John van Schagen
08 juli 2025, 10:00

Innovatieve douchekoppen, navulverpakkingen en vaste shampoo: zo wordt dit bedrijf in 2030 klimaatneutraal

Wereldwijd opereren, miljoenen klanten bedienen én tegelijkertijd duurzaam veranderen. Dat is een enorme opgave. Als grootspeler in de beauty-industrie zoekt L’Oréal naar manieren om bij te dragen aan de groene transitie. Met circulaire innovaties, slimme fabrieken en gedragsverandering moet de klimaatimpact van beauty flink naar beneden.

L'Oreal Waterloop-fabriek Foto's: L'Oréal

Tegen 2030 klimaatneutraal opereren, waterverbruik minimaliseren, plastic terugdringen zoveel mogelijk hernieuwbare grondstoffen gebruiken. Die ambitie staat in L’Oréal for the Future. Zo heet het wereldwijde duurzaamheidsprogramma dat het bedrijf in 2020 lanceerde. Alle 38 merken van het bedrijf doen mee. In Nederland is het merk in ieder geval hard op weg om die doelstellingen te halen. Zo heeft inmiddels al 93 procent van de ingrediënten in de L’Oréal-producten hier een duurzaam karakter.

De Waterloop-fabrieken

Wat minder zichtbaar blijft voor consumenten is de manier waarop het bedrijf het eigen productieproces aan het verduurzamen is. Deze ambitie zien we ook terug in de Waterloop-fabrieken. Dit zijn productielocaties waar water zoveel mogelijk wordt hergebruikt, waardoor er nauwelijks nog vers water nodig is. ‘We gebruiken water alleen nog als ingrediënt in onze producten,’ zegt Bechir Ben Salah. Hij leidt één van de Waterloop-fabrieken in België. ‘Voor alles daaromheen, of het nu gaat om schoonmaken of de opwek van stoom, draait de fabriek op een slim intern recyclingsysteem. Zo wordt afvalwater in meerdere stappen gezuiverd en opnieuw ingezet in het proces.’ Het resultaat? Een indrukwekkende daling van het waterverbruik met maar liefst 90 procent in tien jaar tijd.

Inmiddels zijn vijf fabrieken volledig omgebouwd tot Waterloop-site, goed voor 21 procent van het wereldwijde totaal. En dat is volgens Ben Salah pas het begin: in 2030 moeten álle fabrieken op deze manier werken. ‘De grootste uitdaging zat niet in de technologie, maar in het aanpassen van processen. We hebben eerst precies in kaart gebracht waar we water gebruikten en vervolgens gekeken hoe we dat op elk punt konden hergebruiken’, aldus Ben Salah. Die aanpak levert niet alleen milieuwinst op, maar ook erkenning van buitenaf. De Waterloop-aanpak wordt inmiddels gezien als benchmark in de sector (zie kader).

AAA-rating

De Waterloop-fabrieken van L’Oréal zijn beloond met de hoogste duurzaamheidsratings van onder meer CDP en EcoVadis. CDP beoordeelt bedrijven op hun transparantie en prestaties rond klimaatverandering, waterbeheer en ontbossing. Een AAA-score betekent dat een bedrijf op alle drie deze thema’s excelleert. EcoVadis kijkt breder en toetst onder andere op milieu, arbeidsrechten, ethiek en duurzaam inkopen. L’Oréal behaalde hier een Platinum medaille, wat alleen is weggelegd voor de top 1% van best scorende bedrijven wereldwijd.

Maar waterbesparing stopt voor L’Oréal niet bij de fabriekspoort. Ook het waterverbruik bij klanten staat volop in de aandacht, want daar ligt immers een groot deel van de totale impact. Daarom innoveert het bedrijf met producten zoals vaste shampoobars, geconcentreerde formules en een leave-in conditioner. Die kun je aanbrengen op nat haar en vervolgens laten zitten, zonder uit te spoelen. Zo wordt niet alleen het haar verzorgd, maar ook water bespaard omdat mensen korter douchen. Verder werkte L’Oréal mee aan de ontwikkeling van een innovatieve douchekop voor kapsalons, via een investering in een startup. Die douchekop micro-vernevelt water, wat leidt tot maar liefst 69 procent minder verbruik.

