Batterijen vervullen een cruciale rol in de energietransitie in sectoren als vervoer (elektrische auto’s), maar ze worden ook steeds belangrijker om bijvoorbeeld te voorzien in de opslag van stroom uit zonnepanelen. Geen wonder dat er een mondiale race gaande is naar de verbetering van batterijtechnologie. Daarbij spelen ook strategische overwegingen rond de toegang tot belangrijke grondstoffen een rol.
Deze week werd bijvoorbeeld bekend dat China een enorme vondst van lithium heeft gedaan, waardoor de positie van dat land in de batterijketen verder wordt versterkt. Lithium-ion batterijen zijn voor veel toepassingen dominant, waarbij naast lithium de toegang tot metalen als nikkel, kobalt en mangaan van groot belang is.
Grondstoffen voor batterijen: waar moet je zijn?
Het overzicht hieronder geeft de verdeling van de mondiale reserves en productie weer van de vier grondstoffen die momenteel dominant zijn in de batterij-industrie. Daarbij is gebruik gemaakt van gegevens van de US Geological Survey, met jaardata uit 2023.
Het begrip reserves verwijst naar voorraden die economisch en juridisch winbaar worden geacht. Bij de productie gaat het om ertswinning in de mijnbouw.
Lithium: Australië, Chili, China en Argentinië maken de dienst uit
Vier landen domineren de toegang tot lithium in de wereld. Australië, Chili, China en Argentinië. Wat betreft de economisch winbare reserves is Chili goed voor 33 procent van het wereldtotaal, komt Australië op 22 procent, Argentinië op 13 procent en China op 11 procent. Samen is dat bijna 80 procent van de wereldreserves.
Aan de productiekant is Australië de nummer één (47 procent van het wereldtotaal), gevolgd door Chili, China en Argentinië.
Kobalt: Congo en Australië dominant, aangevuld met Indonesië
De wereld van kobalt is een stuk overzichtelijker dan die van lithium. Hier bepalen slechts twee landen het spel: Congo en Australië. Het Afrikaanse land beschikt over 54 procent van de wereldreserves en Australië is goed voor 15 procent.
Wat de productie betreft neemt Congo liefst 73 procent van het wereldtotaal voor zijn rekening, gevolgd door Indonesië (ruim 7 procent) en Rusland (4 procent). De laatstgenoemde twee landen produceren relatief veel kobalt in verhouding met hun economisch winbare reserves.
Nikkel: Indonesië marktleider, productie breder verspreid
Nikkel is iets breder beschikbaar dan kobalt, maar voor Europa geen grondstof die makkelijk te verkrijgen is. De grootste reserves van nikkel zitten in Indonesië, Australië en Brazilië. Deze drie landen zijn goed voor respectievelijk 42 procent, 18 procent en 12 procent van de economisch winbare wereldreserves.
Wat de productie van nikkel betreft, is de spreiding wat breder. Indonesië is de onbetwiste marktleider (goed voor ongeveer de helft van de wereldproductie), gevolgd door de Filipijnen, Nieuw-Caledonië, Rusland, Canada en Australië.
Mangaan: meeste reserves bij 5 landen, 3 topproducenten
Bij mangaan is er een behoorlijk verschil tussen de verdeling van de reserves, waar vijf landen hoog scoren, en een sterk geconcentreerde productie. Bij de reserves bestaat de top vijf uit Zuid-Afrika (32 procent), Australië (26 procent), Brazilië (14 procent), China (13,5 procent) en Oekraïne (7 procent).
De productie van mangaan is voor 36 procent afkomstig uit Zuid-Afrika, gevolgd door Gabon (23 procent) en Australië (15 procent).
Batterijen van nieuwe materialen
Hoewel bovengenoemde grondstoffen nog steeds essentieel zijn, richt veel onderzoek naar nieuwe batterijtechnologie zich op innovaties die gebruik maken van grondstoffen die minder sterk geconcentreerd zijn bij een paar landen in de wereld.
Zo maakten onderzoekers uit Canada deze week melding van een doorbraak voor een lithiumbatterij waarbij geen gebruik hoeft te worden gemaakt van nikkel en kobalt. Er zijn op dit vlak al diverse initiatieven, bijvoorbeeld voor lithium-ijzerfosfaat batterijen. Maar ook hier blijft de toegang tot lithium vaak een belangrijke factor.
Een technologie die voor met name Europa een groot verschil zou maken is de natrium-ion batterij, mede omdat het verkrijgen van natrium veel minder geopolitieke uitdagingen meebrengt, vergeleken met lithium, nikkel, kobalt en mangaan.




