John van Schagen
03 december 2025, 13:00

Startup Droppie betaalt Nederlanders voor hun afval en groeit snel: 'Huidig inzamelsysteem te complex'

De startup Droppie won afgelopen maand de hoofdprijs van The Hague Innovators Awards 2025. Het is een bekroning voor een jong bedrijf dat in rap tempo uitgroeit tot hét uithangbord van een nieuwe, toegankelijke manier van recyclen.

DroppieDenHaag_ByFloorBesuijen-9 Een inleverpunt bij een van de filialen van Droppie | Credits: Floor Besuijen

Het is 2024. Als Stef Traa zijn voordeur in Amsterdam-West uitstapt, ziet hij vrijwel dagelijks dezelfde puinzooi. Op straat liggen kapotte radio’s, matrassen, losse verpakkingen en ander afval dat niemand opruimt. Hij ergert zich er al een poosje groen en geel aan en besluit in actie te komen. Samen met chemicus Natascha Hermsen richt hij Droppie op, een nieuwe manier van recyclen.

‘Bijplaatsingen en zwerfafval zijn in veel grote steden een structureel probleem’, vertelt Traa. ‘Met Droppie willen we recyclen weer leuk, makkelijk en vooral belonend maken. Want hoe krijg je consumenten in beweging? Door ze te betalen.’

Beeldherkenning voor inzamelen van afval

De oprichters van Droppie zien een enorme verspilling. Een voorbeeld: in de afgelopen dertig jaar is bijna 10 procent van de wereldwijde goudvoorraad verloren gegaan door gebrekkige recycling. De startup wil die trend keren, met een verrassend simpele aanpak. ‘Consumenten brengen hun spullen naar één van de Droppie-winkels. Daar hebben we een AI-gestuurde inlever-robot die materialen kan herkennen, digitaliseren en wegen voor de juiste verwerking van de inname.

Alle ‘drops’ worden geregistreerd op basis van de QR-code. Het systeem koppelt automatisch een waarde aan elk ingeleverd item, waarna de gebruiker dit kan laten uitbetalen via de app. Het is ook mogelijk om het bedrag te doneren aan een goed doel.

Al 45.000 huishoudens doen mee

En dat concept werkt. Anderhalf jaar na de opening van de eerste winkel doen al ruim 45.000 huishoudens mee. De formule sluit aan op het wekelijkse winkelgedrag, waardoor consumenten geen auto nodig hebben om langs te komen, zoals bij een milieustraat wél het geval is. ‘Het huidige inzamelsysteem is te complex’, zegt Traa.

Veel mensen moeten naar meerdere locaties om alles te recyclen, en dat werkt niet. Wij brengen alles samen op één plek en voegen daar technologie aan toe.’ Droppie zamelt inmiddels steeds meer in: van matrassen tot opzetborstels en kurk, maar ook statiegeldverpakkingen, plastic, frituurvet, oliën, textiel en e-waste zoals routers. Die laatste categorie levert verrassende resultaten op: zo’n 70 procent van alle routers kan opnieuw worden gebruikt. Door de gescheiden inzameling is het bedrijf in staat om hoogwaardige grondstoffen en producten terug de keten in te brengen.

Doorgroeien naar 70 locaties

Het bedrijf verdient geld op verschillende manieren: via statiegeldvergoedingen, de verkoop van ingezamelde materialen, pakketdiensten via Vinted en een datapropositie waarmee merken beter begrijpen hoe consumenten met producten omgaan. ‘Wij weten bijvoorbeeld precies wanneer iemand een boormachine of melkfles inlevert. Voor producenten is dat waardevolle informatie’, zegt Traa.

Zijn ambitie liegt er in ieder geval niet om. Vóór eind 2027 wil Droppie doorgroeien naar 70 locaties. Gemeenten staan in de rij. Soms zelfs een beetje té enthousiast. ‘In Hoorn stemde de gemeenteraad unaniem voor een Droppie, zonder ons eerst te bellen’, vertelt Traa met een glimlach. ‘Het laat zien hoezeer lokale overheden worstelen met hun afvalcommunicatie en de rol die Droppie daarin kan spelen.’

Ecosysteem maakt het verschil

Dat viel ook de jury van de The Hague Innovators Awards 2025 op. Droppie sleepte deze prijs afgelopen maand in de wacht tijdens ImpactFest, de ontmoetingsplek voor ondernemers die problemen aanpakken voor een betere toekomst. In Den Haag heeft Droppie inmiddels vier winkels; de groei daar gaat sneller dan in welke andere stad dan ook. ‘ImpactFest is voor ons type ondernemers een cruciale ontmoetingsplek. Het klinkt cliché, maar het is zó waardevol’, zegt Traa. ‘Je komt daar zowel gelijkgestemden als beleidsmakers, gemeenten, provincies en impactinvesteerders tegen.’

