Zelfs op een bewolkte oktoberdag bruist het op de Dutch Design Week in Eindhoven. Hoewel duurzaamheid geen speciaal uitgelicht thema is, merk je aan alles dat talloze ontwerpers daar onderliggend continu mee bezig zijn. Voor velen is het zo’n vanzelfsprekend onderdeel van hun manier van werken, dat er geen apart label nodig is.
Change Inc. struinde een dagje rond en belicht vijf van de meeste inspirerende innovaties op het gebied van duurzaamheid en circulariteit op de Dutch Design Week 2025.
Kleur maken zonder verf met reflecterende bacteriën: Living Colour

Reflecterende bacteriën in een glazen behuizing. Foto: Living Colour/Lilian van Daal.
Kun je kleur maken zonder verf? Ontwerper Lilian van Daal raakte geïntrigeerd door de mogelijkheid om de speciale eigenschappen van bepaalde bacteriën die licht reflecteren, beter te benutten. In samenwerking met biotechbedrijf Hoekmine startte ze een project, waarbij bacteriën in petrischaaltjes worden gekweekt.
‘Afhankelijk van hoe lang je ze laat groeien, krijg je een bepaald kleurenspectrum. Ik heb voor de Dutch Design Week twee voorbeelden gemaakt, eentje meer groen-geel en de ander blauw-paars’, legt ze uit.
Op het moment dat je de bacteriën niet meer voedt en ze doodgaan, kun je ze luchtdicht bewaren. In de objecten van Van Daal zitten de bacteriën in cirkelvormige, donutachtige glasstructuren, waarbij de kleur voor de toeschouwer varieert afhankelijk van iemands invalshoek.
‘Je kunt bij het opkweken niet precies één bepaalde kleur kiezen, zoals dat met verf kan’, geeft Van Daal aan. ‘Het idee dat je dingen wat meer aan de natuur overlaat, vind ik juist ook heel mooi. We moeten als mensen niet alles willen controleren’.
Hoewel het project zich in een experimenteel stadium bevindt, ziet Van Daal wel degelijk kansen voor praktische toepassingen. ‘De reflecterende kleuren van de dode bacteriën blijven alleen in een luchtdichte omgeving permanent aanwezig. Als je daarvoor een coatinglaag kunt gebruiken die geen zuurstof doorlaat en ook duurzaam is, wordt het mogelijk om de stap te zetten naar een commercieel product. Dan heb je daadwerkelijk een ecologisch alternatief voor het gebruik van verf op wandoppervlakken.’
Van kunstwerk naar duurzame bouwplaten: Growing Facade

Ralph Oduber (rechts), hoofd innovatie bij bouwer Heijmans, geeft uitleg bij de kunstwand van biomaterialen. Foto: Maikel Samuels / Heijmans.
Het ziet eruit als abstracte kunst, maar kan de voorbode zijn van een duurzame revolutie in de bouw. Een wand van 3D-geprinte panelen van 60 x 60 centimeter toont beige-witte, golvende patronen. Bijzonder is dat het geheel een compleet organische structuur heeft, bestaande uit hout, zaagsel, zeewiervezels en mycelium, het dradennetwerk van paddenstoelen.
Ontwerpers Eric Klarenbeek en Maartje Dros maakten de panelen in een samenwerking met bouwbedrijf Heijmans. Het materiaal kan CO2 absorberen, al is nog niet getest hoeveel precies. Ook dempen de panelen geluid, werken ze isolerend en zijn ze brandwerend. ‘Een kunstwerk ligt uiteraard buiten wat we als Heijmans zelf doen, maar het onderliggende concept is super interessant’, legt hoofd innovatie Ralph Oduber van het bouwbedrijf enthousiast uit.
De panelen kunnen uitmonden in een op biologische materialen gebaseerd alternatief voor standaard bouwplaten. ‘In dit soort trajecten vind ik het in eerste instantie vooral boeiend om samen uit te vinden wat er mogelijk is’, zegt Oduber. ‘Onze rol is dan onder meer om verschillende spelers, van ontwerpers en onderzoeksinstituten tot fabrikanten en afnemers, bij elkaar te brengen.’
Door in een vroege fase kansrijke richtingen voor een bepaalde innovatie te identificeren, leg je de basis om uiteindelijk naar een business case te komen, aldus Oduber. ‘Ik probeer daarbij verder te kijken dan alleen de kostprijs van een duurzamer alternatief. De vraag is bijvoorbeeld ook of je met een nieuw materiaal functionaliteiten kunt combineren waar nu afzonderlijke producten voor worden gebruikt. Als je daarop stuurt, neemt de kans toe dat je tot een aantrekkelijke business case komt, want dan wordt het mogelijk om op meerdere vlakken voordeel te behalen.’
Schaduwdoek met ingebouwde zonnecellen: Umbra Paviljoen

