Wilke Wittebrood
22 juli 2025, 11:45

Burgers met bonen: zo loodsen supermarkten meer plantaardige eiwitten de winkelmandjes in

De eiwittransitie vertraagt. Over vijf jaar willen supermarkten meer plantaardige eiwitten verkopen dan dierlijke, maar wil de branche de eigen doelen halen, dan moet het gas erop. Dus halen bedrijven een oude bekende van stal: ‘hybride’ vlees en zuivel.

Hamburger met plantaardig vlees Met hybridevlees kunnen we onze vleesconsumptie drastisch verlagen. Maar willen we dat? | Credits: Getty Images

Hamburgers en chipolataworstjes waar suikerbietenvezels doorheen zijn gemengd. Melk waar tuinbonen aan zijn toegevoegd. Grillworst met knolselderij en koolrabi, salami en cervelaat met boterbonen.

Albert Heijn pakte vorige maand groots uit met de lancering van vijftien nieuwe ‘hybride’ producten. Ofwel: vlees gemengd met plantaardige bestanddelen. Zo noemt de supermarkt de nieuwste aanwinsten aan het assortiment zelf overigens niet. Wat begrijpelijk is – de meeste mensen zullen bij het woord ‘hybride’ eerder aan de motor van een auto denken dan aan voedsel.

Dus zijn de producten van de blauwe grootgrutter, want woordkeus is hier alles, niet ‘hybride’, maar ‘verrijkt’. ‘70 procent melk’, kopt Albert Heijn in campagnes. ‘100 procent lekker.’

Albert Heijn is niet de enige supermarkt die hybride vlees- en zuivelproducten in de schappen legt. Lidl en Dirk verkopen gehakt dat voor 60 procent uit rundvlees en voor 40 procent uit erwteneiwit bestaat. Jumbo mengt eiwitten van veldbonen door het gehakt, de hamburgers en de worstjes.

Eiwittransitie vertraagd

Als onderdeel van een duurzamer voedingspatroon streeft de Nederlandse overheid naar een dieet met meer plantaardige en minder dierlijke eiwitten: de eiwittransitie. De staat mikt op een 50/50-verhouding in 2030. Supermarkten hebben zich niet alleen aan die doelstelling gecommitteerd, de meeste hebben er een schepje bovenop gedaan.

‘Nagenoeg alle supermarkten hebben extra doelen gesteld om binnen vijf jaar op een 40/60-verdeling uit te komen’, zegt Ceel Elemans, sector banker food bij ING. Alleen ligt de branche niet bepaald op koers, blijkt uit gegevens van de Eiweet Monitor, dat de eiwitverhouding van tien deelnemende supermarkten (onder andere Aldi, Dirk, Jumbo, Picnic en Plus) jaarlijks in kaart brengt.

Voor 2024 kwam de verhouding uit op 58,4 procent (dierlijk) tegen 41,6 procent (plantaardig). Gegevens van ING (zie grafiek) onderschrijven die resultaten. Binnen vijf jaar moet dat omgekeerd zijn. ‘De transitie komt op gang’, zegt Elemans. ‘Maar het gaat niet snel genoeg om de doelen te halen.’

We liggen niet op koers om de doelen voor de eiwittransitie te halen: met het huidige tempo komen we in 2030 uit op een verhouding van 56 procent dierlijk tegen 44 procent plantaardig. | ING

Oude truc van stal

Dat realiseert de sector zich ook. Supermarkten hebben hun geld lange tijd op plantaardige vleesvervangers ingezet, stelt Hans Dagevos, consumptiesocioloog en onderzoeker bij Wageningen University & Research (WUR). Maar daar is al het laaghangende fruit wel geplukt. Ja, de vleesvervangers zijn populair onder de (semi-)vegetariërs, de mensen die geen of hooguit een à twee keer per week vlees eten. Maar die vormen maar een kleine groep, in totaal 15 procent.

De groep die geregeld of zelfs elke dag vlees eet, is veruit in de meerderheid. Daarvan is slechts 30 procent van plan hun consumptie de komende jaren terug te schroeven, blijkt uit onderzoek van de WUR. Hoe ze dat willen doen? In elk geval niet door op vleesvervangers over te stappen (zie kader). Dat bleek de minst populaire strategie.

