Redactie Change Inc. 17 januari 2025, 10:00

Hoe verduurzaamt L’Oréal zijn 37 beautymerken? ‘Zijn goed bezig, maar het moet sneller’

In een wereld die moet verduurzamen, heeft de cosmeticabranche geen uitzonderingspositie. Het beautyimperium van L’Oréal telt 37 merken, waaronder Garnier, VICHY, Biotherm en La Roche-Posay. Hoe vergroent het bedrijf duizenden verzorgingsproducten?

Header afbeelding Het Franse L’Oréal is het grootste cosmeticabedrijf ter wereld. Ook op duurzaamheidsvlak wil het merk een voorloper zijn, zegt directeur duurzaamheid Erik Troost. | Credits: L’Oréal

Het Franse L’Oréal is het grootste cosmeticabedrijf ter wereld. Ook op duurzaamheidsvlak wil het merk een voorloper zijn, zegt directeur duurzaamheid Erik Troost. “We nemen het onderwerp heel serieus en hebben een wetenschappelijk onderbouwd programma gelinkt aan de Science Based Targets Initiative. Het duurzaamheidsprogramma geldt voor alle merken van L’Oréal.”

Van sinaasappels naar granen

Zo neemt het cosmeticabedrijf de formules van zijn producten onder de loep. In de toekomst wil het alleen nog overvloedige grondstoffen gebruiken afkomstig van natuurlijke bronnen. Een voorbeeld is vitamine C. “Dat is een veelgebruikt ingrediënt in skincare producten. Je kan het uit sinaasappels halen, maar ook uit graan. Nu is de klimaatimpact van graan vele malen kleiner dan van sinaasappels. Dat maakt dat we een ingrediënt zoals vitamine C vaker gaan sourcen uit graan in plaats van sinaasappels. Dat verkleint de impact op het landgebruik. We hebben een interne tool waarmee we onze producten en ingrediënten evalueren en kijken hoe het duurzamer kan.”

Het aanpassen van een productformule gaat overigens niet op de een of andere dag, benadrukt hij. “Een nieuw ingrediënt wordt uitgebreid getest op verschillende condities, denk aan warmte en vochtigheid. Hoe gedraagt zo’n bestanddeel zich in de formule, wat doet het voor de textuur? Maar ook: hoe reageert het op het verpakkingsmateriaal? Wanneer dat allemaal gevalideerd is, kunnen we gebruikmaken van een specifiek ingrediënt. De kwaliteit en de veiligheid staan altijd voorop.”

Gerecycled materiaal

Daarnaast gebruikt het beautymerk steeds meer gerecycled materiaal. Troost: “Dat werkt twee kanten op. Enerzijds zorgen we ervoor dat we steeds meer recyclebaar materiaal gebruiken in onze producten. Op die manier voeden we de recyclingindustrie, zodat wij ook weer gerecyclede grondstoffen kunnen afnemen. De flacons van onze Garnier-shampoos zijn bijvoorbeeld gemaakt van 100 procent PCR. Dat is een afkorting voor post-consumer recycled en een gerecycled materiaal. Het is niet zo dat van onze oude flessen weer nieuwe worden gemaakt, maar we zorgen er wel voor dat de grondstoffen opnieuw gebruikt worden. We vergroten de recyclingindustrie in plaats van dat we nieuwe materialen gebruiken waar we eigenlijk vanaf moeten.”

Bijvullen en besparen

Uiteindelijk geldt: hoe minder grondstoffen er worden gebruikt, hoe minder er gerecycled hoeft te worden. Besparing vormt dan ook een belangrijk onderdeel van de strategie van L’Oréal. “Dat doen we door onze verpakkingen opnieuw te ontwerpen. Met aanpassingen in onze flessen en doppen, je kan bijvoorbeeld de vorm van de dop veranderen en de fles op specifieke onderdelen dunner maken, besparen we 20 procent kunststof.” Ook komen er steeds meer refills op de markt voor haarverzorging, huidverzorging en parfum. “Glazen flacons voor eau de toilette hoeven niet te worden weggegooid, maar kunnen eenvoudig worden bijgevuld. Dat zorgt voor een hoop besparing als het gaat om metalen, karton en glas.”

