André Oerlemans
18 september 2025, 13:00

Hoe Heineken zijn bier door een schip op batterijen emissievrij naar Rotterdam laat varen

Hebben elektrische binnenvaartschepen die op grote batterijen varen de toekomst? De partijen achter containerschip MS Den Bosch Max Groen geloven van wel. Het schip vaart sinds donderdag voor Heineken tussen Den Bosch en Rotterdam, om bier voor Amerika en Azië uitstootvrij naar de zeehaven te kunnen vervoeren.

Containerschip MS Den Bosch Max Groen vaart geheel elektrisch op batterijcontainers. Containerschip MS Den Bosch Max Groen vaart geheel elektrisch op batterijcontainers. | Credits: Nedcargo/ITG/ZES

Je hoort niets als het volgeladen containerschip MS Den Bosch Max Groen in beweging komt, maar kapitein David Donkerbroek heeft meteen 1300 pk aan power op de motor als hij weg wil varen. Het schip maakt geen geluid, trilt niet en het allerbelangrijkste: het stoot geen dieselwalmen uit. De energie komt namelijk van twee grote batterijcontainers van elk 1 megawatt op de voorsteven, al staan er nog twee dieselgeneratoren aan boord als back-up.

‘Met één batterijcontainer krijg je net zoveel power als van die twee dieselgeneratoren’, zegt Donkerbroek. ‘Het mooie hieraan is dat je een stuk rustiger vaart. Je hebt geen lawaai in je portofoons, voelt geen vibraties en als we in een haven liggen hoeven we geen generatoren meer aan te zetten. Die zorgen vaak voor lawaaiklachten van omwonenden.’

Toekomst van de binnenvaart: schoon en elektrisch

Ook ‘tanken’ duurt voortaan een stuk korter. Bij een benzineauto gaat dat nog steeds een stuk sneller dan bij een elektrische, maar bij een schip niet. ‘Als ik diesel bunker bij een bunkerschip ben ik met alles erbij toch drie tot vier uur bezig. Nu hoef ik alleen mijn schip aan de kade aan te leggen, wordt een nieuwe batterijcontainer aan boord gehesen en ben ik weer weg.’

Het schip vaart sinds deze week voor Heineken van Den Bosch naar de Maasvlakte in Rotterdam, waar het bier in zeeschepen wordt geladen voor de internationale export. De Max Groen kan 172 containers (TEU) per keer vervoeren. Dat zijn er eigenlijk 180, maar op en naast de twee batterijcontainers op de voorsteven mogen geen andere containers gestapeld worden.

Door op batterijen te varen wordt 800 ton CO2-uitstoot per jaar bespaard ten opzichte van een dieselschip. ‘Het vaart compleet emissieloos. Dat is belangrijk voor de toekomst van de hele binnenvaart’, zegt Donkerbroek.

Kapitein David Donkerbroek inspecteert de batterijcontainers op zijn schip. A credits: André Oerlemans

Kapitein David Donkerbroek inspecteert de batterijcontainers op zijn schip. Credits: André Oerlemans

In 2040 alle schepen emissievrij

Het schip is van rederij Nedcargo, dat het verhuurt aan de Inland Terminals Group (ITG). Dat bedrijf heeft inmiddels 17 binnenlandse containerterminals, onder meer in Moerdijk, Alblasserdam, Nijmegen, Groningen en Almelo, van waaruit het jaarlijks 500.000 containers (TEU) naar de zeehavens van Antwerpen en Rotterdam vervoert. Dat doet het met dertig schepen, waarvan de meeste nog op diesel varen.

In 2040 wil ITG dat die allemaal uitstootvrij zijn. Naast het batterij-elektrische schip heeft het bedrijf ook al een schip op waterstof varen. ’Dat is geschikt voor langere afstanden, terwijl batterijcontainers ideaal zijn voor kortere pendels’, zegt ceo Eduard Backer. ‘We hoeven onze schepen niet emissievrij te maken. Maar als je het nu niet doet, heb je over tien jaar een probleem.’

Vijf miljard biertjes per jaar

Een van die zeventien terminals staat in Den Bosch, in de buurt van de brouwerij van Heineken. Dat bedrijf begon al in 2010 om het vervoer van containers van de weg naar de binnenvaart te verplaatsen, wat de CO2-uitstoot fors vermindert. Sinds 2021 laat het bedrijf het elektrische binnenvaartschip De Alphenaar met containers vol bier tussen Alphen aan den Rijn, vlakbij zijn brouwerij in Zoeterwoude, en Moerdijk varen. De Max Groen is de tweede.

