Redacteur Maaike
Maaike Kooijman
15 juli 2025, 11:01

In transities is te weinig aandacht voor afscheid van het oude: ‘Uitfaseren is een gevoelig onderwerp’

In transities focussen we vaak op spraakmakende – en broodnodige – innovaties. Veel minder aandacht hebben we voor het uitfaseren van onwenselijke praktijken. Zonde, vindt onderzoeker Nina de Roo van de Wageningen Universiteit.

Nina de Roo | Credits: Getty Images / Nina de Roo

‘Het is belangrijk dat we actief afscheid nemen van dingen. Dat klinkt misschien een beetje zweverig, maar het is niet voor niets dat we rondom begrafenissen zo veel rituelen hebben. Stel dat KLM een altaartje zou maken voor een vervuilend vliegtuigmodel. Gewoon om te zeggen: met dit vliegtuig hebben we zo veel mensen een prachtige reis bezorgd. Maar nu is het tijd voor iets anders.’

Afscheid nemen van oude praktijken en technologieën krijgt veel minder aandacht dan startups die met nieuwe dingen bezig zijn – ook op Change Inc. Maar uitfaseren is een onmiskenbaar onderdeel van transities, weet Nina de Roo, onderzoeker verantwoorde transities in het agri-fooddomein. Daarom deed zij samen met collega-onderzoekers van de Wageningen Universiteit een studie die ze ‘een eerste verkenning rondom het onderwerp uitfaseren in de context van het landelijk gebied in Nederland’ noemen. Een eerste verkenning, ja – veel onderzoek naar uitfaseren is er immers nog niet gedaan.

In het rapport Leren van uitfaseren van ‘onwenselijke’ praktijken analyseren de onderzoekers vier voorbeelden waarin praktijken werden uitgefaseerd: nertsenhouderijen, de legbatterij voor kippen, pulsvisserij, en het dichtdraaien van de gaskraan in Groningen. Ze hebben bewust gekozen voor situaties uit het verleden, vertelt De Roo. ‘Uitfaseren is een gevoelig onderwerp. Het wekt weerstand op en gaat vaak gepaard met frictie en botsende waarden en belangen. Dat maakt onderzoek doen naar transities waar we middenin zitten ingewikkeld.’

Er valt meer geld te verdienen met het ontwikkelen van nieuwe technologieën dan met het uitfaseren van oude technologieën, schrijven jullie. Is dat de reden waarom de focus in het algemeen vooral op innovaties ligt?

‘Dat zal er ongetwijfeld mee te maken hebben. Maar het is ook menselijk om te willen focussen op nieuwe dingen. We gaan liever op kraambezoek dan naar een begrafenis. Mensen neigen altijd naar een nieuw begin.

Daardoor kijken we vaak minder kritisch naar de negatieve kanten van innovaties. Kijk maar naar plastic. De uitvinders daarvan hadden goede bedoelingen en plastic heeft ons veel gebracht. Zij hadden nooit kunnen voorspellen dat we er nu allemaal zo afhankelijk van zouden worden dat de zee er vol mee ligt.

Er zijn genoeg voorbeelden van mensen die achteraf spijt hadden van innovaties. Denk aan Robert Oppenheimer, de ontwikkelaar van de atoombom. Dichter bij huis is er Sicco Mansholt. In de jaren ’50 hield hij zich als minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening bezig met het moderniseren van de landbouw. Na zijn pensionering kreeg hij spijt van de schaalvergroting die met zijn beleid is ingezet. Zulke dingen zijn niet altijd te voorspellen, maar het is goed om er rekening mee te houden.’

Als iets eenmaal als onwenselijk wordt beschouwd, hoe wordt een uitfasering dan in gang gezet?

‘We hebben gekeken naar de betrokkenen in verschillende fases. Er heerst het idee dat de overheid aan zet is in transities. Maar in deze vier voorbeelden lieten ze de situatie juist een beetje op zijn beloop. Dat komt door invloeden vanuit de private sector, maar ook door het Nederlandse poldermodel.

