Sebastian Maks
04 april 2024, 12:30

Wereldwijde CO2-prijs voor schepen in aantocht, maar er is ook kritiek

Een paar weken geleden werd tijdens een scheepvaartoverleg van de Verenigde Naties in serieuze bewoordingen gesproken over een CO2-belasting voor de scheepvaart. Niet per land of continent geregeld, maar wereldwijd. Het zou volgens voorstanders bakken geld opleveren die naar de duurzame transitie kunnen vloeien, en bovendien leiden tot een schoonmaak binnen de scheepvaart. Maar economieën die van handel per zee afhankelijk zijn, kunnen er mogelijk hard door geraakt worden.

Getty Images 135929261 Voorstanders denken dat zo’n wereldwijde CO2-belasting miljarden kan opleveren. | Credits: Getty Images

Het beprijzen van CO2-uitstoot is een mechaniek die in steeds meer delen van de wereld wordt toegepast. Het meest bekende voorbeeld is de Europese ETS-regulering, waarmee uitstootrechten worden verhandeld aan partijen die daarmee hun emissies kunnen afkopen. Ook andere landen hebben inmiddels zulke systemen opgezet. De scheepvaart bleef lang bespaard en hoefde geen geldsom te betalen per eenheid uitgestoten CO2.

Sinds dit jaar is daar binnen de EU verandering in gekomen. Schepen die tussen Europese havens varen – dat kunnen dus ook internationale schepen zijn – moeten nu betalen voor de CO2-uitstoot die vrijkomt bij hun overtochten. Naar een schatting
van de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders zal dat Nederlandse rederijen zo’n 300 tot 400 miljoen euro per jaar kosten.

Overleg binnen de VN

Maar wellicht zal zo’n CO2-taks binnen afzienbare tijd ook buiten Europese grenzen gaan gelden. Tijdens een vergadering van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO), een agentschap van de Verenigde Naties dat zich bezighoudt met zeetransport, werd er namelijk al heel serieus gesproken over een wereldwijde CO2-beprijzing voor de scheepvaart. Dat is verrassend, aangezien zoiets meestal per land of continent wordt geregeld. “Ik heb er alle vertrouwen in dat er volgend jaar rond deze tijd een economisch prijsmechanisme zal zijn”, zei
Arsenio Dominguez, secretaris-generaal van de IMO. “Welke vorm het zal hebben en wat de naam zal zijn, weet ik nog niet.”

Voorstanders denken dat zo’n wereldwijde CO2-belasting miljarden kan opleveren. Ook is het volgens hen wel zo eerlijk om vervuilende schepen te belasten voor hun uitstoot, en kan het er ook nog eens toe leiden dat de industrie sneller verduurzaamt. De scheepvaart is namelijk verantwoordelijk voor 3 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot. Hoeveel geld er precies de kas in zal stromen, is onduidelijk. Geschat
wordt zo’n 80 tot 100 miljard dollar per jaar (74 tot 92 miljard euro). Dat geld kan gebruikt worden om nieuwe klimaatpakketten te financieren, zowel voor de scheepvaart als voor andere industrieën. Bovendien zou de totstandkoming van een dergelijk systeem makkelijker zijn dan het geval is bij andere klimaatoverleggen, aangezien besluiten bij de IMO gemaakt worden op basis van een gewone meerderheid en niet op basis van unanimiteit.

Aandachtspunten

Wel wordt gewaarschuwd, onder meer door China, Brazilië en Argentinië, dat een CO2-taks voor de scheepvaart nadelig kan zijn voor landen die afhankelijk zijn van zeehandel. Met name voor ontwikkelingslanden zou dit een afname van de welvaart kunnen betekenen. Ook kan de prikkel leiden tot duurdere prijzen van goederen die per zee vervoerd worden, aangezien het mogelijk is dat de belasting doorberekend wordt aan afnemers. Voorbeelden zijn koffie uit Colombia of smartphones uit China.

