Het debat over de circulaire economie is fundamenteel aan het verschuiven. Waar het lange tijd ging over CO2-reductie, hergebruik en morele plicht, draait het gesprek nu steeds vaker om geopolitieke macht en strategische autonomie.
Zonder circulaire ketens blijft Europa afhankelijk van import, kwetsbaar voor sancties en prijsmanipulatie, en verliest het invloed in een wereld waar grondstoffen opnieuw machtsmiddelen zijn.
Europa voelt pijnlijk hoe afhankelijk het is geworden van landen als China voor kritieke grondstoffen. De oorlog in Oekraïne maakte zichtbaar hoe snel energie en grondstoffen geopolitieke wapens worden, inzetbaar om economieën onder druk te zetten en politieke keuzes af te dwingen. Dat Donald Trump openlijk spreekt over controle over Groenland bevestigt dat deze wedloop niet afneemt, maar intensiveert.
Ondertussen blijft de wereldwijde vraag naar materialen voor batterijen, windmolens, elektrische auto’s en defensietechnologie explosief groeien. Zonder toegang tot die grondstoffen verliezen we niet alleen economische slagkracht, maar ook politieke invloed en handelingsvrijheid.
In zo’n wereld is circulariteit nuchter, strategisch risicobeheer.
Circulaire economie krijgt nieuw narratief
Door deze lens wordt circulariteit relevanter voor bestuurders, investeerders en beleidsmakers die eerder afhaakten bij ‘groene idealen’. Het laat zien dat duurzaam ondernemen niet botst met economische belangen, maar deze juist versterkt. Wie circulair werkt, verkleint zijn afhankelijkheid van instabiele of vijandige regimes en vergroot zijn weerbaarheid.
Onafhankelijkheid en voorspelbaarheid zijn schaars geworden. Circulariteit levert precies dat. En toch wringt het.
Nederland laat recycling wegkwijnen
In het eind vorig jaar gepresenteerde Nationaal Programma Circulaire Economie gaat de Nederlandse ambitie omhoog, maar het budget omlaag. Ook hangt de afvalsector een heffing van 567 miljoen euro boven het hoofd, al lijkt de Tweede Kamer hierbij een draai te willen maken.
In de plasticketen zien we al waar schraperig beleid toe leidt. In enkele jaren tijd raakten we flink wat productiecapaciteit kwijt. Meer dan tien recyclers gingen failliet. Een kwart van de recyclingcapaciteit is verdwenen.
Dit is een strategisch verlies van kennis, banen én controle over onze eigen grondstoffenstromen. De sector waarschuwt, terecht. De boodschap is simpel: als we circulariteit écht belangrijk vinden, stop dan met beleid dat het tegendeel bewijst.
Als we circulariteit zien als strategische kans, moet het beleid dat versterken in plaats van verzwakken. Daarom is dit het moment om capaciteit op te bouwen. Grip op grondstoffen, kennis en productie wordt steeds belangrijker in een wereld die sneller verandert dan ons beleid aankan.
Geopolitiek dwingt tot anders kijken naar circulariteit
Circulariteit ís geopolitiek. Het bepaalt onze onafhankelijkheid en ons verdienvermogen. Wie het blijft framen als iets ‘extra’s’ of ‘groens’, mist de werkelijkheid van vandaag.
Als zelfs een Amerikaanse president openlijk speculeert over controle over grondstofrijke gebieden, is het tijd dat Europa zijn eigen positie serieuzer neemt. Het is tijd voor beleid dat de circulaire keten versterkt.




