Jeroen de Boer
15 juli 2025, 16:26

Strijd om grondstoffen voor batterijen: deze 4 grafieken tonen het probleem van Europa

Veel innovaties voor batterijen richten zich op alternatieven voor de dominantie van lithium-ion batterijen. Voorlopig blijven ook grondstoffen als nikkel, kobalt en mangaan van groot strategisch belang voor de batterij-industrie. Change Inc. laat zien waarom dat een nadeel is voor Europa.

batterij lithium Lithium, nikkel, kobalt en mangaan zijn cruciaal voor veel batterijen. | Credits: Getty Images

Batterijen vervullen een cruciale rol in de energietransitie in sectoren als vervoer (elektrische auto’s), maar ze worden ook steeds belangrijker om bijvoorbeeld te voorzien in de opslag van stroom uit zonnepanelen. Geen wonder dat er een mondiale race gaande is naar de verbetering van batterijtechnologie. Daarbij spelen ook strategische overwegingen rond de toegang tot belangrijke grondstoffen een rol.

Deze week werd bijvoorbeeld bekend dat China een enorme vondst van lithium heeft gedaan, waardoor de positie van dat land in de batterijketen verder wordt versterkt. Lithium-ion batterijen zijn voor veel toepassingen dominant, waarbij naast lithium de toegang tot metalen als nikkel, kobalt en mangaan van groot belang is.

Grondstoffen voor batterijen: waar moet je zijn?

Het overzicht hieronder geeft de verdeling van de mondiale reserves en productie weer van de vier grondstoffen die momenteel dominant zijn in de batterij-industrie. Daarbij is gebruik gemaakt van gegevens van de US Geological Survey, met jaardata uit 2023.

Het begrip reserves verwijst naar voorraden die economisch en juridisch winbaar worden geacht. Bij de productie gaat het om ertswinning in de mijnbouw.

Lithium: Australië, Chili, China en Argentinië maken de dienst uit

Vier landen domineren de toegang tot lithium in de wereld. Australië, Chili, China en Argentinië. Wat betreft de economisch winbare reserves is Chili goed voor 33 procent van het wereldtotaal, komt Australië op 22 procent, Argentinië op 13 procent en China op 11 procent. Samen is dat bijna 80 procent van de wereldreserves.

Aan de productiekant is Australië de nummer één (47 procent van het wereldtotaal), gevolgd door Chili, China en Argentinië.

Kobalt: Congo en Australië dominant, aangevuld met Indonesië

De wereld van kobalt is een stuk overzichtelijker dan die van lithium. Hier bepalen slechts twee landen het spel: Congo en Australië. Het Afrikaanse land beschikt over 54 procent van de wereldreserves en Australië is goed voor 15 procent.

Wat de productie betreft neemt Congo liefst 73 procent van het wereldtotaal voor zijn rekening, gevolgd door Indonesië (ruim 7 procent) en Rusland (4 procent). De laatstgenoemde twee landen produceren relatief veel kobalt in verhouding met hun economisch winbare reserves.

Nikkel: Indonesië marktleider, productie breder verspreid

Nikkel is iets breder beschikbaar dan kobalt, maar voor Europa geen grondstof die makkelijk te verkrijgen is. De grootste reserves van nikkel zitten in Indonesië, Australië en Brazilië. Deze drie landen zijn goed voor respectievelijk 42 procent, 18 procent en 12 procent van de economisch winbare wereldreserves.

Wat de productie van nikkel betreft, is de spreiding wat breder. Indonesië is de onbetwiste marktleider (goed voor ongeveer de helft van de wereldproductie), gevolgd door de Filipijnen, Nieuw-Caledonië, Rusland, Canada en Australië.

Mangaan: meeste reserves bij 5 landen, 3 topproducenten

Bij mangaan is er een behoorlijk verschil tussen de verdeling van de reserves, waar vijf landen hoog scoren, en een sterk geconcentreerde productie. Bij de reserves bestaat de top vijf uit Zuid-Afrika (32 procent), Australië (26 procent), Brazilië (14 procent), China (13,5 procent) en Oekraïne (7 procent).

De productie van mangaan is voor 36 procent afkomstig uit Zuid-Afrika, gevolgd door Gabon (23 procent) en Australië (15 procent).

Batterijen van nieuwe materialen

Hoewel bovengenoemde grondstoffen nog steeds essentieel zijn, richt veel onderzoek naar nieuwe batterijtechnologie zich op innovaties die gebruik maken van grondstoffen die minder sterk geconcentreerd zijn bij een paar landen in de wereld.

Zo maakten onderzoekers uit Canada deze week melding van een doorbraak voor een lithiumbatterij waarbij geen gebruik hoeft te worden gemaakt van nikkel en kobalt. Er zijn op dit vlak al diverse initiatieven, bijvoorbeeld voor lithium-ijzerfosfaat batterijen. Maar ook hier blijft de toegang tot lithium vaak een belangrijke factor.