Dus trekken supermarkten een oude truc van stal, ziet Dagevos. ‘Hybride vlees is geen nieuw fenomeen. Producenten zijn er al jaren mee bezig. Vion en Meatless kwamen meer dan tien jaar geleden al met een gehaktbal waaraan plantaardige eiwitten waren toegevoegd. In 2013 heb ik er een rapport over geschreven, maar de inkt was nog niet droog of die producten waren alweer uit de schappen gehaald. Consumenten vonden het te vreemd. Het is een lang traject met veel hobbels geweest. Eigenlijk zien we nu een soort renaissance.’

Veranderen zonder te veranderen

Want supermarkten zijn inmiddels ook tot het besef gekomen dat hybride zuivel, en met name hybride vlees, perfecte hulpmiddelen zijn om hun klanten met zachte hand de goede kant op te sturen – en daarmee zicht te houden op de eigen duurzaamheidsdoelstellingen.

Het is veranderen zonder echt te veranderen, stelt Dagevos. ‘Supermarkten hoeven hun vlees- en zuivelschap niet te verkleinen, ze hoeven er alleen maar iets bij te leggen. En consumenten hoeven hun gedrag en eetpatronen niet aan te passen. Vleesvervangers zijn heel andere producten, vragen om andere recepten en een andere bereiding. Terwijl ze de hybride varianten naadloos kunnen invoegen in hun bestaande routine, en ondertussen meteen iets goeds voor de wereld doen.’

Dat zijn ook de argumenten die Lidl bij de introductie van zijn rundergehakt-erwtenmix in de zomer van 2024 opvoerde. Net als Dagevos weet ook Quirine de Weerd, hoofd CSR bij Lidl: mensen willen best veranderen, als ze er maar niet te veel voor hoeven laten.

Het hybride gehakt van Lidl bestaat voor 60 procent uit rundvlees en voor 40 procent uit erwteneiwit. Foto: Lidl

‘We hebben bewust gekozen voor een artikel dat veel verkocht wordt’, zegt ze. ‘We hebben het betaalbaar in de markt gezet: ons hybride gehakt is 38 procent lager geprijsd dan het reguliere gehakt. Daarnaast hebben we het bewust in het vleesschap gelegd. Alles om de drempel te verlagen.’ Over het prijspunt is goed nagedacht, zegt De Weerd. ‘Aan de prijs zit een grens. Wordt die te laag, dan worden mensen argwanend.’

Weten wat je koopt

Lidl was destijds de eerste supermarkt die hybride gehakt in de schappen legde. Dat deed het bedrijf met het nodige lawaai: er ging een enthousiast persbericht uit, veel media pikten de innovatie op. ‘Dat deden we om twee redenen’, blikt De Weerd terug. ‘Omdat het echt een nieuw product is en we mensen daarin willen meenemen. En omdat we transparant willen zijn naar onze klanten toe. Klanten moeten weten wat ze bij ons kopen. Dat schept vertrouwen.’

Op sociale media riep die transparantie ook weerstand op. Vooral Farmers Defense Force maakte zich boos. De Weerd: ‘Ze hebben een tijdje stickers op onze koelingen geplakt. Dat Lidl klanten gehakt met allemaal E-nummers zou proberen te verkopen, wat niet klopt.’

Een kwestie van je rug rechthouden en doorgaan, vindt ze. ‘Juist omdat veel klanten het product wél omarmen. Dat is bovenal omdat de smaak gewoon goed is. Maar ze zijn ook blij dat wij deze stap voor ze zetten. Mensen kunnen moeilijk zelf erwteneiwit door hun gehakt gaan mengen. Daarvoor zijn ze echt aangewezen op supermarkten.’

‘Subtiele transitie’

De manier waarop supermarkten over hybride vlees en zuivel communiceren, is volgens Jeroen Willemsen, lead protein transition bij Foodvalley, essentieel voor het succes. ‘Voor de klant moet het voordeel direct duidelijk zijn’, zegt hij. ‘Als je alleen ‘met toegevoegde plantaardige ingrediënten’ op de voorkant van de verpakking zet, is het risico groot dat het vooral vragen oproept. Zeker bij de mensen die je wilt bereiken: de massa.’