Ontwerper Pauline van Dongen bij het Umbra Paviljoen op de Dutch Design Week in Eindhoven. Foto Jeroen de Boer / Change Inc.
Schuilen voor de zon, terwijl je de zon voor je laat werken. Het is een idee dat enige verbeeldingskracht vergt, als je op een herfstachtige dag Eindhoven bezoekt. Maar dat doet niets af aan de gedrevenheid waarmee ontwerper Pauline van Dongen vertelt over heliotex, ofwel: zonnecellen die zijn verwerkt in textiel.
Op het Ketelhuisplein staat een groot blauw doek opgesteld met daarin lagen van flexibele zonnecellen verwerkt: het Umbra Paviljoen. De opgewekte zonnestroom wordt overdag opgeslagen in een batterij van 3.000 wattuur. ‘s Avonds kan die weer dienen als energiebron voor verlichting.
‘In gebieden met hittestress kan een schaduwdoek de gevoelstemperatuur met 9 tot 15 graden verlagen. Dat werkt heel effectief op plekken waar bijvoorbeeld minder natuurlijke schaduw is van bomen’, legt Van Dongen uit. De gemeente Arnhem erkent het potentieel en gaat het schaduwdoek van heliotex medio 2026 inzetten in de binnenstad. Van Dongen ziet verder toepassingsmogelijkheden bij onder meer zomerfestivals, maar ook breder in de bouw met bijvoorbeeld geveltextiel.
Heliotex maakt gebruik van organische zonnecellen op koolstofbasis. De zonnecellen worden rechtstreeks in het textiel verwerkt, wat veel flexibiliteit geeft bij keuzes omtrent vorm, kleur en patronen.
Organische zonnecellen behoren tot de dunnefilmtechnologie en leveren vooralsnog minder elektriciteit op dan de bekende kristallijne panelen. Van Dongen: ‘De opbrengst is substantieel lager dan die van siliciumpanelen, maar aan het gebruik van silicium zitten uiteindelijk ook hele grote nadelen. Voor de lange termijn is dit een duurzamere route. Bovendien kan het één ook naast het ander bestaan, want met verwerking van zonnecellen in textiel creëer je heel andere toepassingsmogelijkheden.’
Door te mikken op een combinatie van technologische innovatie en ontwerpkracht kan Nederland zich ook beter onderscheiden van de bulkproductie van zonnepanelen uit China, denkt Van Dongen: ‘Je kunt hiermee echt verschil maken.’
Tweede leven voor alle onderdelen van een windmolen: ReWind

