Wilke Wittebrood
18 maart 2025, 13:02

Europa wil een eigen batterij-industrie, maar gaat dat lukken zonder Northvolt?

Northvolt was ooit de belichaming van de Europese batterijdroom, nu is de Zweedse start-up failliet. Met het faillissement krijgen ook de ambities voor een onafhankelijke en duurzame productieketen een gevoelige tik. Kunnen we nog mee in de batterijrace, of wacht Europa een toekomst als ‘assemblagefabriek’ voor Chinese technologie?

Getty Images 2158870017 Northvolt was het paradepaardje van de Europese batterijsector. | Credits: Getty Images

Het batterijsprookje van Northvolt is vorige week abrupt ten einde gekomen. Het worstelende bedrijf vroeg aandeelhouders vorige maand om 1,3 miljard dollar om te kunnen blijven draaien, maar een toezegging bleef uit. Afgelopen woensdag moest de batterijbouwer het faillissement aanvragen.

Een deuk in het zelfvertrouwen van de Europese industrie, noemt Jeff Amrish Ritoe het. Hij is strategisch adviseur voor de energiemarkt bij het Haags Centrum voor Strategische Studies (HCSS). Want met het bankroet van Northvolt krijgen ook de ambities om een onafhankelijke en duurzame Europese productieketen voor batterijen uit de grond te stampen, een gevoelige tik.

Groen groeiverhaal

Northvolt was het paradepaardje van de sector. In het Noord-Zweedse Skellefteå wilde de start-up de eerste megafabriek voor auto-accu’s van Europa bouwen. Die zou voor 100 procent op groene stroom draaien, gevoed door waterkracht en windenergie. Investeerders kwamen van alle kanten toestromen met zakken geld om aan te haken bij dat groene groeiverhaal.

Sinds de oprichting in 2016 haalde Northvolt 15 miljard euro op, meer geld dan welke andere Europese niet-beursgenoteerde start-up dan ook. De Europese Investeringsbank (EIB) was aan boord, net als grote namen als Volkswagen en Goldman Sachs.

Van alle partijen was Northvolt het dichtst bij commercialisering in Europa, zegt Julia Poliscanova tegen de Financial Times. Ze is senior directeur vehicles & emobility supply chains bij Transport & Environment, een Europese koepelorganisatie voor duurzaam vervoer. “En of de anderen het zullen redden, weten we niet.” Ze is kritisch op de rol van de overheid. “Als dit in China was gebeurd, denk je dat de Chinese overheid deze spelers had laten omvallen?”

Minder afhankelijk van China

Terwijl Northvolt de afhankelijkheid van Chinese batterijen juist wilde verkleinen. De start-up werd rond dezelfde tijd opgericht als de European Battery Alliance (EBA) in 2017, een initiatief van de Europese Commissie. Die alliantie stelde zich als doel om in 2025 20 procent van de wereldwijde batterijproductie in Europa te realiseren. Daarnaast wil de Europese Commissie in 2030 90 procent van de Europese vraag binnen eigen grenzen invullen.

Bij de start in 2017 was Europa goed voor ongeveer 3 procent van alle geproduceerde batterijen wereldwijd, inmiddels is het aandeel volgens het Internationaal Agentschap voor Energie (IEA) ongeveer 7 procent.

Die accu’s worden met name in Hongarije en Polen geproduceerd, in fabrieken die voor het overgrote deel in buitenlandse handen zijn. De fabriek van het Koreaanse LG Energy in Wrocław is in zijn eentje al goed voor de helft van de productiecapaciteit.

Het eerste doel is dus niet gehaald, van het tweede doel is dat maar zeer de vraag. Onderzoeksinstituut Fraunhofer ISI acht het waarschijnlijker dat we, in plaats van 90 procent, tussen de 50 en 60 procent uitkomen.

Nieuwe economie

Van alle batterijen en accu’s wereldwijd is bijna 85 procent van Chinese makelij. Het land zette twintig jaar geleden al in op wat The New Three wordt genoemd, drie sectoren die volgens de overheid een essentiële rol zouden gaan spelen in de nieuwe economie: zonnecellen, lithium-ionbatterijen en elektrische voertuigen.