Zodoende denkt hij dat een ‘subtiele transitie’ effectiever is. Als voorbeeld wijst hij naar Jumbo. Sinds een half jaar mengt de supermarktketen eiwitten uit Nederlandse veldbonen – dubbel duurzaamheidsvoordeel, want lokaal geteeld – door een groot deel van zijn gehakt, hamburgers en worstjes.

Weliswaar gaat het om een bescheiden aandeel van ongeveer 10 procent, maar dat doet de supermarkt inmiddels wel bij twee derde (65 procent) van al het, in vaktaal, gedraaide vlees.

Ook Jumbo merkte dat er een tandje bij moest om voor de eiwittransitie in zicht te houden, vertelt Marjolein Verkerk, hoofd MVO bij de supermarktketen. ‘Net als veel andere partijen hebben we sterk ingezet op het vergroten van het vegetarische en veganistische assortiment, maar we zien dat die markt verzadigd begint te raken. Die groep is gewoon nog niet zo groot. Het merendeel van onze klanten eet vlees. Voor ons is het de kunst: hoe kunnen we die massa, die niet intrinsiek gemotiveerd is om hun vleesconsumptie te verminderen, toch meekrijgen – zonder dat ze het gevoel hebben dat het ze opgelegd wordt?’

Saucijzen met spinazie flopten

Jumbo kan daarbij bogen op lessen uit het verleden. Het bedrijf experimenteerde in 2019 al met een hybride productlijn, maar de saucijzen met spinazie en schnitzels met pompoen flopten. ‘Het was een andere tijd, misschien was het nu beter gegaan’, zegt Verkerk. ‘Maar wat die ervaring ons geleerd heeft, en wat onderzoeksinstituut Proveg onderschrijft, is dat het niet zo zinvol is om prominent over het duurzaamheidsaspect te communiceren. Onze klanten willen allereerst een kwalitatief goed, lekker en betaalbaar product.’

Perceptie is alles, weet ook Verkerk. Vorig jaar kondigde de supermarktketen aan te stoppen met aanbiedingen op vers vlees, om overconsumptie tegen te gaan. Verkerk: ‘Bovendien staat Jumbo al voor vaste lage prijzen, het hele jaar door, dus eigenlijk waren die promoties overbodig. Maar zo zag niet iedereen dat. Meerdere klanten waren teleurgesteld, omdat ze dachten dat ze geen goedkoop vlees meer bij ons konden krijgen.’

Jumbo zette in eerste instantie in op het vergroten van het vegetarische en veganistische assortiment. ‘Maar we zien dat die markt verzadigd begint te raken’, zegt Marjolein Verkerk, hoofd MVO. Foto: Jumbo

Hoewel het bedrijf nog steeds achter de beslissing staat, heeft ook die backlash bijgedragen aan de keuze om meer op een ‘stille’ transitie in te zetten. Stil is overigens niet hetzelfde als stiekem: de ingrediënten staan keurig op de verpakking. Verkerk: ‘Maar in de communicatie focussen we vooral op prijs en smaak. En we horen van klanten dat de smaak gewoon goed is, vaak zelfs beter. Dat blijkt ook uit smaaktesten.’

Dezelfde prijs, of goedkoper

Supermarkten bieden hun hybride vlees- en zuivelalternatieven voor dezelfde prijs aan als de reguliere varianten, al dan niet goedkoper. Kan dat eigenlijk wel uit, in een sector waar de marges al zo onder druk staan? Volgens Marjolein Verkerk kost het hybride product Jumbo op dit moment ‘iets meer’ dan het reguliere vleesproduct. ‘Ons geloof in deze aanpak maakt dat we die investering willen doen.’ Lidl doet geen uitspraken over marges. Quirine de Weerd: ‘Maar we leggen alleen producten in de schappen waar we in geloven.’

Supermarkten zullen in het begin ongetwijfeld wat minder marge op het hybride assortiment pakken, beaamt sector banker Ceel Elemans van ING. ‘Ze bieden de producten niet voor niets allemaal onder het huismerk aan, dat betekent dat ze gemakkelijker op prijs kunnen sturen. En naarmate de volumes groter zullen worden, dalen de productiekosten ook.’

