John van Schagen
12 september 2025, 14:30

Oscar Circulair gaat voor de afvalvrije binnenstad

Steeds meer binnensteden kampen met een groeiende afvalberg. Oscar Circulair wil dat probleem radicaal anders aanpakken. Met dagelijkse ophaalbeurten, elektrische vuilniswagentjes en maximaal inzetten op hergebruik.

 

Oscar Circulair Het afval van bedrijven wordt opgehaald door een medewerker van Oscar Circulair. Niet met een grote dieseltruck, maar door middel van een een klein elektrisch wagentje. | Credits: ImpactCity

In veel Nederlandse steden rijden dagelijks verschillende vuilniswagens achter elkaar dezelfde straat in. De ene wagen haalt het oud papier op, een andere het gft en een uurtje later komt er een vrachtwagen voor het restafval. Het resultaat? Volle wegen en veel uitstoot. ‘Het was voor mij een enorme frustratie om te zien hoe we met elkaar zo’n inefficiënt systeem hebben ingericht, waarin meerdere vrachtwagens nodig zijn om op één adres het afval op te halen’, zegt Remco Wagemakers, medeoprichter van Oscar Circulair. ‘Wat we nu doen, is simpelweg niet houdbaar.’

Het probleem dat hij schetst, gaat echter verder dan logistiek. Wagemakers wijst op de grondstoffentekorten die de komende decennia gaan ontstaan. ‘Ons huidige lineaire model van maken, gebruiken en weggooien loopt vast. Toch zijn we nog veel te weinig bezig met het verkleinen van de afvalstroom. Het liefst zou ik zien dat we steeds minder afval ophalen. Dat klinkt misschien gek voor iemand die in deze sector werkt, maar dat is precies waar het om draait.’

De oplossing van Oscar Circulair

Oscar Circulair wil deze uitdagingen fundamenteel anders aanpakken. Het bedrijf werkt gebiedsgericht in steden, met kleine inzamelpunten dicht bij bewoners en bedrijven. Afval en grondstoffen worden daar gescheiden opgehaald en op slimme momenten vervoerd. Dit gaat om onder meer glas en papier, maar ook om afvalstromen als koffiedik, afgedankte elektronica, piepschuim en houten pallets. ‘We zijn een afval- en grondstofinzamelaar die de wereld van de afvalmarkt aan het opschudden is’, legt Wagemakers uit. ‘Minder logistieke bewegingen, minder druk op de binnenstad en dat allemaal op een sociaal verantwoorde manier.’

Het bedrijf maakt hierbij gebruik van elektrische voertuigen, buurtteams en samenwerkingen met lokale ondernemers. Het doel: fijnmazige inzameling, maar dan zonder de nadelen. Zo wordt het afval bijvoorbeeld binnen opgehaald, waardoor grote containers niet steeds naar de straat hoeven. En ook dat komt de leefbaarheid ten goede. ‘We willen bovendien weer het sociaal weefsel in de stad herstellen’, zegt Wagemakers. ‘Daarom werken we samen met bewoners en bedrijven in de buurt. Je ziet dat mensen meer betrokken raken bij hun omgeving als ze direct merken dat hun afvalstromen slimmer en schoner worden opgehaald.’

Afval ophalen als abonnement

De data geven hem gelijk. Dankzij de slimme inzameling van Oscar Circulair daalt het restafvalpercentage bij ondernemers van gemiddeld 60 procent naar ongeveer 30 procent. In stedelijke gebieden bespaart het bedrijf jaarlijks zo’n 1.000 vervuilende ritten van traditionele afvalwagens. Door de inzet van elektrische busjes en het recyclen van grondstoffen wordt in die periode zo’n 634 ton CO2 bespaard. Dat staat gelijk aan 80 rondjes om de wereld met de auto. Lang geen verkeerde cijfers voor een bedrijf dat zo’n zes jaar geleden begon als een kleinschalig initiatief. Gestaag groeide Oscar Circulair sindsdien door. Na wijken in Amsterdam, Rotterdam, Utrecht werd onlangs een vestiging geopend in de Haagse wijk Binckhorst. Dit industrieterrein is de thuishaven voor veel impactondernemers. Oscar Circulair heeft zo’n twintig van de bedrijven in dit gebied verzameld in een nieuw Haags Afvalcollectief, zodat zij hun afval voortaan op een duurzame manier laten inzamelen. ‘We zijn echt een oplossing voor binnenstedelijke gebieden’, zegt Wagemakers. ‘In het buitengebied kun je prima één of twee keer per week met een grote wagen langskomen. In de stad werkt dat simpelweg niet meer.’