China heeft dat spel volgens energiestrateeg Ritoe slim gespeeld. “De overheid bracht in kaart welke technologieën en kennis in eigen land ontbraken en nodigde partijen met die expertise uit. Vervolgens hebben ze strikte afspraken gemaakt over het delen van die kennis – denk aan het opgeven of delen van IP-rechten – en over sourcing bij lokale partijen. Zodat de eigen industrie zou groeien.”

Het resultaat is een achterstand die nog maar moeilijk in te lopen is. Die batterijen worden niet alleen in eigen land gemaakt, ook in Europa veroveren Chinese accuproducenten terrein. Marktleider CATL, goed voor 40 procent van de wereldmarkt, heeft fabrieken in Duitsland en Hongarije en plannen om samen met autoproducent Stellantis een derde in Spanje te openen.

Een patroon dat Northvolt juist had willen doorbreken.

‘Assemblagefabriek’ Europa

Wat China zo goed deed, laat Europa nu na, ziet Ritoe. Stellantis en CATL vingen bijna 300 miljoen aan staatssteun om hun batterijfabriek in Zaragoza te vestigen. Zonder dat daar voorwaarden over technologie- en kennisoverdracht tegenover staan, of afspraken over inkoop bij Europese leveranciers. Eigenlijk, ziet hij, heeft Stellantis in zijn eigen fabriek maar weinig te zeggen.

Hij krijgt bijval van koepelorganisaties Transport & Environment, die in de Financial Times waarschuwt dat Europa een ‘assemblagefabriek’ dreigt te worden. Terwijl we juist van de Chinese kennis en kunde zouden kunnen profiteren, zegt Julia Poliscanova (T&E). “We kunnen nog tien tot vijftien jaar experimenteren en falen met bedrijven als Northvolt. Óf we profiteren van bestaande expertise om onze achterstand snel in te lopen. Precies zoals de Chinezen de afgelopen twintig jaar hebben gedaan.”

Maar wil Europa een serieuze rol gaan spelen op het wereldtoneel, voegt ondernemer Christian Rood toe, dan gaat dat niet lukken door China na te doen. Europa heeft een volwassen batterij-industrie nodig, maar moet daarnaast ook stevig inzetten op innovatie. “Op prijs kunnen Europese batterijbouwers mondiaal niet concurreren”, zegt hij. “Onder meer omdat de energieprijzen hier veel hoger zijn dan in Azië. Dus moeten we het over een andere boeg gooien.”

Concurreren op innovatie

Rood is CEO van LeydenJar. De Eindhovense start-up maakt anodes, ofwel de negatieve pool van een batterij. Die moeten straks in een fabriek op Strijp-S in folievorm van de band afrollen – er draait al een proeffabriek aan de Luchthavenweg – en gaan daarna door naar klanten voor de verwerking. LeydenJar onderscheidt zich door het gebruik van 100 procent silicium, waarmee de start-up batterijen kan produceren die tot 70 procent meer energie opslaan.

Daar ligt volgens Rood een enorme kans. Niet alleen voor LeydenJar, voor de Europese batterijenindustrie als geheel. “De markt heeft behoefte aan batterijen met een hogere energiedichtheid, batterijen die veel beter zijn dan wat er nu beschikbaar is. Voor consumentenelektronica waarbij AI een grote rol speelt, voor elektrisch vliegen. Dat is de koers die wij varen.”
Hij wijst op de recente faillissementen van Volocopter en Lilium, Duitse start-ups die pionierden met elektrische luchttaxi’s. “Die bedrijven waren goed gefinancierd, maar zijn mede omgevallen omdat de batterijtechnologie nog niet volstaat.”

Op papier klinkt dat mooi, reageert Ritoe van HCSS. ‘”Maar in de praktijk biedt dat geen garantie. De Chinezen, Japanners en Koreanen zitten ook niet stil. En zij hebben budgetten waarvan we hier flauwvallen.” Wat volgens de energiestrateeg vooral belangrijk wordt, is Aziatische partijen met Europese afspraken dwingen lokaal te sourcen. “Nu trekt elk land zijn eigen plan. Met als gevolg dat lidstaten tegen elkaar gaan opbieden. Het is geen toeval dat juist Hongarije en Polen zoveel batterijfabrieken hebben.”

Hij is ook kritisch op het actieplan voor de auto-industrie dat de Europese Commissie begin maart presenteerde. Weliswaar gaan er miljarden extra naar het uitbreiden van de productiecapaciteit, maar autofabrikanten krijgen van Brussel ook meer tijd om de CO2-normen te halen. “Ik zou liever zien dat de industrie een prikkel had gekregen om sneller te elektrificeren.”