Daarnaast zijn de prijzen van vlees in Europa al jaren aan het stijgen. Volgens cijfers van het CBS zijn rund- en kalfsvlees sinds 2015 anderhalf keer zo duur geworden. Dat komt onder meer doordat het aanbod krimpt. Europeanen eten vooral vlees van uitgemolken koeien, en het aantal melkkoeien neemt af, de komende tien jaar naar verwachting nog eens met 10 procent.

‘Vanuit commercieel oogpunt is plantaardig bijmengen voor supermarkten dus ook steeds een aantrekkelijkere optie’, zegt Jeroen Willemsen van Foodvalley. ‘Het mooie is dat de infrastructuur er al staat, producenten kunnen dezelfde machines gebruiken. Het ontwikkelen van de juiste receptuur en smaak, daar ligt de uitdaging. Dat hebben steeds meer producenten inmiddels goed onder de knie.’

7.000 ton CO2 bespaard

En de duurzaamheidswinst? Door het gehakt deels te vervangen door erwteneiwit, neemt de CO2-uitstoot van het product volgens Lidl met 37,5 procent af.

Bij Jumbo is de verwachting dat de introductie van hybride vlees Jumbo dit jaar een besparing van ruim 7.000 ton CO2 opleveren. Om dat in perspectief te plaatsen: de gemiddelde Nederlander stoot jaarlijks 10 ton CO2 uit. Het aandeel plantaardige eiwitten lag in 2024 op 44,3 procent (Eiweet Monitor). Het komende jaar zou de verkoop van hybride daar 3 procent aan kunnen toevoegen, denkt ze.

Daarmee komt de 50/50-doelstelling voor 2025 in zicht. Want daarnaast lopen er ook andere initiatieven: meer vegetarische verspakketten en plantaardige kant-en-klaarmaaltijden, het nieuwe versconcept Green Grill, dat draait om groenten. Verkerk: ‘Maar van hybride verwachten we het meest.’

Transitie zonder pijn?

De vraag is of het genoeg is. Schrijver Christiaan Weijts sabelde de half-om-half hamburger onlangs neer in een onder foodprofessionals veel gedeelde column in NRC. De strekking: hybride vlees en zuivel beloven een transitie zonder pijn. Een wereld waarin consumenten gewoon kunnen blijven doen wat ze altijd al deden, terwijl aanbieders achter de schermen bijmengen en knutselen, aldus de auteur. Een sprookje.

Volgens Quirine de Weerd is het niet zo eenduidig. ‘We zijn niet naïef’, zegt ze. ‘We snappen dat er meer moet gebeuren om mensen, en dus ook onze klanten, ertoe te bewegen minder dierlijke eiwitten te eten. En dit is een effectieve manier om grote groepen aan te spreken vanuit het oude systeem. Al denk ik dat er uiteindelijk maar een manier is om de consumptie echt te verminderen: we moeten de ‘echte’ prijs gaan betalen voor vlees. Maar dat zal op Europees niveau geregeld moeten worden.’

Met hybride vlees en zuivel alleen gaan we de duurzaamheidsdoelstellingen niet halen, denkt ze. ‘Maar je blindstaren op 100 procent plantaardig heeft ook geen zin’, vult Verkerk aan. ‘Dat staat de versnelling in de weg. Idealiter staan hybride- en vleesalternatieven naast elkaar en versterken ze elkaar.’

Lees ook:

Deze startup laat zien hoe je groene waterstof maakt met lucht en een zonnepaneel