Het verdienmodel is opvallend eenvoudig. Klanten betalen een abonnement voor de logistieke dienst, los van de hoeveelheid afval die wordt opgehaald. Daardoor is Oscar Circulair niet afhankelijk van een groeiende afvalstroom, iets dat Wagemaker een verkeerde prikkel noemt. Hij verwacht dat zijn bedrijf binnen vijf jaar in tientallen binnensteden actief zal zijn. ‘Op dertig, veertig, misschien wel vijftig plaatsen maar liefst. In onze groeimodellen is dat zeker realistisch.’

Zijn persoonlijke drijfveer

Waar komt die drive eigenlijk vandaan? Voor Wagemakers is het deels idealisme, deels ondernemerschap. ‘Ik ben – wat je noemt – een pragmatisch idealistische ondernemer. Al mijn hele leven heb ik belangstelling gehad voor maatschappelijke onderwerpen. Tien jaar geleden zag ik in de afval- en grondstoffenmarkt een probleem dat alleen maar groter zou worden. Daar besloot ik mijn tanden in te bijten.’

Dat deed hij eerst jarenlang als consultant en inmiddels dus als impactondernemer. ‘Ik wil niet alleen maar tegen andere mensen zeggen hoe ze het moeten doen, maar vooral ook zelf het verschil maken’, aldus Wagemakers. Wat zijn ambitie verder drijft, is ook het sociale aspect van het bedrijf. Veel van zijn medewerkers hadden hiervoor moeite om aan een baan te komen. ‘We moeten ons blijven realiseren dat er altijd mensen nodig zijn die dit werk uitvoeren. Je kunt nog zoveel digitaliseren en automatiseren, iemand moet het afval uiteindelijk ophalen. En als we een fijne samenleving willen blijven, hebben we meer sociaal weefsel en verbinding nodig.’

ImpactFest: van project naar schaal

Op 30 oktober is Oscar Circulair één van de partijen op ImpactFest in Den Haag, een groot evenement waar bedrijven en organisaties samenkomen die maatschappelijke impact maken. Voor Wagemakers is de boodschap van deze dag essentieel. ‘Het is enorm belangrijk, omdat we nog geen gezamenlijk gedragen visie hebben over wat circulariteit precies inhoudt en hoe we de cirkel echt sluiten. Er zijn ontzettend veel mooie initiatieven, maar we hebben meer samenwerking nodig om die verder op te schalen. Alleen dan kunnen ze op de lange termijn impact blijven maken. Een evenement als ImpactFest faciliteert dat.’

Overigens krijgt Wagemakers nog meer support. Zo is er bijvoorbeeld financiële hulp van Stichting DOEN. Zij geven subsidies aan initiatieven die werken aan een groene, sociale en creatieve samenleving. Zo kunnen die de volgende stap zetten in hun ontwikkeling. En dat is hard nodig, zegt Wagemakers. Hij ziet veel van dit projecten die blijven hangen in de fase van pilot of ‘leuk initiatief’. ‘Dat is waardevol, maar niet genoeg’, vertelt hij. ‘De samenleving is gebaat bij impactprojecten die doorschalen en toekomstbestendig worden. Dáár ligt voor onze sector de echte uitdaging.’