‘Wij exporteren vijf miljard biertjes per jaar over de hele wereld. Een groot deel daarvan gaat van Den Bosch naar de zeehaven van Rotterdam en van daaruit naar Amerika en Azië, in totaal zo’n 150 landen. Dat eerste stuk via de binnenvaart willen we zo duurzaam mogelijk doen’, zegt directeur logistiek Marc Bekkers van Heineken. ‘Wij hebben ook al vijf elektrische trucks die naar Duitsland rijden. De binnenvaart was voor ons onontgonnen gebied, dus we zijn blij dat we op dit project kunnen meeliften. Zo kunnen we ons bier emissievrij bij de klant krijgen.’

Schoonste vorm van goederenvervoer

Binnenvaartschepen zijn de schoonste manier om goederen te vervoeren. Vorig jaar vervoerden de 5.000 Nederlandse binnenvaartschepen 332 miljoen ton aan goederen. Over de weg waren daar 10 tot 12 miljoen vrachtwagens voor nodig geweest. Die stoten per ton en per kilometer meer dan tien tot twintig keer zoveel CO2 uit als een vrachtschip. Toch stoot de Nederlandse vloot jaarlijks 1,6 miljoen ton CO2 uit, vooral omdat de meeste schepen nog op diesel varen. Door over te stappen op waterstof, methanol of batterijen, wil de sector die uitstoot fors verminderen.

Batterij van 30 ton

Om een auto elektrisch te laten rijden is een relatief kleine batterij nodig van tussen de 400 en 900 kilo. Voor een schip heb je een batterijcontainer nodig van 30 ton. Het liefst twee. Per stuk hebben die 1 megawatt aan vermogen en 2,9 megawattuur aan capaciteit. ‘Met zo’n container kan het schip zes tot acht uur varen, daarom zetten we er twee aan boord’, zegt operationeel directeur Lennart Rommens van batterijleverancier Zero Emission Services (ZES).

Het bedrijf heeft als missie om de binnenvaart uitstootvrij te maken. Het laat zijn batterijcontainers maken door elektrische bussenbouwer Ebusco. In totaal gaan er 96 batterijpacks in een container. Het zijn lithium-ijzerfosfaat (LPF) batterijen. ‘Daarin kun je elektriciteit voor onbeperkte tijd opslaan, dus veel langer dan de vier of zes uur in en lithium-ion batterij’, legt Rommens uit.

Op de voorsteven van de Max Groen zijn twee plaatsen vrijgemaakt waar de batterijcontainers naadloos inpassen. ZES heeft momenteel drie wisselstations waar schepen hun lege batterij kunnen inwisselen voor een volle. Die staan op containerterminals in Alphen aan den Rijn, Alblasserdam en Den Bosch. Binnenkort komen daar nog terminals in Rotterdam. Moerdijk en Nijmegen bij.

Een batterijcontainer telt 96 packs met LPF-batterijen. | credits: André Oerlemans

Een batterijcontainer telt 96 packs met LPF-batterijen. | credits: André Oerlemans

Alleen betalen voor de gebruikte stroom

Via een kraan op de kade wordt de lege batterij van boord gehesen, waarna een volle container wordt teruggeplaatst. De lege batterij wordt op het eigen laadstation van ZES op de terminal weer opgeladen. Het schip betaalt in principe alleen voor de gebruikte stroom. ‘Zo wordt de overstap naar batterij-elektrisch varen financieel aantrekkelijker. Voor scheepseigenaren is er daarnaast ook een subsidieregeling beschikbaar’, zegt ceo Michael Beemer van ZES.

De batterijen drijven een elektromotor aan. Het schip heeft ook dieselgeneratoren en een eigen batterijpakket aan boord. Als back-up. ZES laat de komende tijd nog meer schepen ombouwen tot batterij-elektrisch. ‘Wij zijn klaar om op te schalen. Met ons systeem kunnen we de uitstoot van schepen verminderen of terugbrengen naar nul’, zegt Beemer. ‘We hebben als Nederland een koppositie in deze sector. Om die te behouden moeten we innoveren.’

Meer batterijschepen op komst

De MS Den Bosch Max Groen is het tweede elektrische binnenvaartschip van rederij Nedcargo dat op batterijen vaart. Zusterschip De Alphenaar was in 2021 de eerste. Als de kinderziektes eruit zijn en het nieuwe schip heeft zich bewezen, dan wil de reder ook andere schepen laten ombouwen.