Een technologie die voor met name Europa een groot verschil zou maken is de natrium-ion batterij, mede omdat het verkrijgen van natrium veel minder geopolitieke uitdagingen meebrengt, vergeleken met lithium, nikkel, kobalt en mangaan.

Lees ook:

In transities is te weinig aandacht voor afscheid van het oude: ‘Uitfaseren is een gevoelig onderwerp’

'Het is belangrijk dat we actief afscheid nemen van dingen. Dat klinkt misschien een beetje zweverig, maar het is niet voor niets dat we rondom begrafenissen zo veel rituelen hebben. Stel dat KLM een altaartje zou maken voor een vervuilend vliegtuigmodel. Gewoon om te zeggen: met dit vliegtuig hebben we zo veel mensen een prachtige reis bezorgd. Maar nu is het tijd voor iets anders.'Afscheid nemen van oude praktijken en technologieën krijgt veel minder aandacht dan startups die met nieuwe dingen bezig zijn – ook op Change Inc. Maar uitfaseren is een onmiskenbaar onderdeel van transities, weet Nina de Roo, onderzoeker verantwoorde transities in het agri-fooddomein. Daarom deed zij samen met collega-onderzoekers van de Wageningen Universiteit een studie die ze 'een eerste verkenning rondom het onderwerp uitfaseren in de context van het landelijk gebied in Nederland' noemen. Een eerste verkenning, ja – veel onderzoek naar uitfaseren is er immers nog niet gedaan.In het rapport Leren van uitfaseren van ‘onwenselijke’ praktijken analyseren de onderzoekers vier voorbeelden waarin praktijken werden uitgefaseerd: nertsenhouderijen, de legbatterij voor kippen, pulsvisserij, en het dichtdraaien van de gaskraan in Groningen. Ze hebben bewust gekozen voor situaties uit het verleden, vertelt De Roo. 'Uitfaseren is een gevoelig onderwerp. Het wekt weerstand op en gaat vaak gepaard met frictie en botsende waarden en belangen. Dat maakt onderzoek doen naar transities waar we middenin zitten ingewikkeld.'Er valt meer geld te verdienen met het ontwikkelen van nieuwe technologieën dan met het uitfaseren van oude technologieën, schrijven jullie. Is dat de reden waarom de focus in het algemeen vooral op innovaties ligt?'Dat zal er ongetwijfeld mee te maken hebben. Maar het is ook menselijk om te willen focussen op nieuwe dingen. We gaan liever op kraambezoek dan naar een begrafenis. Mensen neigen altijd naar een nieuw begin.Daardoor kijken we vaak minder kritisch naar de negatieve kanten van innovaties. Kijk maar naar plastic. De uitvinders daarvan hadden goede bedoelingen en plastic heeft ons veel gebracht. Zij hadden nooit kunnen voorspellen dat we er nu allemaal zo afhankelijk van zouden worden dat de zee er vol mee ligt.Er zijn genoeg voorbeelden van mensen die achteraf spijt hadden van innovaties. Denk aan Robert Oppenheimer, de ontwikkelaar van de atoombom. Dichter bij huis is er Sicco Mansholt. In de jaren '50 hield hij zich als minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening bezig met het moderniseren van de landbouw. Na zijn pensionering kreeg hij spijt van de schaalvergroting die met zijn beleid is ingezet. Zulke dingen zijn niet altijd te voorspellen, maar het is goed om er rekening mee te houden.'Als iets eenmaal als onwenselijk wordt beschouwd, hoe wordt een uitfasering dan in gang gezet?'We hebben gekeken naar de betrokkenen in verschillende fases. Er heerst het idee dat de overheid aan zet is in transities. Maar in deze vier voorbeelden lieten ze de situatie juist een beetje op zijn beloop. Dat komt door invloeden vanuit de private sector, maar ook door het Nederlandse poldermodel.Ngo's en media zijn vaak degenen die problematiek signaleren en er aandacht voor vragen. Zo kwam er in de media steeds meer aandacht voor het leed van Groningers als gevolg van de gasboringen. Aan de andere kant zijn er de behouders van het systeem – vaak de private sector. Zij hebben baat bij het behoud van het huidige systeem omdat ze er hun boterham mee verdienen. Ook de nationale overheid faciliteert aanvankelijk vooral de status quo. Pas als de maatschappelijke druk te groot wordt, onderneemt de overheid actie.'Moet de overheid meer voorop lopen in het verbieden van onduurzame praktijken?'Ik denk dat het heel logisch is dat het de ngo's en media zijn die vooroplopen. De overheid heeft natuurlijk als taak om stabiliteit te bieden en te zorgen dat er geen chaos ontstaat. Slavernij is in eerste instantie ook geproblematiseerd door activisten. Tegelijkertijd kun je stellen dat de economische