Het op de markt brengen is één ding, maar de navulbare verpakkingen moeten natuurlijk ook worden verkocht. “Het is belangrijk dat retailers onze refills opnemen in het assortiment en dat consumenten het vervolgens kopen. Het gaat niet alleen over wat wij als bedrijf doen, maar om de hele dynamiek. Het bedrijfsleven heeft een rol te spelen, net als de politiek als het gaat om wet- en regelgeving. Uiteindelijk moet de consument die duurzame keuze maken. De juiste informatie kan daarbij helpen. Online en bij verkooppunten leggen we uit wat we doen en waarom. We komen met campagnes en promoties om duurzamere beautyproducten te promoten.”

Scope 3

Die aanpak is belangrijk, want zoals bij veel bedrijven zit veruit de meeste uitstoot van L’Oréal in scope 3. “Die hele waardeketen zit complex in elkaar. Het gaat om alle emissies voorafgaand én na de productie. Daar vallen ingrediënten onder, transport, maar ook het waterverbruik bij de eindgebruiker”, aldus Troost.

Dat waterverbruik bestaat veelal uit warm water. Daar komt ook CO2-uitstoot bij kijken. “Om warm water te besparen, herformuleren we onze producten zodat ze makkelijker uitspoelbaar zijn. We introduceren ook leave-in producten, zoals conditioners. Die hoeven helemaal niet uitgespoeld te worden, wat maakt dat de eindgebruiker minder lang onder de douche hoeft te staan. Met L’Oréal bedienen we ook het professionele segment: we leveren diverse producten aan haarsalons. In dat kader werken we samen met een start-up die douchekoppen voor kappers produceert. Die douchekoppen besparen dankzij microverneveling 70 procent warm water. Wij verkopen ze aan onze aangesloten kappers.”

Meetbaar

In hoeverre zijn zulke besparingen in scope 3 te meten? Dat is lastig, geeft hij toe. “Maar het moet: we hebben die data straks ook nodig voor de CSRD. Het effect van het ene product is beter meetbaar dan het andere product. Van de douchekoppen die we aan kappers verkopen, hebben we de CO2- en waterbesparing goed in beeld. Bij eindgebruikers thuis is dat lastiger, al zijn er wel methodes voor. Ik heb zelf een wetenschappelijke achtergrond en beredeneer niet vanuit een onderbuikgevoel, maar vanuit cijfermatige onderbouwingen. Bij L’Oréal hebben we duidelijke doelen en tijdlijnen gedefinieerd. Zo houden we koers. We zijn er namelijk nog niet. We zijn goed bezig, maar het moet sneller.”

Versnellen

Wetgeving helpt om de duurzame transitie te versnellen, denkt hij. “De CSRD gaat duidelijkheid en transparantie geven. Nu kunnen bedrijven beweren dat ze goed bezig zijn. Straks gaan we die voortgang meetbaar zien. Ik hoop niet dat bedrijven worden afgestraft als iets nog niet op orde is, maar dat de CSRD vooral motiveert om het beter te doen.”

Zwart-wit

Volgens hem is negativiteit niet bevorderlijk. Beter is het om de positieve ontwikkelingen te stimuleren. “Wat ik merk, is dat we zaken graag zwart-wit willen maken. Iets is wel óf niet duurzaam. Maar zo simpel is het vaak niet. Ik denk dat veel mensen in het bedrijfsleven oprecht willen dat het beter wordt en daar hard voor werken. Dat zie ik in ieder geval bij L’Oréal: het duurzame aspect is een onderdeel van iedere rol. Vooral jongere medewerkers zijn daar erg bevlogen in. Die willen simpelweg niet voor een bedrijf werken dat zijn verantwoordelijkheid niet neemt.”

Bijschaven

Als grote naam kan L’Oréal een verschil maken, zegt Troost: “We hebben de financiële middelen om onderzoek te doen en te innoveren. Dat moeten we vooral blijven doen. Soms komt inzicht met de tijd, dankzij voortschrijdende kennis uit de wetenschap. Misschien zijn we nu gefixeerd op een bepaalde oplossing, maar blijkt dat later toch niet de meest duurzame keuze. Dat kan. Verduurzamen is continu bijschaven en de vraag stellen: is dit het beste?”