Zo staat de ombouw van de MS Den Bosch Max Blauw al ingepland. ‘We zijn nog allerlei lessen aan het leren met de Max Groen. Ik laat schepen bouwen voor over vijftig jaar. Dat betekent zo schoon mogelijk. Ik zie hier toekomst in’, zegt eigenaar-directeur Diederik Antvelink van Nedcargo, dat alle vormen van vervoer aanbiedt. ‘Het enige nadeel is dat de businesscase nog steeds moeilijk is. Toen we hier in 2020 aan begonnen was elektriciteit goedkoper dan diesel. Nu is elektriciteit duurder geworden dan diesel. Daarom moet er wel een gelijk speelveld zijn.’

Kijk hier hoe op de kade van de containerterminal van ITG in Alblasserdam een volle batterijcontainer aan boord van de MS Den Bosch Max Groen wordt gehesen:

Lees ook:

Hoopvolle ontwikkeling bij filteren CO2 uit de lucht: startups optimistisch over snelle kostendaling en kansen voor opschalen

Om de opwarming van de aarde af te remmen is het op de eerste plaats nodig dat er minder fossiele brandstoffen worden gebruikt. Die zorgen namelijk voor een hogere concentratie van broeikasgas CO2 in de atmosfeer.Naast de vereiste daling van de uitstoot van CO2 is ook van belang dat historische emissies die deels in de atmosfeer zijn blijven hangen, worden verwijderd. In dit verband kunnen technieken om CO2 uit de lucht te filteren een belangrijke rol gaan spelen.Direct air capture (DAC) kampt nu nog met een aantal grote uitdagingen: de kosten zijn relatief hoog en het is de vraag of er snel genoeg opgeschaald kan worden om de komende decennia al een significante bijdrage te leveren aan het beperken van de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer.Dit vergt een industrie die op jaarbasis miljarden tonnen CO2 uit de lucht kan halen, terwijl dat nu op het niveau van enkele duizenden tonnen gebeurt. Exponentiële groei is dus hard nodig en dat is afhankelijk van een combinatie van technologische doorbraken en economische prikkels. CO2 uit de lucht filteren en opslaan is nog relatief duur Internationaal bekend zijn de inspanningen van het bedrijf Climeworks in IJsland. Deze scaleup werkt momenteel met een proces voor het afvangen en permanent vastleggen van CO2 in gesteente, dat in totaal tegen de duizend dollar per ton kost. Met technologische innovatie en verder opschalen wil Climeworks dit in 2030 terugbrengen tot 250 à 350 dollar voor het afvangen van CO2 en 400 à 600 dollar voor het totale proces, inclusief het vastleggen van afgevangen CO2.De inspanningen van Climeworks worden ondersteund door klimaatbewuste bedrijven die bijvoorbeeld bereid zijn om tegen relatief hoge CO2-prijzen compensatierechten te kopen voor hun emissies. Maar economisch vormen kosten van 350 dollar per ton nog altijd een forse barrière voor opschaling van direct air capture.Ter vergelijking: in de meest ontwikkelde handelsmarkt voor CO2, het Europese ETS-systeem, bereikten CO2-prijzen in maart 2023 het hoogste niveau ooit, op iets meer dan 100 euro per ton. Daarna zijn de prijzen weer iets gezakt naar huidige niveaus van zo’n 75 euro per ton (ofwel iets minder dan 90 dollar). CO2 inzetten als industriële grondstof biedt kansen CO2 afvangen uit de atmosfeer en chemisch binden aan gesteente is slechts één van de mogelijke toepassingen van DAC-technologie. Het broeikasgas kan ook op andere manieren worden ingezet.Zo geldt bijvoorbeeld voor de luchtvaart dat er mogelijkheden liggen om afgevangen CO2 te verwerken tot vliegtuigbrandstof. Koolstofdioxide belandt dan bij verbranding weer in de atmosfeer, maar aangezien het om eerder uit de lucht gefilterde CO2 gaat, komt er netto geen CO2 bij. Je kunt hiermee dus voorkomen dat de concentratie van CO2 in de atmosfeer verder toeneemt. Spinoff van ruimtevaartorganisatie ESA Nederland telt diverse startups die zich op de markt voor direct air capture hebben gestort. Tijdens een recente bijeenkomst over dit onderwerp van SustainaLab op het Science Park in Amsterdam, bleek dat er technologisch en op het kostenvlak interessante ontwikkelingen zijn.Zo heeft startup SkyTree, een spinoff van de ruimtevaartorganisatie ESA, een modulair systeem ontwikkeld, waarbij een materiaal dat andere stoffen kan opnemen (sorbent) de CO2 filtert uit luchtstromen. De sorbents worden vervolgens verwarmd, waarbij de CO2 als een aparte luchtstroom wordt gescheiden en verder kan worden verwerkt voor permanente opslag of voor andere toepassingen.