Actie verwacht

Als we de krachtige formuleringen tijdens het IMO mogen geloven, bevinden de onderhandelingen zich al in een ver gevorderd stadium. Landen zouden zich momenteel buigen over de details van een CO2-belastingen, waaronder de berekeningsmethode, of het een vlaktaks moet worden of dat landen rechten van elkaar moeten kunnen kopen (à la ETS), en wie er verantwoordelijk gesteld moet worden voor het verzamelen en verdelen van de geldstromen. Momenteel wordt er gekeken naar meerdere voorstellen, waarbij de prijs per ton CO2 varieert van zo’n 18 tot 230 euro. Het lijkt er nu op dat het IMO volgend jaar een knoop zal gaan doorhakken.

Lees ook:

Nederland exporteert overschot aan groene stroom steeds vaker naar het buitenland

Dat was een stijging van 8 procent ten opzichte van dezelfde maand vorig jaar. In het eerste kwartaal was de productie van groene stroom 17 procent hoger dan vorig jaar. Dat blijkt uit de maandcijfers van Energieopwek.nl, een samenwerking van het Nationaal Klimaat Platform met EnTranCe/Hanzehogeschool Groningen, Tennet en Gasunie. Meer windenergie op zee In de eerste helft van vorig jaar was voor het eerst de helft van alle opgewekte stroom in Nederland groen. Dat was toen nog een record. Sindsdien is het percentage niet meer onder de 50 procent geweest. Ook niet in donkere wintermaanden met weinig zonne-energie. De meeste stroom in maart kwam uit wind: 15,1 procent van windturbines op land, 13,2 procent van molens op zee. In het eerste kwartaal van 2024 leverden turbines op zee 50 procent meer groene stroom dan in dezelfde periode vorig jaar. Dat komt onder meer omdat sinds begin 2023 steeds meer windparken op zee operationeel zijn geworden. Eind vorig jaar telde Nederland al 4,7 gigawatt aan vermogen op zee. Zonne-energie blijft groeien Ook het aantal zonnepanelen neemt nog steeds toe in Nederland. Met 3,5 paneel per inwoner zijn we zelfs wereldkampioen zonne-energie. Dat bleek afgelopen maand nog maar weer eens. De zon leverde 16,7 procent van alle stroom, bijna een vijfde van alle opgewekte elektriciteit. Dat was een groei van 15 procent vergeleken met vorig jaar. En dan is het nog niet eens zomer. Export groene stroom Sinds vorig jaar zorgt de toename van groene energie ook voor negatieve stroomprijzen als er meer aanbod is dan vraag. Mensen met een dynamisch contract krijgen dan geld terug als ze stroom gebruiken. In maart vorig jaar was dat 20 uur het geval, dit jaar 40 uur. Toch was de stroomprijs slechts 17 uur negatief en 11 uur gratis. Dat kwam omdat Nederland op die momenten zoveel groene elektriciteit exporteerde naar het buitenland, dat de stroomprijs positief bleef. Ook het CBS signaleerde eerder deze ontwikkeling. Mede door de toename van groene stroomproductie exporteerde (23 miljard kilowattuur) Nederland in 2022 meer stroom dan het importeerde (19 miljard kilowattuur).Minder kolen Ook andere duurzame energiebronnen groeiden in de afgelopen maand en het eerste kwartaal. Warmtepompen en geothermie leverden 24 procent meer energie dan vorig jaar. De bijdrage van biomassa in de stroomproductie daalde de afgelopen drie maanden met 14 procent. Dit kwam omdat de kolencentrales dit kwartaal maar beperkt werden gebruikt. Het klimaatplatform benadrukt steeds dat slechts 20 procent van alle energieverbruik in Nederland stroom is en 55 procent warmte. In 2030 is volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) 24 procent van alle energiegebruik stroom en wordt 85 procent daarvan groen opgewekt. Lees ook: Bijna geen zon en toch is meer dan de helft van de Nederlandse stroom groenWereldwijde groei van hernieuwbare energie slaagt erin om CO2-uitstoot te beperkenVan 'groene droom' naar 'grootschalige bosvernietiging': hoe onderzoekers het vertrouwen in biomassa verlorenIn 2023 hielden we bijna vier keer zo vaak groene stroom over