Ngo’s en media zijn vaak degenen die problematiek signaleren en er aandacht voor vragen. Zo kwam er in de media steeds meer aandacht voor het leed van Groningers als gevolg van de gasboringen. Aan de andere kant zijn er de behouders van het systeem – vaak de private sector. Zij hebben baat bij het behoud van het huidige systeem omdat ze er hun boterham mee verdienen. Ook de nationale overheid faciliteert aanvankelijk vooral de status quo. Pas als de maatschappelijke druk te groot wordt, onderneemt de overheid actie.’

Moet de overheid meer voorop lopen in het verbieden van onduurzame praktijken?

‘Ik denk dat het heel logisch is dat het de ngo’s en media zijn die vooroplopen. De overheid heeft natuurlijk als taak om stabiliteit te bieden en te zorgen dat er geen chaos ontstaat. Slavernij is in eerste instantie ook geproblematiseerd door activisten. Tegelijkertijd kun je stellen dat de economische belangen die de overheid representeert in veel gevallen ook worden vertegenwoordigd door private sectoren. Een deel van de overheid zou daarom best een proactievere rol kunnen spelen in het nadenken over waar we mee moeten stoppen en hoe we dat aanpakken.

Wat in elk geval belangrijk is, is dat de overheid ruimte geeft aan een pluriformiteit van perspectieven. Een aantal politieke partijen probeert ngo’s en kritische wetenschappers nu de mond te snoeren. Dat is een zorgelijke ontwikkeling. Juist in deze chaotische tijd, waarin veel mensen beseffen dat onze manier van leven anders moet, maar niemand precies weet hoe. Dan zijn verschillende perspectieven nodig en moet de overheid daar een stem aan geven.

In de beginfase, waarin het nog niet duidelijk is of een praktijk inderdaad onwenselijk is, is er bovendien een neiging om vrij snel één pad te kiezen en daarop in te zetten. Terwijl het onderzoek in die fase vaak gekleurd is. Zo onderzochten Bont voor Dieren (stichting voor de bescherming van dieren, red.) en de Nederlandse Federatie van Edelpelsdierenhouders (belangenvereniging van fokkers, red.) beide de te verwachten schade van een verbod op nertsenhouderij. Die onderzoeken hadden heel andere uitkomsten. Onderzoek door belangenpartijen is op zich niet problematisch, als er maar transparantie is over wie de onderzoeksvraag bepaalt én betaalt. Dan kunnen beleidsmakers de resultaten ook in die context plaatsen.’

Jullie halen het verschil tussen substitutie of optimalisatie van specifieke praktijken en systeemverandering aan. Wat heeft de voorkeur?

‘De meeste transitiewetenschappers vinden dat systeemverandering noodzakelijk is om de onderliggende problemen aan te pakken. Door lobby, framing en de macht van groepen die het huidige systeem willen behouden gebeurt dat vaak niet. Zo wist de pluimvee-industrie de discussie over dierenwelzijn om te buigen naar een gesprek over de kooigrootte van legkippen. Daar gaan dan veel tijd en middelen naartoe. Optimalisatie van wat er al is kan een bredere transitie richting duurzamere landbouw zo in de weg staan.

Als burger denk ik vaak: we moeten echt goed te rade gaan bij onszelf over waar de samenleving naartoe gaat. Systeemverandering lijkt soms onvermijdelijk. Maar als onderzoeker weet ik ook dat het systeem meeverandert als je een kleine aanpassing doet. We hoeven niet alles weg te gooien en helemaal opnieuw te beginnen. Met kleine stapjes kun je ook aan het systeem morrelen. Het is vooral belangrijk wát voor stapjes je zet.