[caption id="attachment_165092" align="aligncenter" width="900"] Credits: screenshot illustratie SkyTree Stratus[/caption]SkyTree heeft met de modulaire aanpak van zijn technologie specifiek gekeken naar het vermijden van hoge initiële opstartkosten die vaak een barrière vormen voor investeringen in DAC-projecten. Daarnaast heeft de startup zijn modules zo ontworpen dat je, afhankelijk van waar ze geplaatst worden, energiekosten kunt optimaliseren. Het stroomverbruik van de machines kan bijvoorbeeld beperkt worden, als voor de benodigde warme lucht een beroep kan worden gedaan op geothermie of industriële restwarmte.Ceo Rob van Straten geeft aan dat er veel mogelijkheden liggen voor kostenreductie met massaproductie, effectievere sorbents en een leercurve waarbij je relatief snel verbeterde versies van je product ontwikkelt: ‘We hebben binnen drie jaar al acht vernieuwde versies van onze Skytree Stratus-module uitgebracht met forse efficiëntieverbeteringen.’ Kansen voor glastuinbouw en duurzame luchtvaartbrandstof Die snelle leercurve van kleinere modules maakt het volgens Van Straten ook mogelijk om kosten sneller te laten dalen dan bij DAC-installaties zoals die van Climeworks, die zijn opgezet als een grootschalige fabriek. 'We denken de kosten te kunnen verlagen naar minder dan 150 dollar per ton in 2027 voor het afvangen en filteren van CO2, exclusief volgende stappen in het proces zoals ondergrondse opslag. Onze technologie biedt zowel kansen voor permanente opslag van historische CO2-emissies als voor partijen die CO2 nodig hebben voor industrieel gebruik, zoals de glastuinbouw, of voor duurzame luchtvaartbrandstof.'Van Straten geeft verder aan dat het bij grootschalige toepassing onder meer interessant is om in te zetten op zonneparken in de Sahara. ‘Je kunt dan DAC-modules integreren met electrolysers en hernieuwbare energiebronnen om bijvoorbeeld methanol te maken met afgevangen CO2 en water. De methanol kan dan relatief makkelijk vervoerd worden om elders verwerkt te worden tot e-fuels voor bijvoorbeeld vliegtuigen.’SkyTree werd afgelopen mei geselecteerd als leverancier van DAC-modules door het Duitse onderzoeksinstituut Jülich voor een project op basis van zonne-energie in woestijnomgevingen. Dat moet een schaalbaar model opleveren voor de verwerking van afgevangen CO2 tot e-fuels. In 2026 wordt in eerste instantie een testsysteem opgezet in Duitsland, om dit vervolgens in woestijngebieden verder te ontwikkelen. CO2 afvangen en tegelijk waterstof producerenDe in Amsterdam gevestigde startup Brineworks heeft een andere route voor direct air capture gekozen waarbij zout water als basis dient om via elektrolyse zuren en basen te produceren. De basische vloeistof wordt vervolgens gebruikt om via contact met de lucht CO2 te absorberen. Met de zuurcomponent kan CO2 weer uit water worden gefilterd voor opslag of verder gebruik. Bij dit proces wordt tegelijk waterstof geproduceerd.[caption id="attachment_165093" align="aligncenter" width="900"] Credits: Brineworks[/caption]Vice-president engineering Jan Vaes van Brineworks geeft aan dat het voordeel van de aanpak van de Amsterdamse startup is dat de kapitaalkosten relatief laag zijn. De benodigde materialen zijn goedkoop en ruim beschikbaar. Het systeem kan overal ingezet worden en helemaal functioneren op basis van elektriciteit uit zonnepanelen. ‘Je zou dit DAC 3.0 kunnen noemen.’Vaes ziet duurzame brandstoffen voor de luchtvaart of scheepvaart, maar ook voor de productie van bioplastics, als voor de hand liggende toepassingen. Wat de kosten betreft, denkt Brineworks in 2030 op 200 dollar per ton afgevangen CO2 te zitten en voor de langere termijn onder de 100 dollar per ton te kunnen zakken, als je rekening houdt met de waarde die de co-productie van