De consument: wil wel, doet (nog) niet

Toch zijn dit soort innovaties niet de enige puzzel die L’Oréal moet leggen, op de route naar een duurzame toekomst. Minstens net zo’n grote uitdaging is het gedrag van de consument. Uit het duurzaamheidsonderzoek van Kantar (2024) blijkt dat veel mensen duurzaamheid weliswaar belangrijk vinden, maar moeite hebben om dit te vertalen naar concrete acties. Dit fenomeen staat bekend als de say-do gap. Zo geeft de helft aan dat ‘mensen zoals ik iets moeten doen tegen klimaatverandering’ en denkt 44% dat je als individu echt verschil kunt maken. Maar in de praktijk verandert slechts 16 tot 25% van de mensen ook daadwerkelijk hun gedrag. En als het over personal care gaat, zegt maar liefst 60% van de respondenten aan nog helemaal niets te hebben aangepast. De belangrijkste belemmeringen? Gebrek aan duidelijke informatie, te hoge prijzen en wantrouwen richting merken.

Sturen op gedragsverandering vereist in ieder geval slimme communicatie. Daarom zet L’Oréal breed in op bewustwordingscampagnes, samenwerkingen met retailers en influencers die laten zien hoe duurzaamheid praktisch en aantrekkelijk kan zijn. Navulverpakkingen bij Etos en Kruidvat zijn hier een voorbeeld van. Deze bevatten 60% minder plastic en zijn gemaakt van één type materiaal, wat recycling makkelijker maakt.
Daarnaast richt het bedrijf zich op educatie. Niet door met het vingertje te wijzen, maar door inzicht te geven in impact.

Zo maakt L’Oréal deel uit van EcoBeautyScore Consortium. Dit is een wereldwijd initiatief waar 50 cosmeticabedrijven en brancheverenigingen in zitten. Het heeft als doel een sectorspecifiek systeem te ontwikkelen voor het beoordelen en scoren van de milieu-impact van cosmeticaproducten. Hiermee wordt ingespeeld op de groeiende vraag van consumenten naar meer transparantie. Zo probeert L’Oréal de consument mee te nemen van intentie naar actie.

Duurzaamheid als norm

En dan zijn er ook nog andere uitdagingen. Zeker als je de omvang hebt van L’Oréal. Neem het gerecycled PET als voorbeeld. Het bedrijf wil in 2030 50% minder virgin plastic in de verpakkingen hebben verwerkt ten opzichte van 2019. De beschikbaarheid van materiaal staat echter onder druk. Grote recyclers zijn omgevallen en regelgeving maakt het moeilijk om materiaal over grenzen te vervoeren. Dit wordt namelijk als afval beschouwd en dat mag je niet zomaar exporteren.

Ook heeft L’Oréal te maken met de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV), waarbij bedrijven verantwoordelijk zijn voor het afval van hun producten. De wetgeving hierover is vaak complex of inconsistent. Toch kiest het bedrijf voor een duurzame toekomst, met 2030 als belangrijk baken. Transparantie, meetbare doelen en continue innovatie zijn daarin belangrijke drijvers. En is het besef dat de echte duurzame revolutie pas slaagt als ook de consument meebeweegt.

Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner L’Oréal. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.

Lees ook

Hoe duurzaam is je shampoofles? Zo werkt L’Oréal aan een circulaire beautyketen

Hoe verduurzaamt L’Oréal zijn 37 beautymerken? ‘Zijn goed bezig, maar het moet sneller’

Nieuwsupdate: investeringen in klimaatverandering verdubbeld en wind op zee biedt kans voor biodiversiteit