Agroforestry is een interessant voorbeeld. Daarbij ben je niet alleen bosbouwer, akkerbouwer of melkveehouder, maar combineer je verschillende vormen van landbouw op je boerderij. Dat is goed voor de biodiversiteit. Maar als je dat wilt doen loop je tegen allerlei regelgeving aan. In de Nederlandse landbouwtelling moet je akkerbouwer óf veeteler zijn, en bomen op je akker planten is niet zomaar toegestaan. Door dit soort initiatieven wordt het systeem wakker geschud. Dat kan veel impact hebben en zelfs tot een transformatie leiden. Mijns inziens zijn het die initiatieven die we als onderzoekers, beleidsmakers en investeerders moeten steunen.’

Wat kunnen bedrijven in transitie leren van jullie onderzoek?

‘Het is ten eerste belangrijk dat er überhaupt aandacht is voor uitfaseren. De transitie naar fossielvrij is er bijvoorbeeld één die vooral uit uitfaseren bestaat. Natuurlijk zijn hernieuwbare energie en batterijen interessant, maar we moeten niet vergeten dat we daarmee ook afscheid moeten nemen van andere dingen.

Daar komen gevoelens bij kijken. Producten of praktijken die nu als onwenselijk worden beschouwd, hebben in het verleden vaak veel waarde gehad. Mensen hebben er veel energie in gestopt, soms is het hun hele identiteit geworden. Daarvoor is vaak geen erkenning. De overheid schiet meteen in de transactionele modus door getroffenen financieel te compenseren. Maar soms willen mensen gewoon gehoord worden.

En vergeet niet dat ergens mee stoppen ook positief kan zijn. Bedrijfsmatig is het vaak een nuttige strategie. Creatieve destructie, noemen we dat: afbouwen om iets nieuws te laten ontstaan.’

Lees ook:

Nieuwsupdate: sterke stijging uitgifte catastrofe obligaties en doorbraak bij lithium-batterij zonder kobalt