Lees ook:

Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner L’Oréal. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.

Netcongestie oplossen? Zo kun je een groot distributiecentrum laten draaien op de stroomaansluiting van drie huishoudens

Het probleem van netcongestie wordt in Nederland alsmaar groter. Het elektriciteitsnet zit vol en het ene na het andere bedrijf krijgt van zijn netbeheerder te horen dat het geen stroomaansluiting kan krijgen en op een wachtlijst belandt. Ook steeds meer eigenaren van grote zonnedaken, bijvoorbeeld op distributiecentra, kunnen hun stroom niet meer terugleveren aan het net. Minder afhankelijk van net Hoe maak je die bedrijven minder afhankelijk van het volle stroomnet? Dat is de vraag die iwell probeert te beantwoorden. Het Utrechtse bedrijf levert batterijtechnologie en de daarbij behorende software om vraag en aanbod van stroom op elkaar af te stemmen. Niet alleen in Nederland, maar ook in het buitenland. Eind 2023 opende iwell een nieuw kantoor in het Duitse Düsseldorf, eind 2024 in het Belgische Gent en dit jaar in Londen of elders in het VK. Mede daardoor groeide het bedrijf vorig jaar van 40 naar 80 werknemers. “Onze ambitie is om het Europese energiesysteem te herbouwen”, zegt CEO en oprichter Jan Willem de Jong. Te weinig stroom voor Zara Volgens De Jong is er zonder energie geen bedrijvigheid mogelijk. Nederland wordt steeds harder met zijn neus op dat feit gedrukt. Zo ook modeketen Zara, dat eind vorig jaar een nieuwe winkel opende in een iconisch pand in de binnenstad van Eindhoven. Vastgoedontwikkelaar RJB Group ontdekte tijdens de verbouwing dat het voormalige Hema-pand waarin de Spaanse kledinggigant zou komen, te weinig stroom had voor een megawinkel van 4600 vierkante meter. De oude Hema had slechts een aansluiting voor 165 kilowatt. Batterij in de kelder RJB liet energiebedrijf Fudura daarom een grote batterij van 2,15 megawattuur van iwell installeren. Een zeer complexe klus, want daar was nauwelijks ruimte voor. “Je kunt wel zeggen: we zetten er een grote batterij naast, maar het is midden in de binnenstad. Daar zet je zo’n systeem niet neer”, vertelt De Jong. “De vraag aan ons was dus hoe je zo’n systeem in kunt passen en veilig kunt laten draaien. Zowel voor verzekeraars, de bandweer als voor de Zara, want als het systeem niet werkt, gaat letterlijk het licht uit in het pand.” Als dirigent van de energiestromen, zoals iwell zichzelf graag noemt, kwam het bedrijf met een geschikte oplossing: een batterij in de kelder, aangestuurd door de eigen EMS-technologie. Stortbak voor piekmomenten Dankzij die batterij is de kleine stroomaansluiting voldoende. Het systeem laadt ’s nachts op, als de winkel dicht is. Overdag, als de winkel vol in bedrijf is, levert de batterij elektriciteit bij, als de kleine netaansluiting niet voldoende is. iwell moet steeds zorgen dat die aansluiting niet overbelast raakt en eruit knalt en daarom voorspellen hoeveel stroom er wanneer verbruikt wordt. “Je gebruikt de batterij dus als een soort stortbak op momenten dat het nodig is”, zegt De Jong.Een batterij van iwell.Distributiecentrum Loods5 Het Zara-filiaal is niet de enige plek waar ze last hebben van netcongestie. iwell heeft inmiddels 300 van dit soort projecten draaien in Nederland. Woonwinkel Loods5 had hetzelfde probleem bij het nieuwe distributiecentrum van Sunrise Real Estate in Halfweg, waar het bedrijf eind oktober introk. Dat is een distributiecentrum van 20.000 vierkante meter met een stroomaansluiting van slechts 3 keer 80 ampère. In jargon: een bouwaansluiting. “Huishoudens hebben 3 keer 25 ampère, dus de aansluiting is drie keer zo groot als van een huishouden, maar