Andere circulaire initiatieven

Den Haag staat met 225 missiegedreven ondernemers al tien jaar bekend als dé impactstad van Nederland. Missiegedreven ondernemers geven prioriteit aan het maken van een positieve impact op de wereld, zelfs boven het schrijven van winstcijfers. Andere voorbeelden van impactbedrijven in de Haagse regio zijn Droppie en Packback. Bij Droppie kunnen klanten schoon en netjes gescheiden afval via een app aanmelden en vervolgens langsbrengen in de winkel. Ze krijgen daar meteen cash voor terug. Packback wil de single-use verpakkingsberg aanpakken. Daarvoor levert het herbruikbare bekers en verpakkingen die via een automaat weer worden ingenomen. ImpactCity helpt dit soort ondernemers een handje, met het vinden van kapitaal, kantoorruimte en nieuwe markten onder meer. Het is een initiatief van de gemeente Den Haag, voor startups en scale‑ups die zowel economisch als maatschappelijk willen groeien

Lees ook:

Met investering van 100 miljoen kan het Brits-Nederlandse CuspAI sneller nieuwe materialen ontwikkelen voor CO2-opslag en batterijen

‘Materiaalgebruik staat aan de basis van alles wat we doen in menselijke samenlevingen. Nieuwe materialen zijn daarom een belangrijke sleutel om grote, maatschappelijke problemen op te lossen.' Mede-oprichter en technologiedirecteur Max Welling van startup CuspAI ziet duidelijk kansen: kunstmatige intelligentie kan ervoor zorgen dat we vele malen sneller geschikte materialen ontwikkelen voor onder meer het absorberen van CO2 uit de atmosfeer.Op donderdag 11 september vertelt AI-specialist Welling, die naast startup-ondernemer ook hoogleraar is aan de Universiteit van Amsterdam, tijdens een bijeenkomst van het SustainaLab op het Science Park waar CuspAI het verschil kan maken.Het bedrijf dat hij met de Britse chemicus en quantumspecialist Chad Edwards oprichtte, is pas anderhalf jaar oud. Tijdens zijn lezing vermeldt Welling haast achteloos dat CuspAI een dag eerder bekend heeft gemaakt liefst 100 miljoen dollar aan nieuwe financiering te hebben opgehaald. 'We kunnen verder.' AI-startup met Amsterdamse wortels groeit razendsnel Dat het jonge bedrijf iets bijzonders doet, is bij durfinvesteerders niet onopgemerkt gebleven. Medio 2024, enkele maanden na de oprichting, verzekerde CuspAI zich in een eerste financieringsronde van 30 miljoen dollar aan groeigeld. Inmiddels staat de teller op in totaal 130 miljoen dollar, iets meer dan 110 miljoen euro.Het geld wordt onder meer gebruikt voor het opschalen van het platform, dat veel rekenkracht vergt en daarmee capaciteit van datacenters. Verder zijn er financiële middelen nodig voor het uitbreiden van databases en de operationele activiteiten.Het hoofdkantoor en de juridische zetel zijn gevestigd in de Britse universiteitsstad Cambridge, maar de Amsterdamse vestiging in het Science Park is volgens Welling daarna de grootste hub. Ook heeft de startup kantoren in Berlijn, Tokio, Edinburgh en Lausanne met in totaal zo’n dertig werknemers.Bij de geldschieters zitten grote partijen zoals de Amerikaanse durfinvesteerder New Enterprise Associates, staatsinvesteringsfonds Temasek uit Singapore, en de investeringstak van NVentures van chipmaker Nvidia.De adviesraad van CuspAI puilt uit van de klinkende namen, waaronder de Brits-Canadese cognitief psycholoog en computerwetenschapper Geoffrey Hinton, die de Nobelprijs kreeg voor zijn werk op het gebied van AI, en Yann LeCun, hoofdwetenschapper artificial intelligence bij Meta. Nieuwe materialen nodig voor uitdagingen klimaatverandering [caption id="attachment_164725" align="alignright" width="289"] Mede-oprichter en technologiedirecteur Max Welling van CuspAI, tevens hoogleraar machine learing aan de Universiteit van Amsterdam. Fotocredits: Universiteit van Amsterdam.