Klimaatinvesteringen van Nederland verdubbeld in 4 jaar De Nederlandse investeringen die inspelen op klimaatverandering zijn in vier jaar tijd bijna verdubbeld tot ongeveer 41 miljard euro in 2023, meldt het CBS dinsdag. De sterkste groei komt van investeringen in het stroomnetwerk, elektrische auto's, zonnepanelen en warmtepompen. De investeringen in transport en vervoer lagen in 2023 op 18 miljard euro, mede door aankopen van volledig elektrische en hybride auto's. Hernieuwbare energie was goed voor 10 miljard aan investeringen in onder meer zonnepanelen, windparken en warmtepompen. Bedrijven namen 64 procent van de investeringen voor hun rekening, terwijl huishoudens goed waren voor ruim 30 procent van de investeringen.Lees ook:500 elektrische auto’s gaan stroom terugleveren aan het Utrechtse elektriciteitsnet Offshore windparken kunnen bijdragen aan betere biodiversiteit Windparken op zee kunnen zo worden ingericht dat ze bijdragen aan betere biodiversiteit, blijkt uit een studie gepubliceerd in BioScience. Belangrijk is dat 1 tot 5 procent van de investeringen in windparken gereserveerd wordt voor conservatie en restauratie van het mariene leven. Bij een investering van 1 procent in de periode tot 2050 kan het effect op ecosystemen al groot zijn. Door biodiversiteit op te nemen in tenders voor windparken kan de windindustrie volgens de onderzoekers een extra positieve bijdrage leveren, naast het produceren van hernieuwbare energie.Lees ook: Hoe hybride windparken alle problemen voor wind op land en bedrijven kunnen oplossen Niet alle steden kunnen ongebreideld blijven groeien Het debat over 'degrowth', ofwel het idee dat economische groei geen heilige graal is en zelfs schadelijk kan zijn voor het behalen van klimaatdoelen, wordt veelal op nationaal niveau gevoerd. Ook voor steden is het echter de vraag of ze ongebreideld kunnen blijven doorgroeien. Nieuw onderzoek dat in Nature is gepubliceerd neemt het debat over uitdijende steden onder de loep. Onderzoekers van de universiteit van Barcelona komen niet tot heel harde conclusies, maar geven wel aan dat er weinig empirisch bewijs is dat steden in staat zijn tot 'groene groei'. Tegelijk is het niet zo dat het onmogelijk is om steden duurzaam in te richten. Belangrijk is vooral dat steden scherp moeten monitoren welke gevolgen groei heeft voor leefcondities in een stad.Lees ook: Hans Stegeman (Triodos): ‘Er is geen enkel wetenschappelijk bewijs dat groene groei werkt.’ Binnen 5 jaar nog 49.000 laadpalen nodig voor elektrische vrachtwagens De laadinfrastructuur voor elektrische vrachtwagens in Europa loopt zwaar achter. Om in 2030 de CO2-uitstoot van vrachtwagens fors te reduceren moet het laadnetwerk drastisch worden opgeschaald, stelt president-directeur Harald Seidel van DAF Trucks tegenover BNR. Momenteel zijn er in Europa zo'n duizend laadpalen voor vrachtwagens, terwijl dat er over vijf jaar zo'n 50.000 zouden moeten zijn. Voorlopig liggen er slechts plannen voor tweeduizend laadpalen extra. Die ambitie zal fors omhoog moeten, aldus Seidel.Lees ook: Eerste vloot EV’s met solide state-batterij en bereik van 965 km straks op de weg Keniaanse vijgenbomen zetten CO2 om in gesteente Bepaalde vijgenbomen in Kenia hebben het vermogen om CO2 die ze absorberen om te zetten in gesteente. Dat blijkt uit onderzoek van Keniaanse, Amerikaanse, Oostenrijkse en Zwitserse wetenschappers, dat gepresenteerd is op een conferentie in Praag. Alle bomen absorberen CO2, maar daarbij vindt meestal een omzetting plaats in houtstructuren van de bast en takken. De Keniaanse bomen hebben als extra voordeel dat ze een deel van de CO2 omzetten in kalkachtig gesteente, wat nuttig kan zijn voor het vastleggen van CO2 uit de atmosfeer.Lees ook: Industrie klaar om schoon ijzerpoeder van RIFT te gebruiken als energiebron: voor 3 miljard aan contracten op stapel Ook in de media:Nederlands stroomnet piept en kraakt: stroomstoring in winter niet uitgesloten (Nu.nl) Hybride binnenvaartschip deels aangedreven met Nederlandse zonnetechnologie (Duurzaam Ondernemen) Nederlandse koffiebonen uit kassen in Den Bosch: wordt dat de toekomst? (AD.nl) China opent eerste productielijn voor grensverleggende tandemzonnepanelen met perovskiet (Solar Magazine) 4 baanbrekende voorstellen om verduurzaming van Nederlandse industrie tractie te geven (Sil) Succes met batterij-innovatie in het lab naar de markt brengen schept drievoudige uitdaging (Nature Energy) Eerst serie solid state-batterijen rolt van de loopband bij Chinees bedrijf (Interesting Engineering) Duizendblad en valse kamille bij top 10 van beste bloemen voor bijen (Science Daily)