‘De zon is de goedkoopste en meest voorkomende energiebron. Wij hebben ons afgevraagd: hoe kun je zo slim mogelijk van zonne-energie naar waterstof gaan? Dat is het uitgangspunt. Wij doen dat zo schaalbaar en betaalbaar mogelijk. Ons idee is simpel, maar het is heel moeilijk om een idee simpel te houden’, zegt ceo en medeoprichter Jan Rongé van Solhyd. ‘Het is niet zo moeilijk om een heel dure, complexe technologie te maken die doet wat wij doen, maar wel moeilijk om het op een manier te doen dat de kosten laag zijn en dat het een massaproduct kan worden. Bij elke verbetering willen we het product eenvoudiger maken, in elk geval niet ingewikkelder.’ Module maakt waterstof van water uit de lucht Dat is Solhyd gelukt. Na eerdere prototypes die tijdens beurzen werden gelanceerd, presenteerde de startup tijdens de World Hydrogen Summit in mei in Rotterdam de nieuwe, verbeterde SM500-module. Die vangt de lucht die door een ventilator naar binnen wordt geblazen. In die lucht zit waterdamp, die door het interne materiaal in de kern van de module uit de lucht wordt gehaald en opgeslagen als water. Dat materiaal bevat ook elektroden en membranen om watermoleculen te splitsen in waterstof en zuurstof. Dat gebeurt zodra er zonlicht en dus zonne-energie beschikbaar is. Voor die kern worden geen zeldzame, kritische grondstoffen, maar relatief goedkope materialen gebruikt. De waterstof komt aan de andere kant op lage druk uit de module en kan via gascilinders of pijpleidingen worden afgevoerd of ter plekke onder hogere druk vloeibaar worden gemaakt en opgeslagen.De module werkt totaal anders dan een elektrolyser. Ook die splitst met elektriciteit water in waterstof en zuurstof. Maar die heeft aanvullende componenten nodig zoals pompen, koeling, ontziltingsinstallatie, waterzuivering, gas-vloeistofscheiders, transformatoren of andere apparatuur. Die kosten veel geld. De module van Solhyd heeft die niet nodig.‘Elektrolysers zijn grote, complexe installaties die 24 uur moeten draaien en eigenlijk zijn ontworpen voor de chemische industrie. Onze technologie is niet ontworpen volgens de principes van de chemische industrie, maar volgens de principes van de hernieuwbare energie. Rechtstreeks gekoppeld aan de zon en met niet te veel bewegende onderdelen’, zegt Rongé Niet afhankelijk van zonnepaneel Een ander voorbeeld van zo’n vereenvoudiging is het zonnepaneel waar de module aan gekoppeld wordt. Tien jaar geleden maakte Solhyd nog zijn eigen zonnepaneel. Rongé: ‘Toen ontwikkelden we zelf complexe waterstofpanelen die direct waterstof maakten uit de zon. Maar zonnepanelen kosten vandaag de dag eigenlijk niets meer, zijn zeer efficiënt en worden op grote schaal geproduceerd. Waarom zouden wij een zonnepaneel opnieuw moeten uitvinden? Dus gebruiken we gewoon een commercieel zonnepaneel en werkt de module autonoom.’Dat maakt het systeem meteen een stuk flexibeler. De module die waterstof maakt kan de stroom van het bovenliggende zonnepaneel gebruiken, maar ook die van windturbines – bijvoorbeeld op donkere dagen in de winter – of zelfs elektriciteit uit het net. ‘Nu gebruik je het als een soort batterij waar je in plaats van stroom waterstof uithaalt’, legt hij uit. Erkenning van de waterstofwereld Groene waterstof is onmisbaar voor een transitie naar hernieuwbare energie. Het moet de fossiele, grijze variant in de industrie en chemie vervangen, er kan overtollige wind- en zonnestroom in opgeslagen worden en het dient als schone brandstof voor schepen, treinen, trucks en in de toekomst zelfs vliegtuigen. Niet voor niets investeren veel landen in de wereld met milarden in groene waterstofprojecten. Van de andere kant blijken veel nieuwe technologieën toch niet zo bruikbaar. ‘Veel verhaaltjes rond waterstof bloeden dood of stoppen weer snel nadat er heel veel lawaai rond is gemaakt’, zegt Rongé. Hij richtte Solhyd in 2023 op, samen met Tom Bosserez. De startup is een spin-off van het onderzoeksproject dat de twee engineers in 2011 begonnen aan de KU Leuven, samen met hun professor Johan Martens.Rongé won tijdens de World Hydrogen Summit in Rotterdam de award voor future leader. Hij ziet dat als een erkenning voor de radicale aanpak van Solhyd. ‘Wij geloven dat de overgang naar groene waterstof eenvoudiger moet en de waterstofwereld is het daarmee eens’, zei hij bij de uitreiking tijdens het grootste waterstofevent ter wereld.Inmiddels werken er veertien mensen bij het bedrijf in het Belgische Bierbeek. ‘We hebben heel veel groene waterstof nodig in de toekomst. Dat zeiden we al in 2011. Wij denken aan de lange termijn en zijn overtuigd van het potentieel van onze technologie’, zegt hij.