In veel Nederlandse steden rijden dagelijks verschillende vuilniswagens achter elkaar dezelfde straat in. De ene wagen haalt het oud papier op, een andere het gft en een uurtje later komt er een vrachtwagen voor het restafval. Het resultaat? Volle wegen en veel uitstoot. ‘Het was voor mij een enorme frustratie om te zien hoe we met elkaar zo’n inefficiënt systeem hebben ingericht, waarin meerdere vrachtwagens nodig zijn om op één adres het afval op te halen’, zegt Remco Wagemakers, medeoprichter van Oscar Circulair. ‘Wat we nu doen, is simpelweg niet houdbaar.’
Het probleem dat hij schetst, gaat echter verder dan logistiek. Wagemakers wijst op de grondstoffentekorten die de komende decennia gaan ontstaan. ‘Ons huidige lineaire model van maken, gebruiken en weggooien loopt vast. Toch zijn we nog veel te weinig bezig met het verkleinen van de afvalstroom. Het liefst zou ik zien dat we steeds minder afval ophalen. Dat klinkt misschien gek voor iemand die in deze sector werkt, maar dat is precies waar het om draait.’
De oplossing van Oscar Circulair
Oscar Circulair wil deze uitdagingen fundamenteel anders aanpakken. Het bedrijf werkt gebiedsgericht in steden, met kleine inzamelpunten dicht bij bewoners en bedrijven. Afval en grondstoffen worden daar gescheiden opgehaald en op slimme momenten vervoerd. Dit gaat om onder meer glas en papier, maar ook om afvalstromen als koffiedik, afgedankte elektronica, piepschuim en houten pallets. ‘We zijn een afval- en grondstofinzamelaar die de wereld van de afvalmarkt aan het opschudden is’, legt Wagemakers uit. ‘Minder logistieke bewegingen, minder druk op de binnenstad en dat allemaal op een sociaal verantwoorde manier.’
Het bedrijf maakt hierbij gebruik van elektrische voertuigen, buurtteams en samenwerkingen met lokale ondernemers. Het doel: fijnmazige inzameling, maar dan zonder de nadelen. Zo wordt het afval bijvoorbeeld binnen opgehaald, waardoor grote containers niet steeds naar de straat hoeven. En ook dat komt de leefbaarheid ten goede. ‘We willen bovendien weer het sociaal weefsel in de stad herstellen’, zegt Wagemakers. ‘Daarom werken we samen met bewoners en bedrijven in de buurt. Je ziet dat mensen meer betrokken raken bij hun omgeving als ze direct merken dat hun afvalstromen slimmer en schoner worden opgehaald.’
Afval ophalen als abonnement
De data geven hem gelijk. Dankzij de slimme inzameling van Oscar Circulair daalt het restafvalpercentage bij ondernemers van gemiddeld 60 procent naar ongeveer 30 procent. In stedelijke gebieden bespaart het bedrijf jaarlijks zo’n 1.000 vervuilende ritten van traditionele afvalwagens. Door de inzet van elektrische busjes en het recyclen van grondstoffen wordt in die periode zo’n 634 ton CO2 bespaard. Dat staat gelijk aan 80 rondjes om de wereld met de auto. Lang geen verkeerde cijfers voor een bedrijf dat zo’n zes jaar geleden begon als een kleinschalig initiatief. Gestaag groeide Oscar Circulair sindsdien door. Na wijken in Amsterdam, Rotterdam, Utrecht werd onlangs een vestiging geopend in de Haagse wijk Binckhorst. Dit industrieterrein is de thuishaven voor veel impactondernemers. Oscar Circulair heeft zo’n twintig van de bedrijven in dit gebied verzameld in een nieuw Haags Afvalcollectief, zodat zij hun afval voortaan op een duurzame manier laten inzamelen. ‘We zijn echt een oplossing voor binnenstedelijke gebieden’, zegt Wagemakers. ‘In het buitengebied kun je prima één of twee keer per week met een grote wagen langskomen. In de stad werkt dat simpelweg niet meer.’