Thomas Hjort, directeur innovatie Offshore Wind bij Vattenfall, geeft uitleg over hergebruik van onderdelen van windmolens. Foto: Jeroen de Boer / Change Inc.
Generatoren, dikke koperkabels, tandwielen. Een windmolen bestaat uit een veel meer dan het staal, beton en glasvezel dat je aan de buitenkant ziet. Maar wat doe je daarmee, als een windmolen na vijfentwintig jaar moet worden afgebroken? Formeel is dat het einde van de economische levensduur, maar technisch kunnen veel onderdelen nog een stuk langer mee.
‘Staal maakt ongeveer 80 procent uit van het gewicht van een windmolen. Dat kan prima worden hergebruikt. De grote uitdaging zit bij de overige 20 procent van het materiaal’, zegt directeur innovatie voor offshore wind Thomas Hjort van Vattenfall, bij een expositie over de relatief onbekende binnenkant van windmolens.
Uiteindelijk gaat het om duizenden onderdelen van een windmolen die wachten op nieuwe toepassingsmogelijkheden. Om daarvoor een markt te ontsluiten werkt Vattenfall met andere partijen aan een digitaal platform genaamd ReWind. Het idee is dat derden gebruik kunnen maken van een interactief systeem met een catalogus van onderdelen van oude windmolens. Ontwerpers en fabrikanten kunnen op hun beurt creatieve ideeën delen over nieuwe toepassingen.
Hjort geeft aan dat er op een andere manier nagedacht moet worden over hergebruik. ‘Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat een motoronderdeel uit een windmolen nog prima werkt, maar een vermogen levert dat net wat krachtiger is dan wat er precies nodig is voor een andere toepassing. Dan heb je misschien wat overcapaciteit, maar als dat voor nuttig hergebruik zorgt, is zo’n oplossing wel het meest duurzaam en relatief goedkoop. Een andere benadering van ontwerpen is dus nodig, als je meer kansen wilt creëren voor hergebruik’.
Betaalbare waterzuivering voor kleine koffieboeren: BioBrew

Felix Chen van BioBrew toont zijn zuiveringsinstallatie voor koffietelers. Foto: Jeroen de Boer / Change Inc.
Koffiebonen zitten meestal met z’n tweeën in het binnenste van één koffiebes. De bes heeft een roodachtige, harde buitenschil. Tussen de buitenrand en de bonen zit het vruchtvlees. Voordat je iets kunt doen met de bonen zelf, moet je dus eerst de buitenschil en het vruchtvlees verwijderen, zodat de bonen schoon worden opgeleverd om ze te branden. Dat proces is vaak behoorlijk vervuilend, terwijl het ook anders kan.
Voor de extractie van de bonen uit de koffiebes worden verschillende methoden gebruikt, maar veel koffieboeren kiezen voor de zogenoemde ‘natte’ methode. Bij een wasproces blijven de harde buitenschil en het vruchtvlees achter als pulpmassa en dat levert grote hoeveelheden verzuurd afvalwater op.
Vooral kleinere koffieboeren kunnen zich geen dure waterzuiveringsinstallaties veroorloven. Vaak wordt het afvalwater simpelweg geloosd, wat de vruchtbaarheid van de grond aantast. Industrieel ontwerper Felix Chen heeft daarom een low-techsysteem voor waterzuivering bedacht, dat voor kleine boeren in onder andere Zuid-Amerika soelaas kan bieden. Zijn oplossing heet BioBrew en werkt met vermifiltratie, ofwel de inzet van wormen.
In een eerste stap worden de wormen ingezet in een zuiveringstank, waarbij de schillen en pulp worden gecomposteerd tot bruikbare mest. Tegelijk ondergaat het afvalwater een eerste zuivering. Vervolgens wordt het water naar een tweede zuiveringstank geleid voor extra zuivering.
Per saldo levert dit twee voordelen op: boeren krijgen organische mest die ze kunnen gebruiken als alternatief voor kunstmest. Daarnaast kunnen ze het gezuiverde water gebruiken voor irrigatie. ‘’Eén systeem kost zo’n 200 euro en het kan modulair worden opgeschaald’, vertelt Chen. ‘Voor landen als Colombia, waar het gros van de boeren kleinschalig werkt, levert dat reële voordelen op’.
Lees ook:
- 7 van de meest opvallende recente innovaties bij windenergie: van vliegende turbines tot muisstille windmolens
- Bas Emaus (22) wil water zuiveren met algen: ‘We kunnen de stikstofcrisis 2.0 oplossen’
- De ijzer-luchtbatterij van ORE Energy levert wel honderd uur stroom – dat is cruciaal om groene stroom effectief te benutten