[caption id="attachment_162288" align="alignnone" width="900"] Een schematische weergave van hoe de SM500 werkt. | Credits: Solhyd[/caption] Meer groene waterstof produceren dan elektrolysers De SM500 heeft een vermogen van 500 watt aan waterstof en is ontworpen om gekoppeld te worden aan een zonnepaneel van maximaal 500 watt aan zonnestroom. Ondertussen werkt Solhyd ook aan modules met die op industriële schaal ingezet kunnen worden bij zonnepanelen met hogere vermogens. De technologie is modulair ontworpen, wat wil zeggen dat de capaciteit makkelijk is op te schalen door meerdere modules aan elkaar te koppelen.Kunnen die systemen net zoveel groene waterstof gaan produceren als elektrolysers? ‘Zelfs nog meer, want met onze technologie kun je meer waterstof maken op dezelfde oppervlakte’, stelt Rongé. Dat komt volgens hem omdat elektrolysers bij zon- of windparken vaak meer zonnepanelen en windturbines hebben dan nodig, om altijd genoeg draaiuren te kunnen maken. Een deel van de opgewekte stroom wordt dan niet gebruikt of weggegooid. Bij Solhyd wordt alle zonne-energie effectief gebruikt. Demonstratieprojecten op te schalen tot 1 gigawatt De startup wil dit en volgend jaar samen met commerciële partners demonstratieprojecten starten op een schaal van 50 kilowatt aan waterstofproductie. Ter vergelijking: de waterstofmarkt zit te wachten op projecten van tientallen of zelfs honderden megawatts aan waterstof. Rongé: ‘Wij zijn daar nog niet klaar voor, want we zijn onze productie aan het opschalen. Maar dat doen we op een ideaal moment, want de markt is ook aan het opschalen. De projecten die nu aangekondigd worden voor 2028 en 2030 vragen veel voorbereidingstijd. De hele industrie is op zoek naar de beste technologie om waterstof te maken. Die bedrijven komen nu met ons praten.’Want in theorie kunnen de modules van Solhyd net zoveel waterstof produceren als grote elektrolysers. Dat is gewoon een kwestie van er meer aan elkaar koppelen. ‘Een project van 1 gigawatt gebruikt dezelfde modules als een project van 1 megawatt. Je kunt met onze technologie veel sneller leren op kleine schaal, terwijl de technologie niet wijzigt als je naar een grotere schaal gaat’, zegt Rongé.Ook de productie van modules is volgens hem eenvoudig op te schalen. Hoe groter de investering, hoe meer modules Solhyd kan maken. Over de uitbreiding van die capaciteit neemt de startup binnenkort een beslissing. Pijpleidingen nodig voor transport De modules kunnen zowel on- als off-site ingezet worden. On-site kunnen bedrijven ter plekke een eigen productie-unit plaatsen om hun eigen waterstof te maken. Die vervangen daarmee hun fossiele, grijze waterstof die in cilinders of tube-trailers wordt aangeleverd door zelf geproduceerde groene waterstof. Dat is volgens Rongé vaak nog goedkoper ook. Bij off-site-inzet worden de modules bij grote wind- of zonneparken geplaatst om van die groene stroom waterstof te maken. Daar kunnen grotere hoeveelheden worden geproduceerd, die dan naar de gebruikers worden getransporteerd, bijvoorbeeld naar chemische bedrijven.Voor dat transport zijn pijpleidingen nodig. Nederland werkt aan zijn Delta-Rijn Corridor, die vanaf 2031 of 2032 waterstof van Rotterdam naar Duitsland gaat transporteren. Ondertussen onderzoeken de EU en Gasunie hoe bestaande gasnetwerken geschikt gemaakt kunnen worden voor waterstof. ‘Dan krijg je een systeem waarbij zonneparken waterstof maken en die injecteren in het gasnet. Net zoals zonne- en windparken nu hun stroom injecteren in het elektriciteitsnet’, zegt Rongé. Lees ook:Opmars groene waterstof is niet te stoppen, ondanks doemverhalen in de media: 'De trein rijdt' Wereld gaat aan de groene waterstof: Nederland en Duitsland kickstarten de globale markt Wetenschappers willen zonnepaneel dat waterstof produceert naar de markt brengen Brazilië gaat goedkoopste groene waterstof ter wereld maken en Rotterdam brengt het Europa binnen