Niet de enige kampioen

Northvolt is niet Europa’s enige gigafabriek van eigen bodem, Duinkerke heeft er bijvoorbeeld ook twee. Mercedes, Stellantis en Total Energies hadden in 2023 de primeur met de opening van Automotive Cells Co (ACC), een joint venture voor de productie van ‘autobatterijen van de toekomst’. Ook het Franse Verkor bouwt in de havenstad aan een fabriek, waarvan de productie in 2030 jaarlijks 50 gigawattuur moet bedragen.

Wouter van Westbrugge van Invest-NL noemt ook het Servische ElevenEs, dat met CarbonX aan de ontwikkeling van een LFP-batterij (lithium-ijzerfosfaat, red.) werkt. Deze Nederlandse start-up levert een lokaal alternatief voor grafiet, zodat dat niet uit China hoeft te komen. En het kost ook minder energie om te produceren. Hun doel: een onafhankelijke Europese waardeketen.

De investeerder wil maar zeggen: Northvolt is niet onze enige kampioen. “Er gebeurt echt een hoop. Alleen opereren spelers als ElevenEs meer in de luwte. Wat dat betreft, is het jammer dat juist Northvolt is omgevallen, het bedrijf is zo bekend. Vanuit pr-perspectief had ik liever gezien dat het een ander was geweest.”

Dit artikel verscheen eerder op MT/Sprout. MT/Sprout is onderdeel van MT MediaGroep, net als Change Inc.

Lees ook:

Natuurhuisje stopt 5 procent van de omzet in de natuur: ‘Willen ieder jaar meer doen’