Juist dat ecosysteem maakt volgens hem het verschil. Impactondernemers opereren immers in domeinen die nog volop in beweging zijn. Voor Droppie kwam het event in ieder geval op het juiste moment. De startup zit midden in een nieuwe investeringsronde en ontmoette er zowel bestaande partners als nieuwe potentiële afnemers. ‘Het winnen van deze award helpt om sneller geloofwaardigheid op te bouwen. Dat is voor een bedrijf dat gedragsverandering in de samenleving wil realiseren heel belangrijk.’

Gedragsverandering op winkelniveau

Droppie’s succes is vooral te danken aan het feit dat het bedrijf een van de hardnekkigste barrières rond duurzaamheid doorbreekt: gemak. De gemiddelde Nederlander weet niet precies wat waar moet, heeft geen zin om verschillende bakken in de schuur te zetten en ziet zijn afvalstoffenheffing elk jaar verder stijgen. Wat Droppie daartegenover zet? Overzicht, één locatie en een financiële beloning. Dat model blijkt een krachtige motor voor gedragsverandering. En er is de statiegeldloterij. Elke keer als iemand afval inlevert, ontvangt diegene een lot en maakt zo kans op het winnen van prijzen.

Steeds meer consumenten leveren niet alleen statiegeldverpakkingen in, maar brengen ook hun routers, oude apparaten of textiel naar een van de filialen. Partnerschappen met producenten helpen de kwaliteit van recycling verder te verhogen. Waar traditionele afvalstromen vaak vervuild binnenkomen, levert Droppie schone, gescheiden materialen aan. Dat geeft een flinke boost aan het hergebruikpercentage.

Minder zwerfafval, minder bijplaatsingen

Naast consumenten hebben ook bedrijven en gemeenten voordeel. Merkfabrikanten kunnen via de datastromen van Droppie precies zien wanneer hun producten uit de circulatie verdwijnen. Gemeenten krijgen op hun beurt een nieuwe manier om burgers te bereiken en lokaal afval te verminderen.

In stadsdelen waar Droppie actief is, verdwijnen zwerfafval en bijplaatsingen aantoonbaar sneller uit het straatbeeld. De groeiambities van Droppie worden gedragen door die ontwikkelingen. Volgens Traa is het vinden van locaties nog de grootste operationele uitdaging, maar de consument is allang overtuigd. ‘Mensen willen dit gewoon. Als het makkelijk is en het iets oplevert, is de stap zo gezet.’

3 lessen voor impactondernemers

  1. Deel je ideeën met iedereen.
    ‘Veel starters houden hun concept angstvallig voor zich, uit angst dat iemand ermee vandoor gaat. Praat juist met partners, potentiële concurrenten en mensen die je visie kunnen aanscherpen. Wij hebben in de beginfase enorm veel geleerd door open te zijn.’
  2. Doe mee aan innovatieprogramma’s.
    ‘Ecosystemen zoals ImpactCity in Den Haag bevatten precies de expertise en het netwerk dat je als impactondernemer nodig hebt. Er zit zoveel kennis en support. Het heeft ons enorm geholpen aan partners, relaties en investeerders.’
  1. Kies je investeerders met zorg.
    ‘VC’s zonder duidelijke impactagenda moet je vermijden. Tenzij ze echt inzetten op duurzaamheid of sociale impact, kun je beter geen gesprek aangaan. Traditionele VC’s kijken vaak alleen naar groei, terwijl jij iets wilt bouwen dat daadwerkelijk verschil maakt. Dan ontstaat er geen goede fit.’

Lees ook:

Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner ImpactCity. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.

 

 

Changemaker Andrea van Dijk (Invest-NL): ‘Het gaat erom dat je kijkt hoe iets wel kan’