Het verdienmodel is opvallend eenvoudig. Klanten betalen een abonnement voor de logistieke dienst, los van de hoeveelheid afval die wordt opgehaald. Daardoor is Oscar Circulair niet afhankelijk van een groeiende afvalstroom, iets dat Wagemaker een verkeerde prikkel noemt. Hij verwacht dat zijn bedrijf binnen vijf jaar in tientallen binnensteden actief zal zijn. ‘Op dertig, veertig, misschien wel vijftig plaatsen maar liefst. In onze groeimodellen is dat zeker realistisch.’
Zijn persoonlijke drijfveer
Waar komt die drive eigenlijk vandaan? Voor Wagemakers is het deels idealisme, deels ondernemerschap. ‘Ik ben – wat je noemt – een pragmatisch idealistische ondernemer. Al mijn hele leven heb ik belangstelling gehad voor maatschappelijke onderwerpen. Tien jaar geleden zag ik in de afval- en grondstoffenmarkt een probleem dat alleen maar groter zou worden. Daar besloot ik mijn tanden in te bijten.’
Dat deed hij eerst jarenlang als consultant en inmiddels dus als impactondernemer. ‘Ik wil niet alleen maar tegen andere mensen zeggen hoe ze het moeten doen, maar vooral ook zelf het verschil maken’, aldus Wagemakers. Wat zijn ambitie verder drijft, is ook het sociale aspect van het bedrijf. Veel van zijn medewerkers hadden hiervoor moeite om aan een baan te komen. ‘We moeten ons blijven realiseren dat er altijd mensen nodig zijn die dit werk uitvoeren. Je kunt nog zoveel digitaliseren en automatiseren, iemand moet het afval uiteindelijk ophalen. En als we een fijne samenleving willen blijven, hebben we meer sociaal weefsel en verbinding nodig.’
ImpactFest: van project naar schaal
Op 30 oktober is Oscar Circulair één van de partijen op ImpactFest in Den Haag, een groot evenement waar bedrijven en organisaties samenkomen die maatschappelijke impact maken. Voor Wagemakers is de boodschap van deze dag essentieel. ‘Het is enorm belangrijk, omdat we nog geen gezamenlijk gedragen visie hebben over wat circulariteit precies inhoudt en hoe we de cirkel echt sluiten. Er zijn ontzettend veel mooie initiatieven, maar we hebben meer samenwerking nodig om die verder op te schalen. Alleen dan kunnen ze op de lange termijn impact blijven maken. Een evenement als ImpactFest faciliteert dat.’
Overigens krijgt Wagemakers nog meer support. Zo is er bijvoorbeeld financiële hulp van Stichting DOEN. Zij geven subsidies aan initiatieven die werken aan een groene, sociale en creatieve samenleving. Zo kunnen die de volgende stap zetten in hun ontwikkeling. En dat is hard nodig, zegt Wagemakers. Hij ziet veel van dit projecten die blijven hangen in de fase van pilot of ‘leuk initiatief’. ‘Dat is waardevol, maar niet genoeg’, vertelt hij. ‘De samenleving is gebaat bij impactprojecten die doorschalen en toekomstbestendig worden. Dáár ligt voor onze sector de echte uitdaging.’
Andere circulaire initiatieven
Den Haag staat met 225 missiegedreven ondernemers al tien jaar bekend als dé impactstad van Nederland. Missiegedreven ondernemers geven prioriteit aan het maken van een positieve impact op de wereld, zelfs boven het schrijven van winstcijfers. Andere voorbeelden van impactbedrijven in de Haagse regio zijn Droppie en Packback. Bij Droppie kunnen klanten schoon en netjes gescheiden afval via een app aanmelden en vervolgens langsbrengen in de winkel. Ze krijgen daar meteen cash voor terug. Packback wil de single-use verpakkingsberg aanpakken. Daarvoor levert het herbruikbare bekers en verpakkingen die via een automaat weer worden ingenomen. ImpactCity helpt dit soort ondernemers een handje, met het vinden van kapitaal, kantoorruimte en nieuwe markten onder meer. Het is een initiatief van de gemeente Den Haag, voor startups en scale‑ups die zowel economisch als maatschappelijk willen groeien