[/caption]Welling geeft tijdens de bijeenkomst van SustainaLab aan dat hij gemotiveerd werd om bij te dragen aan grote uitdagingen rond klimaatverandering, toen hij rapporten las waaruit bleek dat we deze eeuw, ook als de uitstoot van broeikasgassen fors is gedaald, nog veel werk moeten maken van het verwijderen van historische CO2-emissies uit de atmosfeer.CuspAI heeft als belangrijkste doel om het proces van materiaalonderzoek in hoge mate te automatiseren, zodat kansrijke nieuwe materialen veel sneller geïdentificeerd kunnen worden. AI moet de onderzoekscyclus met een factor tien versnellen, met een succespercentage van 90 procent bij het identificeren van nieuwe, nuttige materialen.‘Traditioneel scheikundig onderzoek doorloopt een cyclus waarbij er eerst literatuuronderzoek wordt gedaan, daarna een onderzoeksvoorstel komt voor het ontwerpen van nieuwe moleculen, er experimenten worden gedaan, de resultaten worden geanalyseerd en er vervolgens wordt gekeken naar verdere verbetering en nieuwe varianten. Dat neemt ontzettend veel tijd in beslag. Met CuspAI willen we dit proces drastisch versnellen door het grotendeels te automatiseren', schetst Welling.Wordt de menselijke wetenschapper daarmee overbodig? Zover is het nog niet, volgens de AI-specialist: ‘Op flink wat punten is er nog menselijke interventie om het AI-platform aan te sturen.’ AI versnelt onderzoek met moleculaire simulaties Het platform van CuspAI bestaat eigenlijk uit een aantal verschillende AI-toepassingen, die elk specifieke taken uitvoeren binnen de onderzoekscyclus.Een belangrijk onderdeel is een generatief AI-programma (een large language model) dat met scheikundige data van het hele internet is getraind als een soort vraagbaak om kandidaten voor nieuwe materialen te selecteren en simulaties van nieuwe moleculen te maken. ‘Je moet ‘m wel vertellen wat hij moet doen en in welk domein hij moet zoeken. Het is geen vervanging van een klassieke wetenschapper’, geeft Welling aan.De ‘scheikundig bewuste’ AI-vraagbaak kan volgens Welling nog veel beter worden, als deze toegang krijgt tot data van gespecialiseerde vaktijdschriften van wetenschappelijke uitgevers. Daarover voert CuspAI inmiddels gesprekken.Als er een structuuropzet voor een mogelijk nieuw materiaal is gegenereerd, heeft CuspAI ook specifieke toepassingen ontwikkeld voor bijvoorbeeld het voorspellen en evalueren van belangrijke eigenschappen van het nieuwe materiaal.Het team van CuspAI heeft zelf gekeken naar zogenoemde metal organic frameworks (MOF’s), ofwel poreuze structuren die geschikt zijn om bijvoorbeeld CO2 te binden. ‘Bij de precieze vorm van dergelijke structuren zijn er miljoenen mogelijkheden. Met behulp van AI kun je veel sneller kansrijke kandidaten selecteren. We hebben nu bijvoorbeeld een vijftal MOF’s ontworpen die daadwerkelijk getest kunnen worden.’ Bredere toepassingen voor batterijen, bioplastics en kernfusie Het team van CuspAI heeft zich met het onderzoek naar MOF's gericht op materialen die CO2 kunnen binden, maar de toepassingen van het platform zijn veel breder. Welling geeft aan dat er ook enorme kansen liggen voor verbetering van materialen die in batterijen worden gebruikt, of voor toepassingen in biologisch afbreekbare plastics, halfgeleiders en kernfusie.CuspAI biedt partners de mogelijkheid om het platform te gebruiken om eigen onderzoekscycli te versnellen. Zo sloot de startup afgelopen juli een samenwerkingsovereenkomst met chemiebedrijf Kemira voor het ontwikkelen van materialen die PFAS uit verontreinigd water kunnen verwijderen.Die bredere toepassingsmogelijkheden van het platform vormen waarschijnlijk ook een belangrijke reden waarom grote investeerders niet hebben geaarzeld om in minder dan twee jaar meer dan 100 miljoen euro in het piepjonge bedrijf te steken. Lees ook:Kosten van CO2 uit de lucht filteren kunnen de komende 5 jaar halveren, maar het moet nog harder gaan Amsterdamse start-up legt met ‘moleculaire zoekmachine’ de link tussen AI en CO2-reductie Gigantisch AI-datacenter op terrein van Tata Steel schept ook zekerheid voor windparken op zee