belangen die de overheid representeert in veel gevallen ook worden vertegenwoordigd door private sectoren. Een deel van de overheid zou daarom best een proactievere rol kunnen spelen in het nadenken over waar we mee moeten stoppen en hoe we dat aanpakken.Wat in elk geval belangrijk is, is dat de overheid ruimte geeft aan een pluriformiteit van perspectieven. Een aantal politieke partijen probeert ngo's en kritische wetenschappers nu de mond te snoeren. Dat is een zorgelijke ontwikkeling. Juist in deze chaotische tijd, waarin veel mensen beseffen dat onze manier van leven anders moet, maar niemand precies weet hoe. Dan zijn verschillende perspectieven nodig en moet de overheid daar een stem aan geven.In de beginfase, waarin het nog niet duidelijk is of een praktijk inderdaad onwenselijk is, is er bovendien een neiging om vrij snel één pad te kiezen en daarop in te zetten. Terwijl het onderzoek in die fase vaak gekleurd is. Zo onderzochten Bont voor Dieren (stichting voor de bescherming van dieren, red.) en de Nederlandse Federatie van Edelpelsdierenhouders (belangenvereniging van fokkers, red.) beide de te verwachten schade van een verbod op nertsenhouderij. Die onderzoeken hadden heel andere uitkomsten. Onderzoek door belangenpartijen is op zich niet problematisch, als er maar transparantie is over wie de onderzoeksvraag bepaalt én betaalt. Dan kunnen beleidsmakers de resultaten ook in die context plaatsen.'Jullie halen het verschil tussen substitutie of optimalisatie van specifieke praktijken en systeemverandering aan. Wat heeft de voorkeur?'De meeste transitiewetenschappers vinden dat systeemverandering noodzakelijk is om de onderliggende problemen aan te pakken. Door lobby, framing en de macht van groepen die het huidige systeem willen behouden gebeurt dat vaak niet. Zo wist de pluimvee-industrie de discussie over dierenwelzijn om te buigen naar een gesprek over de kooigrootte van legkippen. Daar gaan dan veel tijd en middelen naartoe. Optimalisatie van wat er al is kan een bredere transitie richting duurzamere landbouw zo in de weg staan.Als burger denk ik vaak: we moeten echt goed te rade gaan bij onszelf over waar de samenleving naartoe gaat. Systeemverandering lijkt soms onvermijdelijk. Maar als onderzoeker weet ik ook dat het systeem meeverandert als je een kleine aanpassing doet. We hoeven niet alles weg te gooien en helemaal opnieuw te beginnen. Met kleine stapjes kun je ook aan het systeem morrelen. Het is vooral belangrijk wát voor stapjes je zet.Agroforestry is een interessant voorbeeld. Daarbij ben je niet alleen bosbouwer, akkerbouwer of melkveehouder, maar combineer je verschillende vormen van landbouw op je boerderij. Dat is goed voor de biodiversiteit. Maar als je dat wilt doen loop je tegen allerlei regelgeving aan. In de Nederlandse landbouwtelling moet je akkerbouwer óf veeteler zijn, en bomen op je akker planten is niet zomaar toegestaan. Door dit soort initiatieven wordt het systeem wakker geschud. Dat kan veel impact hebben en zelfs tot een transformatie leiden. Mijns inziens zijn het die initiatieven die we als onderzoekers, beleidsmakers en investeerders moeten steunen.'Wat kunnen bedrijven in transitie leren van jullie onderzoek?'Het is ten eerste belangrijk dat er überhaupt aandacht is voor uitfaseren. De transitie naar fossielvrij is er bijvoorbeeld één die vooral uit uitfaseren bestaat. Natuurlijk zijn hernieuwbare energie en batterijen interessant, maar we moeten niet vergeten dat we daarmee ook afscheid moeten nemen van andere dingen.Daar komen gevoelens bij kijken. Producten of praktijken die nu als onwenselijk worden beschouwd, hebben in het verleden vaak veel waarde gehad. Mensen hebben er veel energie in gestopt, soms is het hun hele identiteit geworden. Daarvoor is vaak geen erkenning. De overheid schiet meteen in de transactionele modus door getroffenen financieel te compenseren. Maar soms willen mensen gewoon gehoord worden.En vergeet niet dat ergens mee stoppen ook positief kan zijn. Bedrijfsmatig is het vaak een nuttige strategie. Creatieve destructie, noemen we dat: afbouwen om iets nieuws te laten ontstaan.' Lees ook:Hoog tijd voor wat meer creatieve destructie in de energietransitie Voor het eerst microplastics in wolken gevonden: zijn er manieren om microplastics te stoppen? Shivant Jhagroe: ‘Elektrische auto’s zijn niet bedacht om de planeet te redden, maar de auto-industrie’