Sterke stijging uitgifte 'catastrofe obligaties' vanwege klimaatrisico's Verzekeraars hebben in de eerste helft van dit jaar de uitgifte van zogenoemde 'catastrofe obligaties' (cat bonds) wereldwijd flink opgevoerd. Het gaat hierbij om obligatieleningen met een relatief hoog rendement die bij beleggers worden geplaatst. Tegenover de hoge rente staat voor beleggers het risico dat ze het uitgeleende geld niet terugkrijgen, als er een bepaalde ramp plaatsvindt die de verzekeraar raakt. Volgens zakenkrant FT proberen verzekeraars op deze manier de risico's van grote onder meer grote stormen en overstromingen te beperken. Uit een recent rapport van vermogensbeheerder Artemis blijkt dat er in het tweede kwartaal van dit jaar voor een recordbedrag van 10,5 miljard dollar aan 'cat bonds' is uitgegeven, waarbij ongeveer driekwart gerelateerd was aan onder meer stormrisico's in de VS.Lees ook: Geen klimaatliefdadigheid meer – het is tijd voor een groen investeringsoffensief in Afrika Doorbraak bij lithiumbatterij die nikkel en kobalt overbodig maakt Onderzoekers van de McGill University uit Canada hebben een baanbrekende methode ontwikkeld voor de productie van batterijen met kathodes op basis van zoutcomposities, zo blijkt uit een in Nature gepubliceerd onderzoek. Hiermee kan er een alternatief ontstaan voor het gebruik van kobalt en nikkel in lithium-ionbatterijen, meldt TW. Dit heeft als voordeel dat grondstoffen als kobalt en nikkel niet meer nodig zijn voor de productie van batterijen. De zogenoemde DRX-batterijen behouden 85 procent van hun capaciteit na 100 laadcycli, meer dan het dubbele van eerdere versies. Op die manier kan de weg worden vrijgemaakt voor goedkopere en duurzamere oplossingen voor energieopslag.Lees ook: Warmtebatterij met gesmolten zout biedt hoop: 'De industrie heeft het zwaar, maar wij hebben een oplossing' Noord-Holland presenteert plan voor stikstofreductie met 30% in 2035 De provincie Noord-Holland heeft met boerenorganisaties een plan gemaakt om te komen tot stikstofreducties van 30 procent in 2035. Volgens de provincie mogen boeren zelf bepalen hoe ze hun emissies terugdringen, via managementmaatregelen, technologische innovatie of minder intensieve landbouw. Hierbij wordt gekeken naar maatwerk per gebied. De provincie neemt naar eigen zeggen de verantwoordelijkheid op zich om natuurherstel te monitoren. De provincie heeft 1,6 miljoen euro gereserveerd om boeren te ondersteunen bij het terugdringen van stikstofemissies. De plannen lijken niet afgestemd op landelijke doelstellingen voor stikstofreducties in 2030. Die stellen dat de stikstofdepositie bij de helft van de Natura 2000-gebieden in 2030 onder de zogenoemde kritische depositiewaarde moet liggen.Lees ook: Rechter is het eens met Greenpeace: overheid moet véél meer doen om stikstofuitstoot te beperken Nederlanders zamelen meer batterijen en lampen in, maar e-waste groeit Nederlanders hebben in 2024 een record aan elektronische apparaten, batterijen en andere apparaten ingezameld. Tegelijk is er meer e-waste dan ooit in vuilniszakken beland. Het gaat volgens de Stichting Open, een kennisplatform dat zich richt op de circulaire economie, om liefst 26.000 ton aan e-waste die verkeerd terecht is gekomen. E-waste bevat waardevolle grondstoffen die herwonnen kunnen worden, zoals kobalt, lithium en koper. Opvallend is vooral dat er afgelopen jaar liefst 10 miljoen elektronische sigaretten in de vuilnisbak zijn beland.  De stichting Open is in juni gestart met een nieuwe publiekscampagne om kleine apparaten, batterijen en vapes bewust apart in te leveren.Lees ook: Gaan multinationals als Unilever, Coca-Cola en Nestlé de Nederlandse plastic recyclingbedrijven redden? Drijvend zonnepark wordt in augustus tussen windmolens op de Noordzee wordt geplaatst In augustus wordt er tussen de windmolens voor de kust van Egmond aan Zee een drijvend zonnepark geplaatst ter grootte van een klein voetbalveld. Het gaat om een proef om de ruimte tussen de windmolens nuttig te gebruiken, zo meldt NH Nieuws. De zonnepanelen liggen momenteel in het havengebied van Amsterdam te wachten op verscheping. De zonnepanelen worden geplaatst bij windpark Hollandse Kust Noord, ruim op ruim 18 kilometer afstand van de kust. Ze worden verankerd tussen vier windturbines en leveren stroom mee via het windpark. De afgelopen vier jaar is er al op kleinere schaal getest met drijvende zonnepanelen op de volle zee bij Scheveningen.Lees ook: Opmerkelijk: 5 grafieken die laten zien hoe China iedereen voorbij snelt met zonne- en windenergie Ook in de media:Onderzoek: milieuschade van veelgebruikte pesticiden zwaar onderschat (Eurekalert) China doet proef met grootst drijvende windturbine ter wereld van 17 megawatt (Windtech International) Nederlandse gasproductie blijft dalen, maar het gaat minder hard dan afgelopen 1o jaar (TNO) Durfinvesteerders zien kansen op groeiende markt voor batterij-wisselen (FT) Delftse wetenschappers willen verspreiding pfas tegengaan met stinkschuim (Volkskrant) Albert Heijn zet B Corp-merken in voor marketingcampagne (Retail Trends) Onderzoekers zien sterk opwarmingseffect van afname luchtvervuiling door minder zwaveluitstoot (New Scientist) Trump beloofde lagere energiekosten, maar belastingwet doet omgekeerde voor zijn kernkiezers  (The Guardian)