waterstof oplevert. Zon uit Zuid-Europa Aangezien Brineworks werkt met een elektrolyser, zijn stroomkosten een belangrijke factor. Daarvoor geldt volgens Vaes dat zonne-energie nodig is die minder dan 30 euro per megawattuur kost. ‘Dit maakt West-Europa momenteel minder geschikt, maar in Zuid-Europa is dat wel haalbaar.’De in 2023 opgerichte startup laat momenteel een proefinstallatie bouwen in Rotterdam die elders in Nederland in gebruik wordt genomen. ‘Daarmee kun je het hele proces op kleine schaal draaien’, aldus Vaes.Als dat naar tevredenheid verloopt, kan Brineworks in 2026 aanspraak maken op een Europese co-investering van 8 miljoen euro. ‘Uiteindelijk willen we opschalen naar commerciële installaties die 100.000 tot 400.000 ton CO2 per jaar uit de lucht kunnen filteren. Daarmee kunnen we aan marktpartijen laten zien dat ons systeem schaalbaar is.’ Carbyon: van prototype naar krachtig opschalenDe Eindhovense startup Carbyon presenteerde afgelopen woensdag de nieuwste versie van zijn DAC-machine: de Carbyon GO, een prototype dat buiten op de High Tech Campus draait. Het gaat om een apparaat met een omvang van ongeveer 2 x 2 x 2 meter, dat als een soort legoblokje functioneert.‘Onze modulaire filosofie lijkt op die van zonnepanelen, met relatief kleine, makkelijk transporteerbare units. Die kunnen in serie worden geplaatst. Zo'n park kan dan in omvang variëren, naargelang de behoefte van de klant’, vertelt oprichter en ceo Hans de Neve aan Change Inc.[caption id="attachment_165132" align="aligncenter" width="900"] De Carbyon Go op de High Tech Campus in Eindhoven. Credits: Carbyon / Bart van Overbeeke & Bart Geerts[/caption]De machines van Carbyon zijn all-electric en moeten dus gekoppeld worden aan duurzame stroomvoorzieningen. Het huidige prototype zit qua energieverbruik nog boven de 2.500 kilowattuur per ton afgevangen CO2, maar Carbyon ziet nog veel mogelijkheden voor optimalisatie, onder meer bij het recupereren van thermische energie. De Neve: 'Onze energiemodellen geven aan dat een energieverbruik van 2.500 kilowatuur per ton met de nodige aanpassingen haalbaar is.'Ook de topman van Carbyon bevestigt dat de modulaire aanpak het bedrijf in staat stelt om een steile leercurve te doorlopen. 'We kunnen hierdoor zowel de aanschafprijs van de machines als de operationele kosten nog verder omlaag brengen.’Met de totale kosten per ton afgevangen CO2 zit Carbyon momenteel nog iets boven de 200 euro, geeft De Neve aan. ‘Dit is als je rekent met stroomprijzen van zo’n 40 euro per megawattuur. Het doel om naar een total cost of ownership van minder dan 100 euro per ton te komen, is nog steeds realistisch. Dat proberen we zeker in de komende tien jaar te halen.’ De vraag is groot genoeg Eén van de belangrijkste competitieve voordelen van Carbyon is volgens De Neve de zelfstandig ontwikkelde sorbent, ofwel het materiaal waaraan atmosferische CO2 zich bindt. ‘Daar hebben we jaren onderzoek naar gedaan en het materiaal waar we nu mee werken, is in ongeveer één minuut verzadigd, vele malen sneller dan wat concurrenten realiseren. Één machine kan daardoor op jaarbasis 75 ton CO2 uit de lucht filteren.’Met een extra verbeterslag op het woensdag gepresenteerde model wil Carbyon vanaf het vierde kwartaal van 2026 de eerste commerciële leveringen aan klanten gaan verzorgen. Het doel is nog steeds om bij verdere opschaling in 2031 zo’n 50.000 machines per jaar te kunnen afleveren. Op jaarbasis zou je daarmee bijna 4 miljoen ton CO2 kunnen afvangen.‘De vraag vanuit de markt is groot genoeg, daar maken we ons geen zorgen over’, zegt De Neve. ‘De uitdaging zit vooral aan de productiekant. We moeten snel genoeg voldoende machines kunnen leveren. Daarover zijn we nu in gesprek met partners.’ Lees ook:Met investering van 100 miljoen kan het Brits-Nederlandse CuspAI sneller nieuwe materialen ontwikkelen voor CO2-opslag en batterijen Kosten van CO2 uit de lucht filteren kunnen de komende 5 jaar halveren, maar het moet nog harder gaan Deloitte: Groeipotentieel CCS groot, maar infrastructuur en marktwerking blijven achter