Invest-NL werkt met vijf thema’s, waarvan er drie te maken hebben met ‘planet’, één met ‘people’ en één met ‘prosperity’. Waar is die verdeling op gebaseerd?‘Toen Invest-NL ruim vijf jaar geleden begon, lag de focus heel duidelijk op de toegang tot kapitaal voor transitievraagstukken die te maken hebben met klimaatdoelstellingen, circulariteit en ecologie. Daar komt de nadruk op oplossingen voor een CO2-neutrale en circulaire economie, biodiversiteit en water vandaan – zaken die met ‘planet’ te maken hebben. Wat betreft ‘prosperity’ richten we ons vooral op technologische innovaties die de werkgelegenheid en de economische groei ondersteunen.Recenter zijn we ook breder gaan kijken naar sociale impact, waarbij de vraag was waar je als publiek gefinancierde investeerder de grootste bijdrage kunt leveren. Vanaf het begin hebben we wel bewust gekozen voor life science & health, omdat het betaalbaar houden van de zorg een groot maatschappelijk vraagstuk is. We verkennen momenteel welke rol Invest-NL nog kan spelen in andere sociale thema's.’Inmiddels heeft Invest-NL voor ruim 1,3 miljard euro aan investeringen gedaan. Hoe is dat verdeeld over de verschillende thema’s?‘De investeringen in energie en CO2-neutraliteit, biobased en circulaire oplossingen en deep tech zijn qua omvang ongeveer even groot in de portefeuille. Lifescience & health is wat kleiner, maar dat heeft ook te maken met de beschikbaarheid van bedrijven die passen bij onze investeringscriteria.In de praktijk draait het ook om de investeringsmogelijkheden die zich op een bepaald moment voordoen en waar we op willen inspelen. Daarom is er geen heel strikt beleid voor het aandeel van verschillende thema’s.’Afgelopen jaar werden 53 van de 457 financieringsaanvragen bij Invest-NL goedgekeurd: iets meer dan 10 procent. Waarom wordt bijna 90 procent afgewezen?‘De pijplijn van aanvragen en wat er uiteindelijk gefinancierd wordt door Invest-NL is heel vergelijkbaar met wat er bij venture capital-investeerders in de private sector gebeurt. Er zijn om te beginnen flink wat aanvragen die qua focus niet passen bij de thema’s waar Invest-NL zich op richt. Of ze passen wel qua thema, maar de investeringscasus is niet sterk genoeg.Het idee is dat we bedrijven financieren die levensvatbaar zijn en een duidelijk groeipotentieel hebben. Invest-NL is geen subsidieloket. Soms is het overigens ook een technische kwestie, bijvoorbeeld als er een financiering van onder de 1 miljoen euro wordt aangevraagd. Voor zo'n laag bedrag moet een bedrijf niet bij ons zijn.We zien wel dat het aantal aanvragen dat in principe past bij Invest-NL, steeds groter wordt. In het begin was het misschien niet voor iedereen even helder waar we precies voor zijn, maar dat is steeds minder het geval.’Op welk moment komt jouw team in beeld bij het beoordelen van financieringsaanvragen?‘Het uiteindelijke besluit over financieringsaanvragen wordt genomen door de investeringscommissie. Mijn team levert voor de kansrijke aanvragen onafhankelijke adviezen op het gebied van ESG [Environmental, Social, Governance, red.]. Het belangrijkste daarbij is de impactanalyse: waar maakt de oplossing die een bedrijf biedt het verschil?De positieve impact moet vooraf heel duidelijk zijn. In een latere fase kun je als investeerder nog wel invloed uitoefenen op verbetering van de organisatie en het optimaliseren van processen bij een onderneming, maar het fundamentele plaatje moet vanaf het begin kloppen.’Bij grotere deelnemingen van Invest-NL gebruiken jullie de Ecovadis-score voor de ESG-beoordeling. Die lag afgelopen jaar gemiddeld op 61,3 punten op een schaal van 100. Ben je daar tevreden over?‘We hanteren geen specifieke doelstelling voor die score, maar gebruiken de analyse van Ecovadis vooral als verbetertool voor de duurzame bedrijfsvoering van onze deelnemingen. Je kunt daarmee ook zien of de ESG-inspanningen in lijn liggen met wat je zou verwachten in de fase waarin een bedrijf in onze portefeuille zit. Belangrijk is vooral om te meten of er verbetering optreedt.Vaak gaat het om bedrijven die nog net niet in de commerciële uitrolfase zitten. Deze tool helpt ze om bij het opschalen interne bedrijfsprocessen te verbeteren, net als de duurzaamheid van de keten waar ze actief zijn. Zakelijke klanten van bedrijven vinden de Ecovadis-scoren daarom vaak ook heel nuttig.’De bedrijven in de portefeuille van Invest-NL hebben de potentie om in 2030 liefst 21 miljoen ton CO2-equivalent aan emissies van broeikasgassen te besparen. Hoe waarschijnlijk acht je dat?