dan voor een distributiecentrum van 20.000 vierkante meter”, zegt De Jong. Daarbovenop ligt er ook nog eens ruim 2 megawatt aan zonnepanelen op het dak die op piekmomenten ook hun overtollige stroom kwijt moeten.Extreme oplossing Sunrock ontwierp een off-grid systeem dat draait op zonne-energie. Dat bestaat uit een batterij en een EMS. Vervolgens benaderde Sunrock iwell om het systeem, dat het pand op energiegebied grotendeels zelfvoorzienend maakt, te helpen realiseren. Een batterij van 645 kilowattuur slaat de zonne-energie op en springt bij als de beperkte netaansluiting onvoldoende is. In de winter voedt de batterij zichzelf ’s nachts of op stille momenten via het net. Een dieselgenerator dient als back-up, mocht er te weinig stroom zijn of als de aansluiting toch overbelast raakt. Dit alles wordt aan elkaar geknoopt door een EMS. “Zo zorgen we letterlijk dat het licht blijft branden”, zegt De Jong. “Het is vrij extreem wat we hier doen. Zo’n groot distributiecentrum op een netaansluiting van drie huishoudens laten draaien en maximaal gebruik maken van het zonnedak. Het kan dus wel. We zijn nu op dezelfde manier bezig met een distributiecentrum van 160.000 vierkante meter met een vergelijkbare aansluiting. Dit is de manier hoe je de bedrijvigheid ondanks netcongestie aan de gang houdt in Nederland, en de belasting van het net tot een noodzakelijk minimum beperkt.” Dieselgenerator goed voor milieu Is zo’n dieselgenerator wel nodig? Ja, stelt De Jong. “Zo’n 3 keer 80 ampère netaansluiting kan bij het minste of geringste uitvallen. Die generator zit er achter als back-up, want geen enkel systeem heeft 100 procent uptime en soms schijnt de zon een paar dagen niet. Hij draait zo weinig mogelijk. Sommigen zeggen: kun je dan niet een grote batterij neerzetten als back-up? Maar zo’n generator is juist beter voor het milieu als je hem niet gebruikt. Daar zitten veel minder schaarse materialen in dan in een batterij. Gezien vanuit CO2-reductie is dit dus het optimum.”Deze infographic laat schematisch zien hoe het systeem van iwell werkt.Energie-onafhankelijkheid Volgens hem moet de discussie op energiegebied niet alleen gaan over netcongestie en de noodzakelijke energietransitie om de CO2-uitstoot verminderen, maar ook over energie-onafhankelijkheid. Wil Nederland afhankelijk blijven van gas uit Rusland of Qatar, of wil het zoveel mogelijk op eigen benen kunnen staan? Dan zijn dit soort systemen hard nodig. De Jong: “Je moet zorgen dat je de schoonste en goedkoopste kilowattuur kunt leveren voor je eigen land. Dat bepaalt onze toekomstige welvaart. Dat is nog een krachtiger argument dan met het groene vingertje wijzen.” Nederland exportland Het probleem van netcongestie is in het compacte Nederland groter dan in andere Europese landen. Daarom is het volgens De Jong logisch dat hier de oplossing is gevonden. Die wil iwell ook in andere landen introduceren. “Nederland is een fantastisch exportland voor deze propositie. Als land lopen we voorop als het gaat om adoptie van duurzame energie, adoptie van elektrische mobiliteit, maar ook als het gaat om de aanpak van netcongestie. Wij willen internationaal het leidende bedrijf worden dat batterijen en software levert om de energiestromen te dirigeren. Die leidende positie heeft nog niemand gepakt”, zegt hij. Lees ook:Nederland kan met 1.200 ‘energy hubs’ netcongestie en CO2-uitstoot fors verminderen'Local grid' van batterijen, zonnepanelen en slimme software kan netcongestie omzeilenHoe gaat het nu met: Nederlandse batterijproducent en 'dirigent van energie' iwellWinnaars Benelux Climate Tech100 bekend: van kweekvlees en elektrisch vliegen tot methaan afvangen en recyclen