt het jullie relatief goed af te gaan.'We groeien snel, maar als je kijkt naar de hele kledingindustrie is het nog maar een druppel op een gloeiende plaat. De verandering komt pas als ook de echt grote merken mee gaan doen. Als kledingreparatie even toegankelijk en makkelijk is als kleding kopen, zelfs leuker en beter. Dat zie je nu al gebeuren met tweedehands kleding, en dat moet ook met reparatie gebeuren.Daar hebben we een wereldwijd bereik, ecosysteem én beleid voor nodig. We kunnen in Frankrijk wel een atelier met honderd medewerkers opzetten, maar daar is de markt nog niet klaar voor; eerst moet de vraag worden gestimuleerd. Wat dat betreft, is er nog veel werk te doen. Daarom gaan mijn werkzaamheden binnen URC binnenkort veranderen, zodat ik me meer op het ecosysteem kan richten.'Met wie zou je graag nog willen samenwerken?'Toen ik in 2016 met Makers Unite begon, maakte ik een lijst van merken waarmee ik graag wilde samenwerken. Bovenaan stonden Patagonia, Ben & Jerry's en Toms. Mijn helden. Hoe tof is dat die eerste twee mij in de jaren daarna gewoon zelf hebben gebeld?Nu heb ik een nieuwe lijst. Daarop staan niet de meest ambitieuze bedrijven, maar juist de meest vervuilende. Want als we de kledingindustrie willen veranderen, moeten we juist samenwerken met de Primarks van deze wereld. Ook voor hen zie ik veel kansen in een circulaire economie. Je kunt hun missie om kleding betaalbaar te houden prima op een andere manier uitvoeren. Denk bijvoorbeeld aan kleding verhuren. Daarbij hoort kwalitatieve kleding die lang meegaat, en ook reparatie.' Lees ook:Changemaker Andrea van Dijk (Invest-NL): ‘Het gaat erom dat je kijkt hoe iets wel kan’ Changemaker Marike Bonhof (Ymere): ‘Klimaatrisico’s zijn bij ons opgenomen als strategische risico’s’ Changemaker Joost Hoffman (Moos): ‘We moeten niet vechten om de punt, maar de duurzame taart groter maken’