‘We rekenen dat uit voor onze directe investeringen en letten daarbij op twee dingen: hoe groot is het verschil tussen de impact die een deelneming kan maken vergeleken met een referentiesituatie waarin er geen verandering is en hoe haalbaar is dat?Op basis van vergelijkingen met een referentiecasus kun je aantonen dat de bedrijven waarin we investeren heel duidelijk een verschil maken. Het gaat dan onder meer om de impact van oplossingen voor energie-opslag en biobased materialen. Bij elkaar telt dat lekker op.Gaat dat ook allemaal lukken? Waarschijnlijk niet in alle gevallen, want we opereren op het vlak van durfkapitaal en daar zit onzekerheid in. We publiceren zo’n prognose in ons jaarverslag om de potentiële impact te laten zien. Daarmee valideren we waarom we op deze bedrijven hebben ingezet.Binnen Invest-NL hebben we het dan over het verschil tussen curve benders en game changers, dus bedrijven die gradueel verschil maken en degenen die voor radicale verandering zorgen. De eerste groep kan vaak op korte termijn al zorgen voor CO2-reductie, terwijl game changers op de langere termijn een meer radicale impact hebben. Beide zijn uiteindelijk nodig.’Bij de bedrijven waar Invest-NL direct in investeert, is 1 op de 10 ceo’s vrouw. Van de oprichters is 1 op de 20 vrouw. Hoe kijk je naar die toch vrij lage aantallen?‘Dat is inderdaad heel laag. Je moet dan nagaan of het aan het aanbod ligt of dat er ook dingen spelen rond het selectieproces. Voor Invest-NL is toch vooral het domein waarin we opereren doorslaggevend. We stappen niet in bij de echte startups, maar bij bedrijven die al iets verder zijn. Wij hebben daarmee geen invloed op de financiering van founders in de zeer vroege fase, en ook niet in het achterblijven van kapitaal voor vrouwelijke oprichters in die fase.Verder opereren veel van onze deelnemingen in de hardware-technologiehoek. We merken dat de spoeling daar dun is. Vanuit de technische universiteiten zijn er bijvoorbeeld relatief weinig vrouwen die een bedrijf starten. We zien het dus vooral als een probleem van het hele ecosysteem.Invest-NL stuurt bij bedrijven die in de portefeuille zitten wel op diversiteit in het bestuur en bij de personeelswerving. Daar maken we bindende afspraken over. Als er een wisseling is van ceo kunnen we invloed uitoefenen, maar het gaat dus ook om een breder gebrek aan diversiteit bij startups.’Je bent in 2021 gaan werken voor Invest-NL, na een periode van ruim twaalf jaar bij ESG-ratingbureau Sustainalytics. Waarom?‘Toen ik begon bij Sustainalytics – het heette toen nog DSR – was dat een startup met minder dan tien werknemers. Het groeide uit tot een bedrijf met honderden mensen in dienst. In 2020 werd Sustainalytics volledig overgenomen door Morningstar. De missie was om de kapitaalmarkt te verduurzamen. Mijn verantwoordelijkheid was op een gegeven moment vooral om ervoor te zorgen dat ESG-data goed werden opgenomen in de systemen van institutionele beleggers.Dat is belangrijk, maar het begon te knagen dat ik niet zelf betrokken was bij investeringsbeslissingen, en al helemaal niet bij de impact daarvan op de echte wereld. In mijn werk bij Invest-NL is dat juist superduidelijk en dat is heel inspirerend. Aangezien het gaat om deelnemingen in bedrijven die nog maar vrij kort bestaan, kun je relatief veel bijdragen.Inmiddels is de portefeuille van Invest-NL ook groot genoeg om ondernemingen van elkaar te laten leren. Het wordt steeds makkelijker om bedrijven die met vergelijkbare vragen zitten met elkaar in contact te brengen.’Zijn er nog bedrijven die je echt mist in de portefeuille van Invest-NL of waar je er meer van zou willen hebben?‘Meer bedrijven met vrouwelijke founders en ceo’s en zou natuurlijk heel mooi zijn. En meer in het sociale domein rond oplossingen voor de zorg en ook daarbuiten.Maar ook meer van wat we al doen. Ik geloof heel sterk dat je niet te veel moet wachten op wat je idealiter zou willen, maar ook gewoon stappen moet durven zetten. Als je steeds blijft wachten en twijfelt of iets wel gaat lukken, dan kom je uiteindelijk nergens. Het gaat er toch om dat je probeert te kijken hoe iets wel kan.’ Lees ook:Changemaker Marike Bonhof (Ymere): ‘Klimaatrisico’s zijn bij ons opgenomen als strategische risico's’ Changemaker Joost Hoffman (Moos): ‘We moeten niet vechten om de punt, maar de duurzame taart groter maken’ Changemaker Corjan van den Berg (Revyve): ‘Als je het voedselsysteem efficiënter wilt maken, moet het dier eruit’