Bungalows, boomhutten, villa’s, tenten: natuurhuisjes zijn er in alle soorten en maten. De gemene deler is dat ze midden in de natuur staan, zegt Tim Salet van Natuurhuisje. “Het moet een uniek huisje zijn in de natuur, weg van de massa en drukte. Een vakantiepark met zeventig accommodaties past niet in het concept. Met Google Maps, geluidskaarten en foto’s checkt ons team of een accommodatie voldoet aan onze maatstaven. Pas dan gaan we het verhuren.” Dat maakt de vakantieaanbieder anders dan een Eliza was here of Airbnb. “Dat kleinschalige en persoonlijke is belangrijk. En met iedere boeking gaat er een bijdrage naar lokale natuurprojecten. Dat maakt ons uniek.” Groot geworden in corona Natuurhuisje is opgericht in 2009 en groot geworden in de coronaperiode. “In die tijd moesten mensen ineens kleiner denken en leven. Veel voorzieningen waren gesloten en de natuur werd een soort attractie. Mensen trokken massaal het bos in om te fietsen en wandelen. Dat laat zich natuurlijk goed combineren met ons concept. Terwijl de toerismebranche op zijn gat lag, konden wij nog vakanties aanbieden. Onze huizen hebben geen gezamenlijke ruimtes zoals bij campings en hotels het geval is. Het verblijf is contactloos.” Corona is inmiddels naar de achtergrond verdwenen en Salet ziet dat mensen weer vaker het vliegtuig pakken voor vakanties en weekendjes weg. “Als partij willen we juist benadrukken dat je ook dicht bij huis een vakantiegevoel kan hebben. Dat scheelt reisbewegingen en reistijd. Eerder verhuurden we accommodaties op eilanden en buiten Europa. Dat doen we niet meer, want een vlucht of cruise was noodzakelijk om de eindbestemming te bereiken. Dat komt de natuur niet ten goede en past dus niet goed bij onze missie.” Beter voor de natuur zorgen Natuurhuisje wil vakantiegangers naar de natuur halen. Het achterliggende idee is dat wanneer mensen meer tijd spenderen in de natuur, ze er beter voor gaan zorgen. “Onze doelgroep bestaat deels uit natuurliefhebbers. Zij gaan al bewust om met het milieu. Een groot deel van onze bezoekers vindt op vakantie gaan gewoon heel fijn, en dat is helemaal prima. Ook die laatste groep proberen we te prikkelen. Dat doen we door informatie te verstrekken over de omgeving van de accommodatie, welke natuurherstelprojecten daar lopen en waarom dat belangrijk is. We willen de relatie tussen mens en natuur sterker maken en spelen daarin een actieve rol. Hoe gaat het met de natuur en wat kan je zelf doen? We hopen een stukje bewustzijn aan te wakkeren en onze bezoekers positief te inspireren.” Lokale natuurprojecten In de beginjaren plantte de vakantieaanbieder honderdduizenden bomen om wat terug te geven aan de natuur. Die bomen kwamen terecht aan de andere kant van de wereld, in landen zoals Madagaskar en Burkina Faso. Salet noemt het een ver-van-mijn-bedshow. “We kwamen tot de conclusie dat we meer lokaal wilden doen. Nu gaat het geld naar natuurprojecten in Nederland in België. Over het algemeen geldt: daar waar het huisje staat, gaat de donatie heen.” De organisatie steunt onder andere stichting Hoopheggen, dat op diverse locaties heggen aanplant. Die boosten de biodiversiteit doordat planten daar kunnen groeien, insecten kunnen leven en vogels kunnen schuilen. Een ander voorbeeld is Bloeiende oevers, een initiatief dat met natuurvriendelijke oevers het leven in en rond het water wil terugbrengen. Er vloeit ook geld naar landelijke projecten zoals de bescherming van bestuivende soorten. Zo werkt Natuurhuisje al jaren samen met The Pollinators om bloemzaad te zaaien. De bloemen die daaruit groeien, dienen als voedsel voor de bestuivers. “Dat is hard nodig, want het gaat niet goed met de bestuivende insecten. De populatie is in afgelopen 30 jaar met 70, 75 procent afgenomen. Door klimaatverandering, verstedelijking en grootschalige landbouw kunnen bestuivers maar weinig eten te vinden. Door bloemzaad te financieren en te zaaien voeren we ze bij.” 5 procent van de omzet naar de natuur Eerder doneerde het bedrijf 3,5 procent van de omzet aan natuurprojecten. Dat percentage is recent verhoogd naar 5 procent. “Bij Natuurhuisje zijn we allemaal natuurliefhebbers. We voelen de urgentie om ons steentje bij te dragen en willen ieder jaar meer doen. Als wij groeien, wordt onze impact groter. Dat is het idee. Het gaat niet goed met de natuur en de biodiversiteit. Nu is het moment om te handelen. En hoe meer we kunnen doneren, hoe beter.”Natuurhuisje investeert onder andere in het planten van heggen en het beschermen van bestuivende soorten.Resultaat Het resultaat van de investeringen laat zich lastig meten, erkent Salet. “Uiteindelijk wil je weten: wat levert die euro die we in de natuurprojecten stoppen op? Het meeste geld gaat direct de natuur in, maar we stoppen ook een gedeelte in monitoring en onderzoek. Het is lastig om de waarde van biodiversiteit te bepalen, maar van onze partners krijgen we wel cijfers. Neem een impactrapport van Hoopheggen waarin staat dat in dertien verschillende heggen 250 unieke soorten zijn gevonden. Daar zitten zelfs soorten bij die op de rode lijst staan, zoals de patrijs. Op zo’n manier is biodiversiteit toch meetbaar.” Verantwoordelijk De natuur zit verweven in het businessmodel van Natuurhuisje. Dat zorgt voor een soort intrinsieke motivatie, meent Salet. “Door het product dat we aanbieden zijn we nauw verbonden met het onderwerp. Zonder natuur geen Natuurhuisje. We voelen de noodzaak.” Het is alle hens aan dek, zegt hij. “We zitten in een biodiversiteitscrisis en vanuit meerdere hoeken is hulp nodig. Ja, overheden moeten daaraan bijdragen. Maar dat pleit het bedrijfsleven niet vrij. Natuurbescherming is overigens niet onze expertise. Wij werken samen met partners en zij voeren de daadwerkelijke projecten uit. Wij gaan door met onze aanpak, want het levert superleuke en belangrijke projecten op die de natuur vooruithelpen.” Lees ook: Miljardendeal voor biodiversiteit, maar 'het beschermen van de natuur is geen taak specifiek voor overheden'Changemaker Daniel Rosen Jacobson (Elysian): ‘Onze vliegtuigen kunnen de helft van de vluchten in 2040 emissievrij maken’ Prijsvrij vraagt zijn klanten te vliegen met mate: ‘Ik noem dat greenwashing’